Duurzaamheid en kwaliteit van leven

Duurzaamheid en kwaliteit van leven

Wat we kunnen leren van christelijke gemeenschappen

 

Martine van Meekeren-Vonk

 

Wat kunnen wij leren van groepen als de Amish en de Franciscanen? Martine Van Meekeren-Vonk laat zien dat we bij hen inspirerende voorbeelden kunnen vinden voor de verdere ontwikkeling van duurzaamheid in onze maatschappij. Hun keuzes zijn geworteld in hun christelijke levensbeschouwing, waardoor deze een blijvend karakter hebben. 

Voor het minisymposium ‘Duurzaamheid gewaardeerd’ werd in twee essays gereflecteerd op duurzaamheid in relatie tot christelijke waarden. De eerste, geschreven door Rob Nijhoff, draagt als titel de vraag ‘Een groene bijbel?’ - een vraag die ik volmondig met een “Ja” beantwoord. Natuurlijk, de bijbel geeft geen blauwdruk over hoe om te gaan met broeikasgassen en ook het gat in de ozonlaag komt er niet in voor. Wel begint de bijbel met de schepping van deze aarde, de flora en fauna, die door God zelf “goed” worden genoemd, ook toen de mens er nog niet was. De hele bijbel door komt deze aarde ter sprake, evenals Gods zorg voor en betrokkenheid bij Zijn schepping. Nijhoff stelt terecht dat de bijbel “in de eerste plaats de kleur van verzoening” heeft. Deze verzoening geldt echter niet alleen de mens, maar de hele schepping, zoals zo beeldend is verwoord in Kol. 1.

Ons wereldbeeld is in hoge mate beïnvloed door het Griekse denken, waardoor wij een sterke scheiding aanbrengen tussen de mens en de natuur en de mens boven de natuur stellen. In de Joodse visie bestaat de natuur veel meer als entiteit naast de mens. De mens is weliswaar duidelijk anders dan de dieren (Gen. 2), als enige gemaakt naar het beeld van God (Gen. 1), maar de natuur heeft ook waarde los van het nut voor de mens. Daarmee wordt zorg voor de schepping meer dan alleen een ethische handeling, en gaat de motivatie voor milieukeuzes een laag dieper dan alleen het gehoor geven aan de opdracht de aarde te bewerken en bewaren. Zorg voor de schepping, of zo u wilt, ‘ecologische duurzaamheid’[1], heeft te maken met ons totale wereldbeeld en begint met de diepe erkenning dat deze aarde van God is. Hij laat niet varen wat Zijn hand begon en zal de aarde op Zijn tijd en op Zijn manier herscheppen tot een nieuwe aarde. En, zoals al genoemd, de verzoening door Jezus geldt de hele schepping.[2]

 

Waardenhiërarchie

In het tweede essay, ‘Reken je groen’, gaat Cors Visser op zoek naar uitgangspunten die in het verleden een rol hebben gespeeld bij de ChristenUnie met betrekking tot duurzaamheid. Begrippen die hij daarbij noemt zijn onder anderen verantwoordelijkheid, ‘bouwen en bewaren’, en rentmeesterschap. Het blijkt echter nog niet zo eenvoudig om bijbelse uitgangspunten linea recta te vertalen in milieukeuzes. Uit onderzoek blijkt ook dat milieugedrag zelden direct gerelateerd is aan religieuze opvattingen, maar veelal worden bepaald door onderliggende waarden, die op hun beurt veelal geworteld zijn in een levensbeschouwing of wereldbeeld.[3] In deze waardebenadering ligt daarom een belangrijke verbinding tussen (bijbelse) opvattingen en gedragskeuzen.

Individuen, en ook politieke partijen, streven meerdere waarden tegelijkertijd na, hoewel deze niet allemaal even belangrijk worden gevonden. De waarden kunnen worden geordend in een zogenaamde ‘waardenhiërarchie’, die per situatie enigszins kan verschillen. In zijn essay kiest Visser vooral voor waarden die een directe relatie hebben met milieuzorg. Keuzes die (een positief of negatief) effect hebben op het milieu worden echter veelal ook bepaald door andere waarden. Visser komt in zijn essay tot een interessant waardenafwegingskader, waarin hij naast milieuaspecten ook sociale en culturele aspecten, economische aspecten en gevolgen voor mensen elders in deze wereld. Toch zou het de discussie verdiepen wanneer we nog een laag dieper graven en alle waarden onderzoeken die voor de ChristenUnie belangrijk zijn en hoe al deze waarden worden afgewogen in relatie tot duurzaamheid. Mogelijk kunnen mijn bevindingen bij vier, al lang bestaande, Christelijke gemeenschappen, ter inspiratie dienen.

