De staat als verbinder

De staat als verbinder

Het ‘protestantse’ denken van Dooyeweerd

 

Door Roel Kuiper

 

Nederland kent al vanaf de negentiende eeuw protestants-christelijke politieke partijen. Met Scandinavië vormt Nederland de bakermat van dit type politieke partijen. Wie het boek Protestant Political Parties van Paul Freston leest, raakt onder de indruk van de hoeveelheid protestantse groeperingen die overal ter wereld deelnemen aan de politiek. De rijke traditie van Nederland op dit punt is voor vele van hen een voorbeeld. In dit artikel bespreek ik de relevantie van het politieke denken van Herman Dooyeweerd.

 

Wie was Dooyeweerd?

Als we ons afvragen wie deze traditie hebben gevormd vallen ons de namen in van G. Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper. In mijn bijdrage wil ik stilstaan bij de bijdrage van Herman Dooyeweerd (1894-1977). Dooyeweerd was filosoof met een sterke betrokkenheid op de vraagstukken van politiek en samenleving. Hij begon zijn loopbaan als directeur van de Kuyper Stichting, het wetenschappelijk instituut van de ARP. Toen hij vanaf 1926 hoogleraar aan de Vrije Universiteit werd, bleef hij volop betrokken bij maatschappelijke discussies, bijvoorbeeld over het gevangeniswezen en de reclassering in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog liet hij zijn mening horen in de discussies over de wederopbouw van Nederland. Uit deze tijd stamt zijn boek Vernieuwing en Bezinning dat een bundeling is van artikelen die hij voor een weekblad schreef. In de jaren die volgden zou hij zich mengen in discussies binnen het CNV over sociaal-economische kwesties en met name over de relaties tussen werkgevers en werknemers.

 

Staat blijft hard nodig

Dooyeweerd was een groot denker. Men heeft wel gezegd dat hij Nederlands meest oorspronkelijke filosoof is geweest, Spinoza zelfs niet uitgezonderd. Hij had een bijzondere belangstelling voor de rol van de staat, waaraan hij diverse beschouwingen wijdde. Een van zijn eerste boeken ging over wat hij zag als de ‘crisis van de humanistische staatsleer’ (1931). Deze staatsleer kon zich geen rekenschap geven van wat de staat eigenlijk is (‘een staatsleer zonder staat’). De machteloosheid van deze liberaal-humanistische staatsleer tegenover de anti-democratische bewegingen, zoals die van het nationaal-socialisme, voorzag hij hierin al. Verder denkend in het spoor van Abraham Kuyper ontwikkelde Dooyeweerd een meer verfijnde staatsvisie. Die staatsvisie helpt ons verder in een bezinning op de rol van de staat in een globaliserende wereld, waarin een nieuwe behoefte ontstaat aan samenbinding en integratie.

Het is opvallend dat in de huidige wereldcrises (de kredietcrisis, de ecologische crisis, de schaarstecrisis) er opnieuw een positieve rol is weggelegd voor de staat. De staat is weer terug. Aan het eind van de twintigste eeuw werd nog beweerd dat de staat zou ‘verdampen’, zeker en vooral ook de nationale staat. De globaliserende wereldeconomie zou als vanzelf leiden tot een andere politieke wereldordening. De markt zou daarin de regels dicteren, niet de staat. Inmiddels weten we beter: de staat is en blijft nodig. Hij blijft nodig om gemeenschappen te beschermen tegen de storm van wereldontwikkelingen en om een samenleving te ordenen op basis van rechtsregels. Dooyeweerds staatsvisie helpt om zicht te krijgen op wat hierin nodig is. Binnen het ‘protestantse denken’ is de staat nooit opgegeven. Ook Dooyeweerd geeft de staat niet op.   

 

‘Protestants’ politiek denken

Laat ik nu eerst kort schetsen wat mijns inziens de kern is van het ‘protestantse denken’ in de politiek. Dit politieke denken onderscheidt zich door een onverbloemde erkenning van de soevereiniteit van God, ook over het politieke en maatschappelijke leven. Het is God die de wereld regeert met inschakeling van overheden, ambten en bedieningen. Overheden worden geroepen Hem te erkennen en recht en gerechtigheid te bedienen aan samenlevingen. Zij dienen dat te doen in overeenstemming met Gods wil (Psalm 2, Psalm 72, Psalm 82, Handelingen 24:25, Romeinen 13, Titus 3:1, 1 Petrus 2). Tussen de gerechtigheid van God en de gerechtigheid die overheden hebben te bewerken bestaat een direct verband. Daarom, voor dat doel, ontvangen gezagsdragers hun roeping van God en dragen zij verantwoordelijkheid voor het aangezicht van God. Allen die gezag dragen moeten dat doen in dienstbaarheid aan Gods bedoelingen. Deze gedachte is er bij de reformatoren en wordt in de negentiende eeuw opnieuw opgepakt door Groen van Prinsterer. Bij Kuyper is dit de grondslag voor wat hij ‘soevereiniteit in eigen kring’ noemt. Overheid en onderdaan, ouder en kind, werkgever en werknemer – zij leven in verhoudingen die God bedoeld heeft en brengen Hem de eer door de hun opgedragen specifieke verantwoordelijkheden te vervullen. Dat doen zij zonder tussenkomst van anderen. De staat neemt geen verantwoordelijkheden over van een gezin, de kerk heeft geen zeggenschap binnen de schoolgemeenschap.

