De staat in crisis

De staat in crisis

Interview met Frank Ankersmit

 

Door Ludo Hekman en Geert Jan Spijker

 

Hij moet nog twee boeken afronden. En denkt aan een derde boek over de conditie van de Nederlandse staat. Liefst alledrie nog voor het einde van dit jaar. Plannen genoeg bij de spraakmakende opiniemaker en hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis Frank Ankersmit. Hij spreekt met urgentie. Het gaat niet goed met Nederland, we verwaarlozen de staat. En het neoliberalisme is de grote boosdoener.

 

Professor Ankersmit voelt als republikein een verplichting zich voor de publieke zaak in te zetten. Als wetenschapper om zijn denken aan de praktijk te toetsen (“In de politiek is niets zo improductief als een abstract idee.”, zoals Tocqueville al zei) en als liberaal om voortdurend te wijzen op de grenzen tussen publiek en privaat. Er is veel te doen: we moeten een crisis voorkomen. Dat blijkt wel uit de recente door hem geredigeerde bundel De tien plagen van de staat, dat frontaal de aanval opent op de bedrijfsmatige overheid en de verwording van de rechtsstaat tot een managerstaat, waarin men effectiviteit en efficiency belangrijker acht dan rechtzekerheid en rechtvaardigheid. Denkwijzer in gesprek met Frank Ankersmit over de crisis van de Nederlandse staat en een uitweg. .

 

De titel van uw onlangs verschenen boek is een verwijzing naar de bijbel. Bovendien begint u het boek met een bijbels citaat, waarom?

We zijn allemaal opgevoed met die bijbelse beelden. Dat zal christenen zowel als niet christenen aanspreken. En zoals die tien plagen in de bijbel worden beschreven, dat herinnerde mij wel aan al die verschrikkelijke hypes en modes bij de overheid. Vandaar dat ik daar voor gekozen heb. Het zijn ook tien hoofdstukken. Ieder hoofdstuk beschrijft een plaag. Er zijn er wel meer dan tien, maar we hebben het daar maar bij gelaten. Veel meer kunnen mensen waarschijnlijk niet hebben, zonder totaal moedeloos te worden.

 

Tien was in ieder geval genoeg voor de Farao om de Israëlieten te laten vertrekken uit Egypte. Gaat dit boek ook een kritische massa opleveren?

Dat is te hopen, maar ik verwacht het niet . Boeken dragen nooit ergens aan bij. Die illusie moet je niet hebben.

 

Toch voelt u zich gedwongen een bijdrage te leveren aan het publieke debat.

Ik vind het mijn burgerplicht om te zeggen hoe ik over dingen denk. Dat kan soms lastig en moeizaam zijn, maar gelukkig vind ik schrijven leuk. Ik voel me ook sterk verwant met de oude republikeinse traditie die teruggaat naar de oudheid. Een traditie waarin een burger zich behoort te stellen op het standpunt van de staat, van de Res Publica. Dat is hoe de Romeinen dat beleefden: het is aangenaam en behoorlijk om voor het vaderland te sterven. Niet dat ik dat ambieer overigens.

Maar het vereist dat je de wereld niet alleen ziet vanuit het private perspectief, maar ook vanuit het perspectief van de staat. Daarmee verhoud jij je automatisch ook tot andere mensen in het land. Dat is heel wezenlijk. Daarom ben ik zo tegen dat neoliberalisme, dat alles tot het private wil reduceren. Het reduceert mensen tot egoïstische atomen.

 

In het boek klinkt soms een bijna paniekerig besef van crisis door. Waarom?

Onze tijd is een breukvlak. De staat zoals wij die kennen is aan het einde van de Middeleeuwen ontstaan. Sindsdien heeft het een continu proces van uitbreiding gekend. En nu is er voor het eerst een beweging terug begonnen. Waarbij er van de staat, als van een artisjok, telkens stukjes worden afgeplukt. Maar de relatie tussen die afgeplukte stukjes en de staat zelf is bijzonder problematisch. Veel van de problemen komen daaruit voort.

 

Om welke ‘plagen’ maakt u zich de meeste zorgen?

Dat zijn er twee. Feodalisering en economisering. Om met het eerste te beginnen, het verkleinen van de staat is een ingewikkeld proces. Je doet afstand van een deel van het collectief, een stuk soevereiniteit. Daarmee verdwijnt een deel van de macht van het volk. Voordat je dat kan doen moet je daarover het volk raadplegen. Wanneer je dan toch op die weg doorgaat, moet je precies weten wat je doet, zodat je niet krijgt wat we nu met de gezondheidszorg gekregen hebben: het zogenaamde verzelfstandigen. De staat blijft uiteindelijk verantwoordelijk voor de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van die zorg – dat is eigenlijk alles -, maar heeft de uitvoering ervan uitbesteed. Dus je blijft verantwoordelijk, maar hebt geen directe invloed. Zo krijg je een systeem waarbij het slechtste van de markt wordt gecombineerd met het slechtste van de overheid. Dat gebeurt wanneer je niet goed nadenkt over de vraag wat een terugtrekkende staat zou moeten zijn.

