Van privacyparadijs tot controlestaat?

Van privacyparadijs tot controlestaat?

 

Door dr.ir. Wouter B. Teeuw, senior onderzoeker aan het Telematica Instituut te Enschede

 

 

A. Vedder, L. van der Wees, B.-J. Koops, P. de Hert, Van privacyparadijs tot controlestaat? Misdaad- en terreurbestrijding in Nederland aan het begin van de 21ste eeuw, Studie 49, Rathenau Instituut, Den Haag, Februari 2007 (90 pagina’s)[i]

 

 

Toenemende controle

Deze vlot lezende Rathenau studie roept de vraag op of de balans tussen veiligheid en privacy niet te ver is doorgeslagen richting veiligheid, en wil een stimulans geven aan het debat daarover. Het is aardig om te beginnen met een voorbeeld dat dit verduidelijkt.

 

De wet computercriminaliteit (1993) maakt het mogelijk om communicatie via private netwerken (bedrijfsnetwerken) te onderscheppen. In 1994 is de verplichting ingevoerd om netwerken en diensten voor mobiele telefonie aftapbaar te maken. Sinds 1998 geldt dat voor alle openbare telecommunicatie en sinds 2001 geldt ze ook voor internetproviders. Daarbij maakt de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (2000) dat, indien relevant, allerlei bevoegdheden ook mogen worden ingezet tegen niet-verdachten. Bij het aftappen van telecommunicatie is de voorwaarde vervallen dat de verdachte zelf aan de communicatie moet deelnemen en kan justitie in een bredere kring rond een verdachte de communicatie aftappen. In goed Nederlands betekent dit dat je zonder het te weten afgeluisterd wordt omdat je bijvoorbeeld toevallig een verkeerde buurman hebt, of op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats was. In 2004 is daar de verplichting bij gekomen om mee te werken aan het overhandigen van verkeersgegevens (zaken als wanneer, met wie, en hoe lang je hebt gebeld, welke websites je hebt bezocht, etc.). Ook is niet langer de houder van de gegevens verantwoordelijk voor de afweging gegevens te verstrekken, maar de opsporingsambtenaar. Het komt erop neer dat justitie in principe ook zelfstandig mag aftappen, zonder medewerking of medeweten van de telecomaanbieder.

 

Geconcludeerde trends

Zo worden in de studie meer ontwikkelingen geschetst. Met machtiging door de rechter-commissaris kan een opsporingsambtenaar naast identificerende gegevens in dringende gevallen ook ‘gevoelige gegevens’ vorderen, zoals informatie over iemands godsdienst, ras, politieke gezindheid, gezondheid, etc. (Wet vorderen gegevens financiële sector / Actieplan terrorismebestrijding). Ook staat de Nederlandse overheid, op verzoek van de Europese commissie en onder druk van buitenlandse overheden, de doorgifte van passagiersgegevens op vluchten naar de Verenigde Staten toe. En er is binnenkort nog meer te verwachten, zoals bijvoorbeeld het burgerservicenummer, biometrische kenmerken in het paspoort, meer slimme camera’s en veel RFID-chips.[ii] De tendensen komen er in het algemeen op neer dat de techniek het mogelijk maakt dat steeds meer informatie kan worden verworven, gecombineerd en verwerkt en worden toegepast voor zaken waar de gegevens aanvankelijk niet voor bedoeld waren. Daarbij krijgen de opsporingsdiensten steeds meer mogelijkheden hierin zelfstandig te opereren en wordt het onderzoek steeds vaker uitgebreid tot personen op wie zelf geen verdenking rust.

 

Wat daarbij opvalt is dat in het algemeen niet ‘11 september’ het argument is geweest voor het invoeren van de diverse wetten. Veel wetten zijn al voor september 2001 voorbereid waarbij niet de georganiseerde misdaad als argument wordt genoemd, maar bijvoorbeeld het oplossen van onopgeloste moord- en zedenzaken of zelfs woninginbraken.

 

Maatschappelijke bezwaren

Naar aanleiding van de verruiming van bevoegdheden kwamen reacties los bij academici, opiniemakers en politici, onder meer over de praktische uitvoerbaarheid, over de onheldere besluitvorming en over de vrees voor een verlies aan privacy. Het gemak is aangekaart waarmee het burgerservicenummer wordt opengesteld voor allerlei doeleinden waarvoor het oorspronkelijk niet bestemd was. Hoogleraar strafrecht Paul Mevis heeft zich afgevraagd of er rond de Wet identificatieplicht geen sprake is van symboolwetgeving waarbij vooral een signaal wordt afgegeven en het niet zoveel uitmaakt of hij ook werkelijk effectief is.[iii] Ook is gebleken dat de notificatieplicht, die stelt dat personen naar wie onderzoek is gedaan daarvan op de hoogte worden gesteld, weinig wordt nagekomen. Dit komt overigens omdat dit alleen hoeft als het belang van het onderzoek dit toelaat, en er ook geen sancties staan op het achterwege laten hiervan.

