Leren van de natuur - denken in kringlopen en systemen

Leren van de natuur

denken in kringlopen en systemen

Door dr. ir. Gijsbert Korevaar, Progammaleider Industrial Ecology aan de Faculteit Technische Natuurwetenschappen van de Universiteit Delft.

 

In het najaar van 2006 werd een Tegenlichtdocumentaire uitgezonden op de Nederlandse televisie onder te titel ‘Waste = Food’. Deze documentaire van VPRO-programmamaker Rob van Hattum heeft ondertussen veel mensen aan het denken gezet en bedrijven tot actie overtuigd. Na de uitzending van het vervolg, een jaar na de voorgaande, is de aandacht voor dit onderwerp nog meer versterkt. In de twee uitzendingen ontmoetten we de architect William McDonough en de chemicus Michael Braungart, de bedenkers van het concept ‘Cradle to Cradle’ (van wieg tot wieg). Het boek uit 2002 met de gelijknamige titel is een bestseller en inspireert wetenschappers en bedrijfsleven tot een meer duurzame bedrijfsvoering. Wat houdt het in en wat betekent het voor overheidsbeleid?

 

Cradle to Cradle

De basis van het ‘Cradle to Cradle’-denken is dat elk technologisch product in onze samenleving (van vloerbedekking tot computers en van gebouwen tot kinderspeelgoed) moet zijn gemaakt van grondstoffen die bij het weggooien weer kunnen worden opgenomen door de natuur. Of in het geval dat de materialen niet bij een natuurlijke kringloop horen, dan moeten deze materialen na gebruik zo zorgvuldig worden afgebroken en hergebruikt voor nieuwe producten. In beide gevallen is er sprake van een expliciete focus op het sluiten van de kringloop.

De gedachte hierachter is de natuur op dezelfde manier omgaat met materiaalstromen: alles wordt ooit weer afgebroken en in een andere vorm opnieuw gebruikt. We vinden dat heel vanzelfsprekend voor ons eten, maar veel minder vanzelfsprekend voor onze dagelijkse gebruiksvoorwerpen. Het ‘Cradle to Cradle’ concept levert een heel verfrissende kijk op technologie en bedrijfsvoering en er zijn dan ook al heel aansprekende voorbeelden te vinden van de toepassingen in de praktijk.

 ‘Cradle to Cradle’ is geen opzichzelfstaand nieuw concept, het past heel goed binnen een bredere ontwikkeling waarin de natuur expliciet wordt genomen als voorbeeld voor duurzame (technologische) ontwikkeling. Andere concepten die gelijksoortige doelen nastreven zijn: ‘Biomimicry’ (letterlijk: het na-apen van de biologie), ‘Deep Ecology’, of ‘Industrial Ecology’.

In het zogenaamde vakgebied Industrial Ecology (Industriële Ecologie) zijn tal van wetenschappelijke methodes uitgewerkt waarmee industriële processen en productieketens op een ecologische manier kunnen worden ontworpen en geïmplementeerd. Vanwege mijn eigen kennis en ervaring in het vakgebied ‘Industrial Ecology’ zal ik daar in het vervolg steeds aan refereren. Dat neemt niet weg dat de meeste opmerkingen over de ‘kringlopen’ en ‘natuur als voorbeeld’ ook zeker van toepassing is op de andere hierboven genoemde benaderingen.

 

Natuur als voorbeeld

In kunst, cultuur en wetenschap werden en worden mensen altijd weer geïnspireerd door de natuurlijke omgeving. De natuur inspireert de mens en zijn samenleving, maar de mens zet ook de natuur naar zijn hand. Juist het laatste heeft een hoge vlucht genomen als gevolg van de wetenschappelijke en industriële revoluties na de zeventiende eeuw. De natuur is niet langer meer een grootheid om bezorgd voor te zijn. Ziekte, overstromingen, geboorte en onweer: we weten hoe het werkt en we weten meestal ook hoe we de gevolgen kunnen verminderen en zelfs voorkomen of beheersen.

De keerzijde kennen we: vanaf de jaren zestig is er een maatschappijbrede bewustwording op gang gekomen dat de natuur kwetsbaar is. Dat de mens niet alleen geschapen is om de natuur te overwinnen en te domineren, maar juist om voor de natuur te zorgen en te bewaren. In die verschuiving van perspectief past ook dat de natuur op een explicietere wijze als voorbeeld of model kan worden genomen voor wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen.

 

Bijbelse natuurvisie

Het is een aansprekend idee om de natuur als voorbeeld te nemen. In Bijbels opzicht heeft de Schepper de mens geroepen en gekwalificeerd om de schepping te bewaren. Daarnaast beschrijft de Bijbel de Schepping als goed en volmaakt. Of zoals sinds Augustinus in de christelijke kerk een breedgedragen opvatting is: de natuur is een boek waaruit de mens zijn Schepper kan leren kennen. De ervaring leert daarom dat dit idee van de natuur als voorbeeld op veel sympathie kan rekenen bij christenen, omdat het redelijk klinkt en ook aansluit bij een Bijbelse natuurvisie.

