Geweld is een probleem

Geweld is een probleem

 

Door Ludo Hekman

 

Het christendom kent een voortdurende onderstroom van mensen die vraagtekens zetten bij de inzet van geweld. Vaak is hen lafheid verweten. Toch zijn er goede redenen om kritisch stil te staan bij de principiële vraag: hoe gaan wij om met onze vijanden? Zeker in de gereformeerde traditie waar Romeinen 13 erg gemakkelijk wordt ingezet als rechtvaardiging van geweld door de overheid.

 

In de tijd van Jezus begroette je een vriend met het toekeren van je wang - zodat hij je kon kussen. Een ander je wang toekeren betekent dus: hem als een vriend benaderen. De tekst over 'de andere wang toekeren' is dan ook geen oproep tot het passief ondergaan van geweld. Maar wèl tot het benaderen van je vijand als je vriend. Wat betekent dat in een tijd waarin de polarisatie toeneemt? In een tijd waarin er weer een vijand lijkt op te staan in de vorm van de fundamentalistische Islam en waarin Nederland in oorlog is met de Taliban?

 

Hoe het kwaad bestrijden?

Als je een christen-politicus vraagt waarom oorlog voeren niet principieel moet worden afgewezen, dan is het antwoord meestal: een overheid heeft de taak het kwaad te bestrijden. De vraag die dat direct oproept is: hoe doe je dat? Met welke middelen bestrijd je het kwaad?

Op die vraag lopen de antwoorden uiteen. Sommigen stellen dat de overheid het zwaard niet voor niets draagt en gezag heeft gekregen geweld toe te passen. De redenering loopt dan als volgt: Oordeel en straf zijn niet wezenlijk vreemd aan God. Bovendien schakelt God mensen in bij het uitvoeren van zijn plannen. De conclusie is dat God mensen macht en verantwoordelijkheid geeft om geweld in te zetten in de strijd tegen het kwaad. Romeinen 13 (de overheid draagt het zwaard niet tevergeefs) bevestigt dat.

 

Voorbij vluchten of vechten

Maar er is ook een andere lijn van denken, een lijn die zich de hele kerkgeschiedenis door heeft gemanifesteerd, zij het meestal in de marge. Die lijn onderschrijft de eerste claim, namelijk dat het kwaad bestreden moet worden. Zij onderschrijft ook de tweede claim. Dat God oordeelt over goed en kwaad en daarbij geweld uiteindelijk niet zal schuwen (Openbaringen). Maar ze onderschrijft niet de verbinding tussen die twee claims. Daarvoor doet zij niet alleen een beroep op passages uit de Bergrede of Romeinen 12, maar evenzeer op de kern van het evangelie: Jezus Christus overwon het kwaad, zonder de methoden van het kwaad te kopiëren. De optie ‘vluchten of vechten’ wordt door Jezus aangevuld met een derde mogelijkheid waarvan hijzelf het motto meermalen formuleert èn tot de uiterste consequentie voorleeft.

 

Hieronder werk ik dat verder uit in drie argumenten.

 

Vrede is primair

Een belangrijke serie argumenten waarmee geweld wordt geproblematiseerd richt zich op de logica van geweld. Die is namelijk heel overtuigend. We leren al heel jong dat geweld redding kan bieden. Het is de bottomline van veel Hollywoodproducties, games (niet alleen de heftige, ook Super Mario bijvoorbeeld) en discussies over militair ingrijpen. We staan als het ware vanzelf voorgesorteerd voor een gewelddadige oplossing.

Walter Wink, theoloog en auteur van The powers that be, noemt dat de 'myth of redemptive violence'. Die mythe is ook werkelijk een mythe. In veel mythen is de 'schepping' namelijk een daad van geweld. Volgens de Babylonische scheppingsmythe wordt de kosmos gemaakt van de vermoorde moeder-god Tiamat. Ook de Grieken, Romeinen, Germanen, Chinezen en Indiërs kennen mythen waarin de schepping het resultaat is van een gewelddadige overwinning, vaak op een vrouwelijke god. Onze orde wordt met geweld gewonnen op de chaos. Vrede door oorlog. Veiligheid door macht. De mythe resoneert in Hollywood, in de verwachting van de Zeloten, in computergames en in de buitenland politiek van vrijwel ieder land.

Genesis schetst een totaal ander beeld van een goede God die een goede schepping creëert. Met mensen naar zijn eigen beeld. Waar het goede duidelijk vooraf gaat aan het kwade. Waar schepping een daad van liefde is in plaats van een daad van geweld.

 

Geweld afzweren

Volgens denkers als Wink (maar ook inspirerende theologen als Hauerwas en Volf) betekent deze ontologische prioriteit van het goede, dat we niet onze kaarten alsnog op het kwade moeten zetten. Stilzwijgend de mythe van Messiaans geweld onderschrijven verloochent het koninkrijk waar christenen lid van zeggen te zijn.

Een variant op dit argument keert zich tegen de gedachte dat geweld op zich effectief is. Die gedachte gaat namelijk voorbij aan een interne dynamiek van geweld. Dit is helder uiteengezet door de Franse theoloog en socioloog Jacques Ellul. Geweld heeft een interne dynamiek die ervoor zorgt dat geweld vaak nieuw geweld oproept. Dat geweld heel moeilijk met geweld te bestrijden is, zonder het spiegelbeeld van je vijand te worden. Dat geweld een bezielende kracht heeft.

