Balans tussen ecologie en economie

ChristenUnie en landbouw: balans tussen ecologie en economie

 

Door Ernst Cramer en Rita Klapwijk

 

Een kleine greep uit brieven, telefoontjes en gesprekken van de afgelopen maanden over de koers van de ChristenUnie op landbouw- en natuurgebied: te veel nadruk op natuur, alleen maar oog voor de boeren, onrealistische luchtfietserij, onzichtbaar, pragmatisch. Waar komt deze diversiteit aan kwalificaties vandaan? De reacties schetsen tegelijk de moeilijke maar ook bevoorrechte positie van de ChristenUnie in de Tweede Kamer. De ChristenUnie is niet zomaar in te delen in links of rechts, in boerenpartij of dierenmilieupartij. Kan het beleid van de ChristenUnie in de Tweede Kamer tegelijk boervriendelijk en milieu- en natuurvriendelijk, tegelijk pragmatisch en principieel zijn? Met enige bescheidenheid: ja, dat kan en het is ook onze wens.

 

Dat is niet altijd makkelijk. De nuance zoeken is nu eenmaal een ingewikkelder opgave dan de belangen van één kant of één partij behartigen. Nuances zijn niet aantrekkelijk voor journalisten: zwart of wit springt meer van de pagina dan grijs. Toch is dit wel de lijn waar we vol overtuiging voor kiezen, en waar we steeds weer goede mogelijkheden voor zien. Aan de hand van een aantal actuele discussies schetsen we hoe de ChristenUnie de balans zoekt tussen ecologie en economie.

Natuur vs. ondernemen?

Net als andere landen van de Europese Unie heeft Nederland een aantal gebieden aangewezen met voor Europa bijzondere natuur, de zogenaamde Natura2000-gebieden. Natuurgebieden die het waard zijn om behouden te blijven, voor ons eigen welzijn, voor generaties die na ons komen, en voor behoud van biodiversiteit. Voor deze gebieden geldt een aantal doelstellingen, per gebied verschillend. Om deze doelstellingen te kunnen realiseren worden per gebied beheerplannen opgesteld door betrokken partijen. Dat kunnen recreatieondernemers zijn, natuurorganisaties, agrariërs, gemeenten. Deze beheerplannen moeten duidelijkheid bieden over wat wel en niet kan in het gebied om de doelstellingen te halen. 

Natura2000 begint echter steeds meer symbool te staan voor natuur die de kansen van ondernemers in Nederland vergaand inperkt. Er is bijvoorbeeld onduidelijkheid over de toekomst van bedrijven. Vergunningen worden niet verleend. Ook is er onduidelijkheid over de juridische houdbaarheid van beheerplannen, waar alle partijen nu zo hard aan werken. Natuur en ondernemerschap komen hierdoor onnodig tegenover elkaar te staan, met als gevolg dat het wantrouwen tussen partijen toeneemt en draagvlak voor het natuurbeleid vermindert.

 

Een valse tegenstelling

Hier komt de ChristenUnie-visie goed van pas: zoeken naar manieren boer en milieu beide tot hun recht komen. Dat kan met deze uitgangspunten: (1) natuur en landbouw kunnen elkaar versterken; (2) voor betrokkenen is duidelijkheid een vereiste; (3) natuur is niet gratis.