 

Dus er is een duidelijker visie nodig op wat precies publieke taken zijn.

Precies. En het probleem is dat we het onderscheid tussen privaat en publiek niet scherp hebben. Als je dat onderscheid niet maakt is het niet goed mogelijk om de verantwoordelijkheden goed te verdelen. Als je publieke verantwoordelijkheden in private handen geeft, dan wordt er voor een publieke taak geen publieke verantwoording meer afgelegd. En het is essentieel voor de democratie dat bevoegdheden corresponderen met momenten van verantwoording. Dat zien we momenteel in de war raken, in Nederland maar ook in de Europese Unie.

We moeten een gevoel voor staatsrechtelijke precisie terugkrijgen. Dat is overal weg. Neem de Europese Unie. Daar zie je twee wetgevende instanties. Een club in Straatsburg en een club ministers in Brussel. Dat kan niet. Die staat, dat zijn we allemaal, die moet je met respect, fatsoen en met nauwkeurigheid benaderen. Dat besef is weg. Je mag hopen dat meer mensen dat voelen en dat iemand het voortouw neemt in de reformatie van de staat.

 

De andere plaag is de economisering. Wat bedoelt u daarmee? 

Tegenwoordig lijken veel beleidsmakers te denken dat intermenselijke relaties in economische termen vallen uit te drukken. Maar menselijk handelen heeft meer dan alleen een economische dimensie. Dat moet men bij de overheid weer gaan beseffen. De neoliberale invloed is hier groot en is afkomstig van mensen als Milton Friedman. Hij schetst op basis van het private belang een soort van ideale samenleving. Met vrijhandel, vrij verkeer van goederen, vrije salarissen enzovoort. Dat is het paradijs zoals Friedman zich dat voorstelde. Het private economische belang is daarvan het fundament. Wanneer je dan een publieke dimensie zou hebben, is die overbodig of zelfs storend. Dat moet je niet hebben, volgens Friedman. Mensen die door deze neoliberalen zijn beïnvloed – en dat zijn er een heleboel – zijn blind geworden voor het algemene belang. Dat vind ik een zorgelijk gegeven.

 

U staat in de liberale traditie, past de nadruk op het publieke belang daar eigenlijk wel bij?

Ik begrijp uw vraag. Nederlandse liberalen redeneren, en dat is jammer, strikt economistisch. Dat is wel te verklaren. In de tijd dat de Nederlandse liberale partij – de VVD – ontstond, vond ze voortdurend de PvdA tegenover haar. Die wilde de meest rare dingen, juist op economisch vlak. Denk aan het kabinet Den Uyl. Vandaar dat de VVD altijd heel sterk gespitst is geweest op economische issues. Dat was eigenlijk haar bestaansgrond. Maar daardoor is de Thorbeckiaanse traditie helemaal op de achtergrond geraakt. Voor hem was het algemeen belang heel belangrijk. Zijn kernvraag was: Wat is nu de wezenlijke betekenis geweest van die Franse revolutie voor het liberale denken? Zijn antwoord luidde: in de Franse Republiek zijn het algemene belang en het private belang uit elkaar getrokken. Bij het ancien regime was daarvan geen sprake. Je kon openbare ambten kopen, een legerofficier kon zijn titel aan zijn kinderen doorgeven, enzovoort. Dat is mogelijk in een samenleving waarin publieke bevoegdheden in private handen zijn. Het was een van de grote ergernissen in het Frankrijk van voor de revolutie. Dat mocht niet meer mogelijk zijn. Publieke bevoegdheden moeten in publieke handen zijn.

Dat is dus opnieuw die feodalisering. Je ziet dat onder invloed van het neoliberalisme publieke bevoegdheden weer in private handen komen. Denk aan de Verenigde Staten waar zelfs het leger wordt geprivatiseerd en in handen komt van bedrijven als Blackwater. En dan zijn we weer terug bij de huurlingen uit de Middeleeuwen. Het algemeen belang is weldegelijk een begrip waar liberalen wat mee kunnen. Maar die traditie is momenteel overschaduwd door het neoliberalisme.

 

De ChristenUnie denkt vanuit de christelijk-sociale traditie, waarin soevereine verbanden als gezin, kerk en onderwijs een belangrijke rol spelen. Heeft u daar voeling mee? 

Ik heb dat denken vanuit sociale verbanden altijd een illiberale gedachte gevonden. Ik vermoed dat die bij de calvinisten doorgang kon vinden omdat die zich nooit helemaal happy en gemakkelijk tegenover de staat voelden. De politieke visie van het calvinisme is geboren uit een opstandsleer. Wanneer een staat het de gelovigen onmogelijk maakt het geloof te belijden, dan heb je het recht om tegen die staat op te staan. Daaruit is ook de Republiek der Nederlanden geboren. Een wonderlijk gegeven, want je kan natuurlijk niet een staat funderen op een opstandsrecht.

