Meer menselijke maat

MEER MENSELIJKE MAAT

De sterke lokale focus van het coalitieakkoord

 

Door Erik van Dijk, beleidsmedewerker partijbureau / BestuurdersVereniging

 

Het wachten is natuurlijk op de uitwerkingen en concretiseringen van het coalitieakkoord[1] door dit kabinet. Dat gebeurt na de honderd wittebroodsdagen, waarin veel gepraat is met ‘bondgenoten’ in het land, waaronder ook provincies en gemeenten. De daaropvolgende lakmoesproef is de eerste Miljoenennota met de daarbij horende troonrede en algemene beschouwingen.

Toch staan met het coalitieakkoord van PvdA, CDA en ChristenUnie de belangrijkste contouren al overeind en kunnen we al een inschatting maken wat er provinciaal en lokaal op de ChristenUnie-politici en –bestuurders af gaat komen in de komende jaren. Hieronder een poging daartoe.

 

Laten we beginnen met de constatering dat dit akkoord een totaal andere sfeer uitademt dan we van de vorige kabinetten gewend waren. Hoewel de praktijk waarschijnlijk nog wel weerbarstig zal zijn, zijn de intenties - gericht op bestuurlijke rust, decentralisatie en samenwerking - een verademing.

Bij het bestuderen van het coalitieakkoord valt op dat er bij zeker vijf van de zes pijlers en negen van de tien daaronder vallende projecten grote lokale verantwoordelijkheden liggen. Voor de uitvoering van dit akkoord zijn provincies en gemeenten dan ook harder nodig dan ooit. We zouden zelfs kunnen stellen dat als dit kabinet niet een goed bondgenootschap met de medeoverheden weet te ontwikkelen, dat  er dan weinig van dit akkoord terecht komt.

 

Het vorige kabinet was niet zo zuinig op de relatie met bijvoorbeeld vakbonden, brandweerkorpsen en gemeenten. De eerste daden van dit kabinet wijzen erop dat er daadwerkelijk een nieuwe wind waait. Enkele voorbeelden:

-          De pardonregeling voor asielzoekers is keurig uitgewerkt samen met de gemeenten.[2]

-          De onderhandelingen over de CAO voor ambtenaren zijn uit de Remkes-impasse getrokken en ruimhartig afgerond.

 

Wat ook opvalt is de sterke nadruk die in dit akkoord ligt op burgers, zowel individueel als gezamenlijk. Er is veel aandacht voor wijken en buurten. In het verlengde daarvan komt het woord ‘decentralisatie’ ook veel voor in dit akkoord. Dat zijn goede ontwikkelingen. Uiteraard moeten die mooie woorden nog wel in concrete daden worden omgezet ...

 

Algemeen overzicht

Voordat we verdergaan op die focus op mensen, staan we stil bij enkele overige zaken die sterk lokaal gericht én belangrijk voor de ChristenUnie zijn. 

- De passage over ‘zorgvuldige omgang met gewetensbezwaarde ambtenaren van de burgerlijke stand’ is inmiddels volop in het nieuws geweest. Ik ben benieuwd of het kabinet ooit tot effectuering zal durven overgaan van de laatste en enige nieuwe zin: “Mochten er in de gemeentelijke praktijk problemen ontstaan, dan zullen initiatieven worden genomen om de rechtszekerheid van gewetensbezwaarde ambtenaren veilig te stellen.”

- Het coalitieakkoord kondigt aan “oneigenlijk gebruik van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet” (p.15) tegen te gaan.

- Het van oorsprong ChristenUnie-voorstel voor kilometerheffing zal in deze kabinetsperiode worden ingevoerd.

- In het stads- en streekvervoer komen experimenten met gratis OV voor specifieke doelgroepen. Onze staatssecretaris Tineke Huizinga is daar al voortvarend mee aan de slag gegaan.[3]

- Dit kabinet trekt ten strijde tegen segregatie in het onderwijs, maar gaat daarbij niet over tot een acceptatieplicht (waarbij het bijzonder onderwijs verplicht zou worden - bepaalde percentages - allochtone leerlingen aan te nemen).

- De mogelijkheden voor gemeenten voor het voeren van een gericht armoedebeleid, schuldhulpverlening en inkomensondersteuning worden verruimd.

- “De sollicitatieplicht voor alleenstaande bijstandsgerechtigde ouders met kinderen tot 5 jaar wordt geschrapt”. Die vrijstelling is echter voor maximaal 6 jaar en deze ouders krijgen voor die periode wel een scholingsplicht.

- Coffeeshops bij scholen worden gesloten en coffeeshops die zich niet houden aan de AHOJ-G-criteria[4] worden zonder pardon gesloten. Ten aanzien van jongeren wil het kabinet een krachtig preventiebeleid voeren. Dit is overigens één van de punten, waarbij nog niet helder is hoe de verantwoordelijkheidsverdeling gaat worden tussen Rijk en gemeenten.

