Geen staat zonder richting

 

Geen staat zonder richting

 

Door Geert Jan Spijker, eindredacteur

 

De ChristenUnie koppelt politiek niet los van moraal. Dat is ook onmogelijk. Het eigene van politiek is dat partijen vanuit hun morele overtuigingen invloed willen uitoefenen op het publieke domein. Elke partij wil vanuit het eigen normatieve kader het zo prachtig geheten schip van staat een bepaalde kant op sturen. Dit geldt niet alleen voor christelijke politiek. Zelfs liberalen hebben morele overtuigingen over een goede samenleving, al probeert men dat soms angstvallig te verzwijgen.

 

Comeback religie

Lange tijd was het not done om in de publieke ruimte (in positieve zin) te spreken over religie. De laatste jaren maken we echter een omslag mee. Die omslag hoort volgens de door ons geïnterviewde opiniemaker Bas Heijne in een bredere context, waarin onder meer centraal staan: de herontdekte hang ergens bij te willen horen, het zelfbewust opkomen voor geloofsovertuigingen en het tekortschieten van het neoliberalisme. Heijne zoekt hierin een evenwicht: we moeten zowel het Verlichtingsideaal waarderen – dus zelfstandig durven nadenken – als ‘existentiële rebellie’ op waarde schatten. De mens is meer dan redelijkheid. In ieder mens zit een diepe hang naar geborgenheid en zingeving.

 

Christelijke politiek en christelijke staat

Voor de ChristenUnie is dat laatste geen nieuws natuurlijk. De ChristenUnie laat zich in de politiek leiden door drie zaken: wijsheid uit heel de Bijbel, christelijke denktradities en gezond verstand. Die drie gecombineerd resulteren in – feilbare – christelijke politiek.

Het is verhelderend om te onderscheiden tussen politiek en staat. Rienk Janssens benadrukt dat in zijn bespreking van het boek De staat van verschil. Dat onderscheid wordt niet altijd in acht genomen, ook niet door christenen. Ewout Klei laat dat zien in een artikel over de vroege Verbrugh. Tijden veranderen, dat blijkt.  

De ChristenUnie moet een weg zoeken tussen uitersten die zij wil vermijden: enerzijds een christelijke staat met theocratische inslag – waarin de ene religie de voorkeur krijgt boven de andere – en een neutrale staat waarin alle overtuigingen uit het publieke worden geweerd als zijnde kortweg gevaarlijk of desintegrerend. Enerzijds gelden in een staat bepaalde randvoorwaarden die voor iedereen gelijk zijn, er is een zekere algemeenheid van wetgeving. Anderzijds betekent dit niet dat een staat neutraal is. Altijd is wetgeving gekleurd op een bepaalde manier, in het ene kabinet neoliberaal-vrijzinnig, in het andere meer christelijk-sociaal. Overtuigingen werken ook door in een kabinet, in de standpunten van een coalitie, maar wel gefilterd door de noodzaak tot compromis.

In een coalitie moet elke partij water bij de wijn doen. Het blijft daarom van belang dat de ChristenUnie zich nadrukkelijk blijft onderscheiden van het kabinet, dat per definitie minder uitgesproken is dan een partij. Arie Slob heeft onmiskenbaar een andere positie dan André Rouvoet.

 

Scheiding tussen kerst en staat?

De ChristenUnie streeft dus geen christelijke staat na, maar heeft wel een idee van wat een goede staat is. In een christelijke staatsidee geldt dat de overheid opkomt voor de zwakke, voor weduwe en wees. Ook is wezenlijk dat de overheid de geestelijke vrijheid van burgers respecteert en dat ze de menselijke waardigheid erkent; in een christelijke staatsidee heeft de overheid (door hogere rechtsnormen) beperkte macht en is er royaal ruimte voor sociale verbanden.

In zo’n idee past goed dat de overheid niet alles wat in het samenleven dreigt te ontsporen met wet- en  regelgeving tracht te beheersen. Integendeel, in zo’n idee past juist dat de overheid waar nodig een moreel beroep durft te doen op de samenleving. Dat is geen betutteling, laat staan dwang. Het is het aanspreken, vanwege dreigende ontsporingen in het samenleven, van vrije burgers op mentaliteit, verantwoordelijkheid  en leefstijl (waarbij de overheid dit aanspreken voor Parlement of Raad moet kunnen rechtvaardigen). In zo’n idee past echter niet een overheid die mensen wil bekeren en het gaat evangelie verkondigen. Dat is niet de taak van de overheid - overigens ook niet van een politieke partij. Hier ligt een taak voor de christelijke gemeente.

De kerk heeft een mooie boodschap voor de wereld, mooier dan welke politieke boodschap ook, namelijk die van verlossing: het verhaal van Kerst en wat daarop volgt. Dat is allemaal wezenlijker dan welke politiek ook. Om dit te kunnen beseffen is het licht van de rede niet toereikend. In deze tijden van het jaar worden we daar weer in het bijzonder bij bepaald. Gezegend 2008!