Zorg voor je akker

Kader

Leen Hordijk is directeur van het International Institute for Applied Systems Analysis (IIASA), dat wetenschappelijk onderzoek doet op tal van terreinen die het thema duurzaamheid raken. Daarnaast is hij hoogleraar met buitengewoon verlof van de Wageningen Universiteit. Hij is 61 jaar en woont sinds 2002 met zijn vrouw Eljoke in Laxenburg, ten zuiden van Wenen, Oostenrijk.

 

 

 

 

Zorg voor je akker

Interview met Leen Hordijk

 

Door Geert Jan Spijker

 

Duurzaamheid als onderwerp kent talloze aspecten en speelt zich af op vele terreinen, zowel nationaal als internationaal terrein. Met Leen Hordijk, directeur van het IIASA tasten we het onderwerp af en gaan we onder meer na hoe christenen tegen duurzaamheid aan kunnen kijken: optimistisch of veeleer pessimistisch? Over de moeilijkheid van het veranderen van menselijk gedrag en de rol van de ChristenUnie daarbij. “Een kabinet met de ChristenUnie behoort een duidelijk ander resultaat te laten zien dan een waarin de ChristenUnie niet is vertegenwoordigd.”

 

Hoe kijkt u als christen tegen duurzaamheid aan?

“In mijn oratie als hoogleraar in 1991 heb ik naar Calvijn’s uitleg van Genesis verwezen. Hij schreef: “Die een akker bezit, moet dus de jaarlijkse vruchten trekken, en toezien dat hij de grond door zorgeloosheid niet laat uitgeput worden, maar hij moet zich erop toeleggen, om hem de nakomelingen over te leveren, zoals hij hem heeft ontvangen, of nog beter bebouwd.”

In deze omschrijving komen de centrale begrippen van duurzaamheid mooi naar voren: gebruik Gods schepping, leef ervan, zorg ervoor, denk aan de volgende generatie. Daar waar de officiële definitie van duurzame ontwikkeling sterk mensgericht is (“voorzien in de behoefte van de huidige en de toekomstige generatie”), komt in deze omschrijving van Calvijn ook de zorg voor de schepping aan de orde. Hoewel er tientallen definities van duurzame ontwikkeling zijn, is voor mij het centrale element al in de zestiende eeuw door Calvijn beschreven.”

 

Wat doet het IIASA precies?

“Het IIASA doet wetenschappelijk onderzoek op het gebied van milieu (luchtverontreiniging, klimaatverandering, visserij, bosbouw, landbouw), energie, technologie, demografie (bevolkingsprognoses, effect van opleidingsniveau op bevolkingsgroei, vergrijzing), economische effecten van overstromingen, orkanen en aardbevingen. We maken computermodellen gebaseerd op gegevens uit het verleden waarmee we proberen een kijkje in de toekomst te geven. We bekijken bijvoorbeeld wat voor de Europese Unie de goedkoopste manier is om de luchtverontreiniging te verminderen, rekeninghoudend met de economische omstandigheden, de stand van de technologie, de kosten, de windrichtingen, de gevoeligheid van de natuur en de spreiding van de bevolking.

Onze onderzoeksagenda wordt bepaald door het bestuur waarin vertegenwoordigers van de negentien deelnemende landen zitten. Die landen financieren het instituut via hun wetenschapsbudget (voor Nederland is dat NWO). Daarnaast halen we een derde van ons budget “uit de markt” door bijvoorbeeld mee te doen met competitie voor financiering door de Europese Commissie en de Wereldbank.”

 

 Bent u optimistisch of pessimistisch over het verduurzamen van de samenleving?

“Beide. Mijn optimisme stoelt op de ervaring, dat er veel kan gebeuren als we echt de schouders er onder zetten. Kijk naar de zure regen uit de jaren 1980-2000. Er werd ontdekt dat de verzuring ervoor had gezorgd dat veel meren in Scandinavië bijna zonder vissen en planten waren. Ze zagen er prachtig uit, maar waren nagenoeg dood. Het bleek te komen door verzurende neerslag die van ver buiten Scandinavië kwam: Engeland, de DDR, de Sovjetunie. Er was in het begin veel politieke onwil, totdat in Duitsland de slechte kwaliteit van de bossen werd toegeschreven aan dezelfde oorzaak. Toen kwam er heel snel en succesvol politiek overleg. In twintig jaar tijd is de uitstoot van verzurende stoffen in heel Europa met 60-70% terug gebracht. Er zit weer leven in de meren en de bossen zien er ook weer beter uit.”

