Zondag: Samen werken of samen leven?

Zondag: samen werken of samen leven?

 

Door Arco van Daalen

 

Voordat het een landelijke discussie werd, is er door de ChristenUnie-fractie in Leeuwarden al de vinger gelegd bij de huidige opzet van de koopzondagen. Aanleiding was allereerst dat meerdere winkeliers de fractie benaderden met klachten over de sociale werkdruk en het als amusement moeten dienen voor stadgenoten. Daarnaast beriep (en beroept) het college van B&W zich bij haar rechtvaardiging van het aantal koopzondagen steeds weer op een ondernemersvereniging waarbij de meeste winkeliers niet zijn aangesloten. Hoog tijd dus om het huidige beleid van de koopzondagen in Leeuwarden onder de loep te nemen.

 

In dit artikel staat het onderzoek dat we in Leeuwarden hebben gedaan centraal. De door ons opgestelde enquête en de daaruit voortgevloeide rapportage kunnen volgens ons dienen als een goede basis voor de discussie in elke(!) raad in Nederland.[1]

 

Waarom een onderzoek?

De ChristenUnie Leeuwarden heeft in de raad aangegeven onderzoek te zullen gaan doen naar het draagvlak voor de koopzondagen onder de Leeuwarder ondernemers. De directe aanleiding voor dit onderzoek was de nota over de detailhandelstructuurvisie van Leeuwarden. Hierin gaf het college van B&W aan dat de ondernemers in Leeuwarden geen problemen zouden hebben met de (aantallen) koopzondagen. Dit oordeel was gebaseerd op navraag bij de plaatselijke ondernemersvereniging ‘LEON’.

Als ChristenUnie-raadsleden hadden wij verschillende keren vernomen dat deze ondernemersvereniging nu niet direct voor iedereen sprak. Meerdere ondernemers gaven bij ons aan dat ‘LEON’ hun geluid niet verwoordde. Daarnaast is het een feit dat vele ondernemers niet bij ‘LEON’ zijn aangesloten. Toch moeten ook zij de mogelijkheid hebben over dit onderwerp hun mening te geven.

Door een breed onderzoek onder de ondernemers van onze binnenstad te organiseren wilde de ChristenUnie Leeuwarden een duidelijk, eerlijk en helder beeld verkrijgen voor wat betreft de mening van de Leeuwarder winkeliers over en de positieve en negatieve ervaringen met koopzondagen. Hierdoor kon worden getoetst of de mening van ‘LEON’ over koopzondagen ook representatief is. Ook werd gevraagd aan de winkeliers of men een andere opzet wil met betrekking tot de huidige regeling. Wij hebben hiervoor een uitgebreide enquête gebruikt die naar alle winkeliers in onze binnenstad is verstuurd. Dit ging om ruim 400 adressen.

 

De enquête

De enquête is alleen onder de winkeliers van de binnenstad gehouden. De binnenstad van Leeuwarden is een belangrijk winkelgebied met een grote diversiteit aan winkels. Tevens is de binnenstad één van de winkelgebieden waar koopzondagen worden georganiseerd en waar veel winkeliers zijn die zowel ervaring hebben met als een mening hebben over koopzondagen.

De enquête bestond uit een aantal onderdelen met open vragen en keuzevragen. Na een tweetal inleidende vragen naar de functie van de geënquêteerde en het vloeroppervlak van de winkel wordt vervolgens gevraagd naar de mening over koopzondagen inclusief de wijze waarop daar in Leeuwarden invulling aan is gegeven. Daarna is gevraagd naar de ervaring van de winkelier met koopzondagen en tenslotte is ruimte geboden voor suggesties. De belangrijkste hoofdthema’s die uit de enquête zijn gekomen worden hieronder in schema’s en grafieken verder nader verklaard.

 

Mening over Koopzondagen: 60% is tegen

Op vraag 3 van de enquête “Bent u in het algemeen voor koopzondagen?” is door 60% geantwoord met Nee. Wordt dit gedifferentieerd naar de verschillende categorieën winkeloppervlak dan komt het beeld voor de categorieën < 200 m2, 200 – 800 m2 en 800 – 2000m2  hiermee overeen, circa 60% is tegen koopzondagen.

 

Hoezo voor of tegen?

Veel genoemde redenen van winkeliers die voor koopzondagen zijn:

  • het economische argument van meer omzet/inkomsten;
  • het is praktisch voor drukke gezinnen (tweeverdieners) om samen inkopen te kunnen doen;
  • het brengt meer vertier/gezelligheid in de stad;
  • het is een gevolg van de 24-uurs economie, je moet erin mee;
  • het is goed voor de concurrentiepositie van de stad ten opzichte van andere steden;
  • het sociale aspect richting collega-winkeliers (buren). Zij zijn open, dan kan ik voor mijn collega’s niet achterblijven.

