De burgemeester: eigenstandig boegbeeld?

De burgemeester: eigenstandig boegbeeld?

 

De ontwikkelingen rondom burgemeester Willeme van Dinkelland bepalen ons bij de kwetsbare en onduidelijke positie die een burgemeester in het huidige bestel inneemt. Eerst zegden de wethouders het vertrouwen op, later gevolgd door een meerderheid van de raadsleden. Alleen de collegepartijen. Staatsrechtelijk is het een belangrijk beginsel dat een bestuurder het vertrouwen moet genieten van het algemeen bestuur, in dit geval van de gemeenteraad. Maar een burgemeester heeft ook een eigen verantwoordelijkheid. Hoe verhouden die zich tot elkaar?

 

Als voorzitter van de gemeenteraad moet de burgemeester ervoor zorgen dat alle politieke fracties in de raad tot hun recht komen en niet alleen de collegepartijen. De burgemeester is voorzitter van het college en de wethouders verwachten op zijn minst loyaliteit aan het college.

 

Verantwoordelijkheid

Het huidige gemeentelijke bestel waardeert de eigenstandige positie van de burgemeester. Volgens de wet heeft de burgemeester een eigen verantwoordelijkheid om burgerparticipatie te stimuleren, te rapporteren over de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening, te zorgen voor een goede behandeling van klachten en van bezwaarschriften, stimuleert hij de samenwerking met andere gemeenten en brengt hij een burgerjaarverslag uit. Daarin zou de burgemeester ook kritisch mogen en moeten zijn richting andere bestuursorganen. Landelijk heeft de commissie-Oosting minder preventief toezicht bepleit, maar ze doet daarbij wel een beroep op de burgemeester om actief besluiten van het college en de raad ter vernietiging voor te dragen als die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang. Ook dat plaatst de burgemeester in een bijzondere positie ten opzichte van de wethouders en van de raadsleden.

 

Boegbeeldfunctie

Hoeveel ruimte heeft een burgemeester om die eigenstandige positie in te vullen? In hoeverre is hij daarvoor afhankelijk van het college en van de meerderheid in de raad?

In de Burgemeesterslezing 2007 merkt onze minister van BZK Guusje ter Horst op dat de eigenstandige positie van de burgemeester uniek is en dat hij die te danken heeft aan de bijzondere aanstellingswijze. Het kabinet heeft er bewust voor gekozen om de Kroonbenoeming te handhaven. Het is een duidelijke keuze voor een bestuurlijke burgemeester en niet de politieke variant in de vorm van een lokaal regeringsleider. Een keuze die volgens de minister het meest recht doet aan de boegbeeldfunctie van de burgemeester.

 

Er wringt iets

Voor de steun van die gezaghebbende en eigenstandige uitoefening van zijn functie blijft de burgemeester wel afhankelijk van het vertrouwen van het college en van de gemeenteraad. Hoe eigenstandig kan de burgemeester dan in de praktijk zijn? In het huidige systeem wringt er iets.

Te grote afhankelijkheid van de raad en het college maken het niet gemakkelijk om de beoogde eigenstandige rol van de burgemeester overtuigend in te vullen. Hoe kan daaraan iets worden gedaan?

In de eerste plaats doet dat een beroep op alle verantwoordelijken in de gemeente. Dat wil zeggen: een gemeenteraad en college die ruimte geven om in het belang van een goed functioneren van de gemeente de burgemeester uitnodigen zijn eigenstandige rol in te vullen. Dat is bestuurlijke kwaliteit! Van de burgemeester mag worden verwacht dat hij al doende gezag opbouwt en investeert in relaties, waardoor hem meer mogelijkheden gegund worden. Sfeer en onderlinge verhoudingen zijn hierin bepalende factoren.

 

Bijzondere ontslagwijze

De gemeenteraad kan een aanbeveling tot ontslag doen aan de minister. Als minister Ter Horst hecht aan de bijzondere aanstellingswijze  kan zij dat ook vertalen in de bijzondere ontslagwijze van de burgemeester. Niet de raad stuurt een burgemeester weg, maar uiteindelijk de minister. Daarom lijkt het mij noodzakelijk dat de Commissaris van de Koningin altijd een onderzoek instelt naar de argumenten die de gemeenteraad gebruikt. Daarbij kan juist het handelen in de eigenstandige functie van de burgemeester aanleiding vormen om de aanbeveling van de raad niet te volgen.

 

Bort Koelewijn

Burgemeester van Rijssen-Holten