Ontspoorde vredesmissies

Verantwoordelijkheid en ontspoorde vredesmissies: een onmogelijke combinatie

 

Door Guido Hooiveld

 

De tweede politieke loopbaan van Joris Voorhoeve begon in 1994. Zijn eerste was in 1990 geëindigd met zijn aftreden als voorzitter van de Tweede-Kamerfractie van de VVD. Op de electorale vleugels van Frits Bolkestein maakte hij vier jaar later als minister van Defensie op Het Binnenhof zijn comeback. Veel genoegen zal hij waarschijnlijk niet hebben beleefd aan zijn ministerschap. Onder Voorhoeves bewind voltrok in 1995 het Srebrenica-drama: Nederlandse vredesmilitairen (Dutchbat) waren niet in staat om de moslimbevolking te beschermen tegen het Bosnisch-Servische leger. Onder leiding van generaal Ratko Mladic overweldigde dit leger de safe area Srebrenica. Duizenden moslimmannen werden vervolgens door de Bosnische Serviërs afgeslacht. Voorhoeve had vanwege de verschrikkingen in Srebrenica willen aftreden. Premier Kok en zijn politiek leider Bolkestein praatten hem dit uit zijn hoofd.

Nederland had het moeilijk met het Srebrenica-drama. Het morele gidsland was niet in staat om (mede)verantwoordelijkheid en (indirecte) schuld te aanvaarden voor de val van de enclave en de dood van duizenden moslims. Door als minister van Defensie te blijven zitten werd Voorhoeve ongewild het symbool van deze houding. Achteraf had hij spijt van zijn keuze om aan te blijven. Tien jaar later verzuchtte Voorhoeve tegen NRC Handelsblad dat hij eigenlijk beter al na de dag van de Servische verovering van Srebrenica had kunnen aftreden.

 

Nasleep           

Het politiek handelen van Voorhoeve na de dramatische gebeurtenissen in Srebrenica is onderdeel van het onderzoek dat historicus Christ Klep heeft gedaan naar de reeks van gevolgen van drie dramatisch verlopen vredesmissies. Recentelijk is dit onderzoek in boekvorm gepubliceerd onder de titel Somalië, Rwanda, Srebrenica. De nasleep van drie ontspoorde vredesmissies. Het gaat om de volgende drie missies. In de eerste plaats de deelname van het Canadian Airborne Regiment (CAR)aan de Unified Task Force (UNITAF) in Somalië (1993). In de tweede plaats de inzet van een Belgisch paracommando-bataljon als onderdeel van de United Nations Assistance Mission in Rwanda (UNAMIR) in 1994. De derde missie waarvan Klep de nasleep heeft onderzocht is de legering in 1995 van het Nederlandse luchtmobiele bataljon (Dutchbat) in Srebrenica als onderdeel van de United Nations Protection Force (UNPROFOR).

Hierboven zagen we al hoe de missie van Dutchbat ontspoorde. De ontsporing van de missie van het CAR in Somalië bestond uit de gewelddadige dood van twee Somaliërs op dievenpad. Canadese militairen hadden één van hen in een valstrik gelokt en neergeschoten. De andere Somaliër was doodgemarteld door een Canadese korporaal. De deelname van het Belgische parabataljon in Rwanda ontspoorde door de moord van de Hutu’s op tien Belgische commando’s, de daaropvolgende terugtrekking van het bataljon door de Belgische regering en de genocide die de Hutu’s vervolgens pleegden op een miljoen Tutsi’s.

 

Verantwoording

Klep is in zijn boek nagegaan hoe de politiek en de defensieorganisaties in Canada, België en Nederland zijn omgegaan met de verantwoordelijkheid voor de ontspoorde missies. Hij heeft geanalyseerd op welke wijze in de drie landen het verantwoordingsproces is verlopen. Tevens heeft hij onderzocht of de betrokken ministers, parlementsleden en militairen daadwerkelijk verantwoordelijkheid wilden nemen. De hoofdconclusie van Kleps studie is dat in geen van de drie landen op een adequate manier verantwoordelijkheid voor de ontsporingen werd genomen. Geen enkele minister van Defensie bijvoorbeeld trad af. Als voornaamste oorzaak voor de weigering van politici en militairen om verantwoordelijkheid te aanvaarden, ziet Klep de ernst van de ontsporingen. Moord, genocide, lafheid en amateurisme waren daarbij in het geding. Het was moreel gezien voor bewindslieden en opperofficieren een te zware opgave om hiervoor verantwoordelijkheid te aanvaarden. Het onderhoudend geschreven boek van Klep is voor politiek geïnteresseerden die wel eens willen weten hoe politici kunnen duiken voor hun verantwoordelijkheid, een absolute aanrader.