Dat neemt niet weg dat in het traditionele milieu-denken, zoals verwoord in velerlei publicaties tussen 1960 en 1980, de Bijbelse visie niet of nauwelijks aanwezig was. Het was juist meer gangbaar om het christendom in de hoogkerkelijke middeleeuwen, in het humanisme en aan de vooravond van de wetenschappelijke revolutie te zien als een van de hoofdoorzaken van de milieuproblemen. Gelukkig is het tegenwoordig wel voluit vanzelfsprekend dat juist ook in christelijke politiek de zorg voor de schepping centraal staat en dat van de overheid ook maatregelen kan worden verlangd om die zorg te waarborgen en zo nodig af te dwingen.

 

Industrial Ecology

De term ‘Industrial Ecology’ werd in 1989 geïntroduceerd voor een breed publiek in een Scientific American-artikel van Frosch en Gallopoulos. In dit beroemd geworden artikel stellen zij de vraag of bedrijvennetwerken te ontwerpen zijn in analogie met natuurlijke ecosystemen. Als we de natuur beschrijven in termen van ecosystemen dan valt op welk prachtig en bijzonder complex evenwicht bestaat tussen de verschillende elementen in dat systeem. Ecosystemen zijn voortdurend aan verandering onderhevig, maar door de onderlinge samenhang bezit het systeem een grote flexibiliteit, waardoor het geheel bijzonder veerkrachtig is voor externe veranderingen.

Juist deze samenhang van het systeem en de veerkracht ervan, kunnen ter inspiratie dienen van bedrijfsnetwerken. Thema’s als innovatie, duurzame ontwikkeling, maatschappelijk verantwoord ondernemen, vragen om een groot aanpassingsvermogen. Deze aanpassingen vragen vaak veel meer dan een enkel bedrijf aan kan. Daarom is er steeds meer de trend om onderling informatie uit te wisselen en afspraken te maken.

Industriële Ecologie is een zeer interdisciplinair vakgebied dat duurzame bedrijfsnetwerken bevordert. Vaak is dan wel een technologisch proces of een innovatie de basis, maar er is veel kennis nodig van milieuwetenschappen, wetgeving en bedrijfsvoering om ze te realiseren. En om ervoor te waken dat de nieuwe oplossing uiteindelijk niet meer vervuilend is of meer kwetsbaar in economische zin dan het oorspronkelijke proces.

 

Beleid

In de praktijk sluit Industriële Ecologie aan bij het al bestaande ‘Integraal Ketenbeheer’ en het concept van ‘Industriële Symbiose’. Deze drie concepten zijn gebaseerd op modellen uit de systeemtheorie. Dat betekent eenvoudigweg dat de duurzaamheid van een fabrieksterrein of van een productieproces pas is vast te stellen als het wordt bekeken in het licht van de hele context en alle stappen en tussenproducten worden meegeëvalueerd.

Als we de huidige discussies rond energie (naar aanleiding van Al Gore) en materialen (naar aanleiding van ‘Cradle to Cradle’) volgen, dan zien we dat in overheidsbeleid en media helaas toch steeds de neiging bestaat om in het kader van duurzame ontwikkelen de focus te leggen bij materialen en/of technologieën. Bijvoorbeeld waterstof, hybride auto’s, zonnecellen, PLA-kunststof of bio-ethanol. Deze focus op een materiaal of een technologie en vaak ook nog de onderliggende drijfveer om een technologie of materiaal als ‘winnend’ te beschouwen kan duurzame innovaties afremmen en heeft onvoldoende oog voor het maatschappelijk debat met alle betrokkenen eromheen.

 

Aanbevelingen

Daarom met de natuur als voorbeeld, pleit ik er hier voor om juist ook in het beleid veel meer oog te hebben voor gehele systemen. Dat kan vaak een complexe discussie zijn, maar doet wel veel meer recht aan het uiteindelijke doel om een meer duurzame samenleving te bevorderen. In praktische zin kan dat uitgewerkt worden in een aantal speerpunten.

1)      Het lanceren van een nationaal platform dat de communicatie over materiaalstromen, afvalstromen en industriële processen bevordert. In Engeland is er het National Industrial Symbiosis Platform, dat als een goed voorbeeld kan dienen. Op die manier kan Integraal Ketenbeheer weer een veel meer centrale rol krijgen in het milieubeleid.

2)      Een dergelijk platform kan dan lokale en nationale overheden advies geven over het inrichten van industriële regio’s en bedrijventerreinen om op die manier de onderlinge samenwerking tussen de industrieën te bevorderen en meer te richten op duurzame ontwikkeling.

3)      Materiaalstromen moeten we steeds meer gaan beheersen als kringlopen. ‘Cradle to Cradle’ is daar een gemakkelijk te communiceren concept van, maar er zijn meer concepten, die elkaar niet dienen te beconcurreren, maar elkaar versterkend kunnen worden ingezet.

4)      Samenwerking tussen disciplines is daarbij van groot belang, waardoor een exclusieve focus op economie, ecologie of maatschappij voorkomen wordt. Dit geldt voor onderzoek gericht op innovatie, maar geldt ook voor maatschappelijke sectoren.