- “Aan gemeenten zal een ruimere vrijheid worden gegeven om in hun beleid ter zake van ruimtelijke ordening rekening te houden met bestaande bordelen, ook in de regio waarin de betrokken gemeente ligt (inclusief de “nuloptie”).” (p.35)

- Dit kabinet zegt de bestuurlijke drukte te willen verminderen en bestuurlijke rust te willen creëren. Daarvoor wordt onder meer ”differentiatie in taken, bevoegdheden en bestuurlijke inrichting van gemeenten en provincies” mogelijk gemaakt en worden pilots aangekondigd om enkele beleidsterreinen zo te gaan inrichten dat (maximaal) twee bestuurlijke niveaus betrokken zijn: het niveau dat beleid vormt en de taak uitvoert, en maximaal één niveau dat coördineert respectievelijk toezicht uitoefent.

- Herindelingen van gemeenten vinden alleen plaats als daarvoor voldoende lokaal draagvlak bestaat.

- De wijze van benoeming van burgemeesters en Commissarissen van de Koningin blijft ongeveer zoals het nu is.

- De gemeenteraden worden niet verkleind (wat wel de bedoeling was van het vorige kabinet).

 

Mens weer meer centraal

Zoals gezegd zien we in het coalitieakkoord een hernieuwde aandacht voor de menselijke maat. Het motto Samen Werken, Samen Leven wijst ook al in die richting. De volgende citaten zeggen genoeg:

 

“Problemen en mogelijkheden waarmee mensen in hun leven te maken hebben, zijn nauw met elkaar verweven. Daarom moeten de beleidskokers worden verlaten: beleid op het gebied van arbeidsparticipatie, onderwijs, gezin, mantelzorg, levensloop en jeugd dient onderling afgestemd te zijn ten behoeve van de mensen om wie het gaat.”(p.9)

 

“Deze tijd vraagt om een overheid die zich opstelt als bondgenoot van de samenleving, die betrouwbaar wil zijn en die samen met burgers aan oplossingen werkt. (…)

Niet stelsels en systemen, maar mensen en hun mogelijkheden dienen centraal te staan in het denken van de overheid. De overheid moet vertrouwen geven, ruimte laten, en mensen toerusten om volwaardig te participeren en verantwoordelijkheden te dragen. De menselijke maat is daarbij leidraad en kwaliteit staat centraal. Dit alles vraagt een vermindering van ‘bestuurlijke drukte’, een betere bestuurlijke werkwijze en een intensieve dialoog met de samenleving. Geen blauwdrukken van bovenaf, maar zoeken naar draagvlak, open staan voor initiatieven van burgers, streven naar maatwerk en waar mogelijk decentralisatie.” (p.11)

 

Die gerichtheid op de mens en de daarbij horende ruimte voor maatwerk uit zich in tal van punten:

- “Vrijwilligerswerk en mantelzorg zullen ruimer financieel worden gestimuleerd.” (p.25)

- “Gemeenten worden gestimuleerd zoveel mogelijk via een zogenaamde 1-loket-functie te werken, zodat mensen in wijken, dorpen en steden snel en adequaat worden geholpen.” (p.32)

- Bij de WWB krijgen gemeenten meer ruimte “om via maatwerk participatiebevorderend beleid te voeren” (p.25)

- “Gemeenten krijgen ruimere bestedingsmogelijkheden om inburgeraars naar capaciteit direct op een hoger niveau te laten inburgeren.”(p.27)

 

Kleinschaligheid

 

De menselijke maat vinden we natuurlijk bij uitstek in kleinschalige verbanden. “In buurten, wijken, organisaties en bedrijven ontplooien mensen gemakkelijker initiatieven dan in grote anonieme verbanden.” (p.12) De kracht van dat schaalniveau moet volgens het akkoord dan ook beter worden benut. Daarom oormerkt dit kabinet een deel van het verruimde stedelijke vernieuwingsbudget voor buurt- en wijkbudgetten “waaruit eigen initiatieven van bewoners financieel kunnen worden ondersteund.”(p.32). Dat kunnen zelfs veiligheidsinitiatieven zijn. - “Wijkinitiatieven ter bestrijding van onveiligheid en vermindering van overlast worden ondersteund.” (p.33) Ook zal worden bezien hoe de burgers in hun buurt verder betrokken kunnen worden bij het verbeteren van veiligheid ”bijvoorbeeld via ‘veiligheidsbuurt-budgetten’ of door meer inspraak te organiseren bij het bepalen van de prioriteiten.”(p.34)

Dit kabinet benadrukt dat veiligheid lokaal ingebed moet zijn. Er komt dan ook vooralsnog geen landelijke politieorganisatie. In het kader van de ‘sterke’ wijkaanpak zal de inzet op ‘elke buurt zijn buurtagent’ worden voortgezet. Politie moet aanwezig zijn “in wijk en buurt, in dorp en landelijke kern.” (p.33)

Over ‘kernen’ gesproken, de coalitie wil het behoud van voldoende voorzieningen in kleine kernen op het platteland ondersteunen, maar qua invulling is alleen de vervolgzin in het akkoord “Met het oog op het behoud van een vitaal platteland wordt het mogelijk gemaakt dat plattelandsgemeenten voor de eigen bevolking kunnen bouwen” (p.21) daarvoor niet genoeg.