 

Voor winkeliers die tegen koopzondagen zijn springen de volgende redenen eruit:

  • het is voor veel winkeliers een principieel punt om 1 dag in de week rust hebben. 6 dagen werken is genoeg;
  • de zondag is voor het sociale leven (gezin, familie, sport, kennissen en vrienden) van de winkelier;
  • het is praktisch voor de winkelier om op zondag gesloten te zijn;
  • het levert economisch te weinig op, weinig inkomsten versus hoge (loon)kosten;
  • winkeliers zijn er niet om de mensen op zondag vermaak te bieden.

 

 

Hoe vaak koopzondagen?

Op de vraag “Hoe vaak moeten koopzondagen per jaar volgens u plaatsvinden?” geeft 56% van de respondenten aan maximaal 6 koopzondagen per jaar voldoende te vinden. Als reden hiervoor zegt men dat dit aantal ook voor de kleinere zaken werkbaar is en er dus meer eenheid kan ontstaan. Van de 56% gaf 29% aan minder dan 6 tot helemaal geen  koopzondagen per jaar te willen. Dit is opmerkelijk, want in de enquête kon alleen 6 koopzondagen als minimum worden aangekruist! Op eigen initiatief is er dus door veel winkeliers een nog lager aantal ingevuld. Reden hiervoor is dat de winkeliers behoefte hebben aan een dag rust, dat ze ruimte willen voor eigen sociale activiteiten en dat er geen hoge verwachting is dat het financieel wat oplevert

22% van de winkeliers is tevreden met de huidige 12 koopzondagen per jaar. Als suggestie noemt men onder andere om in de zomermaanden minder en rond de feestdagen (kerst- en jaarwisseling) meer koopzondagen te houden. Van de winkeliers wil 19% meer koopzondagen dan het huidige aantal. Als reden hiervoor wordt genoemd de service naar de klant (tweeverdieners) en de gezelligheid die het in de stad brengt. 10% van de winkeliers heeft een voorkeur voor 18 tot 24 koopzondagen en 9% wil meer dan 24 koopzondagen tot en met elke zondag.

 

Houden we rekening met het winkeloppervlak dan wordt het volgende geconstateerd:

 

Van de winkels met een relatief klein vloeroppervlak (< 200 m2) geeft een meerderheid (52 van de 90) aan dat maximaal 6 koopzondagen voldoende is. Daarvan heeft de helft te kennen gegeven minder dan 6 koopzondagen tot helemaal geen koopzondagen te willen. 24% van deze categorie winkels is tevreden met het huidige aantal. Een relatief klein deel (18%) van deze winkeliers (< 200 m2) geeft aan uitbreiding van koopzondagen te willen.

 

Voor de winkels met een winkeloppervlak tussen 200 en 800 m2 zijn de meningen redelijk verdeeld. Van de winkels in de categorie 800 - 2000 m2 en groter dan 2000 m2 valt het op dat men een uitbreiding van het aantal koopzondagen niet wenselijk acht.

 

Een totaaloverzicht:

Aantal keren koopzondag per jaar

Vloeroppervlak

-

<6

6

12

18 - 24

> 24

Totaal

-

 

1

1

 

2

 

4

< 200

 

26

26

22

6

10

90

200 - 800

2

7

5

3

5

1

23

800 - 2000

1

2

2

2

 

 

7

>2000

 

 

 

1

 

 

1

Totaal

3

36

34

28

13

11

125

Percentage:

2%

29%

27%

22%

10%

9%

100%

 

 

Beschikbaarheid personeel

Op de vraag of winkeliers voldoende personeel kunnen inzetten geeft 84% van de winkeliers die daadwerkelijk geopend zijn aan hier geen probleem mee te hebben. 16% heeft wel moeite om voldoende personeel te vinden voor de openstelling op koopzondag. Van de winkels die (nog) niet geopend zijn kan 26% op voldoende personeel rekenen. 74% kan onvoldoende personeel krijgen om open te gaan indien men dat zou willen.

 

Invloed koopzondag op Netto-omzet

Op de vraag “Is uw netto-omzet gestegen door invoering van de koopzondag(en)?” heeft 67% van de winkeliers die daadwerkelijk geopend zijn positief geantwoord. De overige winkeliers die meedoen met koopzondagen (33%) geeft aan geen toename in de netto-omzet waar te nemen.

