Politiek doet de werkelijkheid geweld aan

Politiek doet de werkelijkheid geweld aan

 

Recensie De staat van verschil

 

Door Rienk Janssens, (waarnemend) algemeen secretaris van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Hij was van 1997 tot 2001 directeur van het wetenschappelijk bureau van het GPV.

 

Paul Frissen heeft een nieuw boek geschreven. Een radicale kritiek op het gelijkheidsdenken in politiek en beleid en een pleidooi voor een terughoudende overheid en lege politiek. Wat kan de ChristenUnie ermee?

 

De kern van het betoog

De kern van de boodschap van Frissen luidt als volgt: terwijl de werkelijkheid om ons heen één grote uiting is van variatie, verschil en ongelijkheid, streven beleidsmakers en politici juist naar gelijkheid, rechtvaardigheid en het nivelleren van verschillen. Gelijkheid (met in het kielzog rechtvaardigheid) komt niet overeen met hoe het leven zich spontaan aandient, maar is de situatie hoe het volgens velen zou moeten zijn. Gelijkheid en rechtvaardigheid zijn “te verwerkelijken doelen of toestanden: ze zijn programmatische waarden. Ze behoren tot het domein van de maakbaarheid” (53).

 

Gewelddadige politiek

Deze discrepantie tussen werkelijkheid en ideaal is de rode draad van het boek. Vooral in de eerste twaalf hoofdstukken doet Frissen uitvoerig uit de doeken hoe de politiek voortdurend bezig is de werkelijkheid geweld aan te doen. Gelijkheid en rechtvaardigheid zijn “niet slechts heilige idealen van de moderniteit” en een “programmatische ideologie”, maar ze zijn ook “in structuren en processen van die moderniteit gestolde waarden” (56). Vooral de verzorgingstaat (en tegelijk volgens Frissen ook de crisis daarvan) is volledig geënt op het ideaal van gelijkheid en daarmee de bestrijding van ongelijkheid. Of het nu gaat om de sociale zekerheid, de gezondheidszorg of het onderwijs, op alle terreinen streeft de politiek naar herverdeling van schaarse middelen, nu eens met het oog op gelijke startposities, dan weer met het oog op gelijke uitkomsten of gelijke aanspraken, rechten en voorzieningen. Door dit uitgangspunt van gelijkheid heeft de verzorgingsstaat een uitermate gulzig karakter gekregen. Schaarste is zo niet alleen een in alle tijden waarneembaar maatschappelijk verschijnsel. Nee, de bestrijding ervan is ook de norm van bijna elk overheidsoptreden. In de woorden van Frissen: schaarste is zowel vorm als norm.

 

Perverse situaties

Dit basisideaal in de politiek leidt tot allerlei perverse situaties, en de auteur weet ze met kleur en smaak te etaleren. Gelijkheid impliceert beheersing, regeldichtheid en een voortdurende beleidsaccumulatie. Er is sprake van een heus “systeem van de waanzin”, waarin de eerste helft van het jaar iedereen bezig is met het opschrijven van plannen en de tweede helft met het organiseren van rapportages over de behaalde resultaten. Alles staat in het teken van ‘planning en control’, van ‘accountability’, ‘governance’, ‘benchmarks, ‘performance’ en ‘monitoring’. “Meten is weten; weten is begrijpen; begrijpen is beheersen”, luidt het credo (82). Heel Den Haag (samen met alle lagere overheden en professionals) zitten vast in een totalitair beheersing- en maakbaarheidideaal. En dit alles uit naam van de gelijkheid.

 

Omgekeerde kapstokhaakjes

Frissens relaas is boeiend om te lezen en een gevoel van herkenning is voortdurend aanwezig. Gesprekken die hij aanhaalt als ‘waar zit jij in het INK-model?’ en ‘heb je al een competentiematrix?’, en de door hem genoemde beleidsmaatregelen als de wettelijke verplichting om kapstokhaakjes omgekeerd op de muur te monteren, doen je soms glimlachen, soms ook nederig de ogen neerslaan. Ja, gelijkheid is een enorm normerende kracht achter politiek en beleid; ja, we zitten vaak vast in jargon (als je verantwoording maar Engels is geduid zit het tegenwoordig wel goed); ja, we verwachten wellicht te veel van de overheid; en ja, soms lijkt het er inderdaad op dat politici, ministeries, uitvoeringsorganen, toezichthouders en adviesorganen hoofdzakelijk met elkaar bezig zijn. Met zijn boek vervult Frissen in de Haagse wereld van beleidsidealisme en overheidsdenken (opnieuw) de functie van een nuttige en welkome criticast.

