Voorbij een christelijke samenleving

Voorbij een christelijke samenleving

 

Door Peter Blokhuis, voorzitter van het Landelijk Bestuur van de ChristenUnie

 

Een lid van de ChristenUnie die leest wat Abraham Kuyper (1837-1920), de stichter van de Anti-revolutionaire Partij, geschreven heeft over staat en politiek, zal er veel in herkennen. Het zou vreemd zijn als het anders was: de ChristenUnie staat in de traditie van de protestants-christelijke politiek in Nederland, de traditie die met Groen van Prinsterer en Kuyper begon. Maar wij leven een eeuw later, in een andere samenleving, en het denken heeft na Kuyper niet stilgestaan.

 

Kuyper gaat uit van een christelijke samenleving, dat wil zeggen van een samenleving waarin de meeste mensen christen zijn. Dat in Nederland een groot aantal mensen moslim zou kunnen zijn en een nog veel groter aantal mensen het bestaan van God zou kunnen ontkennen of er geen rekening mee houden,  kwam niet bij hem op.

In dit artikel ga ik na hoe dicht de ChristenUnie bij de opvattingen van Kuyper staat. Ik bespreek de hoofdlijnen van zijn denken over staat en politiek aan de hand van Het Calvinisme, de tekst van zijn in Amerika gehouden Stone-lezingen. Hij hield deze lezingen 110 jaar geleden.

 

Calvinisme: Gods gezag voorop

Kuyper verstaat onder calvinisme een zelfstandige levensrichting, met eigen beginselen en een eigen vorm van leven en denken. Meer dan in het katholicisme en het lutheranisme is in het calvinisme de idee van het christelijke leven uitgewerkt. Als levensrichting staat het volgens Kuyper tegenover het modernisme en de islam.

Voor het calvinisme is kenmerkend de erkenning van het gezag en de almacht van God. Alles is Gods schepping. Ondanks de zonde van de mens houdt Hij de wereld in stand en zorgt Hij ervoor dat het leven leefbaar blijft. De mens staat tot God in een directe relatie, zonder tussenkomst van wie of wat dan ook. Daarom zijn mensen in hun relaties fundamenteel gelijk, wat bij Kuyper leidt tot de gedachte dat vrijheid en democratie direct uit het calvinisme voortvloeien.

Men kan de vraag stellen of de levensbeschouwing van de meeste leden van de ChristenUnie overeenkomt met Kuyper’s calvinisme. Komend vanuit zeer verschillende kerken en groepen  lijken ze elkaar in de eerste plaats te herkennen in het beroep op de Bijbel en de erkenning van de afhankelijkheid van God.   

 

Staat vs. vrijheid

Kuyper gaat er vanuit dat staat en overheid vreemde elementen zijn: ze horen niet bij de goede schepping. Als er geen zonde was, zou er geen staat zijn. Dan zouden mensen zich ontplooien overeenkomstig hun aanleg en zou de hele mensheid een organisch geheel vormen zonder verdeeldheid. De staat is een uiterlijk dwangmiddel om voor orde en recht te zorgen. Het is een vreemd element omdat mensen alleen God zouden moeten gehoorzamen. Niemand heeft dan ook het recht om over een ander te heersen, tenzij God hem die taak geeft. De staat is een mechanisch middel waardoor God het leven in de organisch samenhangende samenleving beschermt. Het gezag van de overheid kan dan ook alleen erkend worden als we het zien als door God gegeven: de overheid is dienares van God, zij regeert bij de gratie Gods.

Voorop staat bij Kuyper niet dat de staat God moet erkennen, maar dat er zonder God geen reden is om ons te voegen naar de wetten van de staat. We gehoorzamen omdat God het zegt. Daarom is hij een fel criticus van de Franse revolutie en de gedachte dat het gezag van het volk komt: volkssoevereiniteit betekent dat men het gezag van God niet erkent en dat inruilt voor de wil en de macht van mensen. Dat leidt tot staatsalmacht die de vrijheid van mensen beknot. Alles wordt dan bepaald door de macht van mensen die regeren. Dat gevaar kan alleen bezworen worden als er een hogere macht en hoger recht is.

Kuyper heeft de menselijke vrijheid hoog. Die vrijheid kan zich alleen onderwerpen aan het gezag van God. Tegen dat van mensen komen we in opstand tenzij het overheidsgezag van God komt en dat gezag in naam van Gods eeuwige recht bekritiseerd kan worden.

Ook in de ChristenUnie wordt de overheid als dienares van God gezien. De overheid heeft een eigen verantwoordelijkheid die niet te herleiden is tot de wil van mensen. Kuyper denkt echter tegelijk positief en negatief over de staat: ze moet er zijn, maar als vreemd element in de samenleving bedreigt ze de vrijheid. De ChristenUnie lijkt positiever over de staat te denken. Over een tegenstelling tussen de mechanische, uiterlijk ordenende staat en de organische samenleving wordt niet gesproken.

