'Loodgieterstassen bestaan echt'

'Loodgieterstassen bestaan echt'

 

Interview met Tymon de Weger

 

BLOK: Tymon de Weger (1955) was 12 jaar raadslid en 4 jaar wethouder (Sociale zaken) in Enschede. Sinds precies twee jaar is hij wethouder in Utrecht, met onder meer de portefeuilles Verkeer en Milieu. Hij studeerde aan de Verkeersacademie en werkte lange tijd in de vervoerssector.

 

Door Geert Jan Spijker

 

Maandagmorgen, een paar minuten voor 9, arriveer ik bij het stadhuis van Utrecht. Het is een groot, oud pand, dat al het bestuurscentrum vormt vanaf de twaalfde eeuw. Eenmaal binnen krijg ik een pasje zodat ik me de toegang naar boven verschaft. Ik wacht in een mooie, maar iets te bruine hal. Iets na negenen arriveert Tymon de Weger, ChristenUnie-wethouder in Utrecht, verantwoordelijk voor het grootste verkeersknooppunt van Nederland. Een gesprek met deze spin in het web over zijn ervaringen in de Domstad.     

 

Je bent hiervoor in Enschede actief geweest, eerst een tijd als raadslid en toen als wethouder. In Utrecht werd je direct wethouder. Hoe ervaar je dat verschil?

Voor een wethouder is het erg aan te bevelen om raadservaring te hebben in de gemeente waarin je bewindspersoon wordt. Je kent dan de mensen en ook de gebruiken van de raad. Het is een groot voordeel als je de parlementaire democratie van binnenuit kent. Je ziet dat bijvoorbeeld ook in het huidige kabinet, waar de ministers Vogelaar en Cramer het moeilijk hebben, mede doordat ze de parlementaire wereld niet goed kennen. Je hebt als bewindspersoon toch zeker een jaar nodig om vat te krijgen op het ambtelijk apparaat en andersom. Je moet eerst de mensen leren kennen, pas dan kun je mensen meekrijgen.

In Enschede kende ik door mijn raadservaring de belangrijkste ambtenaren al toen ik begon aan het wethouderschap. Dat had ik niet in Utrecht. Daarom heb ik hier eerst een paar maanden de tijd genomen om mensen te leren kennen, zowel intern, maar ook extern. De dossiers heb ik bewust die eerste tijd wat laten liggen, al probeerden de ambtenaren mij natuurlijk meteen met allerlei stukken te belagen.

 

Een bestuurder moet dus vooral een ‘mensenmens’ zijn? 

Zelf ben ik door de politiek een mensenmens geworden. Dat is inderdaad wel nodig, want politiek gaat niet alleen maar om documenten. Daaruit kun je niet alles halen. Tegelijk is een dossierkennis natuurlijk wel nodig. Uiteindelijk moet je als bestuurder zelf beslissingen nemen en je niet alleen door je omgeving laten leiden. Je moet goed luisteren, dat waarderen mensen ook echt, maar vervolgens wel zelf een lijn trekken en met visie knopen doorhakken. Daarbij is het erg belangrijk dat je de verwachtingen van mensen weet te managen [Wijst naar een stapel petities op zijn bureau].

Dit alles brengt ook mee dat je als bestuurder de pers tijdig benadert. Niet afwachten tot zij met slecht nieuws en tendentieuze berichtgeving komen. Maar het gesprek met journalisten aangaan, een relatie met hen opbouwen. Helder zijn, ook als je iets niet weet. Dat werkt echt. En dat is ook wel nodig, gezien de achteruitgang van de kwaliteit van de lokale journalistiek.  

 

Is het wethouderschap in Utrecht zwaarder dan in Enschede? Vergelijkbaar met een Ministerspost misschien zelfs?   

Utrecht is tweemaal zo groot als Enschede, maar deze portefeuille is wel vier keer zo zwaar. Men onderschat het wethouderschap wel eens, maar je bent er hier in Utrecht van ’s ochtends tot ’s avonds mee bezig, zes dagen in de week. Je krijgt stapels post, die in het weekend netjes mee naar huis gaan. Ja, die loodgieterstassen bestaan echt. Ook ’s avonds ben je er mee bezig: de media volgen, vergaderen, inspraakavonden, enzovoort. Al met al is het wethouderschap in een van de grote vier steden vrijwel net zo zwaar als een ministerspost. Het voordeel van deze baan is wel dat je veel per fiets kan doen. Tijdens het fietsen door de stad word ik altijd weer helemaal fris. En het is gezond bovendien.