 

Gemeenschappen

Voor mijn proefschrift, dat ik dit jaar hoop af te ronden, heb ik de relatie tussen religie, waarden, levensbeschouwing en duurzaamheid bestudeerd. Dit onderzoek is toegespitst op vier Westerse Christelijke gemeenschappen (Amish, Hutterieten, Franciscanen en Benedictijnen) en het belang van hun levensbeschouwing voor specifieke keuzes met betrekking tot onder anderen energiegebruik, vervoer en landbouw. Bij hen kunnen inspirerende voorbeelden gevonden worden voor de verdere ontwikkeling van duurzaamheid in onze maatschappij.[4] Interessant is dat deze groepen zich beperken in hun consumptie om hun gewenste kwaliteit van leven te kunnen blijven garanderen, met een relatief lage milieudruk als gevolg. Deze keuzes worden veelal niet gemotiveerd door milieuwaarden, maar door andere waarden, die diep geworteld zijn in hun christelijke levensbeschouwing, waardoor deze een duurzaam, blijvend, karakter hebben.

 

Kwaliteit van leven

Religieuze waarden als gehoorzaamheid aan God, overgave en geestelijke groei staan bovenaan de waardenhiërarchie, gevolgd door afgeleide waarden als gemeenschap, zorg en eenvoud. Daarnaast zijn ook verschillen waar te nemen in de afzonderlijke gemeenschappen en leggen ze soms andere accenten. Het principe bij alle gemeenschappen is echter hetzelfde: ze kiezen duidelijk voor behoud van kwaliteit van leven, die bepaald wordt door de waarden bovenaan de hiërarchie, en de consequenties van deze keuzes worden geaccepteerd en in veel gevallen ook gewaardeerd, omdat daardoor de gewenste kwaliteit behouden blijft.

Laat ik het illustreren met een voorbeeld. Amish waarderen hun gemeenschap en hebben hun leven zo ingericht dat deze gemeenschap zoveel mogelijk behouden kan blijven. Een van de manieren waarop dat gebeurt is de keuze voor paard en wagen als belangrijkste vervoersmiddel. Reizen met paard en wagen voorkomt dat ze vervreemden van hun directe omgeving en hun identiteit. Auto’s brengen ongewenste status, comfort, snelheid, vrijheid en gemak met zich mee en maken mensen minder afhankelijk van de lokale gemeenschap. Amish gebruiken openbaar vervoer en taxi’s voor langere afstanden. Het onderscheid tussen gebruik en bezit is een vaker gebruikt compromis, waarmee Amish moderne gemakken onder controle proberen te houden. Inmiddels zijn paard en wagen onderdeel geworden van de Amish identiteit en diep verankerd geraakt in hun cultuur. Deze vervoerswijze zal hoogstwaarschijnlijk niet zomaar veranderen en dus een duurzaam karakter hebben, naast het bijkomende gegeven dat het ook leidt tot een lagere milieudruk.

 

Geld en goed

Een van de belangrijkste bijdragen van de genoemde gemeenschappen aan ecologische duurzaamheid ligt in de keuze voor een eenvoudige levensstijl, juist om de (geestelijke) kwaliteit van leven te garanderen. De onderzoeksgroepen benadrukken dat teveel materialisme zowel hun persoonlijke als gemeenschappelijke leven beschadigt en geloofsgroei in de weg staat. Deze gedachte wordt overigens ook breder onderschreven. Onderzoeksgegevens laten al enige jaren zien dat toename in BNP (boven een bepaald minimum) en een groeiende consumptie en productie niet leiden tot een toename in geluk of (subjectieve) kwaliteit van leven.[5] Sterker nog, het huidige onduurzame niveau van productie en consumptie heeft zelfs negatieve gevolgen voor de (objectieve) levenskwaliteit in het algemeen, en van arme landen in het bijzonder, evenals een stijgende druk op ecosystemen.[6] En waarschuwde Jezus zelf al niet dat de keuze voor de Mammon de keuze voor God danig in de weg kan staan (Matt. 6)?

Franciscanen kiezen heel expliciet voor de waarde van armoede, maar ook de keuzes voor eenvoud van de andere gemeenschappen laten een sterk contrast zien met het moderne Westerse materialisme. Een vereenvoudiging en vermindering van onze behoeften zal uiteindelijk leiden tot een lagere milieudruk en tot een andere, meer respectvolle, manier van omgaan met de natuur. Ook ervaren veel kloosterlingen dat de keuze voor eenvoud leidt tot een grotere kwaliteit van leven.

