ChristenUnie aan het roer

CHRISTENUNIE AAN HET ROER

 

Twee jaar zit de ChristenUnie op het pluche. Wie had dat ooit voor mogelijk gehouden? Zo’n positie schept kansen, maar is ook niet zonder risico’s. Was men voldoende voorbereid op enerzijds de mogelijkheden, maar anderzijds de gevaren om op het regeringsniveau politiek naar Bijbelse normen te willen voeren? Zelf heb ik de situatie eens omschreven als enerzijds roeping, maar anderzijds een waagstuk met risico’s. Niet alleen vanwege de radicaal andere uitgangspunten die de ChristenUnie heeft in vergelijking met de coalitiepartners. Zwaarwegend is ook het feit, dat de ChristenUnie in de coalitie als dreumes met zes zetels in het parlement ingeklemd zit tussen twee politieke grootmachten. In dit artikel schets ik enkele dilemma’s van regeren en onderzoek ik hoe we hiermee om kunnen gaan. 

 

Dilemma’s

Wat kunnen we als christenen wel en wat kunnen we niet voor onze verantwoording  nemen? Eén van de dilemma’s waarvoor we worden geplaatst is het aanvaarden (overnemen) van bestaande wetten en regelingen, die strijdig zijn met wat de Bijbel ons leert of op andere manier veraf staan van wat de ChristenUnie voor ogen heeft. Een ander dilemma is de vraag wat we moeten doen met beleid dat de andere coalitiegenoten willen voeren dat niet spoort of zelfs haaks staat op wat de ChristenUnie aan de kiezer heeft voorgehouden. Het gaat dan heel concreet over de grenzen van het compromis. Daarbij is een van de grote dilemma’s: hoe blijf ik mij profileren ten opzichte van het CDA dat door zowel GPV als RPF in het verleden als nu de ChristenUnie vaak – en volkomen terecht – is gekapitteld vanwege de slappe principiële knieën. Tonen onze bewindslieden en onze vertegenwoordigers in het parlement duidelijk aan dat je ook als coalitiepartij met regeringsverantwoordelijkheid ten principale anders handelt en beslist dan een algemene volkspartij ?

 

Heilzaam en helend

Is er ruimte voor de ChristenUnie in het kabinet om het regeringsbeleid veranderingen ten goede te bewerkstelligen? Dat wil zeggen, dat ook in het beleid van het kabinet meer inhoud wordt gegeven aan politiek naar Bijbelse normen. Zijn die verwachtingen terecht of te hoog gestemd? Daarbij dient zich ook de vraag aan hoe in een postchristelijk tijdperk en in de samenleving als geheel toch nog aanknopingspunten zijn om Bijbels genormeerd beleid tot stand te brengen. Heilzaam en helend. Er zijn immers geen betere normen dan de Bijbelse normen (Lees Romeinen 1)!

Tegelijkertijd dient men zich te realiseren, dat toetreden tot het kabinet ook een handenbinder is. Niet alleen voor hen die geroepen zijn deel uit te maken van het kabinet, maar niet minder voor de eigen fractie in de Tweede Kamer. Je hebt je via een regeerakkoord ergens aan gebonden. Daar staat tegenover, dat je als coalitiepartner veel meer zaken geregeld kan krijgen, dan wanneer je vanuit de oppositie moet opereren. En er is duidelijk een spin off effect, doordat de ChristenUnie met regeringsdeelname niet alleen op landelijk niveau voor ‘vol’ wordt aangezien, maar nu ook veel meer dan ooit op het terrein van de Provinciale Staten en de Gemeentebesturen. Kortom,  tegenover de nederlagen staan zeker winstpunten. Dat alles moet aan het eind van de kabinetsperiode worden meegenomen en meegewogen bij het opmaken van een eindbalans. Zeg maar de winst- en verliesrekening.

 

Regeerakkoord

Zonder twijfel - vriend en vijand waren het daarover eens - heeft de ChristenUnie een heel duidelijk stempel gezet op het regeerakkoord tussen CDA, PvdA en ChristenUnie. Dat is meer dan een compliment waard in de richting van onze onderhandelaars André Rouvoet en Arie Slob met achter hen hun diverse secondanten. Dat regeerakkoord gaf een basis om met een goed gevoel en vertrouwen in de coalitieboot te stappen. Maar iedereen weet, dat papier geduldig is. Nu de uitwerking.

Zien we na twee jaar bijstellingen van het beleid die duidelijk zijn toe te schrijven aan de ChristenUnie? En dan gaat het van zelfsprekend voor alles om zaken die rechtstreeks te maken hebben met wat wij noemen Bijbelgetrouwe politiek. Te denken valt aan het aanscherpen van regels inzake abortus-provocatus (bedenktijd en aanbieden van alternatieven), over huwelijk en gezin (de Scheppingsorde als toetssteen), over de zondagsrust (minder koopzondagen), over de onderscheiden verantwoordelijkheden van man en vrouw (afremmen en zo mogelijk terugdringen van de individualisering), de aandacht voor de naaste dichtbij en veraf (permanente zorg voor de zwakken, de gehandicapten, de armen, de vervolgden), de zorg voor een beter milieu (maatregelen die energieverbruik verminderen).

 

Beoordeling

Om iets te beoordelen, heb je een maat nodig. Wat is het toetsingscriterium als we nu en aan het eind van de kabinetsperiode een oordeel moeten vellen over de regeringsdeelname van de ChristenUnie?

