'We moeten kinderen positiever benaderen'

Gesprek met Peter Cuyvers over het gezinsbeleid

 

Door Geert Jan Spijker

 

Al jaren ijvert zelfstandig beleidsadviseur Peter Cuyvers bevlogen voor meer aandacht voor het gezin. Er moet eenheid in beleid komen, en meer oog voor de waarde van de mens als relationeel wezen. Winstpunt van dit kabinet is in ieder geval dat er een officiële Gezinsminister is. Het besef dat we iets moeten doen is gegroeid. André Rouvoet ziet hij als kwartiermeester, die als belangrijke taak heeft om de eerste stap te zetten op weg naar een structureel gezinsbeleid. Dat gegeven onttrekt zich aan de publieke beeldvorming. Een positief gesprek. “Er is geen crisis in het gezinsleven. Integendeel!”

 

Dit kabinet heeft oog voor het gezin, dus u zult er wel blij mee zijn…

Ik ben natuurlijk erg blij dat er een Gezinsminister is. Wel is het jammer dat er nog veel onderdelen die eigenlijk bij gezinsbeleid horen zijn versnipperd over andere departementen. Maar dat is een probleem dat ook andere beleidsterreinen treft, bijna een structureel probleem van het beleid in Nederland. Hier ligt een uitdaging, ook voor de ChristenUnie, om de eenheid in het gezinsbeleid te bevorderen. Dit kan bijvoorbeeld door in te zetten op een Gezinswet, waarin de hele werk en gezin-problematiek is geregeld. Ik heb me zelf altijd ingezet voor de invoering van een dergelijke wet.    

 

Veel mensen ervaren een spanning tussen werk en gezinsleven. Hoe ziet u dat?

Dat vind ik een kunstmatige tegenstelling. In zowel werk als gezin functioneert de mens in relatie tot andere mensen en ontplooit hij zich. Dat is goed. Wezenlijk wezenlijk  als gezin  werk en gezinsnvoering van een d kunnen nemen.t geschapen in het politieke debat.vastleggen. een meer kindvoor het menszijn is het staan in relatie tot anderen. Dit brengt een existentieel besef van verantwoordelijkheid met zich mee. Het mooie van het hebben van een gezin is dat je je beseft dat je zelf niet het middelpunt van de wereld of de geschiedenis bent, dat je in het belang van de volgende generatie gaat handelen. Veel jonge ouders vinden dat een unieke ervaring, maar ook een die lastig uit te leggen is aan mensen zonder kinderen. Uiteraard is het wel zo dat als je werkt je minder tijd hebt voor je kinderen, maar dat is ook al het geval als je in plaats van één kind meer kinderen hebt. Ook dan moet je je aandacht en tijd verdelen. Daarnaast is het van belang dat de ‘arbeidswereld’ ruimte laat voor het gezin. Ze moet niet alle tijd opeisen. 

 

Dus u vindt niet dat het gezin in een crisis is, zoals wel wordt gedacht.

Het gezin is zeker niet in crisis. Integendeel! Het gaat steeds beter met gezinnen. Met de grote meerderheid gaat het erg goed. Probleem is wel dat we de minderheid die slecht functioneert steeds meer in de kou laten staan. Er is een groeiend aantal ernstige problemen aan de onderkant. Maar dit betekent niet dat de samenleving als geheel verloedert. 

Die problemen aan de onderkant zijn ontstaan doordat de overheid in de uitvoeringstaken incompetent is gebleken. Ze heeft systemen geschapen waarmee professionals niet kunnen werken. Er zijn honderden instellingen met allemaal hun eigen taken, hun eigen financiering, etc. Dat is allemaal razend complex en bureaucratisch. Het heeft de versnippering enorm vergroot. Achtergrond hiervan was de maakbaarheidspretentie waarmee de overheid dit probleem wilde aanpakken. Ze wilde alles zelf tot in detail regelen en controleren, terwijl ze dat juist niet kan. Ik vind dat de overheid terughoudend moet zijn in de uitvoering. Ze moet de verantwoordelijkheden in de samenleving laten, daar waar ze horen. Maar aan de andere kant ook bereid zijn om in te grijpen als het echt niet goed gaat, die kant is sterk verwaarloosd.