Ook de Kuyperianen voelden zich niet op hun gemak in de staat. Daarom wilde men een eigen kring hebben met eigen verantwoordelijkheden, tegenover de staat. Een liberaal zou nooit op die gedachte zijn gekomen, omdat hij zich thuis voelt bij de staat. Hij beschouwt hem als zijn eigen huis.

 

Voor Kuyper was uiteindelijk alleen God soeverein. Vervolgens heeft de overheid – net als alle andere sociale verbanden - haar gezag ontvangen van God. 

Zo kun je het zien. Maar in mijn visie betekent het begrip ‘soevereiniteit’ eigenlijk wetgever in politieke zin. Daar kan je er niet meerdere van hebben. Heb je dat wel, dan is er in zo’n land geen sprake van soevereiniteit. Jullie staan wat dit betreft dichter bij veel van mijn VVD-collega’s dan ik. Bij de VVD proef ik ook het idee dat de staat in potentie gevaarlijk is. Die willen ze dus een beetje op afstand houden.

 

U schreef in het boek: ‘Het gaat tegenwoordig om wat iets kost, maar we kennen de waarden en betekenis er niet meer van. Normen en waarden en professionaliteit zijn verdwenen uit het politieke discours.’ Geldt dit ook voor Balkenende 4? Het kabinet krijgt juist veel kritiek vanwege vermeende betutteling…

Wat mij stoort aan Balkenende is dat hij het alsmaar heeft over de normen en waarden van de burger. Maar we moeten allereerst kijken naar de waarden van de overheid zelf. En dan kom je bijvoorbeeld in de discussie over de waarden van de manager tegenover de professional. Die laatste krijgt weinig kans in de managerstaat die wij tegenwoordig zijn.

Neem bijvoorbeeld het bericht dat verzorgenden in de psychiatrie de DBC-systematiek (een door de overheid opgelegde registratie en declaratie systematiek voor GGZ-instellingen, psychiaters en psychotherapeuten, LH) zo zat zijn dat er massaal van baan wordt geswitcht. Dat komt door de bestuurlijke logica. Dat is de logica van managers, maar die past niet altijd bij wat er voor deze overheidstaken nodig is.

De andere kant van deze medaille is een gebrek aan kennis van zaken. Neem bijvoorbeeld het systeem van de algemene bestuursdiensten (ABD), waarbij een poule van hoge ambtenaren rouleren op hoge posten. Alsof het niet uitmaakt of een ambtenaar bij defensie of landbouw zit. Uit het artikel van Jouke de Vries in de bundel blijkt dat er expertise nodig is op het terrein van het departement. Expertise die je alleen na vele jaren verwerft. Door het rouleren van hoge ambtenaren werk je bestuurlijk denken in de hand.

 

In de Tweede Kamer zie je momenteel ook een gebrek aan ervaring.

De vorige Tweede Kamer is de slechtste die we ooit hadden. Het waren allemaal nieuwe mensen. Dat is nu nog erger. Het duurt een paar periodes voordat je het vak in de vingers hebt. Kamerleden moeten langer kunnen groeien. Bij de VVD worden van de huidige 22 zetels er 14 bezet door nieuwe kamerleden. Dat is krankzinnig, zeer onverstandig. Je hoort dan ook niets van die fractie. De mensen zijn zelf een beetje verdwaald in Den Haag, dus dan is het evident dat zij niet de juiste mensen zijn om de burgers de weg te wijzen.

 

Voor een liberaal verwacht u veel van de overheid.

Het hangt met je toekomstverwachting samen. Ik zou minder etatistisch klinken als ik minder zorgen had over de toekomst. Ik heb het gevoel dat met oprakende olie, afnemende grondstoffen, klimatologische veranderingen, ingrijpende economische wijzigingen en geopolitieke machtsverschuivingen we de staat wel nodig zullen hebben om met deze problemen verstandig om te gaan. Met een staat zoals in de Paarse periode – ‘alleen op de winkel passen’ – komen we er niet.

Als de staat meer te doen krijgt, maar het gevoel voor zijn missie verloren heeft, dan kan zo’n staat derailleren. En bovendien lastig, vervelend en despotisch worden. Daarom hamer ik erop dat verantwoordelijkheden met bevoegdheden moeten corresponderen. Voor de dingen waar ik bang voor ben heb je een staat nodig die eerst als spiegel, maar daarna ook als headmaster of the nation functioneert. Dat is een belangrijke taak. De overheid moet niet alleen luisteren naar wat de bevolking wil.

 

 

 

Frank Ankersmit is een gevierd historicus. Hij kreeg onlangs de Socrates wisselbeker, maar publiceerde daarvoor een veertiental boeken in verschillende talen. Schreef meer dan 150 wetenschappelijke artikelen en is redacteur van verschillende tijdschriften in zijn vakgebied.

Bovendien is hij een geëngageerd denker. Hij schreef mee aan  het Liberaal Manifest, nam deel aan de Nationale Conventie (adviesorgaan over bestuurlijke vernieuwing) en was redacteur van het onlangs verschenen ‘De tien plagen van de staat’.