De dienst van het Rijk

De dienst van het Rijk

 

Door Ed Anker, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie

 

Het kabinet wil de Rijksoverheid vernieuwen. Dit betekent een grondige reorganisatie en een herbezinning op de overheidstaak. In het christelijke politieke denken is veel aandacht besteed aan de verantwoordelijkheden van de overheid, maar er moeten meer vragen worden beantwoord als we de kloof tussen principes en praktijk willen overbruggen.

 

Voorbeeld. Een vreselijk drama vindt plaats in Italië. Twee Nederlandse toeristen kamperen op het verlaten Romeinse platteland. Ze worden door twee Roemeense mannen overvallen en ernstig mishandeld. Beide slachtoffers liggen zwaargewond in het ziekenhuis. De burgemeester van Rome vindt het paar onzorgvuldig door hun tent op te zetten 'op een door God verlaten plek, waar de staat hun veiligheid niet kon garanderen'.

Ander voorbeeld. In Nederland zijn op de lichtmasten langs de A12 gekleurde banden aangebracht. De A12 is immers de Regenboogroute. De website van het ministerie legt uit dat het landschap langs onze snelwegen dreigt te verrommelen en dat er daarom op verschillende routes samenhang wordt gebracht tussen snelwegen en het omliggende landschap. De A12 gaat langs een aantal karakteristieke Nederlandse landschappen, zoals veenweide en stad, die vertegenwoordigd worden door een bepaalde kleur. Vandaar de naam Regenboogroute. Het programma Routeontwerp is een initiatief van drie ministeries en heeft een eigen website: www.routeontwerp.nl

 

Hebben we hier de overheid voor nodig?

Beide verhalen hebben één ding gemeen. Ze roepen de vraag op waar nu de verantwoordelijkheden van de overheid liggen. In het eerste verhaal is dat heel indringend. Hoewel deze burgemeester de grenzen van goed fatsoen volledig overschrijdt door zeker nu, de verantwoordelijkheid van zich af te willen schuiven, roept hij wel een vraag op. Mag je van een overheid verwachten een volledig risicovrije samenleving te creëren? In het tweede voorbeeld kun je je met goed recht afvragen hoe urgent het maatschappelijke probleem is dat hier schijnbaar wordt opgelost.

Deze periode maakt het kabinet werk van een grondige herziening van de Rijksoverheid. De ambtelijke dienst produceerde het rapport De verkokering voorbij. Conclusie was dat het onder voorwaarden mogelijk is om tot een betere en kleinere overheid te komen. Daartoe moet men wel keuzes maken: minder regels, eenvoudiger uitvoering, minder toezicht, meer vertrouwen in burgers, meer werken met programma’s en minder bestuurders. Het programma Vernieuwing Rijksdienst (2007) werkt dit verder uit. De doelstelling is een betere rijksoverheid met minder functies. Op tal van plaatsen kan efficiënter gewerkt worden, maar ook kunnen we veel werk nog eens tegen het licht houden om te zien of het nog wel nodig is[1].

 

Herbezinning op overheidstaken

Hiermee is het programma Vernieuwing Rijksdienst niet alleen een reorganisatie, maar roept het feitelijk ook op tot een herbezinning op de verantwoordelijkheden van de overheid. De nota beschrijft heel open dat er soms oud beleid loopt dat niet meer effectief is. Het gebeurt dat daar weer nieuw beleid op is gestapeld. Ook in de verantwoording vertoont de overheid ‘hoofdkantoorgedrag’. Men legt dan zo’n zware claim op de verantwoording door de diensten, dat de eigenlijke taak in het gedrang komt door de administratieve lasten. Ook hebben bureaucratieën een neiging om beleid te reproduceren. Het programma Routeontwerp is daar een goed voorbeeld van. Wanneer is bedacht om bij de inrichting van het landschap snelwegen leidend te laten zijn? Waarom moet de rijksoverheid zich met dit soort lokale zaken bezighouden? Is de verrommeling van het gebied rond de snelweg nu echt zo’n groot probleem? Vanuit een ministerie is het nog wel te beredeneren, maar vanuit de burger wordt het een stuk lastiger.

 

ChristenUnie-visie: drie gemeenschappen

In Dienstbare Overheid[2] formuleert ChristenUnie-ideoloog Roel Kuiper een christelijke-staatkundige visie op politiek en overheid. Kuiper onderscheid in de samenleving een drietal vormen van gemeenschap waarin de overheid een rol heeft te vervullen. Voor die ‘gemeenschappen’ heeft hij een aantal kerntaken opgesteld.

 

1. rechtsgemeenschap

In de samenleving als rechtsgemeenschap draagt de overheid de verantwoordelijkheid voor de rechtstaat, rechtshandhaving en veiligheid, maar ook voor het ontwikkelen van structuren waarin andere sociale verbanden tot hun recht komen. In deze rol heeft de overheid de belangrijke taak om het recht vorm te geven. Om het Italiaanse voorbeeld aan te halen: mag je verwachten dat een overheid een vreselijke overval voorkomt? Ja, een overheid moet er op gericht zijn dat zoiets niet gebeurt. Het kwaad is echter een realiteit. Nu het incident heeft plaatsgevonden moet de overheid zich ten volle inspannen dat er recht wordt gedaan. Dus opsporen, vervolgen en rechtspreken; niet van je afwijzen.

 

2. belangengemeenschap

In de samenleving als belangengemeenschap heeft de overheid een meer sturende rol in het maatschappelijke verkeer waarin belangen kunnen botsen. Primair gaat het dan om het scheppen van voorwaarden waaronder burgers hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Daar waar belangen botsen poogt de overheid harmonie te brengen en komt ze op voor diegenen die dat zelf niet, of moeilijk kunnen. Kuiper noemt ook het waarnemen van taken van andere sociale verbanden.

