Moet het roer echt om? Mogelijkheden van groene energie en grondstoffen

Moet het roer echt om?

Noodzaak en mogelijkheden van groene energie en grondstoffen

 

Henk van den Berg[i]

 

 

Ruim twee jaar geleden publiceerde het WI van de ChristenUnie het Kort Commentaar Stroomlijnen – Op weg naar duurzame energie. Is het echt nodig om nu al weer te werken aan een nieuwe studie over energie en grondstoffen? Henk van den Berg vindt van wel.

 

Tot voor kort

Nog maar enige jaren geleden kostte een vat of barrel olie ruim $20, en gaf minister Brinkhorst van EZ in zijn Energienota in 2005 aan, dat het energieprobleem in ons land zich wel zou oplossen door marktwerking. Toch lag het Kyoto-protocol al op de tafels van regeringen en bedrijven. Er leek nog olie genoeg, en projecten voor energiebesparingen hadden daarom steun (subsidie) nodig om aantrekkelijk te worden. Zo was het bedrijfsleven al jaren bezig de energie-efficiëntie te verhogen. Dertig jaar na de eerste energiecrisis hadden we ongeveer de helft van onze huizen geïsoleerd. In diezelfde periode is het aantal auto’s en onze welvaart enorm toegenomen. Met een aantal maatregelen leken we de conventionele energie- en grondstoffen en het behoud van onze welvaart veilig gesteld te hebben.

 

Toch waren er ook mensen van mening dat we zo niet langer konden doorgaan. Zij signaleerden:

-         verminderende voorraden olie en gas;

-         milieuproblemen wereldwijd;

-         dat 80% afhankelijk zijn van minder stabiele of betrouwbare landen ook niet alles is;

-         dat grote maatschappelijke of welvaart-verschillen tussen landen internationale conflicten stimuleren.

 

De huidige situatie

We zijn enkele jaren verder. We hebben nu een overheid die zwaar inzet op een transitiebeleid – overgang van fossiele brand- en grondstoffen naar vernieuwbare. Onze overheid wil in 2030 30% van onze energie betrekken uit ‘biomassa’. Van het energieverbruik in ons land wordt nu slechts 2,5% verzorgt door duurzame energie, waarvan 80% biomassa. Er moet dus heel wat veranderen. Diverse werkgroepen onderzoeken verschillende mogelijkheden en dienen onze overheden van advies. De afgelopen jaren zagen we een enorme stijging van de prijs van ruwe olie. Gelukkig wist onze overheid een gasleveringscontract te sluiten met Rusland – al maakt dat ons weer afhankelijk van een onvoorspelbaar duistere macht onder een leider wiens naam rijmt op Lenin en Stalin. De CO2 emissie werd nationaal en internationaal een groot aandachtspunt. Onze rekening voor gas en licht werd een stuk hoger. In China wordt elke vijf weken een kolencentrale opgestart en het lijkt erop dat ook wij na jaren zonder bouwactiviteiten binnenkort starten met de bouw van twee of vier kolencentrales. Wij gaan iets meer biologisch eten, het gebruik van de auto en de fitnesstraining nemen beide toe. Gaat alles goed?

 

Business as usual?

Is het Business as usual of moet er echt iets gaan veranderen? Maar ook: welke mogelijkheden zijn er zoal om onze energie- en grondstoffenvoorziening veilig te stellen? Niemand wil immers graag inleveren op zijn eigen welvaart.

Een mogelijkheid is: we betalen iets meer voor onze brandstoffen en andere voorzieningen en proberen dat te compenseren door iets meer te verdienen. Voor een aantal mensen zal dat zeker lukken, maar voor een groot deel van de bevolking lukt dat niet. Bovendien hebben onze nationale en Europese overheden zich inmiddels tot doel gesteld de CO2-uitstoot aanzienlijk te verminderen. Als we naar de Amerikanen kijken denken we snel: onderteken nu maar eerst eens iets als ‘Kyoto’ (en zowaar: op Bali bewogen ze), schaf die grote benzineslurpers af en leef eens wat zuiniger. Een Amerikaan verbruikt per hoofd van de bevolking drie tot vier keer zo veel energie en water dan wij hier. Maar ook in ons land studeren heel wat studenten uit India, een land in opkomst. Hoe zullen deze studenten onze welvaart en ons energieverbruik ervaren?