Na zes dagen arbeiden is het gelukkig de zevende dag rust. De zondag is echt een dag waarop ik afstand neem. Meer nog is het de dag waarop ik inspiratie opdoe vanuit Gods Woord. Die neem ik mee de week in, in de zin van: goed je werk doen, eerlijk zijn. Ook herinnert het me aan het besef dat je met problemen blijft zitten op deze wereld. Je kan er veel aan doen, maar het wordt hier geen hemel op aarde. Dat relativeert.  

 

Utrecht is het verkeersknooppunt van Nederland. Het lijkt me een hele klus om die problematiek milieuvriendelijk aan te pakken.

Utrecht is het centrum van Nederland als het gaat om verkeer, zowel wat betreft spoor- als autowegen. De verkeersproblematiek rond Utrecht is de grootste van die van Nederland. Er komen maar liefst zeven richtingen samen die hier alle op zijn drukst zijn. Er passeren op al die zeven wegvakken dagelijks zo’n 200.000 auto’s! Rond Utrecht staan ook de meeste files van het land, meer dan bij Amsterdam. De luchtkwaliteit van Utrecht is dan ook een groot probleem, om over de geluidsoverlast nog maar te zwijgen. Om dat te verbeteren moeten we optimaler gebruikmaken van de bestaande structuren. Na de zomer kom ik met een plan met voorstellen die een fundamentele omslag teweeg moeten brengen. Automobilisten moeten echt offers gaan brengen, want zoals het nu gaat, kan het niet langer. Utrecht groeit immers nog steeds. Om mens en milieu te sparen moeten we meer gebruikmaken van het openbaar vervoer en de fiets en het autogebruik sterk terugdringen, binnen en rondom Utrecht.

 

Dit lijkt me typisch een ChristenUnie-punt: nadruk op mens en milieu.  

Dat klopt. Juist de ChristenUnie is een partij met oog voor mensen. Mensen die echt last van het verkeer hebben en er zelfs ziek van worden. En natuurlijk het milieu. De ChristenUnie wil nadrukkelijk aandacht vragen voor de schepping. Die heeft immers geen stem in de politiek. Daarin verschillen we ook sterk van het CDA. Het valt me steeds meer op dat het CDA een conservatieve partij aan het worden is. Ze verwordt tot een partij die het eigen belang centraal stelt en vooral hecht aan de gevestigde belangen van het welvarende deel van de natie. De ChristenUnie heeft veel meer oog voor milieu en zorg voor de zwakkeren. De samenwerking met de PvdA is in dat opzicht ook logischer dan die met het CDA. De PvdA, hier de grootste partij, wilde ons er graag bij hebben om in het college een brugfunctie te kunnen vervullen tussen GroenLinks aan de linker- en CDA aan de rechterzijde. En zo gaat het in praktijk ook. Best bijzonder, want we hebben maar 2 van de 45 zetels.  

 

Je ziet dat landelijk ook, waar de ChristenUnie eveneens tussen CDA en PvdA in zit.

Ja, al gaat het daar nog moeizaam. De ChristenUnie heeft het lastig gehad het afgelopen jaar. Dat is ook logisch, je moet eraan wennen bestuurder te zijn. Ik maak me er ook niet veel zorgen om. Je moet je plek vinden, gezag opbouwen, de omgang met het ambtelijk apparaat leren. Dat kost tijd. Het is nu echter wel zaak dat alledrie de bewindslieden het komende jaar hun visie duidelijk ontwikkelen en dat ze meer richting gaan geven aan de departementen.  

Meer in het algemeen vind ik dat we binnen de partij meer verbindingen moeten leggen en van elkaars kennis moeten profiteren. Veel bestuurlijke kennis en ervaring zit bij onze ruim tachtig wethouders en gedeputeerden en dat moeten we beter mobiliseren. Bestuurlijke talenten lopen er echt rond binnen de ChristenUnie, ook voor een eventuele nieuwe regeringsdeelname straks. Alleen zijn die nog onvoldoende in beeld bij de Kamerfractie, het Landelijk Bureau of het partijbestuur.

Of ik zelf minister wil worden? Ik heb hier in Utrecht mijn opdracht, met bovendien een lange termijn portefeuille. Dit moet je eigenlijk acht jaar doen.