Een Natura2000-gebied kan inderdaad beperkingen met zich meebrengen. Dat is niet meer dan logisch. Natuur is een zachte waarde, die vaak onderaan het afwegingenlijstje bungelt. Ruimte voor stad, recreatie, landbouw, wegenbouw of bedrijventerreinen gaat vaak voor. Het is dus belangrijk om natuur regelmatig expliciet naar voren te schuiven en doelstellingen te formuleren. Maar dat betekent niet dat waar natuur voorrang krijgt, de landbouw ineens het nakijken heeft. Landbouw en natuur zijn niet per definitie elkaars concurrenten, maar hebben een gezamenlijk belang. Weidegrond is een ideale plek voor vogels om te fourageren, en draagt er zo aan bij dat we kunnen genieten van de vele mooie vogels die Nederland overkomen. Natuur naast landbouwgrond draagt bij aan aantrekkelijkheid van het gebied en biedt nieuwe kansen voor verbreding van bedrijven met recreatie, zorgtaken of boerderijwinkel. Voor het onderhoud van het natuurgebied is de inzet van boeren van groot belang. De kosten zouden enorm zijn als het onderhoud op een andere manier geregeld moest worden. Het is dus niet nodig om te kiezen voor landbouw of voor natuur, het gaat erom dat we kiezen om beide zo goed mogelijk te laten samengaan.

 

Belemmering

Grote belemmering is echter dat boeren in de omgeving van Natura2000-gebieden in onzekerheid verkeren over de toekomst van hun bedrijf. Bestuurders zijn er huiverig voor om duidelijkheid te geven over de mogelijkheden van bedrijven, bang voor beloftes die niet waargemaakt kunnen worden. Dat kan natuurlijk niet. Bestuurders moeten werk maken van ecologische kennisopbouw van hun gebied. Met de ecologische kennis in de hand staan bestuurders en bedrijven sterk in het traject van vergunningverlening.

De beheerplannen spelen hier een belangrijke rol. Die bepalen wat de ruimte is rondom het gebied, en hoe de bestaande bedrijven in dit plaatje passen. Dan is het overigens wel van belang dat al diegenen die met zoveel energie werken aan de totstandkoming van deze beheerplannen zekerheid hebben over de afspraken die ze daarin maken. Omdat we het belang zien van de beheerplannen hebben we keer op keer gevraagd om juridische houdbaarheid van deze plannen, zodat inspanningen niet voor niets zijn. Na lang aandringen lijkt minister Verburg dit nu op te pakken.

 

Soorten boeren

We vinden het ook van belang dat er voor ieder type boer ruimte is. Sommige boeren gaan graag in hetzelfde gebied op een iets andere manier door, andere boeren gaan het liefst door op oude wijze en willen graag groeien in omvang. Beide typen boer moeten we kansen bieden. Dat kan op verschillende manieren. Voor de boer die binnen de nieuwe beperkingen op een andere manier kan boeren, en andere taken op zich neemt moet er ruime financiële compensatie zijn. Zijn aanwezigheid bij dat natuurgebied heeft immers waarde.
Voor de ‘gewone’ boer kan toepassing van nieuwe technieken een oplossing zijn, omdat negatieve effecten van zijn bedrijf voor de natuur verminderd kunnen worden. Wanneer dit geen optie is, en verplaatsing de enige mogelijkheid is, dan moet de overheid dat proactief oppakken met een compensatie die het mogelijk maakt om elders een nieuwe start te maken.

 

Dierenwelzijn en veehouders

Ook dierenwelzijn is een onderwerp dat vraagt om een ChristenUnie-insteek. Dierenwelzijn lijkt op het eerste gezicht geen ingewikkeld onderwerp: wanneer het welzijn te verbeteren is, moeten we dat zeker niet laten. Toch is ook op dit onderwerp vaak de scheidslijn tussen links en rechts, tussen boeren of dierenliefhebbers te zien. Een belangrijk argument in deze discussie is de mogelijke verslechtering van de concurrentiepositie van de Nederlandse veehouder door hogere kosten of verplaatsing naar het buitenland, waar de omstandigheden vaak minder goed zijn.

Verbetering van dierenwelzijn brengt inderdaad kosten met zich mee omdat men stallen moet aanpassen. Toch hoeven verbetering van het dierenwelzijn en kansen voor de veehouder niet lijnrecht tegenover elkaar te staan.