De focus op wijken uit zich ook op het gebied van ouderen en zorg. “Veel ouderen willen liefst zo lang mogelijk in hun eigen wijk blijven wonen. Dit kan door wijken generatiebestendig te maken en op wijkniveau servicepunten voor welzijn en zorg na te streven. Ook een grotere variatie in het woningaanbod (met name oplopende zorg) kan eraan bijdragen dat ouderen langer in hun eigen wijk blijven wonen.” (p.32) Op het gebied van verpleeghuiszorg, ouderenzorg en gehandicaptenzorg wil het kabinet “in dialoog met het veld de ontwikkeling van nieuwe concepten in de care onderzoeken, bevorderen en belonen. Sleutelwoorden zijn daarbij kleinschaligheid, inbedding in wijken en buurten, ontbureaucratisering en ruimte voor de professional.” (p.41)

 

Al met al is het dan ook logisch dat het akkoord verderop aankondigt dat decentralisatie van taken en bevoegdheden naar en zelfstandigheid van provincies en gemeenten met kracht zal worden bevorderd. Dat zal uitgewerkt gaan worden in bestuursakkoorden. “In dit kader wordt de helft van het aantal doeluitkeringen omgezet in een generieke bijdrage aan de gemeenten en door een nader in te vullen decentralisatie-impuls met budgetoverheveling en/of met verruiming van het lokale belastinggebied.”(p.36)

Laten we als ChristenUnie-fracties op landelijk, provinciaal en lokaal niveau deze gerichtheid op de menselijke maat, op wijken en buurten, op samenwerking en op decentralisatie steunen!

 

Jeugd en gezin: focus voor de ChristenUnie in komende jaren?

Tot slot wil ik nog één spade dieper gaan dan het benadrukken van de algemene gerichtheid van dit kabinet op de menselijke maat.

Het kabinet heeft op basis van de indeling in zes pijlers ook de onderraden van de ministerraad opnieuw ingedeeld. Per onderraad zijn één of twee coördinerende ministers. CDA en PvdA doen allebei in vier van de zes onderraden mee. De ChristenUnie heeft geen coördinerend minister voor één van de pijlers.

Bij de tien projecten is per project een eerstverantwoordelijke minister aangewezen. De ChristenUnie heeft daar wel een verantwoordelijkheid. Het project Kansen voor kinderen valt namelijk onder de minister voor Jeugd en Gezin, André Rouvoet.

Dit project omhelst een brede aanpak van zorg voor en bescherming van kinderen en jeugd. De kokers voorbij. “Er komen Centra voor Jeugd en Gezin, waarin jeugdzorg en opvoedondersteuning en andere organisaties elkaar vinden en de handen ineen slaan.” (p.10) In die Centra wordt “zoveel mogelijk medische, sociale en educatieve ondersteuning voor ouders en hun kinderen georganiseerd” (p.29). Het elektronisch kinddossier wordt ook zo spoedig mogelijk ingevoerd. Ook ligt er een nauwe relatie met het project Aanval op de schooluitval .[5]

 

Het lijkt niet onlogisch, mede gezien de nadruk die daar al op lag in de lokale, provinciale en landelijke verkiezingsprogramma’s van de ChristenUnie om stevig op dit thema in te zetten.

Bij jeugd en gezin moet er daarbij zeker ook aandacht zijn voor de sociale infrastructuur daaromheen. Daar kunnen we de relationele benadering, die al in 2005 bij de ChristenUnie is geïntroduceerd en waar slogans als ‘Voor elkaar’ vandaan kwamen goed in kwijt. Dat sluit ook naadloos aan bij de terugkeer naar de menselijke maat, waar we het net over hadden.

 

Als de ChristenUnie van landelijk tot lokaal gezamenlijk van dit project Kansen voor kinderen en breder van het ministerschap van André Rouvoet een succes kan maken, dan bewijzen wij dit kabinet, de ChristenUnie én – waar het vooral om gaat - heel veel gezinnen, kinderen en jongeren een grote dienst.

 

 

 

SAMENVATTING

  1. Het akkoord ademt een totaal andere sfeer uit dan we van de vorige kabinetten gewend waren
  2. Dit uit zich onder andere in de nadruk op de menselijke maat en op kleinschaligheid.
  3. De CU moet stevig inzetten op het thema ‘jeugd en gezin’.

 

 



[4] geen Affichering, geen Harddrugs, geen Overlast, geen verkoop aan Jongeren beneden de 18 jaar en geen verkoop van Grote hoeveelheden van meer dan 5 gram drugs.

[5] Het kabinet wil in deze regeringsperiode komen tot een halvering van de schooluitval. Daarvoor wordt het reeds ingezette offensief “voortgezet en versterkt in samenwerking tussen overheid, ouders, scholen, bedrijfsleven (voor stages en leer/werkplekken), maatschappelijk werk, jeugdzorg, gemeenten en politie.” (p.7)

“Voor jongeren tot 27 jaar geldt een leer/werkplicht die bestuurlijk kan worden gehandhaafd door middel van verplichtende begeleidingstrajecten gericht op scholing op straffe van inhouding op een eventuele uitkering” (p.30).