Op basis van convenanten, dat wil zeggen afspraken met de overheid, kan de Nederlandse procesindustrie het energieverbruik per kilogram product in tien jaar met ongeveer 20% verminderen. Door de groei van de industrie zal het energieverbruik niet even sterk verminderen. In de USA wordt een soortgelijke besparing gerealiseerd, alleen dan zonder steun van de overheid. De procesindustrie ziet de noodzaak en vindt vernieuwingen om verschillende redenen verantwoord.

Hoeveel betaalt u meer aan uw nutsbedrijf vergeleken met tien jaar geleden? Zelfs al hebt u energiebesparende maatregelen genomen (waardoor u minder m3 gas en minder kWh electra verbruikt), toch zult u waarschijnlijk 40% meer betalen. De benzineprijs is nog iets meer gestegen. De zuinige auto verbruikt minder, maar het aantal auto’s is toegenomen en we zijn meer gaan rijden. Zoals u weet wil onze overheid dat 5% van onze autobrandstof een “bio” oorsprong heeft. Waarom eigenlijk? Erg eenvoudig: omdat we ons verplicht hebben onze CO2-uitstoot te verminderen. Gaat dat lukken?

 

Na Stroomlijnen, hoe verder?

Eind 2005 heeft het WI in Stroomlijnen kritiek geleverd op het energiebeleid van de regering en op de Energienota van minister Brinkhorst. Het beleid moest veranderen, we vonden en vinden dat het roer om moet. We hebben daarom een aantal maatregelen voorgesteld.

Van enkele voorstellen dachten we: dat wordt nooit geaccepteerd, dat gaat veel te ver. Overheden en burgers accepteren zoiets niet. Inmiddels is het bewustzijn van transitie, dat wil zeggen de strategie om over te stappen van fossiele naar duurzame energie en grondstoffen, zover ontwikkeld door onze landelijk overheid en binnen Europa, dat onze voorstellen eigenlijk niet ver genoeg zijn gegaan.

De overschakeling naar het gebruik van biobrandstof is een zeer actueel thema geworden. Sinds enige maanden werken we binnen het WI daarom aan het opzetten van een publicatie om aan te geven wat hiervan de mogelijkheden en wenselijkheden zijn. Deze publicatie past in het meerjarenproject rond duurzaamheid bij het WI. Met het minisymposium Duurzaamheid gewaardeerd dat afgelopen januari in Amersfoort is gehouden,  trad het WI met dit project voor het eerst in de openbaarheid.

 

Wat is biomassa?

Terwijl er al uitgebreid en soms heftig gediscussieerd wordt over energie uit biomassa, heeft men over het algemeen geen duidelijk beeld wat biomassa is. Meestal denkt men bij biomassa voor energie aan palmolie, koolzaadolie en hout. Maar biomassa is, eenvoudig gezegd, alles wat groeit of ooit eens gegroeid heeft en (nog) niet is gefossiliseerd. Ook steenkool, aardolie en aardgas zijn afkomstig uit biomassa, maar het verstoken van deze eindige voorraad aan fossiele brandstoffen is uiteraard niet duurzaam. Dat geldt wel voor ‘jonge’ biomassa. Bij het verstoken hiervan komt evenveel CO2 vrij als eerder voor de groei is opgenomen uit de lucht: de kortcyclische kringloop.

We kunnen dan denken aan de teelt van energiegewassen zoals bomen, koolzaad en maïs, maar ook GFT, mest, papiersnippers, bermgras en rioolslib zijn vormen van biomassa, ook al noemen we dat meestal ‘afval’. De zee moeten we evenmin over het hoofd zien: ook algen vormen een potentiële bron voor bio-energie.

Alleen al bij de term ‘biomassa’ passen overigens vraagtekens: veel nivellerender kan men de onderliggende veelsoortigheid niet aanduiden. Zeker geschapen biodiversiteit verdient meer aandacht dan alleen de gebruikswaarde voor de tomeloze energiebehoefte van de mens. Vanwege het heersende spraakgebruik kunnen we de term biomassa echter moeilijk vermijden.