 

Relevantie van Dooyeweerd

Nu dan terug naar Dooyeweerd. Drie centrale elementen uit zijn staatsvisie wil ik naar voren halen en in verband brengen met onze huidige discussies over de rol van de staat.

 

1. overheid en samenleving hebben elkaar nodig

Een eerste element betreft Dooyeweerds verwerking van het ‘leerstuk’ van de ‘soevereiniteit in eigen kring’. Bij Kuyper vinden we bij de uitwerking hiervan een tegenoverstelling van staat en samenleving (zie ook het artikel van Peter Blokhuis). Voor Kuyper was de staat in menig opzicht een bedreiging voor de verbanden in de samenleving. Hij noemde de staat ‘mechanisch’ tegenover de verbanden als gezin en bedrijf die hij ‘organisch’ noemde. In zijn verantwoording van de staat toont zich de vrees – die er ook bij Groen was – voor een ‘alvermogende’ staat. In de context van de negentiende eeuw was men bang dat liberalen de staat zouden gebruiken om de samenleving in een bepaald gareel te krijgen. De ‘revolutionaire staat’ zou een centralistische en dirigistische zijn en de vrijheden in de samenleving teniet doen. In de vertolking die Kuyper gaf van ‘soevereiniteit in eigen kring’ lag daarom sterke nadruk op de grenzen tussen de verbanden en de wens om de staat binnen zijn eigen perken te houden. Kuypers staatsvisie was in menig opzicht een negatieve. Theologisch duidde Kuyper dit door te verklaren dat de staat van na de zondeval was, een noodzakelijk geworden ‘inzetsel’ vanwege de zondige natuur van de mens. 

 

Publieke gerechtigheid

Bij Dooyeweerd vinden we een verfijning en nuancering van het ‘leerstuk’ van de ‘soevereiniteit in eigen kring’. Wat opvalt is dat Dooyeweerd uit de buurt blijft van een theologische duiding van de staat. Men kan erover twisten of de staat er al niet was vanaf den beginne, deel uitmakend dus van de scheppingsorde - een opvatting die door andere theologen wordt aangehangen (waaronder K. Schilder) -, maar heel vruchtbaar is dit niet. Dooyeweerd sluit aan bij de eigen aard en functie van de staat. De staat is er voor de publieke gerechtigheid. Hoewel ook Dooyeweerd nadruk legt op de grenzen tussen de verbanden van staat en samenleving stelt hij ze niet tegenover elkaar, zoals Kuyper deed. De verbanden van de samenleving hebben hun eigen taak en zo ook de staat. Is de taak van een gezin het in liefde grootbrengen van kinderen binnen een huishouden, zo is het de taak van de overheid als hoofd van de publieke samenleving publieke gerechtigheid te bedienen en te handhaven. Beide hebben elkaar nodig. Dooyeweerd heeft geen moeite met een regisserende rol van de staat, als hij dit maar blijft doen vanuit een gerichtheid op de publieke gerechtigheid. Zo is het opleggen van milieu-maatregelen aan een bedrijf, bijvoorbeeld, geen negatieve staatsbemoeienis, maar de behartiging van een publiek belang in het licht van gerechtigheidsbeginselen.

 

Integratie

Een staat heeft volgens Dooyeweerd een integrerende functie. Hij integreert een samenleving op basis van beginselen van publieke gerechtigheid. Daartoe behoort uiteraard ook de erkenning van de eigen aard van de andere verbanden. De staat zal nooit die eigen aard mogen schenden, bijvoorbeeld door op de stoel van ouders, werkgevers of werknemers te gaan zitten. Bij het behartigen van de publieke gerechtigheid hoort het respecteren van de eigen verantwoordelijkheden en de gemeenschapsvormen die bij de samenleving horen. Ik noemde al even dat Dooyeweerd zich mengde in sociaal-economische discussies binnen het CNV.