“Mijn pessimisme is gebaseerd op de onveranderbaarheid van het menselijk gedrag. Veel milieuproblemen hebben te maken met ons gedrag; ons streven naar steeds meer welvaart. Die welvaart stoelt op het gebruik van grondstoffen en op het zo laag mogelijk houden van de kosten. Voor duurzame ontwikkeling is het veel beter als de prijs van fossiele brandstoffen hoog blijft, waardoor andere vormen van energie een kans krijgen. Maar hoge brandstofprijzen zijn politiek slecht verkoopbaar.”

 

Er zijn verschillende doemscenario’s geschetst de afgelopen jaren. Door de club van Rome bijvoorbeeld. Wat vindt u daarvan?

“De Club van Rome had gelijk, gegeven de stand van de wetenschap in 1972. Daarna zijn er twee ontwikkelingen geweest die de scenario’s van de Club van Rome niet hebben laten uitkomen. We gaan nu veel zuiniger om met grondstoffen dan in 1972 te voorzien was en er bleken meer grondstoffen in de aarde aanwezig te zijn dan we toen wisten. Aan de andere kant zien we landen als China en India die een economische groei kennen die in 1972 echt ondenkbaar was. Ik zie het rapport aan de Club van Rome meer als een ernstige waarschuwing dan als een voorspelling. De waarschuwing heeft deels gewerkt: het milieu en, later, duurzame ontwikkeling staan op de politieke agenda.”

 

En nu komt Al Gore met voorspellingen. Hetzelfde laken en pak?

“Hoewel de film van Al Gore een heel ander karakter heeft dan de scenario’s van de Club van Rome en ook een ander publiek bereikt heeft, is er wel een parallel te trekken. We hebben regelmatig een harde confrontatie met de werkelijkheid nodig om in de benen te komen. In de jaren zeventig liet de Club van Rome ons de eindigheid van de grondstoffen zien; in de 21ste eeuw laat Gore ons zien dat menselijke activiteiten zelfs het klimaat kunnen veranderen.”

“Zowel de scenario’s van de Club van Rome als de film van Al Gore zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De kern van onderzoek is dat we steeds iets meer te weten komen en dat nieuwe inzichten wel eens kunnen leiden tot verandering van adviezen over het beleid. Een duidelijk voorbeeld daarvan zien we de laatste tijd rond de discussie over biobrandstoffen. Leek het er eerst op dat grootschalige investeringen in biobrandstoffen onze uitstoot van broeikasgassen zouden verminderen, nu zien we dat dit erg tegenvalt en mogelijk zelfs een averechts effect kan hebben. Mijns inziens heeft de politiek veel te snel gereageerd: president Bush die in Latijns-Amerika grote contracten afsluit en de Europese Commissie die verreikende maatregelen aankondigt, voordat er grondig onderzoek was gedaan. Daarom vind ik het goed dat er een internationaal VN-panel van wetenschappers is dat regelmatig over het klimaat rapporteert en dat daarop het beleid wordt gebaseerd.”

 

Er is veel discussie geweest over de al dan niet ‘natuurlijkheid’ van de veronderstelde opwarming van de aarde. Hoe ziet u die discussie?

“De opwarming van de aarde is een feit; de rol van de mens daarin ook. Onzeker blijven de omvang van de rol van de mens, de omkeerbaarheid van het probleem, de regionale verdeling van de effecten van opwarming en de omvang van een aantal van die effecten. Het is overigens zo dat het aantal graden dat het warmer wordt niet het belangrijkste aspect van de klimaatverandering is. Dat zijn veel meer de verdeling van de regenval over de aarde en over de tijd, en de frequentie van het optreden van extremen. Bijvoorbeeld orkanen, intensieve regenbuien. Als een land over een jaar gezien dezelfde hoeveelheid regen krijgt, maar die regen valt in minder buien en in grotere hoeveelheden in een ander seizoen, dan moet de landbouw zich aanpassen. Dat is gemakkelijk voor Nederland, want we hebben het geld en de kennis. Voor bijvoorbeeld zuidelijk Afrika geldt dat niet. Daar is de verandering van de regenpatronen groter en heeft men geen geld en veel minder kennis. Het wrange is dus dat de klimaatverandering is veroorzaakt door de (nu) rijke landen en dat de negatieve effecten grotendeels in de arme landen te merken zijn.

 

Nemen de rijke landen te weinig hun verantwoordelijkheid?