 

3. waardengemeenschap

In de samenleving als waardengemeenschap heeft de overheid de verantwoordelijkheid om de waarden en normen die een richtinggevende betekenis hebben voor de samenleving te bevorderen. Hier komt ook de zorg voor de Nederlands identiteit bij. Dit is wellicht niet direct terug te brengen op specifiek overheidsbeleid, maar het onderstreept wel dat in haar hele optreden de overheid een stelsel van normen en waarden vertegenwoordigt. De overheid is geen waardevrije bureaucratie. Achter beleid zit een politiek oordeel en een politieke keuze. Het moge duidelijk zijn dat de ChristenUnie zich voor dat politieke oordeel baseert op de Bijbel.

 

Weerbarstige praktijk: de reclassering  

Het zou mooi zijn wanneer we met deze vaststelling van kerntaken een filter hadden dat we in voorkomende gevallen kunnen gebruiken. Helaas is de praktijk weerbarstig. De uitvoering van overheidstaken brengt hele eigen problemen met zich mee. 

De reclassering (het terugbrengen van gedetineerden in de samenleving) is vanouds een taak die de samenleving op zich heeft genomen. Nog steeds doen stichtingen het reclasseringswerk. De overheid heeft echter de verantwoordelijkheid voor reclassering op zich genomen en daarmee is een maatschappelijk initiatief een publieke taak geworden. Het Ministerie van Justitie verstrekt de subsidies. De besteding van dat geld moet uiteraard verantwoord worden, maar die verantwoording drukt zo zwaar, dat instellingen er over klagen. De overheid wil namelijk voor de verantwoording standaarden gebruiken die in de praktijk moeilijk passen op de complexe realiteit van het reclasseringswerk. De reclassering kan bijvoorbeeld alleen werk verantwoorden als een cliënt justitiabel is. Als een ‘bekende’ van de reclassering hulp vraagt, maar geen justitiële titel heeft, mag reclassering niets doen. Cliënt en reclassering weten dat het plegen van een delict een kwestie van tijd is, maar daarvoor kan er dus niet worden ingegrepen door de reclassering.[3]

 

Trendbreuk: meer vertrouwen, minder controle 

Nu kunnen we redeneren dat de beschreven voorbeelden allemaal terug te leiden zijn op het probleem van administratieve lastendruk. Achter die lastendruk gaat echter een vorm van aansturing schuil: waar wordt een uitvoeringsinstantie op afgerekend? wat zijn de doelen die bereikt moeten worden? in hoeverre is overheidsbemoeienis vereist? 

In het programma Vernieuwing Rijksdienst wil men meer vanuit vertrouwen gaan werken. Dit betekent een afbouw van controle en toezicht. Dat kan niet op zichzelf staan. In de huidige situatie is verantwoording de manier om zicht te krijgen op een goede besteding van overheidsgeld. Als er meer vanuit vertrouwen wordt gewerkt zal dat ook gevolgen hebben voor de manier waarop de verantwoording totstandkomt. En inderdaad stelt men voor om de hoeveelheid verantwoordingsinformatie terug te gaan dringen. Dat impliceert het accepteren van risico’s.

Dat is echt een trendbreuk met de huidige praktijk. Vaak is de uitvoering nu namelijk georganiseerd op het mijden van risico’s. We controleren om fouten te voorkomen, we houden toezicht om misbruik tegen te gaan. Ook de politiek verkiest vaak controle boven vertrouwen.

 

Eisen voor overheid en samenleving

Bezinning op de dienst van de overheid stelt ons dus voor meer vragen dan Roel Kuiper’s opsomming van kerntaken doet vermoeden. Veel beleid is immers in de uitvoering een kwestie van samenspel tussen overheid en samenleving, of overheid en private of semi-publieke partijen. Zeker waar de overheid ‘taken van sociale verbanden waarneemt’ moet er een afweging worden gemaakt over wat de samenleving op zich neemt en waar de overheid onmisbaar is. Denk daarbij aan vragen als: wat is de gewenste mate van overheidsbemoeienis? waar ligt de verantwoordelijkheid voor succes dan wel falen? gaan we uit van vertrouwen of wantrouwen? wat zijn de risico's wanneer we een taak uitbesteden?

Het werkt ook de andere kant op. Het komt voor dat de samenleving de overheid heel bewust op afstand houdt. Dat geldt voor het onderwijs evident, evenals voor cultuur en media. Maar ook voor nieuwe taken als kinderopvang moeten we de vraag stellen of we het initiatief daarvoor bij de overheid leggen of dat we dat bij (groepen) burgers neerleggen. In dit laatste voorbeeld heeft ongemerkt de overheid de leiding genomen, terwijl goed te beargumenteren valt dat hier primair een taak voor de samenleving ligt. Het gaat immers om de opvoeding van kinderen. Als we die conclusie trekken zal dat ook vanuit de samenleving moeten blijken. Zo komt de vraag over de taken van de overheid ook bij ons als samenleving terecht en bij onze bereidheid en mogelijkheden om maatschappelijke taken op ons te nemen.



[1] Nota Vernieuwing Rijksdienst pag. 6

[2] Dienstbare overheid, christelijk-staatkundige visie op politiek en overheid, R. Kuiper 2003, Mr. Groen van Prinstererstichting

[3] Een soortgelijke situatie ontstaat wanneer uit efficiencyoverwegingen een overheidstaak op afstand wordt gezet. Als door verantwoording de banden weer sterk worden aangehaald, kan het zijn dat de efficiencywinst uiteindelijk op nul uitkomt.