 

Wat kan de ChristenUnie hiermee?

Tegelijk rijst de vraag wat nu het alternatief is. Wat biedt Frissen in de plaats, behalve een mooie, ironische beschouwing over alle idealen in politiek Den Haag? En - voor de lezer van DenkWijzer - wat kan de ChristenUnie hier nu mee? Frissens betoog lezend is er naar mijn idee zowel sprake van een overeenkomst met het christelijke politieke denken, als ook een nadrukkelijk verschil. Beide zijn gelegen in de overheidsvisie.

 

Primaat samenleving

De overeenkomst is gelegen in een niet al te overspannen verwachting van wat een overheid vermag. Christelijke politiek heeft letterlijk haar wortels in een verzet tegen een te vergaande staatsbemoeienis, in het bijzonder op het vlak van onderwijs en opvoeding, maar ook op andere terreinen. Als de samenleving zelfs iets kan organiseren, dan is het beter dat het ook daar gebeurt en niet uit handen wordt genomen door de overheid. De overheid behoort zich bovendien terughoudend op te stellen ten aanzien van andere levenskringen, zoals kerk en gezin. Principes als ‘soevereiniteit in eigen kring’, ‘subsidiariteit’ en ‘gespreide verantwoordelijkheden’ hebben daar in wisselende tijden en wisselende verbanden de basis voor gelegd.

 

Politiek en het goede leven: lege politiek?

Maar in de reikwijdte van de overheidstaak ligt tegelijk ook het verschil met Frissen. Want net als in zijn eerdere publicaties, komt hij ook hier uit bij een uitermate geringe overheidsbemoeienis. Op pagina 172 staat: “De plek van de politieke macht moet leeg blijven van inhoudelijke en normatieve opvattingen over het goede leven”. Waar de christelijke politiek, ondanks een terughoudende overheidstaak, de overheid idealiter ziet als ‘de samenleving ten goede’, daar deinst Frissen met de grootst mogelijke weerzin terug voor al te inhoudelijke overheidsdoelstellingen. Het goede leven is volgens de auteur “een waarde die pluralistisch en dus particularistisch is” en kan dus nooit in handen zijn van een publieke instantie als de overheid. Politiek en overheid moeten zich helemaal niet bezig houden met wat een goede samenleving is. Ze moeten af van het idee om allerlei maatschappelijke problemen op te lossen, laat staan de inherente en immanente ongelijkheid in de wereld via draconische maatregelen weg te poetsen. Politiek moet inhoudelijk leeg zijn, en zich verre houden van alles wat riekt naar moraal of goede bedoelingen. Haar enige taak is gelegen in het waarborgen van de ‘negatieve vrijheid’: de bescherming van mensen en instanties (inclusief de politiek en de staat zelf) die hun ideeën over het goede leven aan burgers proberen op te leggen.

 

ChristenUnie: inhoudsvolle politiek

En hier lopen de opvattingen van Frissen en de ChristenUnie dan ook steeds verder uiteen. Waar de ChristenUnie immers streeft naar een politiek die inhoudelijk ‘vol’ is, daar bepleit Frissen een politiek die inhoudelijk ‘leeg’ is. De auteur spreekt in dit verband van een ‘amorele politiek’ of, positiever geformuleerd, een ‘politiek van het verschil’. “Politiek heeft betrekking op onze verschillen, onze concurrerende opvattingen over het goede leven. Juist daarom moet de instantie die we met de bescherming en garantie van die verschillen hebben belast - de staat - zo klein mogelijk zijn”.

 

Appelerende politiek?

Bij het lezen van het boek moest ik, als contrast, onwillekeurig denken aan de ‘politiek van erkenning’ die tien jaar geleden werd bepleit door Roel Kuiper en A.J. Verbrugh in de destijds uitgegeven publicatie Gelukkig is het land. GPV en RPF, toen nog gescheiden, riepen in deze brochure de overheid op Gods naam te erkennen en uit zijn naam ook het goede te doen voor de samenleving. Een sterker contrast met het pleidooi van Frissen is nauwelijks denkbaar.