 

Het merendeel van de reacties heeft echter betrekking op afzonderlijke maatregelen die in het nieuws zijn. Daarmee vindt er geen debat plaats over het gehele pakket van regelgeving. Ook zijn veel van de reacties afkomstig uit juridische hoek. Daarmee wordt de discussie in vrij beperkte kring gevoerd. De auteurs van de studie roepen op tot een verbreding van het debat. Bij dit debat speelt vooral de vraag naar de effectiviteit van de veiligheidsmaatregelen. Vergroten ze de veiligheid daadwerkelijk? Hier moet de inbreuk op privacy tegen worden afgewogen. Zijn er alternatieven die de privacy minder aantasten? Welke extra maatregelen kunnen worden getroffen om de privacyinbreuk te beperken of te compenseren?

 

Debat onder christenen?

De Tweede-Kamerfractie van de ChristenUnie heeft in mei 2005 de notitie RFID-chips: Kans of gevaar? uitgebracht.[iv] Naast de Grondwettelijke bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit (rond bio-chips) brengt de ChristenUnie ook het punt van principiële bezwaren tegen het gebruik van biometrische kenmerken naar voren. Er wordt geadviseerd de Wet bescherming persoonsgegevens aan te passen om in te spelen op nieuwe technische ontwikkelingen.

 

Het punt van gewetensbezwaar is vooral geïnspireerd door de publicist Jaap Spaans, die al langer wijst op het gevaar van identificatie en stelt dat veel mensen geen notie hebben van de maatregelen die de overheid neemt, laat staan dat men het effect daarvan op de privacy kan overzien. In De Oogst (april 2007) concludeert Spaans, mede op basis van de Rathenau studie, dat de macht van de overheid is toegenomen en het individuele belang steeds vaker wijken moet voor het algemeen belang. Hierdoor komen rechten onder druk te staan.[v] Hij roept christenen op deel te nemen aan het debat. Ook Yvette Lont hamert in ‘ChristenUnie, wees sterk en moedig’ op de vrijheid van christenen als het om het geweten gaat, en noemt daarbij expliciet (het weigeren van) de RFID-chip in het lichaam.[vi]

 

De ChristenUnie

De ChristenUnie zit inmiddels in de regering. In het coalitieakkoord (artikel 5, lid 7) wordt gesproken over het zo spoedig mogelijk indienen en doorvoeren van wetgeving rond terrorismebestrijding, en de doorzettingsmacht die de Minister van Justitie daarin heeft. Het is goed dat het kabinet de bestrijding van zware criminaliteit en georganiseerde misdaad op de (politieke) agenda heeft geplaatst. Nieuwe technologieën bieden daarbij wellicht ongekende mogelijkheden. Aandacht voor de ethische en sociale impact is echter ook nodig. Hier ligt een uitdaging voor de ChristenUnie. De ChristenUnie zou mijns inziens op drie zaken moeten inzetten:

 

  1. Een goede evaluatie van de maatregelen: zijn ze effectief? Als gevangenen of TBS’ers een RFID polsband krijgen, dan gaat het niet alleen om hoe men dit ervaart, maar primair of het aantal recidieven afneemt. Pas als dergelijke effecten bekend zijn kan een eerlijke afweging met privacyaspecten plaatsvinden.
  2. Anticiperende wetgeving. De technologische ontwikkelingen gaan snel en wetgeving loopt hier per definitie achteraan. Maar de huidige wetten komen en gaan wel erg snel. Een ontwikkeling van monitoren (zoals cameratoezicht) naar analyse (zoals koppelen bestanden) naar ingrijpen (wils- of gedragsbeïnvloeding?) is te voorzien. Hier kun je op anticiperen.
  3. Zelf het debat aanslingeren, waar de Rathenau studie toe oproept. Het elektronisch kinddossier is bijvoorbeeld een van de prioriteiten van minister André Rouvoet. Hoe ver gaan we daarin? Krijgen leraren op hun zakcomputer straks ’s ochtend een signaal dat er ’s avonds sprake is geweest van huiselijke geweld?

 

We dienen in de gaten te houden dat de maatschappij verandert en daarmee ook haar ethische en sociale opvattingen. Ook de privacyopvattingen van de burger ontwikkelen zich. De Bijbel verandert echter niet, en op basis daarvan kunnen we zeker iets zeggen over de verhouding overheid – burger. De ChristenUnie zei daarbij veel succes toegewenst!

 

 

 



[ii] RFID staat voor Radio Frequency Identification: elektronische labels die op korte afstand kunnen wordt uitgelezen.

[iii] In Netkwesties, editie 72, okt. 3003 (http://www.netkwesties.nl/editie72/artikel1.php).

[iv] De notitie is te downloaden via “Dossier: RFID-chips” http://www.christenunie.nl/nl/k/news/view/41184

[v] Het artikel is te downloaden via http://www.jaapspaans.nl/deoogst_april_20-21.pdf

[vi] Opiniestuk ‘ChristenUnie, wees sterk en moedig’ in ND en RD, april 2006, zie: http://www.refdag.nl/artikel/1297767/ChristenUnie,+wees+sterk+en+moedig.html