Hoewel armoede zoals gepraktiseerd door Franciscus zelf ver voorbij het haalbare is, kan het wel inspireren tot een eenvoudiger manier van leven en een andere visie op bezit. Vanuit de gedachte dat niets zijn eigendom was, gebruikte Franciscus alleen dat wat noodzakelijk was. Doorwerking van dit idee leidt uiteindelijk tot een zorgvuldiger gebruik van natuur en materie. Voor Franciscus was natuur niet alleen bruikbaar, maar ook waardevol. Hij ging er met vreugde en verwondering mee om. Zolang we natuur alleen bezien in het licht van bruikbaarheid voor onze consumptie en de intrinsieke waarden onderwaarderen, zal de overexploitatie van natuur en ecosystemen doorgaan.

Stabilitas

Benedictijnen kennen de kloostergelofte van stabilitas, waarmee zij zich committeren aan een specifieke gemeenschap en plaats. Deze gelofte van stabilitas biedt eveneens een interessante grond voor duurzaamheid. Naast een beperking van het aantal reiskilometers, stimuleert het een geworteldheid in de lokale omgeving en een bewustzijn van de behoeften van mens en natuur in deze leefomgeving. Stabilitas leidt tot een duurzaam gebruik van gebouwen en kloostergronden, zowel natuurgebied als akkerland, om deze te behouden voor de generaties die na deze komen.

In Nederland runnen vooral de Trappisten nog agrarische bedrijven. Pater Malachias van het Trappistenklooster Lilbosch legde mij uit waarom zij kiezen voor biologische landbouw: “Voor de huidige en de toekomstige generatie. Huidig waar het betreft de veelkleurigheid van de flora en fauna, recht doen aan de schepping. Toekomstig waar het de nieuwe generatie monniken betreft: geen hypotheek op de toekomstige generatie van monniken nemen. (…) Het gaat om een bewustzijn. We zijn als mensen geen eigenaar van deze aarde. Het is ons gegeven in bruikleen. Wij zijn geroepen als beeld van God daarmee om te gaan, in Zijn naam, in Zijn lijn, in Zijn liefde. Geen toe-eigening. We moeten deze aarde niet opzuigen, leegzuigen. Eigenlijk gaat het om rentmeesterschap, maar ik heb een beetje moeite met deze term. Het is zo’n financiële term, alsof het gaat om rente. Waar het mij om gaat is dat we geen eigenaar zijn.”[7] Naast het idee van rentmeesterschap, koppelen zij zorg voor de schepping ook aan de waarde van nederigheid, waarmee ze bedoelen dat de mens zich bewust is van zijn plaats op aarde.

Stabiliteit refereert ook aan een meer geestelijke stabiliteit en een innerlijke houding van standvastigheid. Dit wordt gestimuleerd door de Benedictijnse praktijk van elkaar afwisselende tijden voor werk, gebed en studie. Hoewel kloosters over het algemeen veel werk met zich mee brengen, voorkomt het strikte dagschema dat de monnik overweldigd wordt door het werk. De structuur helpt om te concentreren op het nu en te focussen op wat gedaan moet worden. Door werk af te wisselen met tijden voor gebed en bezinning, worden alle aspecten van het leven in een breder perspectief geplaatst en gegrond in een bewustzijn van de aanwezigheid van God. In tegenstelling tot wat veel mensen in de moderne maatschappij ervaren, staan in het kloosterleven alle dingen onderling met elkaar in verband.

 

Reflectieve modernisering

Alle genoemde gemeenschappen zijn aan verandering onderhevig. De manier waarop zij omgaan met deze veranderingen en de rol die hun visie op kwaliteit van leven speelt, bieden interessante perspectieven voor ons, met name ook voor keuzes rond technologie. Zij nemen vernieuwingen niet klakkeloos over, maar onderzoeken eerst de gevolgen daarvan op de langere termijn. Hoewel alle gemeenschappen een vorm van waardenafweging kennen en bezinnend omgaan met keuzes, is de ‘reflectieve modernisering’ die de Amish kenmerkt het meest fascinerend. Amish willen voorkomen dat modernisering de gemeenschap uitholt, sociale relaties verandert, aanzet tot individualisme en mensen en activiteiten uit hun sociale context haalt. Desondanks hebben de Amish van het begin af aan opengestaan voor noodzakelijke veranderingen om een levensvatbare gemeenschap te kunnen blijven.

Wanneer vragen rond nieuwe technologie opkomen, confronteren Amish leiders deze technologie en de effecten ervan met belangrijke waarden. Innovaties die bijdragen aan het behoud van de Amish cultuur en gemeenschap worden zonder probleem overgenomen. Ontwikkelingen die hun kwaliteit van leven bedreigen worden afgewezen. In andere gevallen wordt gezocht naar een aanvaardbaar compromis – een proces dat jaren kan duren. Het uiteindelijke besluit wordt met volledige instemming van de leden genomen.