Naar mijn wijze van zien zijn drie uitgangspunten van belang:

  1. een christen is vreemdeling en bijwoner hier op aarde. Hij bouwt hier geen blijvende stad
  2. ook als vreemdeling en bijwoner sluit een christen zich niet af van de wereld, waarin hij diverse roepingen heeft of kan vervullen. Hij voert daarom politiek naar Bijbelse normen.
  3. een christen dient op alle terreinen een getuige van Christus te zijn, de Koning der koningen. Abraham Kuyper zei het ooit heel treffend: geen duimbreed is er op heel het erf van ons menselijk leven, waarvan de Christus die àller Souverein is, niet roept: Mijn!

Deze drie uitgangspunten dienen naar mijn vaste overtuiging het doen en laten, het optreden en het spreken van de christen in de politiek te markeren. Niet alleen op regeringsniveau of in het parlement, maar ook in de Staten en in de Raden. Van een christen in de politiek mag worden verwacht dat hij of zij plichtgetrouw is, goed werk levert en zich dienstbaar opstelt richting de samenleving. Dan kunnen ook prachtige resultaten bereikt worden, zoals de grote waardering voor GPV-er Schutte, het voorzitterschap van een prestigieuze commissie voor Van Middelkoop, een door de RPF-fractie destijds gewonnen pleit voor het werken met behoud van uitkering door mentaal gehandicapten, het succesvolle initiatiefwetsvoorstel van Leen van Dijke en Jet Bussemaker inzake het recht werk op zondag te weigeren, de vele aangenomen amendementen en moties van de ChristenUnie, zowel tegenwoordig als regeringspartij als ook voorheen in de oppositie.

 

Getuigende politiek

Dit zijn natuurlijk prachtige resultaten en die kunnen op zich al een getuigenis zijn. Maar daar mag het niet bij blijven. Het direct getuigende element en het profetisch spreken moeten daar op gepaste tijd en bij de geschikte gelegenheid nadrukkelijk bijkomen. Soms hartstochtelijk en appellerend. Tijdens de behandeling van een initiatiefwet om abortus-provocatus te legaliseren zei ds. Abma op 14 september 1976 in de Tweede Kamer: “De Bijbel leert, dat wij goddeloosheid niet mogen rechtvaardigen of wettigen. Het is een legalisering van wat in feite wetteloosheid is.” Tijdens het debat over de regeringsverklaring van het kabinet-Van Agt II wees ik de bewindslieden namens de fractie van de RPF op de Bijbelse waarschuwing uit Mattheus 24:12: “En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.” Met andere woorden: pak die wetsverachting aan! Een gewaarschuwd mens telt voor twee. In een debat over euthanasie hield ik CDA-er Borgman eens voor dat de Bijbel de mens geen ruimte biedt om een medemens - onder welke omstandigheden dan ook - te doden. Voorts heb ik bewindslieden menigmaal er aan herinnerd, dat de overheid dienares van God is en geroepen is te regeren naar Bijbelse norm. Dat ze in deze ook eens  verantwoording zal moeten afleggen. Die laatste opmerking tot verontwaardiging van D66-er Van Mierlo.

 

Boodschap voor de wereld

Heeft het zin zulke opmerkingen te maken? Daarop kun je moeilijk een antwoord geven. Net zo min als je kunt zeggen wanneer je het brood zult vinden dat je volgens recept van Prediker op het water moet werpen. Het gaat om onze roeping. De profeet Ezechiël werd opgedragen zijn volk te waarschuwen. Of ze luisterden of niet. Ezechiël moest het doen en als hij het zou nalaten, zou hij daarvoor boeten. Zo zie ik ook de roeping van een christen in de politiek. Naast het dagelijkse handwerk en het getrouw verrichten van het werk ook profetisch preken en appelleren, zodat zij die land en volk regeren later nooit kunnen zeggen: we hebben het niet geweten! Zo’n getuigend optreden is niet altijd gemakkelijk, maar beseffen we nog wel goed, dat we als volgers van Christus - de Koning der koningen dus - in de overwinning staan? Dat heeft niets te maken met de getalsverhoudingen in het parlement of in het kabinet of in de Raad. We mogen op grond van Hem met gezag spreken. Hij is Koning en wij mogen door genade zijn dienaren zijn.

Vanuit die wetenschap mogen en moeten we ook overheden oproepen om te beseffen aan wie zij hun gezag te danken hebben en aan wie zij verantwoording schuldig zijn. We hebben als christenen in de politiek en in de gehele samenleving  een unieke boodschap. Een boodschap die niet een van de vele is, die links en recht worden rondgebazuind, maar die alles bepalend is. Bijbelgetrouwe christenen hebben ook in de politiek een woord, een boodschap voor de wereld. Of om het met politiek leider André Rouvoet te zeggen toen hij tijdens het Uniecongres van november 2007 de slogan uit de RPF-tijd aanhaalde: een helder getuigenis en een goed program!.

 

Samenvatting:

- Regeren brengt kansen en risico’s met zich mee.

- Drie uitgangspunten van belang bij het beoordelen

- Naast het handwerk moet een politicus ook getuigen

 

Meindert Leerling is oud-voorzitter van de RPF-fractie in de Tweede Kamer