Naar een toekomstbestendige AWBZ

Naar een toekomstbestendige AWBZ

 

Door Josine Wiskerke, beleidsmedewerker van de Tweede Kamerfractie

 

Financiële en maatschappelijke ontwikkelingen maken hervorming van de AWBZ noodzakelijk. Belangrijk is dat langdurige zorg voor de meest kwetsbare groepen mogelijk blijft. Het oorspronkelijke doel van de AWBZ – het hebben van een volksverzekering tegen onverzekerbare risico’s - moeten we handhaven. Extra zaken, zoals verschillende vormen van begeleiding, kunnen we verwijderen. Helaas mist het kabinet een heldere, normatieve  visie op waar het heen moet met de AWBZ.

 

De houdbaarheid van de AWBZ[1] staat al enige tijd in het middelpunt van de politieke belangstelling. Door de vergrijzing dreigt de AWBZ op termijn onbetaalbaar te worden.

In het verleden is er door de ChristenUnie wel kritiek geuit op het betaalbaarheidsargument dat te gemakkelijk als dekmantel zou worden gebruikt voor het doorvoeren van hervormingsmaatregelen in de zorg en de sociale zekerheid. Als het om de AWBZ gaat kan de politiek de ogen echter niet sluiten voor de vergrijzingsproblematiek.

Hervorming van de AWBZ is echter niet alleen vanuit financieel oogpunt noodzakelijk. Ook maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een andere inrichting van de langdurige zorg. De AWBZ moet zo worden georganiseerd dat we beter tegemoet kunnen komen aan de individuele voorkeuren van de zorgvrager.  

 

AWBZ moet blijven bestaan

De politiek moet zich daarom herbezinnen op de inrichting van het stelsel voor langdurige zorg. Voor de ChristenUnie staat buiten kijf dat een verzekering voor langdurige zorg noodzakelijk blijft. Het specifieke karakter van de AWBZ biedt de beste waarborg voor een goede zorgverlening aan de meest kwetsbare groepen, zoals verstandelijk gehandicapten, psychiatrische patiënten en dementerenden. Dit is ook de strekking van het SER-advies over de toekomst van de langdurige zorg dat in april van dit jaar is verschenen. Dit advies bevat een aantal goede aanbevelingen die in grote lijnen door staatssecretaris Bussemaker zijn overgenomen. Het is belangrijk om te kunnen constateren dat er bij politiek en veldpartijen een grote mate van overeenstemming bestaat over de richting die met de AWBZ moet worden ingeslagen.

 

Boodschappenservice onder AWBZ?

Om de AWBZ in de toekomst betaalbaar te houden is het noodzakelijk dat de AWBZ zo veel mogelijk tot de oorspronkelijke doelstelling wordt teruggebracht. In de AWBZ zijn in de loop der tijd steeds meer vormen van zorg en ondersteuning ondergebracht waarvan het de vraag is of ze daar daadwerkelijk thuishoren. Misschien wel het meest aansprekende voorbeeld is de boodschappenservice, waarvoor een tarief van 45 euro per uur wordt gehanteerd. Dit is echter bij uitstek een welzijnstaak, die veel doelmatiger via bijvoorbeeld de gemeenten kan worden uitgevoerd.

 

Glasheldere polis

Het terugbrengen van de AWBZ tot de oorspronkelijke doelstelling vereist in de eerste plaats een betere definitie van de aanspraken. Het moet volstrekt duidelijk zijn wanneer iemand voor welke AWBZ-zorg in aanmerking komt. In dit verband spreekt men over de noodzaak om te komen tot een ‘glasheldere polis’. Op dit moment is het niet eenduidig welke vormen van zorg en ondersteuning precies onder de AWBZ vallen. In combinatie met de toegenomen medische kennis en verbeterde technieken om diagnoses te stellen, heeft dit er in belangrijke mate toe bijgedragen dat de AWBZ in de loop der tijd steeds verder is opgetuigd. Met behulp van een glasheldere polis kan een betere afbakening tussen de AWBZ en aanpalende domeinen worden gerealiseerd. Dit is een belangrijke voorwaarde om afwentelingsgedrag te voorkomen en de beheersbaarheid van de AWBZ te vergroten.

 

Voorstel Bussemaker

Het terugbrengen van de AWBZ tot de oorspronkelijke doelstelling heeft als onvermijdelijke consequentie dat er bepaalde vormen van zorg en ondersteuning uit de AWBZ zullen verdwijnen. Aan deze operatie moeten we op zorgvuldige wijze handen en voeten geven. De overheid mag deze verantwoordelijkheden niet zomaar over de schutting gooien in de hoop dat burgers deze opvangen. Dit geldt in de eerste plaats voor het voorstel van staatssecretaris Bussemaker om ondersteunende en activerende begeleiding per 1 januari 2009 vrijwel geheel uit de AWBZ te halen. Alleen mensen die te kampen hebben met ernstig regieverlies of een ernstige invaliderende aandoening dan wel beperking, kunnen aanspraak blijven maken op ondersteunende en activerende begeleiding vanuit de AWBZ. In het kader van het streven om de AWBZ tot de oorspronkelijke doelstelling terug te brengen valt zeker wat voor deze maatregel te zeggen.