In totaal gaven 33 winkeliers die geopend zijn op koopzondagen aan dat de netto-omzet is toegenomen. Tevens is gevraagd naar een percentage. Hierop antwoorden 16 van deze winkeliers met een percentage tussen 0 en 10%. Er zijn ook 16 winkeliers die geen percentage kunnen of willen geven. In onderstaande tabel is dit weergegeven.

Toename netto-omzet (%)

Aantal Respondenten

0 - 2%

4

3 - 4%

2

5 - 6%

4

7 - 8%

2

8 - 10%

4

>10%

1

onbekend

16

Totaal

33

 

Bij de enquête zat een begeleidende brief  waarin kort het doel van dit onderzoek werd verwoord en waarin is aangegeven dat de fractie van de ChristenUnie bij voldoende respons de resultaten aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders zal presenteren. De officiële behandeling van de uitkomsten van de enquête en onze wensen zijn in februari 2009 in de gemeenteraad van Leeuwarden besproken.

 

         De relevantie

De uitkomst van ons onderzoek heeft ons als fractie aanknopingspunten gegeven voor een eerlijke discussie over dit onderwerp. Naast de grote media-aandacht die wij kregen voor ons onderzoek, was er met name ook veel inhoudelijke discussie. Niet alleen hoorde men van ons als ChristenUnie dat wij niet zo voor dit soort vermaak op de zondagen zijn, ook het feit dat de koopzondag een verschraling van de maatschappij betekent en een zoethoudertje is voor veel van het winkelende publiek deed mensen de ogen openen.

 

Wij willen en moeten (vinden wij) inzetten op het non-belang van de koopzondagen. Er zijn al vele dagen dat inwoners van onze stad (en dat geldt dus ook voor andere steden) de mogelijkheid hebben om te winkelen. Het ruime aanbod van winkeltijden, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, geeft de gemiddelde burger al ruimte genoeg om de broodnodige inkopen te doen. Het feit dat met name de eenmanszaken en de kleinere ondernemers (met weinig personeel) door de sociale druk van een koopzondag weinig tijd meer overhouden voor gezin, rust en administratie, is voor meer dan 60% van de winkeliers in de binnenstad van Leeuwarden een reden te stellen dat er minder dan 12 koopzondagen per jaar zouden moeten zijn. Onze inzet voor de discussie in de Leeuwarder gemeenteraad zal dan ook zijn een vermindering van het aantal koopzondagen (minder dan 12 per jaar).

 

Naast het feit dat een lokale ChristenUnie-fractie duidelijk kleur kan bekennen door dit item op de agenda te zetten, blijkt het ook een thema te zijn dat veel inwoners (op verschillende wijzen) raakt. Voornamelijk op scholen (MBO en HBO) blijkt het een thema te zijn met vele aspecten die het intrigerend maken over dit onderwerp te spreken. Naast ons centrale punt ‘zondagsrust’ kunnen ook onderwerpen als verschraling van de maatschappij (door het blijven consumeren en vermaakt willen worden) en sociale werkdruk als thema’s in deze discussie gebruikt worden. De basis voor een wijze van onderzoek is in Leeuwarden gelegd en te gebruiken door alle lokale en provinciale fracties in Nederland.

 

Conclusie

Kortom: een dergelijke enquête zorgt voor zowel maatschappelijke discussie als aandacht voor een probleem waar een grote meerderheid van winkeliers mee zit. De koppeling aan het normen en waarden-debat ligt wat ons betreft voor de hand. De ChristenUnie moet en kan zich in deze discussie duidelijk profileren.

 

 

Samenvatting:

-       in Leeuwarden is onder ondernemers onderzoek gedaan naar koopzondagen

-       60% van de ondervraagden is in het algemeen tegen koopzondagen

-       Conclusie: het aantal koopzondagen moet verminderen.

 

Arco van Daalen is raadslid te Leeuwarden

 

 

 

 

 

 

------------------

 

APART BIJBEHOREND ARTIKELTJE:  De landelijke context

 

(door Wouter Langendoen, medewerker Tweede Kamerfractie)

De Winkeltijdenwet (1996) staat zondagsopenstelling van winkels twaalf keer per jaar toe. Alleen in gemeenten die een duidelijke toeristische aantrekkingskracht hebben mag bij uitzondering het aantal koopzondagen worden verruimd. Inmiddels blijkt dat ongeveer een derde van de gemeenten in Nederland gebruikmaakt van die mogelijkheid, wat nogal veel is voor een uitzonderingsbepaling. Het veelvuldig verruimen van het aantal openstellingen op zondag toont aan dat er sprake is van oneigenlijk gebruik van deze uitzonderingsbepaling. Daar waar de wet duidelijk spreekt over een toeristische trekpleister buiten de koopactiviteiten om, is de nadruk op de koopactiviteiten komen te liggen. ‘Funshoppen’ ziet men nu als een vorm van toerisme – een verkeerde interpretatie van de wet.