 

Batterijhuisvesting

In ons verkiezingsprogramma spreken we ons uit voor afschaffing van de batterijhuisvesting, inclusief de zogenaamde verrijkte kooi, een wat groter alternatief. Toen er een motie werd ingediend die het verbod op kooihuisvesting uitsprak stemden wij voor. Uit onderzoek bleek echter dat uitvoer van deze motie de nekslag zou zijn voor een belangrijk deel van de sector. Er zouden alleen nog maar scharreleieren worden geproduceerd, en daar bleek nog onvoldoende vraag naar te zijn. De prijzen zouden flink dalen, wat verlies van inkomen betekent voor ondernemers die al scharreleieren produceren, en weinig perspectief voor nieuwe omschakelaars.

Afschaffen van de kooihuisvesting bleek dus eigenlijk niet goed mogelijk. Wij hebben ons hier niet bij neergelegd maar probeerden perspectief voor (gezins)bedrijven te combineren met een verbetering van het dierenwelzijn. Die mogelijkheid bleek er te zijn door aan te sluiten op de minimumnormen voor huisvesting in Duitsland, de belangrijkste afzetmarkt voor Nederlandse eieren. Introductie in Nederland van deze Duitse minimumnormen betekent een behoorlijke verbetering van het dierenwelzijn en tegelijk behoud van afzetmogelijkheden. We hebben hiermee niet onze idealen voor het welzijn van de kip bereikt, maar met behoud van kansen voor de sector wel een aanzienlijke verbetering van het welzijn gerealiseerd. Op dat moment het best haalbare.

 

EHS: natuur mag wat kosten

Lang geleden hebben we in Nederland gekozen voor het inrichten van een Ecologische Hoofdstructuur: een aaneengesloten ‘strook’ natuur door Nederland. Deze EHS valt voor een belangrijk deel samen met de Natura2000-gebieden. De inrichting van deze EHS loopt achter op schema en daar maken wij ons zorgen over. We blijven pleiten voor realisatie van de EHS, maar dan wel een robuuste EHS waarvoor we bereid zijn te betalen.

Natuur mag in Nederland nooit veel kosten, ook al levert het ons veel op. Genieten van landschap draagt bij aan ons welzijn en een huis in de buurt van mooie natuur is meer waard. Helaas vertaalt dat zich vaak niet in de prijs die de overheid wil betalen voor grond bestemd voor natuur. Een boer die moet wijken voor groen is vaak veel slechter af dan de boer die moet wijken voor stadsuitbreiding, voor rood.  Terwijl het wel de wens van de stadse mens is om dichter bij de natuur te leven, te kunnen proeven van dat prachtige agrarische cultuurlandschap, daar te recreëren of weer op krachten te komen. Wat ons betreft kan er daarom niet zoveel verschil zitten tussen grondaankopen voor groen en grondaankopen voor rood. Daar ligt een flinke uitdaging voor de overheid: bereid zijn meer te betalen voor grond die wordt aangekocht voor natuur, en te zoeken naar mogelijkheden om burgers die genieten van het groen in hun omgeving mee te laten betalen aan de aankoop en het onderhoud.

 

Rentmeesterschap

Zo blijkt, idealisme en pragmatisme kunnen goed samengaan, juist als je als partij rentmeesterschap hoog in het vaandel hebt. Rentmeesterschap vraagt van ons om recht te doen aan de ondernemer en recht te doen aan natuur en dierenwelzijn. Het één kan niet zonder het ander. Het is daarom onze uitdaging om wegen te zoeken en te bewandelen waarin de belangen van de ondernemer, het dier, ons landschap en de natuur goed tot hun recht komen en we zo kunnen werken aan een duurzame samenleving. 

 

 

Samenvatting:

-         overheidsbeleid kan tegelijk boervriendelijk en natuurvriendelijk zijn.

-         verschillende voorbeelden tonen dat aan.

-         Dit past ook bij rentmeesterschap

 

Ernst Cramer is Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, Rita Klapwijk is medewerker van Tweede Kamerfractie.