Gezin: hoeksteen of struikelblok?

Gezin: hoeksteen of struikelblok?

 

Voorwoord  

 

Door Geert Jan Spijker

 

Er is iets tegenstrijdigs aan de hand rond het gezinsbeleid. Dat heeft te maken met hoe velen aankijken tegen de harde en de zachte kant van het beleid. De harde kant gaat over sociaal-economische vragen: hoe combineren we arbeid en zorg, hoe verhouden werk en gezin zich tot elkaar? De zachte kant gaat meer over opvoedkundige zaken. De precaire vraag is hier: wanneer mag de overheid ingrijpen achter de voordeur? Het lijkt me dat men ten aanzien van die voordeur meet met twee maten.

 

Voor en achter de deur

Wat is het geval? Als we naar de discussie over de harde kant van het beleid kijken dan valt op dat veel partijen – op links, op rechts en in het midden - inzetten op zoveel mogelijk financiering van de kinderopvang. Zo wil men stimuleren dat meer vrouwen meer gaan werken. Vriendelijk en met zachte hand wordt de vrouw bewogen de arbeidsmarkt op te gaan.

Deze benaderingswijze stimuleert het dat we de opvoeding van onze kinderen uitbesteden, bijvoorbeeld aan een crèche. De overheid wil blijkbaar dat de opvoeding voor een groot deel niet meer achter de eigen voordeur plaatsvindt.

Nu is het frappante dat ten aanzien van de zachte kant van het gezinsbeleid er juist heel veel weerstand is tegen het achter de voordeur komen. Betutteling is het toverwoord. ‘Stel dat de overheid zich met mijn kind bemoeit…!’  Kortom: we worden aangemoedigd een deel van de opvoeding uit te besteden aan de opvang; tegelijk is er veel kritiek als de overheid ingrijpt en zich bemoeit met de opvoeding door ouders.  

 

Ouderlijk gezag is niet absoluut

Uiteraard moet er zeer behoedzaam worden omgegaan met ingrijpen achter de voordeur. Van overheidsopvoeding mag geen sprake zijn. In de traditie waarin de ChristenUnie staat is altijd de eigen verantwoordelijkheid van ouders benadrukt. Niemand heeft in beginsel het recht in te grijpen in de kring van het gezin; niemand is bevoegd kinderen op te voeden dan de eigen ouders. Maar daarmee is niet alles gezegd. De overheid heeft een eigen verantwoordelijkheid om publieke gerechtigheid in de samenleving te bevorderen. Die roeping heeft soms tot gevolg dat de overheid moet ingrijpen in sociale verbanden, bijvoorbeeld als er sprake is van kindermishandeling. Daar is niets betuttelends aan, dat is recht doen. Het zou laakbaar zijn als de overheid dat niet doet. Immers: ook kinderen moeten soms worden beschermd tegen hun gezagsdragers. Ouders zijn immers geen absolute soevereinen over hun kinderen. Ze kunnen er maar niet mee doen wat ze willen. Ze hebben hun gezag gekregen van God en ze zullen verantwoording afleggen van de wijze waarop ze dat gezag uitoefenen aan Hem, de enige echte Soeverein.