Kindermishandeling in Nederland

Kindermishandeling in Nederland: een ernstig maatschappelijk probleem.

Bevindingen van de eerste nationale prevalentie studie (NPM-2005).

 

Kindermishandeling: noodzaak tot onderzoek

Kindermishandeling is een probleem dat al decennialang in de politieke en maatschappelijke belangstelling staat. Deze aandacht is terecht, want het is bekend dat kindermishandeling een ernstig verschijnsel is, met grote gevolgen voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van kinderen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kindermishandeling verband houdt met een scala aan negatieve (lange termijn) uitkomsten. Hierbij gaat het onder andere om meer drank- en drugsgebruik en psychologische klachten als depressie, angst en zelfmoordpogingen. Ook is mishandeling gerelateerd aan een verhoogde kans op medische problemen als kanker, infectieziekten en hartaandoeningen, en in het bijzonder gynaecologische klachten. Tevens maken mishandelde mensen meer dan gemiddeld gebruik van de gezondheidszorg. Aandacht moet dus uitgaan naar de preventie van mishandeling om deze desastreuze gevolgen te voorkómen.

 

De Nederlandse situatie

De omvang van dit probleem was echter nog niet eerder onderzocht in Nederland. Schattingen die circuleerden in media en beleidsdocumenten waren altijd gebaseerd op Amerikaanse onderzoeksdata. Extrapolatie van die gegevens leidde tot een schatting van 50.000 tot 80.000 mishandelde kinderen per jaar in Nederland.

De Amerikaanse situatie verschilt echter in veel opzichten van de Nederlandse. Een opvallend verschil is dat de VS een meldplicht heeft en Nederland een meldrecht. In Nederland zijn burgers en professionals dus niet wettelijk verplicht om vermoedens van kindermishandeling te melden bij instanties. Overigens vermelden ook Nederlandse beroepscodes van professionals die met kinderen werken de plicht om het belang van het kind prioriteit te geven, ook als dit het beroepsgeheim schenden zou. De tendens tot invoering van meldcodes lijkt een middenweg tussen meldrecht en meldplicht: een code heeft niet de geldingskracht van een wet, maar is wel een dringend initiatief tot meer uniforme regelgeving voor de rechten en plichten van professionals op het gebied van melding. Een regionaal voorbeeld daarvan is de recente invoering van de Rotterdamse Meldcode Kindermishandeling, waarin werkgevers een overeenkomst tekenen waarmee ze hun werknemers verplichten kindermishandeling te melden. Op hun beurt zullen de werkgevers garant staan voor hun medewerkers als deze aansprakelijk worden gesteld voor hun meldingen en hen steunen bij eventuele juridische procedures.

De Nederlandse situatie kent dus haar eigen dynamiek. Cijfers over kindermishandeling zijn dringend gewenst, maar waren tot voor kort nog niet beschikbaar. De Nederlandse prevalentiestudie geeft antwoord op twee grote vragen. De eerste vraag is: hoe vaak komt kindermishandeling voor in Nederland? De tweede vraag luidt: wat zijn de kenmerken van gezinnen waar kindermishandeling plaatsvindt?

 

Kindermishandeling in Nederland: de cijfers

Deze vraagstellingen vormen dus het uitgangspunt van de Nationale Prevalentie Studie van Kinderen en Jeugdigen (NPM-2005). Deze omvangrijke studie maakt gebruik van meer dan 1.100 informanten verspreid over heel Nederland. De informanten zijn professionals die beroepsmatig met kinderen werken in sectoren zoals het onderwijs, juridische diensten en medische zorg. Voor deze studie werden zij geïnstrueerd in het gebruik van een meetinstrument met nauwkeurige omschrijvingen van de diverse vormen van emotionele en fysieke kindermishandeling. Verder maakt de studie gebruik van de formele registraties van kindermishandeling in 2005 door alle Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK).

De NPM-2005 schat de omvang van kindermishandeling op 107.200 gevallen in 2005. Dit betekent dat 3 van de 100 kinderen mishandeld worden. Anders gezegd: dit is ongeveer één kind in iedere schoolklas. De meerderheid van de gevallen betreft vormen van verwaarlozing, te weten fysieke en emotionele verwaarlozing en verwaarlozing van onderwijs; het gaat hierbij in totaal om bijna 80.000 kinderen. Seksueel misbruik is kwantitatief gezien de minst voorkomende vorm: ruim 4.700 gevallen. Lichamelijke mishandeling komt voor bij ruim 19.000 kinderen, emotionele mishandeling bij meer dan 11.000 kinderen.