 

Geen onvoorbereide afwenteling

Dit betekent echter dat duidelijk moet zijn waar deze verantwoordelijkheid dan wel komt te liggen. Bussemaker wil de verantwoordelijkheid voor ondersteunende en activerende begeleiding voor een belangrijk deel bij de gemeenten onderbrengen. Dit ligt ook het meest voor de hand. Van onvoorbereide afwenteling mag echter geen sprake zijn. De gemeenten zijn met de invoering van de WMO twee jaar geleden al verantwoordelijk geworden voor de huishoudelijke verzorging, en dit verloopt nog niet overal even soepel. Veel gemeenten worstelen met de vraag zij hoe deze taak binnen de bredere verantwoordelijkheid voor de WMO het beste kunnen oppakken. Staatssecretaris Bussemaker moet daarom met de gemeenten duidelijk afspraken maken over de ondersteunende en activerende begeleiding. Bij beide partijen moet de vaste overtuiging aanwezig zijn, dat de gemeenten in staat zijn om op een goede manier vorm te geven aan een verdere uitbreiding van het takenpakket.

Voorop staat echter dat de WMO niet het aangewezen stelsel is om grote brokken AWBZ-zorg in onder te brengen. De WMO is een welzijnswet en moet daarom gaan over welzijn. Langdurige zorg hoort in een zorgwet.

 

Autisten

Naast het aanbrengen van een onderscheid tussen welzijn en zorg is het ook van belang dat er een heldere afbakening komt tussen de AWBZ en aanpalende domeinen. We moeten bekijken of sommige zaken die nu onder de koepel van de AWBZ worden geschaard niet eigenlijk tot de verantwoordelijkheden van SZW, Jeugd & Gezin en OCW behoren. Hierbij kunnen we bijvoorbeeld denken aan kinderen met een autistische stoornis of gedrags- en leerproblemen. Er moet een antwoord komen op de vraag wat de gevolgen van de inperking van AWBZ-aanspraken op ondersteunende en activerende begeleiding voor deze groep zijn. Op welke vormen van steun en begeleiding kunnen deze kinderen nog rekenen? Er mogen geen onderdelen uit de AWBZ verdwijnen zonder dat er een zachte landing elders wordt gerealiseerd.

 

Kernvraag

Ook moet er meer duidelijkheid komen over de doelgroepen die in de toekomst van de AWBZ gebruik kunnen maken. We moeten voorkomen dat er omwille van de betaalbaarheid willekeurig onderdelen uit de AWBZ verdwijnen. Werken aan een toekomstbestendige AWBZ houdt meer in dan het afschuiven van taken naar gemeenten en andere departementen. Waar moet het op de lange termijn met de AWBZ naar toe? Dat is de kernvraag waarop het kabinet een antwoord moet formuleren en dat in de door staatssecretaris Bussemaker gepresenteerde beleidsvisie tot nu toe ontbreekt.

 

Wonen en zorg

In het kader van de discussie over de toekomst van de AWBZ wordt ook gesproken over het scheiden van wonen en zorg. Dit houdt in dat de wooncomponent niet langer uit de AWBZ wordt gefinancierd. De wooncomponent hoort per definitie niet in de AWBZ thuis. Dit najaar worden de resultaten bekend van een onderzoek naar de effecten van het scheiden van wonen en zorg. Dit onderzoek moet meer duidelijkheid bieden over de betekenis van het scheiden van wonen en zorg voor mogelijke vereenzaming, voor de vereiste personele inzet, de eigen bijdrage en de huursubsidie en ook voor de bestaande toegelaten instellingen.

Het is maar zeer de vraag of alle AWBZ-instellingen in deze financieringssytematiek kunnen worden ondergebracht. In bijvoorbeeld een verpleeghuis of gehandicapteninstelling is de infrastructuur ingericht op zorg met verblijf. Als alle kapitaallasten, de keukens de kantoren, de bezemkasten en de recreatie in de huur moeten worden verwerkt, komen er wellicht onaanvaardbare bedragen uit.

 

Keuzevrijheid

Het scheiden van wonen en zorg heeft ook een belangrijke functie als het gaat om het meer centraal stellen van de zorgvraag van de cliënt. Door het scheiden van wonen en zorg krijgen cliënten meer mogelijkheden om zelf te bepalen in welke omgeving ze zorg willen ontvangen. Ze kunnen er dan bijvoorbeeld voor kiezen om zich thuis te laten verzorgen in plaats van in een instelling. Deze keuzevrijheid kan de kwaliteit van de AWBZ-zorg aanmerkelijk verhogen. Om dit te bereiken is het van belang dat we vaart zetten achter de invoering van cliëntvolgende budgetten. Met deze nieuwe financieringssytematiek kunnen we een einde maken aan het steeds terugkerende probleem dat zorgkantoren niet uitkomen met hun regiobudgetten. De invoering van de cliëntvolgende budgetten zal bovendien tot minder administratieve lasten leiden dan de huidige wijze van inkoop via aanbestedingen en prijsonderhandelingen. Het zal de cliënten in staat stellen zelf meer betrokken te zijn bij de inkoop van hun zorg. Dat zal de positie van de cliënt als zorgvrager daadwerkelijk versterken. De wettelijke verankering van het PGB – nu nog een subsidieregeling – moet ook in dit traject worden meegenomen.

 

Conclusie

Het kabinet ziet zich voor de uitdagende taak gesteld om te werken aan een toekomstbestendige AWBZ, waarin de onderlinge solidariteit is gegarandeerd en die beter tegemoetkomt aan de zorgvraag van de cliënten. Belangrijk is dat hier op een zorgvuldige wijze vorm aan wordt gegeven, waarbij kwetsbare groepen zoveel mogelijk worden ontzien.

 



[1] Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten