Waterschappen: sterk in regionaal waterbeheer

Waterschappen, sterk in regionaal waterbeheer

 

Door Jef Landman, Jaap Verweij en Jan Arie van Berkum, alledrie werkzaam bij een waterschap

 

In de column ‘Weg met de waterschappen!’ betoogt Gerrit de Jong de opheffing van de waterschappen en overheveling van de taken naar het Rijk. Wij vinden dat geen goed idee. De onderbouwing van zijn betoog vinden wij veel te zwak voor zo’n rigoreuze ingreep. Nuchter en wijs oordelend moet je ons inziens tot de conclusie komen dat de uitvoering van het regionale en lokale waterbeheer het best kan blijven bij de gemoderniseerde regionale waterschappen.  

 

 

Taken van waterschap naar Rijk?

 

Waterschappen voeren het regionale en lokale waterbeheer uit, dichtbij de burger. Het overhevelen van dit waterbeheer naar het landelijk niveau staat tenminste haaks op de breed gedragen opvatting over bestuur: centraal wat moet en decentraal wat kan. Als je toch pleit voor centralisatie moet het wel heel erg mis zijn met het regionale waterbeheer door de waterschappen. Doen zij hun werk niet goed en kan het Rijk dat beter en goedkoper? In de column lezen wij daar niets over. Wel lezen we aan het eind van de column de wat cryptische stelling “dat de bestuurlijke kanalisering via de waterschappen in ieder geval nog niet heeft geleid tot structurele aanpak van het overstromingsgevaar”. Deze stelling wordt niet onderbouwd.

Wij merken op dat juist de waterschappen in laag Nederland reeds jaren druk bezig zijn hun eigen dijken op orde te brengen. En juist de waterschappen hebben er herhaaldelijk bij het Rijk op aangedrongen haast te maken met het verhogen van de veiligheid van de kustverdediging en van de dijken langs de grote rivieren waar het Rijk verantwoordelijk voor is. Hoezo “kanalisatie via de waterschappen heeft nog niet geleid tot structurele aanpak”…?

 

Waterschappen ondoorzichtig, ondemocratisch en ouderwets?

 

In de column lezen we enkele kwalificaties op grond waarvan de waterschappen zouden moeten worden opgeheven: ‘ondoorzichtig’, ‘ondemocratisch’ en ‘ouderwets’. Deze kwalificaties worden door de columnist niet of nauwelijks toegelicht. Toch wat commentaar onzerzijds.

Ondoorzichtig? Hun plaats in het bestel is net als de provincie en de gemeente wettelijk geregeld en de bestuurssamenstelling, de taken, werkwijze en het gebied zijn duidelijk gereglementeerd. De besluitvorming door het bestuur vindt in alle openheid en met mogelijkheden van inspraak plaats. Bovendien houden de provincies toezicht op de begroting en op de meerjarenbegroting. Behoorlijk doorzichtig, denken wij. Of het nog doorzichtiger kan? Vast wel.

Ondemocratisch? De besturen van de waterschappen worden gekozen door belanghebbenden bij het waterbeheer waaronder de burgers. Veel gehoorde kritiek gaat vooral over de geringe opkomst bij de verkiezingen en de verdeling van de zetels over belanghebbende groeperingen. Uiteraard kan het beter, maar om dit ondemocratisch te noemen... Overigens zijn er al wijzigingen in de maak waarbij de verkiezingen meer gaan lijken op die voor de Tweede Kamer en voor de gemeenteraad. Binnenkort wordt het zogenaamde personenstelsel vervangen door het lijstenstelsel. Enkele zetels in het bestuur blijven dan gereserveerd voor vertegenwoordigers van de landbouw, de natuur en het bedrijfsleven. De achtergrond is dat deze sectoren specifiek belang hebben bij het waterbeheer en dat hun stem in ieder geval in het bestuur gehoord wordt. Hier kun je voor of tegen zijn, maar om hieraan de opheffing van het waterschap op te hangen gaat ons wel erg ver.

Ouderwets? In ieder geval is het een oud instituut. Al in de Middeleeuwen vonden graven, keizers en bisschoppen dat regio’s in onderlinge samenwerking hun eigen waterproblemen moesten oplossen. Polders kregen hun eigen besturen en er werden waterschappen en hoogheemraadschappen opgericht. In de loop der eeuwen hebben ze hun bestaansrecht meer dan bewezen. Voor vele andere landen met waterproblemen is deze opzet zelfs een voorbeeld. De laatste jaren zijn veel waterschappen gefuseerd en is de organisatie gemoderniseerd. Het oude instituut is dus wel degelijk met de tijd meegegaan.   

 

Argumentatie voor overheveling taken zeer discutabel

 

Voor overheveling van de taken van het waterschap naar het rijk worden in de column een vijftal argumenten genoemd die ons inziens ook geen of slechts weinig hout snijden. We lopen ze even langs.

  1. Er is krachtige nationale regie nodig voor waterveiligheid.
    Helemaal mee eens. Bij veiligheid gaat het vooral om de primaire waterkeringen langs de kust (duinen) en langs de grote rivieren (dijken). Maar juist hier is die nationale regie er. Het Rijk stelt voor deze keringen de normen vast. En het tempo van verbetering wordt bepaald door de Rijksbegroting. De waterschappen, die de regio goed kennen, voeren dit Rijksbeleid uit. Voor die krachtige nationale regie hoeft het bestel echt niet overhoop.
  2. Waterschappen zijn geografisch niet congruent aan provinciegrenzen.
    Klopt. De grenzen van de huidige 26 waterschappen zijn waterstaatkundig naar stroomgebieden bepaald. De reden is dat het water binnen zulke grenzen beter kan worden beheerd. Enkele waterschappen liggen in verschillende provincies. Voor het toezicht op de waterschappen door de provincies is dit geen enkel probleem. Overheveling van de taken van het waterschap naar de provincies ligt vanwege de verschillende grenzen dus inderdaad niet voor de hand. Dat die taken daarom naar het Rijk moeten, kun je onzes inziens vanuit de grenzenkwestie moeilijk hard maken.
  3. Uitvoering kan bij Rijkswaterstaat ondergebracht worden.
    Inderdaad kan dat. Nu is het zo dat Rijkswaterstaat zich alleen bezig houd met de zee, het IJsselmeer en de grote doorgaande wateren als rivieren en kanalen. Moet het landelijke Rijkswaterstaat zich dan ook gaan bezig houden met de beken, vaarten, plassen, meren en zelfs poldersloten in de regio? Het kan, maar het lijkt ons beter dit te laten bij een regionaal bestuur, dichtbij de burger.
  4. Wegbeheer en onderhoud kan overgedragen worden aan provincies en gemeenten.
    Dit kan nauwelijks als argument gelden, want de enkele waterschappen die vanuit het verleden ook polderwegen in beheer hadden, hebben die al zoveel mogelijk overgedragen aan gemeenten. En die laatste wegen willen ze ook wel kwijt.
  5. De ondoorzichtige differentiatie in tarieven over het land wordt via de belastingdienst geëgaliseerd.
    Hier heeft de columnist ons inziens wel een punt. Overigens wordt er al aan gewerkt om het doorzichtiger te maken. Per waterschap komt er één zuiveringsheffing voor het afvalwater op basis van ‘de vervuiler betaalt’ en één watersysteemheffing voor alle burgers voor veilige dijken, schoon water en droge voeten. De verschillen in tarieven tussen de waterschappen worden dan vooral veroorzaakt door hogere of lagere kosten vanwege veel of weinig water, veel of weinig dijken, veel of weinig sluizen en gemalen. En wat is er verkeerd aan dat  mensen in een regio waar veel kosten moeten worden gemaakt om droge voeten te houden wat meer betalen dan mensen in een regio waar het houden van droge voeten weinig kost? Dit moet de burgers toch uit te leggen zijn, dunk ons.

 

Uitvoering regionaal waterbeheer laten bij regionale waterbeheerders

 

Uit het voorgaande mag blijken datwij niet overtuigd zijn van nut en noodzaak van de opheffing van de waterschappen en overheveling van de taken naar het Rijk. Wij zien niet in dat dit leidt tot een beter, veiliger, efficiënter, transparanter en goedkoper waterbeheer. De oude waterschappen hebben dit beheer in het verleden steeds slagvaardig en naar behoren uitgevoerd. En de huidige gemoderniseerde en nog verder te moderniseren waterschappen kunnen dit in de toekomst mogelijk nog beter. Uiteraard moeten ze daarbij goed samenwerken met de gemeenten, provincies en rijkswaterstaat. Met elkaar in goede samenwerking invulling en uitvoering geven aan de onlangs verschenen watervisie van ‘onze Tineke’.

Waterschapstaken naar het Rijk? Nee, het regionale waterbeheer kan het beste blijven bij het regionale waterschap. Wij hopen dat onze staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat deze mening deelt. Hiervoor hoeft zij dan echt niet haar oren te laten hangen naar allerlei lobby’s van bestaande instituten. Maar ook niet naar allerlei ongefundeerde opheffingsgeluiden die met name steeds maar weer opklinken in voornamelijk linkse  politieke kringen. Gewoon nuchter en in wijsheid oordelen.