 

Jezus' voorbeeld

Dat geweld zijn eigen logica en dynamiek heeft, dat het kan bezielen, maakt op zijn minst voorzichtig. En het werpt licht op een ander facet in Jezus' strijd. Hij stierf niet alleen voor onze zonden. Hij rekent ook af met de 'heersers en machthebbers van de duisternis' (Ef. 6:12). Wanneer hij wordt gekruisigd maakt hij hen openlijk te schande (Col. 2:15). Zijn strijd is van een andere orde, en is juist daarom in staat de cyclus van geweld en vergelding te doorbreken.

Jezus kwam niet alleen om individuen te redden: de aarde en al haar machten moesten verlost worden. Hij leverde dus ook strijd tegen de machten en structuren van deze wereld. En uiteindelijk stierf hij een politieke dood. Theologen die geweld problematiseren wijzen op dat facet in de strijd van Jezus. In de gereformeerde traditie ontbreekt die spanning. En dat is armoede, want het laat daardoor een belangrijk aspect van de geestelijke strijd onderbelicht.

 

'Last resort' ontmoedigt alternatieven

Meestal wordt geweld wel als een probleem beschouwd, en daarom gerechtvaardigd als 'laatste optie'. Dat is zelfs een onbetwiste voorwaarde van het ius ad bellum. Maar wanneer noem je iets een laatste optie? Is dat niet net als de andere voorwaarden voor een rechtvaardige oorlog (just cause, peaceful intention, etc), een bijzonder veeleisende voorwaarde? Daar komt bij dat oorlog 'messy' is. Daders en slachtoffers zijn lang niet altijd van elkaar te onderscheiden. Recent voorbeeld daarvan is de oorlog op de Balkan. Los daarvan is de waarheid überhaupt moeilijk te peilen in tijden van oorlog. Niet voor niets gaat er aan iedere oorlog een media-oorlog vooraf. De aanval op Irak – die we als ChristenUnie steunden – is daarvan een duidelijk en pijnlijk voorbeeld.

Later sprak een van onze NAVO-partners zelfs van zogenaamde 'anticipatory retaliation'. Een belachelijke combinatie van woorden. Niet ingegeven door just-war denken, maar door angst en een groot vertrouwen in de effectiviteit van geweld.

 

Maar, wat als…

Maar is het niet volstrekt onverantwoord om evident onrecht te laten gebeuren als je het kan voorkomen? Een kamerlid van de VVD verdedigde op deze manier de inzet van clusterbommen: In sommige gevallen zijn clusterbommen het enige middel om groter onrecht te voorkomen. Is het dan niet volstrekt onverantwoord om een contract te tekenen waarin Nederland belooft af te zien van het gebruik van clusterbommen? Het is een variant op het argument ‘het doel heiligt de middelen’. Van Middelkoop geeft duidelijk aan dat het Nederlandse leger zich ook in een oorlog gebonden weet door bepaalde normen, het ius in bello. Daarin schuilt een erkenning dat niet alle middelen gerechtvaardigd zijn – hoe groot het onrecht ook is.

Deze vraag, dat is het tweede, problematiseert de schijnbare spanning tussen gehoorzaamheid en verantwoordelijkheid. Sommige theologen wijzen erop dat wij geen nieuwe aarde hoeven te bouwen. Sterker nog, als we dat doen op basis van de regels van de oude aarde komen we van een koude kermis thuis. Het is daarom zaak te leven volgens de principes van Gods koninkrijk en het totaalplaatje aan God over te laten. Gehoorzaamheid kan dan in strijd zijn met de common sense idee van verantwoordelijkheid, maar voor wie rekent met de overwinning van Christus is het dat slechts een schijnbare strijdigheid.

En toch. Iemand beschermen of voor kleding en eten zorgen is geen bijzaak, of een louter materiële aangelegenheid. Ook niet als je onderschrijft dat een mens niet van brood alleen kan leven. Wat dan te doen? Is het voldoende te zeggen dat Gods rechtvaardigheid zal zegevieren – maar dan later? Terwijl mensenlevens kapot gaan en de kroon op Gods schepping niet tot zijn recht kan komen? Wat het antwoord ook is, hier schuurt iets. 

 

Conclusie

Blind geweld afwijzen als een hard ethisch principe is volgens mij niet wat van een christen wordt gevraagd. Maar de weigering geweld te gebruiken als houding in de strijd tegen het kwaad zou wel eens vruchtbaarder kunnen zijn, dan met een beroep op Romeinen 13 de spanning die dit thema in zich draagt teniet te doen. Karl Barth noemde zichzelf 'bijna een pacifist'. Bonnhoefer steunde een aanslag op Hitler, in het nadrukkelijke besef dat hij daarmee zondigde. Wink wijst erop dat we op zijn minst als kerk helder moeten zijn in onze afwijzing van geweld. In al die gevallen blijft een spanning voelbaar die recht doet aan een werkelijkheid die en gebonden en bevrijd is. Een uiterst gereformeerd schema.

 

 

KADER:

Ludo Hekman is journalist en heeft momenteel met collega-journalist Karel Smouter een boek in voorbereiding over alternatieven voor militarisme en pacifisme. Reacties zijn welkom: ludohekman@gmail.com

 

 

Samenvatting

-       We moeten niet te snel geweld (door de overheid) rechtvaardigen.

-       Denkers als Wink en Ellul werken dit uit.

-       Jezus leverde strijd tegen de machten en structuren van deze wereld.

-       De weigering geweld te gebruiken als houding in de strijd tegen het kwaad zou wel eens vruchtbaarder kunnen zijn dan het alternatief.