Na deze omschrijving van biomassa gaan we in de publicatie in op de vraag of bio-energie de voedselvoorziening bedreigt. Hebben we in Nederland en daarbuiten genoeg ruimte voor de teelt van energiegewassen? Is het goed om graan om te zetten in ethanol en dat toe te voegen aan de benzine? Of moeten we wachten totdat we landbouwresten als stro met enzymen kunnen omzetten?

Bio-energie is maar een deel van de oplossing. Het valt eenvoudig uit te rekenen, dat de energiebehoefte in Nederland nu niet gedekt kan worden met energie uit biomassa. We hebben ook andere vormen van duurzame energie als zon en wind nodig, maar bovenal moeten we werken aan energiebesparing. Minder energie verbruiken is de meest effectieve maatregel voor een beter klimaat en voor minder afhankelijkheid van fossiele energie. Bovendien kent energiebesparing nauwelijks negatieve effecten. 

 

Religieuze achtergronden

Hoe mensen denken, leven en werken heeft uiteraard diepere achtergronden. Enkele aspecten daarvan die in het energiedebat meespelen, kunnen we hier al wel noemen. Het traditioneel religieuze denken over leven en wereld is in de loop van enkele eeuwen in belangrijke mate vervangen door een wetenschappelijk benadering ervan. Daarbij ging het in de (natuur)wetenschap steeds meer niet slechts om kennis, maar om beheersing van de werkelijkheid. De wereld werd steeds minder als geordende schepping gezien, en steeds meer als een geheel van materialen en energieën die de mens, met behulp van zijn moderne techniek, ten eigen nutte kan gaan gebrui­ken. Dit alles heeft uiteraard consequen­ties voor de visie op het leven, de samenle­ving en de sociale verbanden. Het energiegebruik en de energiecrisis van de moderne cultuur is geen toevallig neveneffect, maar is diep geworteld in religieuze, levensbeschouwelijke en waarde-geladen achtergronden. Pogingen om te komen tot ombuigingen dienen dan ook aansluiting te zoeken bij deze diepere motieven in onze cultuur.

 

Technologie en strategie

Om ons patroon van conventionele energievoorziening (die voornamelijk gebaseerd is op fossiele bronnen) om te buigen naar vernieuwbare bronnen die weinig vervuilen en geen CO2 uitstoten, is veel inspanning nodig. Wat kun je doen met bio-energie, wanneer is het beschikbaar, hoeveel is beschikbaar, wat zijn de nadelen, wat kan in Nederland en wat zijn de mogelijkheden in andere landen? Wat te denken van waterkracht, wind, zonne-energie, kernenergie? Diverse duurzame energiebronnen zijn nog in ontwikkelingsfasen, zodat nu nog niet goed is aan te geven of en hoeveel zij over een aantal jaren kunnen bijdragen aan de oplossing van de energieproblematiek.

We weten inmiddels dat er niet één oplossing is. Wat past voor de toekomstige voorziening van energie en grondstoffen is onzeker: dat wordt bepaald door technische ontwikkelingen en keuzen die mensen maken. Een juiste visie, inzicht in de technologie, goed management en bestuur zijn hierbij hard nodig. Onze huidige welvaart en economie is in hoge mate gebaseerd op fossiele energiebronnen. Wat en hoe groot de gevolgen zullen zijn van een omschakeling naar meer duurzame bronnen valt nog moeilijk te voorspellen.

 

Oproep

Op een termijn van enkele jaren zijn de transitie van fossiele energiedragers naar meer duurzame, en de beperking van de CO2-uitstoot, zeer actuele thema’s geworden, in ons land en daarbuiten. We zijn wakker geschud. Nu moeten we plannen uitwerken om welgekozen doelen te realiseren. Vanuit het WI willen we achtergronden laten zien, de problematiek aangeven, mogelijke oplossingen aandragen en aangeven welk beleid nodig is. Als u belangstelling hebt om hieraan mee te werken, meldt u dan.

 

 

 



[i]   Hoogleraar procesontwerp aan de Universiteit Twente