 

Verzorgingsstaat

Toen de naoorlogse verzorgingsstaat werd opgebouwd heeft Dooyeweerd zich bijzonder geërgerd aan de vermenging van de functies van de staat en het bedrijfsleven. Vooral de vorming van Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties kon geen genade vinden in zijn ogen. Dat werkgevers en werknemers van bepaalde bedrijfstakken in gezamenlijke verantwoordelijkheid overheidstaken kregen, vond hij onjuist. In bepaalde bedrijfstakken (zoals de industrie) is deze gedachte dan ook mislukt. In andere, vooral de landbouw- en visserijsector, hebben we de ‘-schappen’ gekregen, waar werkgevers en werknemers gezamenlijk hun belangen behartigen. Momenteel wordt echter een discussie gevoerd over het gesloten karakter ervan en de noodzaak van publieke verantwoording. Volgens Dooyeweerd kan men overheidsverantwoordelijkheden en belangen van een sector niet op deze manier vermengen. Ook waar er de noodzaak is van integratie van belangen moeten bepaalde publieke beginselen geëerbiedigd worden. Het is de taak van de staat maatschappelijke harmonie te bevorderen door een juiste ‘symbiose’ van alle verbanden, personen, belangen en waarden. 

 

2. Vorming nationale gemeenschap

Ik wil een tweede element noemen. Onder leiding van de staat vindt volgens Dooyeweerd de vorming van een nationale gemeenschap plaats. Dit is in feite een heel eenvoudige waarheid: de staat definieert wie zijn onderdanen zijn en wie niet. Ben je staatsburger dan geniet je alle rechten en de rechtsbescherming van de staat. Zo vormt zich uit deze rechtsbescherming op den duur een nationale gemeenschap die in relatie tot deze staat een gemeenschappelijke geschiedenis en een gemeenschappelijke identiteit aanneemt. Interessant is dat Dooyeweerd dit nationale op geen enkele manier in verband brengt met etniciteit en zelfs niet met verschil in taal of afkomst. Nationale identiteit ontstaat in de wisselwerking tussen een gemeenschap van onderdanen onder leiding van een staat. Zo kunnen de Verenigde Staten beweren dat zij een ‘great nation’ zijn, hoewel ze ook een smeltkroes vormen van verschillende culturen, godsdiensten en zelfs talen.

De actualiteit van Dooyeweerds visie op de rol van de staat in het vormen van een nationale politieke gemeenschap kan ons nauwelijks ontgaan. Ze is niet alleen relevant voor het integratievraagstuk in Nederland, mar ook voor de rol van een nationale overheid in relatie tot bijvoorbeeld een Europese overheid. Dat Europese bevolkingen zich primair blijven richten op hun nationale politieke gemeenschap, heeft alles te maken met de functie en betekenis van de nationale staat. Alleen een Europese staat kan een Europese politieke gemeenschap doen ontstaan. Maar een Europese staat is duidelijk een brug te ver. Europese burgers zoeken in de crises van dit moment juist de bescherming van hun nationale overheid. Dooyeweerds staatsvisie helpt om de cruciale betekenis van staten te blijven zien voor burgers en politieke gemeenschappen.

 

3. Visie op recht en gerechtigheid

Tot slot een derde element. Overheden hebben hun kerntaak op het publieke domein in de bediening en handhaving van het recht. Maar wat recht is staat niet los van diepere opvattingen over wat goed is en wat gerechtigheid moet heten. En dit alles staat voor een christen niet los van de bijbelse openbaring van Gods bedoelingen met deze wereld. Dooyeweerd blijft daarom spreken van christelijke staatkunde en dat lijkt mij ook terecht.

Er zijn voortdurend discussies, ook vandaag, over de inzet en de reikwijdte van christelijke politiek. Daarbij let men nogal eens op de consequenties van het innemen van een christelijk standpunt. Het zou ervoor kunnen zorgen dat anderen in de samenleving zich onvrij gaan voelen. Ook vindt menigeen dat christenen eens moeten gaan beseffen dat ze een marginale positie innemen in de huidige samenleving en hun pretenties moeten matigen.

Ik denk dat christelijke politiek en een christelijke staatkunde het niet kunnen stellen zonder een duidelijke visie op wat recht en gerechtigheid voor heel de samenleving inhoudt. Zou de boodschap anders moeten zijn wanneer christenen een minderheid zijn geworden? Nam de gevangene Paulus tegenover Felix een blad voor de mond (Handelingen 24)? Hoe dan ook, dat een overheid zich heeft te richten op de gerechtigheid die God ons in de Bijbel voorhoudt, is de blijvende kern van het ‘protestantse denken’ in de politiek. Van dat denken was Dooyeweerd een geleerd vertolker.    

 

Prof.dr. Roel Kuiper is bijzonder hoogleraar Reformatorische Wijsbegeerte aan de Erasmus Universiteit, directeur van het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken aan de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle en lid van de Eerste Kamer voor de ChristenUnie.    

 

 

SAMENVATTING

-         Dooyeweerd is belangrijk voor protestants politiek denken, op minstens drie punten:   

-         Samenleving en overheid vullen elkaar aan.

-         Onder leiding van de staat vormt zich een nationale gemeenschap.

-         De overheid moet zich richten op de gerechtigheid die God ons voorhoudt.