Als er sprake is van een vorm van mishandeling, gaat dat vaak samen met de aanwezigheid van nog een andere vorm van mishandeling. Gemiddeld lijdt een mishandeld kind onder twee vormen van kindermishandeling.[1]

 

Risicofactoren voor kindermishandeling: beschrijving van de gezinnen

Het risico op kindermishandeling is bijna 7 keer groter in gezinnen met zeer laag opgeleide ouders, terwijl werkloosheid van beide ouders het risico ruim 5 keer vergroot. Ook een allochtone achtergrond betekent een ongeveer 3,5 keer verhoogd risico op kindermishandeling, maar dat verhoogde risico valt grotendeels weg als opleiding wordt verdisconteerd. Een allochtone achtergrond en een lager opleidingsniveau hangen namelijk sterk samen en als daarvoor wordt gecorrigeerd, blijkt laag opleidingsniveau dus een factor te zijn die zwaarder weegt dan etniciteit. Een groter gezin (drie of meer kinderen) en alleenstaand ouderschap verdubbelen het risico op kindermishandeling.

 

Complexiteit van het probleem

Kindermishandeling is een complex verschijnsel. Het wordt veroorzaakt en in stand gehouden door meerdere factoren, die onderling samenhangen. Inzet op één van deze aspecten zal het probleem dus niet oplossen. De bestrijding van kindermishandeling vraagt daarom een brede blik: niet alleen factoren binnen het gezin betrekken bij het beleid, maar ook aandacht besteden aan de meer macro-economische aspecten (zoals opleidingsniveau, werkloosheid), want die blijken belangrijke factoren bij kindermishandeling. Beleid op het gebied van kindermishandeling zou zich -naast de zeker benodigde concrete maatregelen- dus ook nadrukkelijk moeten richten op een lange termijn aanpak.

 


Rol van de overheid

De ingezette beleidslijnen van het huidige kabinet stemmen voorzichtig positief[2]: meer aandacht voor de preventie van kindermishandeling, financiële middelen voor het verkorten van de lijsten in de jeugdzorg en AMK’s, verbreding van het aanbod aan opvoedingsondersteuning en de invoering van het elektronisch kinddossier.

De verhouding tussen beleid en werkelijkheid heeft twee kanten. De ene kant van de medaille is dat de opvoedingswerkelijkheid ingewikkeld is en vaak (tenminste ogenschijnlijk) ongrijpbaar. De valkuil van de maakbaarheid ligt voor de hand: met meer ingrijpen achter de voordeur blijft meer kinderen veel leed bespaard. Voorzichtigheid is echter nog altijd geboden: de effectiviteit van het beleid is nog niet gebleken, en ook de voorgenomen beleidslijn om meer ‘achter de voordeur’ in te grijpen heeft zijn waarde nog niet bewezen.

De andere kant van de medaille is dat de Nederlandse overheid verplicht is haar verantwoordelijkheid te nemen. Met de ondertekening van het Verdrag voor de Rechten van het Kind (1989, Nederlandse ratificatie 1995) heeft zij ermee ingestemd dat ieder kind recht heeft op een omgeving die vrij is van geweld, misbruik, (seksuele) exploitatie en mishandeling (zie ook het kader). Ondertekening van dit verdrag is veel meer dan een goede intentie of een hooggestemd ideaal: het is een grote (overheids-)verantwoordelijkheid die alle vrijblijvendheid ten aanzien van kindermishandeling uitsluit.

 

Eveline Euser[3]

 



[1] Zie voor uitgebreide rapportage het onderzoeksrapport dat gratis te downloaden is van de website www.leidenattachmentresearchprogram.eu.

[2] De NPM-2005 is een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek van de afdeling Algemene en Gezinspedagogiek - Datatheorie van de Universiteit Leiden, uitgevoerd in opdracht van het WODC. Dit onderzoek heeft dus geen enkele partijpolitieke binding. 

 

[3] Eveline Euser is orthopedagoog en doet aan de Universiteit Leiden promotie-onderzoek naar kindermishandeling in Nederland.

De auteur is haar promotores M.H. Van IJzendoorn en M.J. Bakermans-Kranenburg erkentelijk voor hun bijdragen aan de totstandkoming van dit artikel.