 

 

Schuld

Vreemd is overigens dat Klep in zijn studie (ministeriële) verantwoordelijkheid voor fouten en schuld daaraan uit elkaar trekt. Verantwoordelijkheid nemen voor misstanden is volgens hem niet automatisch hetzelfde als schuld erkennen. Klep stelt dat een (eind)verantwoordelijke, zoals een minister, niet altijd kan weten dat ondergeschikten fouten maakten of verwijtbaar gedrag toonden. Volgens hem is de minister dan ‘niet zozeer schuldig, maar blijft [hij] formeel wel (eind)verantwoordelijk.’ Maar bij ministeriële verantwoordelijkheid gaat het er niet om of een bewindspersoon persoonlijk schuld heeft aan fouten van ambtenaren. Het is een schuld die kleeft aan zijn ambt als minister.

Verantwoordelijkheid aanvaarden voor fouten of verwijtbaar gedrag van ondergeschikten staat dus gelijk aan het erkennen van (formele) schuld hiervoor. Tegelijkertijd geldt voor de ontsporingen bij de vredesmissies in Rwanda en Srebrenica dat de volledige of directe schuld daarvoor niet op de verantwoordelijke ministers kan en mag rusten. Het is bijvoorbeeld in het geheel niet vol te houden dat de schuld voor de genocide op duizenden moslimmannen uit Srebrenica volledig en in directe zin op de Nederlandse minister van Defensie zou rusten. De hoofd- en directe schuldigen daarvoor zijn uiteraard en niet mis te verstaan de oorlogsmisdadiger Mladic en zijn misdadige manschappen.

Uit de studie van Klep blijkt dat de betrokken ministers in de drie landen het aanvaarden van verantwoordelijkheid door af te treden, beleefden als een ondragelijke schuldbekentenis. Vandaar dat zij het nalieten. Als deze ministers verantwoordelijkheid aanvaarden niet gelijk hadden gesteld aan het erkennen van schuld, zo is de veronderstelling van Klep, dan was een aantal van hen wellicht wel afgetreden. Verantwoordelijkheid aanvaarden en schuld erkennen horen echter bij elkaar, zoals we hierboven stelden. Daarom is een aannemelijker verklaring voor de ‘pluchevastheid’ van de betrokken bewindslieden, dat zij heel goed wisten dat aftreden hoe dan ook in politieke zin een schuldbekentenis zou zijn.

 

Aftreden Paars II

In Nederland trad voor de gebeurtenissen in Srebrenica uiteindelijk in 2002 het voltallige kabinet af. Dat gebeurde na de verschijning van het NIOD-onderzoek over Srebrenica. In de opvatting van Klep was het aftreden van Paars II geen echte invulling van de ministeriële verantwoordelijkheid. Het kwam veel te laat en de vraag is of het wel vrijwillig gebeurde. Uit de verklaring die premier Kok in de Tweede Kamer over het aftreden aflegde blijkt dat hij een (politieke) koppeling van ministeriële verantwoordelijkheid en schuld wilde vermijden. Het aftreden was volgens Kok uitdrukkelijk geen schulderkenning. Het is de verdienste van de huidige minister van Defensie, Eimert van Middelkoop, dat hij deze ontkoppeling van verantwoordelijkheid en schuld heeft doorzien en in het openbaar bekritiseerd heeft. Dat blijkt uit het verslag van zijn verhoor in 2002 voor de enquêtecommissie Srebrenica. Een eindnoot in het boek van Klep verwijst naar dit verslag. Van Middelkoop vond de uitspraak van Kok dat het Nederlandse kabinet wel verantwoordelijk was maar niet schuldig, een ‘te snel weglopen (...) voor een geobjectiveerde schuld’. Via het safe area-concept had ook Nederland, aldus de huidige minister van Defensie, veiligheid aan de inwoners van Srebrenica beloofd. En als je ‘op het moment dat het er echt toe doet’ dit niet weet waar te maken, dan ‘laad je schuld op je’.

 

Klep eindigt zijn studie met de constatering dat de mogelijkheden om te ontsnappen aan het nemen van verantwoordelijkheid voor ontspoorde vredesmissies zo goed als oneindig zijn. Hiermee zegt hij in feite dat een adequate verantwoording voor dramatisch verlopen vredesmissies nooit zal plaatshebben. Een somber einde dat alleen moedige politici kunnen logenstraffen, al is het te hopen dat zij, gezien de ernst van de verschrikkelijke gebeurtenissen bij ontspoorde vredesmissies, dit nooit hoeven te doen. Dit laatste is helaas een naïeve gedachte.

 

 

Christ Klep, Somalië, Rwanda, Srebrenica. De nasleep van drie ontspoorde vredesmissies

Boom: Amsterdam 2008

385 pagina's

ISBN 978 90 850 6668 2