 

Soevereiniteit in eigen kring     

Naast de soevereiniteit in de staat is er soevereiniteit in de samenleving. De samenleving bestaat uit organische delen die relatief zelfstandig zijn en een eigen gezag of soevereiniteit kennen. Voorbeelden zijn gezinsleven, handel, wetenschap, kunst en ambacht. Het leven in die kringen verloopt organisch, dat wil zeggen naar hun aard. Kuyper gebruikt ook hier het woord ‘soevereiniteit’ om aan te geven dat er geen ander gezag boven staat dan dat van God. De staat ordent op mechanische wijze de verhoudingen tussen de verschillende delen of kringen maar treedt niet in het gezag van de kringen. Ze kan dat ook niet. Kuyper gebruikt het beeld van het lichaam: de staatsoverheid is geen organisch hoofd van de samenleving, maar een mechanisch hoofd, van buiten op de volksromp gezet als een hulpmiddel.

Binnen de ChristenUnie wordt de uitdrukking ‘soevereiniteit in eigen kring’ niet veel gebruikt. Liever spreken we van ‘onderscheiden verantwoordelijkheden’. Soevereiniteit ten opzichte van elkaar biedt weinig ruimte voor de onderlinge verwevenheid. De eigen verantwoordelijkheid van gezinnen, scholen en bedrijven is voor de ChristenUnie een belangrijk uitgangspunt, maar de verwevenheid met de staat is veel sterker dan bij Kuyper. De discussie over de relatie tussen overheid en gezin is daarvan een voorbeeld.

 

Kerk en staat

Kuyper gebruikt graag de uitdrukking ‘een vrije kerk in een vrije staat’. Geconfronteerd met de bekende opvatting dat de overheid ‘moet weren en uitroeien alle afgoderij en valse godsdienst’ zegt hij dat dit niet typisch calvinistisch is maar een overblijfsel uit de tijd van Constantijn de Grote. Het calvinisme wijst af dat er maar één zichtbare kerk mag zijn. Het is dus niet aan de overheid om te bepalen wat de ware kerk is. Over moslims en humanisten spreekt hij in dat verband echter niet.    

Volgens Kuyper heeft de overheid een taak op geestelijk terrein. Als dienares van God moet ze God als Opperheer erkennen, Godslastering tegengaan, de zondagsrust handhaven en kerken beschermen. Het tegengaan van Godslastering baseert Kuyper op het Godsbesef dat ieder van nature heeft. Hij zegt niet dat de overheid voor God moet opkomen of voor de gekwetste burger, Godslastering is een aantasting van de basis waarop staat en overheid rusten. 

 

Christelijke samenleving

In Kuypers opvatting lijkt de christelijke samenleving voorondersteld te zijn. In dat kader kan hij pleiten voor vrijheid in een samenleving die organisch wordt opgevat. De ChristenUnie werkt in een geheel andere situatie waarin nauwelijks gesproken kan worden van een gedeelde visie op leven en samenleven. Een verwijzing naar God wordt verstaan als uitdrukking van de mening van sommigen die voor anderen geen consequenties mag hebben. Groepen met uiteenlopende meningen zoeken naar oplossingen voor politieke problemen waar mee te leven valt, zonder dat ieder het er geheel mee eens is. In die zin is ook nu de staat iets uiterlijks: er moeten  besluiten genomen worden, maar aansluiting bij de eigen overtuiging is er vaak niet of het zou het geloof in de democratie moeten zijn.

De ChristenUnie streeft in de praktijk naar kleine stapjes in de goede richting en het behoud van de vrijheid van gezinnen, kerken, scholen en andere samenlevingsverbanden. Christenen hebben een politieke verantwoordelijkheid en die kunnen zij niet anders inhoud geven dan door te zoeken naar Gods wil in de hoop dat Gods Geest ook bij anderen werkt. De wil van God is richtinggevend voor het politieke optreden.

Tegelijk herkennen veel leden van de partij zich in wat Kuyper als de taken van de overheid op geestelijk terrein ziet. Het is de vraag of men daarin niet uitgaat van een christelijke samenleving en een christelijke overheid die in deze tijd niet meer bestaan.

 

 

SAMENVATTING

-         Kuyper gaat nog uit van een christelijke samenleving.

-         Volgens hem is de overheid nodig, maar is ze een vreemd element en bedreigt ze de vrijheid.

-         De ChristenUnie gaat meer dan Kuyper uit van de onderlinge verwevenheid van overheid en samenleving.