Modernisering is niet aan de Amish voorbij gegaan, maar ze blijken tot op zekere hoogte in staat dit proces in toom te houden, door het moderniseringsproces aan hun identiteit en kwaliteit van leven te koppelen. De Amish cultuur biedt daarmee onze samenleving een uitdagende wijze van omgaan met technologie en modernisering, gericht op behoud van de gemeenschap, waarden en kwaliteit van leven op de langere termijn. Hoewel de uitkomsten van dit reflectieve proces niet noodzakelijkerwijs milieuvriendelijk zijn, biedt het zeker perspectieven voor het bevorderen van duurzaamheid.

 

Ter afsluiting

Voor alle onderzochte gemeenschappen geldt dat milieuzorg zelden als expliciete waarde wordt genoemd, maar dat duurzame keuzes voortkomen uit andere waarden, zoals gemeenschap en soberheid. Deze duurzame keuzes blijken goed gewaarborgd te worden, omdat ze geworteld zijn in een door de gemeenschap gedeeld en gestimuleerd waardensysteem. De Amish praktijk van reflectieve modernisering is een inspirerend voorbeeld hoe waardenafweging een rol kan spelen bij gedragskeuzes en milieudruk op de lange termijn. Franciscaanse waarden van armoede en eenvoud kunnen uitdagen tot een vereenvoudiging en vermindering van behoeften, resulterend in een lagere milieudruk. De Benedictijnse gelofte van stabiliteit is interessant, omdat het mensen stimuleert tot concrete verbondenheid met een bepaalde plaats en gericht is op behoud voor de toekomst. Het Benedictijnse dagritme kan inspireren tot een meer efficiënt gebruik van tijd en materie.

Zolang we als samenleving zoeken naar kwaliteit in een groeiend materialisme, zal dit leiden tot ecologische onduurzaamheid. Alleen wanneer duurzaamheid correspondeert met opvattingen over kwaliteit van leven en hoe deze te bereiken en te handhaven, zullen keuzes ook op de lange termijn duurzaam zijn. De bestudeerde gemeenschappen noemen hun geloof, de gemeenschap en een eenvoudige, sobere leefstijl als voorwaarden voor een goede kwaliteit van leven en kiezen daarbij bewust voor bepaalde grenzen en beperkingen. Omdat deze keuzes gerelateerd worden aan waarden die geworteld zijn in een gedeelde levensbeschouwing, is het zeer aannemelijk dat deze, op veel gebieden duurzaam te noemen, manier van leven wordt voortgezet.

Voor de ChristenUnie betekent dit een stimulans voor blijvende bezinning op welke waarden we belangrijk vinden en wat we verstaan onder kwaliteit van leven, voor ons nu, voor mensen elders, voor de schepping en voor de generaties die na ons komen. Bijbelse bezinning kan goed leiden tot een hogere waardering van concrete zorg voor de schepping, waardoor deze hoger in de waardenhiërarchie komt te staan. Daarnaast zou het goed zijn wanneer duurzaamheid in een breder kader wordt geplaatst, met  kwaliteit van leven als expliciete afweging. Duurzaamheid gaat namelijk niet alleen over de keuze voor of tegen bio-energie, waarbij economie vaak tegenover ecologie komt te staan, maar betreft keuzes over kwaliteit van leven in de breedste zin.

 



[1]              Duurzaamheid is, zoals Cors Visser ook schrijft in zijn essay, een breed begrip. Ik gebruik duurzaamheid in de meeste gevallen als ‘ecologische duurzaamheid’, waarmee ik doel op een lage milieudruk en behoud van ecosystemen. Daarnaast gebruik ik duurzaamheid in de zin van blijvendheid, het voortduren van iets. De betekenis wordt wel duidelijk uit de context.

[2]              Voor een uitgebreide beschouwing op de bijbelse uitgangspunten t.a.v. milieu verwijs ik u door naar boeken als F.A. Schaeffer, 1970, Pollution and the death of man: the Christian view of ecology; M.S. Northcott, 1996, The Environment and Christian Ethics; B.R. Hill, 1998, Christian Faith and the Environment en S. Tillett (ed), Caring for Creation. Biblical and theological perspectives.

[3]              Vonk, Martine (2005), ‘Religion and environment in empirical studies’ in: Ipublic Psychologie im Umweltschutz nr. 9.

[4]              Het is niet zo dat deze groepen dienen als blauwdruk voor een milieuvriendelijke levensstijl. Naast waarden die leiden tot een duurzame omgang met de natuurlijke leefomgeving kennen alle vier de groepen ook ontwikkelingen die duurzaamheid in de weg staan. Desondanks bieden zij inspirerende voorbeelden hoe een christelijke overtuiging uiteindelijk kan leiden tot duurzaam gedrag.

[5]              Zie o.a. R. Inglehart, 2004, ‘Subjective well-being rankings of 82 societies’ www.worldvaluessurvey.org.

[6]              Millennium Ecosystem Assessment (2005), Key Messages.

[7]              Interview met pater Malachias OCSO, Echt, 4 januari 2007.