De basis van vrijheid

De basis van vrijheid

Door Cynthia Ortega, Tweede Kamerlid ChristenUnie

In onze Grondwet die dateert van 1814 zijn de fundamentele grondrechten van onze burgers verankerd. Het is een zegen om te wonen in een land waarbij de grondrechten goed worden gewaarborgd. Grondrechten kunnen in bepaalde situaties met elkaar conflicteren. Daarom gaan de laatste jaren meer stemmen op die vinden dat bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting het belangrijkste fundamentele grondrecht is; wat vervolgens inhoudt dat alle andere grondrechten daaraan ondergeschikt zijn.

Haaks op elkaar

Afgelopen april las ik in een artikel in het Nederlands Dagblad dat uit kwartaalcijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt, dat 61% van onze burgers vindt dat vrijheid van meningsuiting niet mag betekenen dat mensen in hun religieuze gevoelens worden gekwetst. Daarnaast vindt 54% dat de vrijheid van meningsuiting krachtiger moet worden beschermd. Deze twee meningen lijken haaks op elkaar te staan en laten tegelijk de complexiteit van deze materie zien. Het Kabinet streeft ernaar om medio 2009 een staatscommissie te installeren, die onder andere moet adviseren over de verhouding tussen de opgenomen grondrechten. Zorgvuldigheid is hierbij geboden. Hopelijk zal het advies niet resulteren in het rangschikken van de grondrechten van het meest belangrijk tot het minst belangrijk.

Vrijheid van meningsuiting

Neem bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting. Dit is een fundamenteel grondrecht waar wij beslist niet aan mogen tornen. Volgens artikel 7 van de grondwet heeft iedere Nederlandse burger het recht om zijn/haar gevoelens en gedachten kenbaar te maken. Dus in principe mogen wij alles zeggen. Echter, bij het gebruikmaken van dit recht is er volgens de wet ook sprake van een verantwoordelijkheid. Het is aan de rechter om uit te spreken of iemand in een bepaalde situatie bij het gebruik maken van dit recht de wet heeft overtreden. In die zin concludeer ik dat er binnen de wetgeving grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting. Vanuit de vrijheid van meningsuiting geredeneerd is het echter niet aan de individuele burger een norm te stellen aan wat de ander wel of niet mag zeggen. Iedere vorm van intimidatie of bedreiging om medeburgers de mond te snoeren of andere vrijheden in te perken moet daarom worden aangepakt.

 

Handvest burgerplichten

Ik ben wel van mening dat er een beroep mag worden gedaan op de bereidheid van burgers om een bijdrage te leveren aan de bevordering van de sociale cohesie. De discussie over de vrijheid van meningsuiting moet zich meer afspelen binnen de context van de samenleving waar wij met elkaar voor staan. Uitgaande van het regeerakkoord is dit een samenleving waar wij met elkaar samenleven en samenwerken. Dit kunnen wij bewerkstelligen door elkaar aan te spreken op universele fatsoensnormen. Tolerantie en respect voor andersdenkenden zijn waarden die wij moeten koesteren. Is respect welbeschouwd misschien niet de basis voor ‘echte’ vrijheid? Ik juich het dan ook toe dat het kabinet in dialoog met de samenleving wil komen tot een Handvest verantwoordelijk burgerschap. Want rekening met elkaar houden, doet naar mijn mening niets af aan onze grondrechten.