Nu moet gezegd: ook ik had (heb) grote moeite met een dergelijke jegens dé overheid appelerende politiek. In dit opzicht kan de ChristenUnie, zeker nu ze ook regeringsverantwoordelijkheid draagt, een aantal analyses uit het boek ter harte nemen. De verdienste van Frissen is immers dat hij de mythe van de (ideaaltypische) overheid ontrafelt en nuchter uit de doeken doet hoe het optreden van politici, ambtenaren en bestuurders nu in concrete praktijken kan uitpakken.

Vanuit christelijke optiek is het verleidelijk grootse gedachten te hebben over wat dé overheid zou moeten doen, terwijl die beïnvloedingsmogelijkheden in de praktijk vaak veel subtieler liggen. Daar komt bij - en ook hier biedt Frissen een mooi wenkend perspectief - dat politieke beïnvloeding lang niet altijd via de kanalen van de staat hoeft te gaan; ook andere, meer maatschappelijke routes dienen zich aan. Want inderdaad: “Waarom zouden kinderopvang of alimentatieverplichtingen een staatstaak zijn?” (218).

 

Terughoudende overheid nu nodig

Sterker nog: juist nu de (technische) mogelijkheden van de overheid om in het leven van mensen te interveniëren toenemen, past de politiek terughoudendheid om van die mogelijkheden gebruik te maken. Momenteel lijkt het evenwicht hierin behoorlijk verstoord te raken. Ingrijpen achter de voordeur, stevig aanpakken van radicale uitingen, verplichte ouderschapscursussen: elke dag staan de kranten weer vol van nieuwe pogingen om als overheid grip te krijgen op opvattingen en gedragingen van burgers. Voor veel mensen lijken die pogingen legitiem, althans als het de opvattingen van de ander betreft. Wanneer het jezelf of de eigen groep betreft, kan het opeens een stuk bedreigender worden, en dringt het besef door van de grenzen van de overheidsinvloed.

 

Onderscheid politiek en staat

Alleen daarom al is het goed Frissens betoog serieus te nemen. Aan de andere kant, om de politiek vervolgens inhoudelijk helemaal leeg te verklaren, dat gaat weer veel te ver. En het hoeft ook niet. Dat politiek recht moet doen aan maatschappelijke verschillen, is evident. Maar dat betekent niet dat de politiek niets meer mag vinden of voorstaan. Ze is immers via het stelsel van politieke partijen ook uitdrukkingsvorm van de maatschappelijke verschillen.

In dit verband was het wellicht verhelderend geweest als Frissen in zijn boek een duidelijker onderscheid had gemaakt tussen politiek en staat, begrippen die hij nu vaak door elkaar en in elk geval naast elkaar gebruikt. Maar juist de politiek (meer dan het algemenere en ook moeilijk definieerbare staat) is in mijn ogen bij uitstek het terrein waar normatieve opvattingen over het goede leven met elkaar kunnen en zelfs moeten botsen. Het speelveld waarop dit gebeurt, de politieke arena - in feite het democratisch parlementaire stelsel - moet daarbij weliswaar zo ‘vlak’ en neutraal mogelijk zijn (onder meer door recht te doen aan minderheidsopvattingen), maar dat neemt niet weg dat politieke opvattingen zelf bij uitstek normatief zijn.

 

Waardering voor verschil

Het boek van Frissen laat zich vooral lezen als een relativerende beschouwing over alles wat politiek en ambtelijk Den Haag denkt te kunnen bewerkstelligen. Op een aantal plaatsen formuleert hij expliciet zijn ambitie met het boek, namelijk om “het differentiedenken binnen de staat te brengen” (179) of “de waardering van verschil en ongelijkheid uit het perspectief van de moraal te halen en deze in een esthetica van schoonheid, genot en elegantie te plaatsen” (189). De dagelijkse werkelijkheid staat bol van verschil, en de politiek heeft volgens Frissen als enige taak dat verschil te koesteren, te waarderen en te beschermen. Er zijn slechts ongelijke gevallen en elke uniformerende doelstelling zou die spontane werkelijkheid geweld aan doen. Om met de auteur te spreken: de som is vaak in tegenstelling tot wat wordt gedacht minder dan de delen. Er zijn immers alleen maar delen.

 

Dat mag voor een belangrijk deel waar zijn, maar soms is het goed dat bepaalde delen meer aandacht krijgen dan de andere. Waarom, waartoe en hoe dat gebeurt (via bijvoorbeeld de staat of de maatschappij), dat zal altijd de vrucht zijn van een uitwisseling van opvattingen over het ‘het goede leven’. En gelukkig zijn er nog steeds politieke partijen die daarover een visie formuleren.