De huidige wet eist van lokale besturen dat ze de economische belangen afwegen, maar belangen als zondagsrust en leefbaarheid hoeven niet te worden meegewogen. De minister komt nu met wijzigingen in de wet om de misinterpretatie met betrekking tot de toerismebepaling weg te nemen en geeft daarnaast ruimte voor een betere afweging van diverse belangen. Naast dit voorstel tot wijziging hebben de SP en de SGP een initiatiefvoorstel ingediend, dat tegelijkertijd met het kabinetsvoorstel wordt behandeld. Het initiatiefvoorstel heeft hetzelfde doel, maar heeft als belangrijkste verschil dat de minister van Economische Zaken de aanvraag voor aanwijzing als toeristisch gebied vooraf dient te toetsen.

 

Op initiatief van de ChristenUnie is in 2007 in het coalitieakkoord opgenomen dat “het oneigenlijke gebruik van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet ter verruiming van het aantal koopzondagen wordt tegengegaan”. De wijziging van de Winkeltijdenwet ligt bij de Tweede Kamer ter behandeling. Dankzij de afspraak in het coalitieakkoord ligt er nu eindelijk een substantieel voorstel dat ook nog eens op een Kamermeerderheid kan rekenen. De aanscherping van de wet vraagt gemeenten zich helder te verantwoorden voor verruimde openstelling en zich niet eenzijdig te verschuilen achter economische motieven. Daarom hoort een gemeente volgens de wet straks ook kwetsbare belangen mee te wegen, zoals de gevolgen van openstelling voor de leefbaarheid, openbare orde en zondagsrust.

 

In dit voorstel wordt bovendien van gemeenten gevraagd om de toeristische aantrekkingskracht beter te verantwoorden. Daarbij horen gemeenten rekening te houden met de oorspronkelijke eis dat het winkelgebied niet de oorzaak van het toerisme mag zijn (het ‘funshoppen’). De discussie in Almere is wat dat betreft een prima voorbeeld van oneigenlijk gebruik op dit vlak. Daarnaast moet de gemeenteraad aantonen dat er toerisme van substantiële omvang plaatsvindt.

 

De Tweede Kamerfractie ChristenUnie heeft enkele kritische vragen gesteld bij beide voorstellen. Zo zouden in het kabinetsvoorstel onder kwetsbare belangen ook de belangen van werknemers en kleine ondernemers toegevoegd kunnen worden. Ook heeft de ChristenUnie gevraagd naar het oneigenlijk gebruik van de bepaling die toestaat een winkel als avondwinkel op zondag aan te merken. Bij het initiatiefvoorstel is het de vraag of centrale toetsing door de minister van Economische Zaken werkelijk nodig is, nu gemeenten een transparantere keuze moeten maken. Bovendien is de gemeenteraad het volksvertegenwoordigend orgaan dat de belangen moet afwegen.

 

De discussie over de Winkeltijdenwet is door de voorspelling van het Platform Detailhandel van een verlies van 20.000 banen in ieder geval flink aangewakkerd. Deze waarschuwing is echter ongefundeerd en door de CNV Dienstenbond weerlegd.[2] Ook de ChristenUnie zet hierbij vraagtekens. De ChristenUnie wil aandacht voor het verdwijnen van een rustmoment in de week, de druk die nu op werknemers en kleine ondernemers wordt gelegd en de huidige ongewenste trend naar een 24-uurseconomie.

 

 

 

 

 

 



[1] In oktober 2008 was er een respons van 30% onder de geënquêteerden in de binnenstad.

[2] De zwakke banengroei in de detailhandel hangt volgens CNV Dienstenbond samen met een groot verlies aan fulltimebanen. Bovendien is de bestaande werkgelegenheid in de detailhandel verknipt in parttime-banen, die voornamelijk door studenten, scholieren en huisvrouwen worden vervuld. (Los van de niet-onderbouwde aantallen die het Platform Detailhandel aanvoert, blijkt dat het voor schoolverlaters of werkzoekende uitkeringsgerechtigden bijna onmogelijk is om fulltime in de detailhandel aan de slag te gaan.) Hooguit zal een klein verlies aan deeltijdbanen optreden.