Kredietcrisis

Kredietcrisis?

 

Door Tim Vreugdenhil, theoloog en predikant van Stadshartkerk Amstelveen

 

Momenten van crisis heeft de wereldgeschiedenis genoeg gekend. Een crisis heeft nadelen voor velen – daarom wordt ze ook crisis genoemd. Tegelijk stimuleert een crisis het denken en het publieke debat, en dat lijkt me een voordeel. De christelijke kerk heeft haar beste theologische inzichten in crisistijd ontwikkeld. De val van Rome heeft ons de grootse gedachten van Augustinus opgeleverd. Wat Karl Barth heeft betekend voor het nieuwe elan van kerk en theologie is ontstaan tegen de achtergrond van en in confrontatie met twee wereldoorlogen. Sommige ‘crisis-watchers’ hopen op een Nederland dat sterker uit de kredietcrisis komt. Wat zou dat voor christelijke politiek en theologie kunnen betekenen? Twee voorzetten.

 

Een eigen leven

Ten eerste kunnen christenen – meer nog dan anderen – vanuit hun bronnen ‘de economie’ steeds opnieuw ontmythologiseren. Wat Paulus in het Nieuwe Testament schrijft over geld als de wortel van alle kwaad was altijd al relevant, maar krijgt nu nieuwe plausibiliteit – zeker voor wie de moeite neemt om na te gaan wat Paulus verder allemaal schrijft over economische zaken. Waar Athene verbazend godsdienstig was, is het moderne Westen verbazend op geld gesteld. Paulus zou het ongetwijfeld met zijn bekende combinatie van milde ironie en scherpe analyse becommentariëren. Wat is het geld en wat is de economie een eigen leven gaan leiden in onze cultuur! Eerst figuurlijk en daarna ook letterlijk: de reële economie blijkt secundair te zijn ten opzichte van de financiële. Natuurlijk is dat voer voor economen. Maar er zit net zo goed een levensbeschouwelijk aspect aan. De economie is er voor de mens, zou Jezus zeggen – en een Duitse politicus zei dat letterlijk zo in een plenair debat in de Bondsdag. De kredietcrisis is een waarschuwing en een aanmoediging tegelijk: als de mens gaat bestaan voor de economie valt vroeg of laat alles in duigen. Trouwens, het grote reddingsplan van God betrof geen banken maar vooral mensen. Daar begint het.

 

Economisch gek doen

Ten tweede zouden christenen – meer nog dan anderen – vanuit hun eigen bronnen inspiratie kunnen opdoen om met de regelmaat van de kalender ‘economisch gek te doen’, zoals dit in de bijbel onder andere tot uitdrukking komt in de wetgeving rond sabbatsjaar en jubeljaar. Natuurlijk is de Mozaïsche wetgeving niet één op één toepasbaar in onze werkelijkheid, net zo min als de Bergrede van Jezus. Maar om nu te doen alsof Jezus en Mozes niets met onze realiteit van doen hebben, is weer het andere uiterste. Het komt in een tijd zoals de huidige weer binnen de horizon dat de economie met een daverende knal tot stilstand zou kunnen komen, waarna alles weer helemaal opnieuw zou beginnen. Omdat voor christenen zelfs in dat (zeer ernstige) geval niet de wereld vergaat, brengen zij onder alle omstandigheden – in goede en minder goede tijden - graag een klein schokeffect teweeg: wat is er mis mee om sóms (resterende) schulden kwijt te schelden, om de bonus (als die te verdelen valt) eerder aan de laagstbetaalden uit te keren dan aan de top en om de in de christelijke traditie vaak gehanteerde renteloze lening opnieuw in ere te herstellen?

 

“Velen willen almaar meer bezit, maar de rechtvaardige geeft, hij houdt niets voor zichzelf”(Spreuken 21,26). Christenen horen volgens de bijbel niet bij de ‘velen’. Zij volgen Jezus, die rechtvaardig was en niets voor zichzelf hield. Waar wachten we eigenlijk nog op?