“Internationale klimaatonderhandelingen maken maar weinig vorderingen omdat een aantal rijke landen (vooral Amerika) geen welvaartsverlies willen lijden, en landen als China en India hun pas begonnen economische groei niet willen belemmeren. Daarnaast  speelt een rol, dat men met zo’n 140 landen om de tafel zit, wat tot lange en moeizame gesprekken leidt. Ik heb wel eens voorgesteld dat de onderhandelingen in drie geografische delen geknipt moeten worden: Europa en Afrika, Noord- en Zuid Amerika en Azië en Oceanië, met rijke landen als Japan en Australië en armere als China en India en zeer arme en bedreigde eilanden in de Stille Oceaan. Pas als men het in de drie groepen eens geworden is, volgen er mondiale onderhandelingen. Zo’n aanpak geeft Europa de kans haar ambities rond Afrika concreet te maken en geeft Azië de mogelijkheid voor een regionale aanpak.”

 

 Hoe verhouden zich de bevolkingsgroei en de draagkracht van de aarde?

“De discussie over de relatie tussen bevolkingsgroei en draagkracht van de aarde heeft de laatste decennia aan aantal veranderingen laten zien. Ging het in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw vooral over de vraag of er wel genoeg voedsel en grondstoffen zouden zijn voor de te verwachten extra miljarden mensen, nu spelen factoren als vergrijzing, immigratie, daling van de bevolking en, ironisch genoeg, obesitas een belangrijke rol.

Ons instituut heeft laten zien dat de wereldbevolking hoogstwaarschijnlijk nog wel een aantal decennia zal blijven groeien, maar ook dat er een plafond in zicht komt. Daarnaast zal de verdeling van de bevolking over de aarde er anders uit gaan zien. In Europa blijft de bevolking in de meeste landen alleen maar stabiel door immigratie, terwijl het verschil tussen geboorte en sterfte steeds kleiner wordt. In Japan slaat de vergrijzing hard toe en ook in China is de verwachting dat het einde van de groei in zicht komt. In die landen gaat de discussie dus meer over vergrijzing, pensioenen en sociale zekerheid dan over een mogelijk gebrek aan voedsel en grondstoffen. Merkwaardig is overigens dat de Verenigde Staten nog wel een tijdje zullen blijven groeien. Het aantal kinderen per vrouw ligt daar aanmerkelijk hoger dan in Europa en ook de leeftijd waarop men kinderen krijgt is veel lager.

De bevolkingsgroei in Afrika blijft waarschijnlijk hoog en dat kan met de te verwachten gevolgen van de klimaatverandering tot grote voedselproblemen leiden. Weliswaar zijn de landbouwtechnieken beschikbaar en aangepaste gewassen te verkrijgen, maar de economische en politieke situaties in dat deel van de wereld zijn zo slecht dat ik vrees dat de combinatie van al deze factoren er toe zal blijven leiden dat honger in Afrika nog lang zal voortduren.”

 

 Waar moet de Nederlandse politiek zich voor inzetten?

Omdat het klimaatbeleid met zoveel andere beleidsterreinen samenhangt (waardoor het ook een erg moeilijk beleid is), lijkt het me verstandig klimaat, energie en landbouw in samenhang te blijven zien. Ik ben niet erg optimistisch over de resultaten van de internationale onderhandelingen die de klimaatverandering moeten tegengaan, dus zou Nederland zich moeten inzetten op aanpassing. Wat moet er gebeuren als de stijging van de zeespiegel zich doorzet? Wat doen we met rioolsystemen als de intensiteit van buien steeds groter wordt en hoe gaan we met onze rivieren om als die steeds meer water moeten verwerken in steeds kortere tijd?

Daarnaast blijven de noodzakelijke veranderingen in de energiesector om beleid vragen al was het alleen maar vanwege de luchtverontreiniging. Mogelijkheden voor ondergrondse opslag van kooldioxide (het belangrijkste broeikasgas) moeten serieus worden onderzocht en de ontwikkeling van andere energiebronnen versterkt. Dat betekent technisch onderzoek, maar ook stimulering door de overheid van energiebesparing - van hybride auto’s tot en met de bouw van huizen.”

 

Heeft u tot slot nog een boodschap voor het huidige kabinet?

“Uiteindelijk zorgt het menselijk gedrag voor de problemen die ik hiervoor noemde; verandering van dat gedrag is uiterst moeilijk, maar moet voor de ChristenUnie een belangrijke prioriteit zijn. Een kabinet met de ChristenUnie behoort een duidelijk ander resultaat te laten zien dan een waarin de ChristenUnie niet is vertegenwoordigd. Na de woorden van het regeerakkoord en de gesprekken tijdens de 100 dagen is het nu tijd voor daden. Naast de vergrote aandacht voor gezin en kind, moet er ook veel meer aandacht zijn voor duurzaamheid.”