 

Ook de ChristenUnie en dit kabinet worden wel bekritiseerd vanwege een vermeend betuttelend karakter.

Je moet onderscheiden tussen negatieve publiciteit bij de pers en positieve waardering in het land. Mensen kunnen zelf wel hun oordeel vellen over wat de media allemaal aan kritiek spuien. Mensen zijn niet dom, zoals wel wordt gedacht. Een van de problemen van politiek Den Haag is, dat men geneigd is om de oplossingen bij zichzelf te zoeken, te weinig vertrouwen in burgers heeft. Wie verantwoordelijkheid vraag van burgers moet er ook van uit gaan dat ze die kunnen waarmaken. Kenmerkend voor christelijke politiek is wat mij betreft het hebben van dat vertrouwen in de mensen in het land. Dat past zowel bij de ChristenUnie als bij het CDA, de partij waar ik zelf actief in meedenk.

 

Even terug naar de mensen aan de onderkant met wie het slecht gaat. Hoe bereik je die dan? Je moet toch te weten komen wie dat zijn…

Dat is precies de paradox waar we al jaren niet uit komen. Iedereen roept dat je er eerder bij moet zijn, dat je moet doen aan preventie, snelle ondersteuning en natuurlijk dat je Savannahs en Jessica’s moet voorkomen. Maar zodra je actief gaat optreden krijg je het  bekende ‘achter de voordeur’-verhaal. Ik zei het al eerder, vooral veel media en politici maken daar een enorm nummer van, maar dat heeft niets te maken met wat de mensen zelf vinden. Ieder onderzoek, ieder experiment in de praktijk laat zien dat als je mensen actief opzoekt en je vraagt of je ze kan helpen dat ze daar zielsgelukkig mee zijn. Men waardeert huisbezoeken van hulpverleners enorm. Zo kan een persoonlijke relatie worden opgebouwd. Besef hierbij: je bent vrij om de deur open te doen of niet. Net zoals je vrij bent om naar het consultatiebureau te gaan, wat 98 procent dan ook doet. Maar juist de mensen die er zelf niet uitkomen schamen zich vaak en blijven thuis. Privacy- of Big Brother-verhalen vind ik eigenlijk gemakzuchtige smoezen om het vuilste werk te laten liggen. 

 

Voor de discussie over geboortepolitiek geldt hetzelfde.  

Inderdaad. De media en de oppositie maken daar een karikatuur van. Het gaat er niet om dat mensen nu ineens gedwongen worden om meer kinderen te krijgen. Nee, centraal staat dat met name vrouwen steeds meer belemmeringen ervaren om kinderen te kunnen krijgen. Vroeger kregen ze meer kinderen dan ze wilden, nu minder, dat is een gegeven dat elke specialist al jaren bekend is. En waar in vrijwel alle andere landen van de EU, ook in het Europese Parlement, al jaren een publiek debat over gaande is. De overheid kan er ook absoluut aan bijdragen dat de context minder gezinsonvriendelijk wordt, dat de infrastructuur voor ouderschap verbetert

 

Hoe kan dat verbeterd worden dan?

Allereerst wil ik toch ook het  psychologische vlak noemen. We moeten kinderen positiever benaderen. Het is geweldig verrijkend om kinderen te hebben. We moeten ze niet beschouwen als lastpakken die je carrière belemmeren. Of als een bevolkingsgroep die we zo snel mogelijk weg moeten zetten in de opvang zodat hun ouders kunnen gaan werken. De discussie over kinderen komt gevaarlijk dicht bij die over dieren: hoeveel vierkante meter per kind in de crèche, wat zijn de productiecijfers van onze kinderen in taal en rekenen

Daarnaast hebben we in Nederland materieel gezien gewoonweg ontzettend slechte voorzieningen. Er is weinig kinderopvang, weinig ouderschapsverlof en weinig kinderbijslag. Daar moet wat aan gebeuren. Mensen moeten zowel kunnen werken als voor hun kinderen kunnen zorgen. Beide moeten we faciliteren… en de keuze moet liggen bij degenen die de verantwoordelijkheid over het kind heeft.