Medisch-ethische thema's in het regeerakkoord

Medisch-ethische thema’s in het regeerakkoord

 

Door dr. Matthijs van den Berg, onlangs gepromoveerd aan de Vrije Universiteit op het proefschrift ‘Decision making on prenatal screening’, nu werkzaam als onderzoeker bij het RIVM

 

De medisch-ethische paragraaf is een heftig bediscussieerd onderdeel van het akkoord. Maar is er wel zoveel veranderd? Er zijn veel punten in deze paragraaf van waar de ChristenUnie zich goed in kan herkennen, maar er zijn ook kritische kanttekeningen te maken. Niet zozeer bij datgene wat er wél in staat, maar vooral over wat er niet in staat.

 

In dit artikel wordt de medisch-ethische paragraaf van het coalitieakkoord tussen CDA, PvdA en ChristenUnie aan een kritische beschouwing onderworpen. Het artikel begint met een overzicht van de standpunten die de ChristenUnie in haar verkiezingsprogramma over deze medisch-ethische thema’s heeft ingenomen. Vervolgens wordt de medisch-ethische paragraaf van het coalitieakkoord onder de loep genomen en de sterke en zwakke punten besproken. Tenslotte komen de kansen en bedreigingen aan bod. Dit artikel zal zich beperkten tot de drie medisch-ethische thema’s die in het akkoord aan de orde komen zijn: abortus provocatus, euthanasie, en onderzoek met embryo’s en embryonale stamcellen.

Verkiezingsprogramma’s

 

Het CDA behandelt in het hoofdstuk ‘Gezondheid en welzijn’ ook een aantal medisch-ethische thema’s. De paragraaf ‘Menswaardige medische technologie’ begint met de constatering dat het streven naar kwaliteit van leven of het verminderen van menselijk lijden soms raakt aan ethische dilemma’s. Vervolgens wordt de CDA-visie op een aantal van deze thema’s gegeven. Abortus moet volgens het CDA beperkt blijven tot echte noodsituaties. Het CDA wil vasthouden aan de wettelijke bedenktijd, en pleit voor onafhankelijke voorlichting over alternatieven voor en gevolgen van abortus, en voor extra aandacht voor het voorkómen van ongewenste zwangerschappen. Het verbod op het creëren van embryo’s ten behoeve van experimenten, kloneren, en stamceltherapie moet worden gehandhaafd. Het CDA vindt dat onderzoek met embryo’s alleen is toegestaan in rechtstreeks belang van het beginnend menselijk leven binnen het kader van de zwangerschap. Tenslotte pleit het CDA voor het bevorderen van alternatieven voor onderzoek waarbij embryo’s worden gebruikt en van onderzoek ter voorkoming van restembryo’s. Het CDA is voor een strikte handhaving van de wettelijke normen bij euthanasie. Palliatieve zorg moet breed beschikbaar zijn.

 

Het PvdA-programma heeft in het hoofdstuk ‘Werken aan de kracht van mensen’ een paragraaf met de titel ‘Medisch en ethisch verantwoord’. Deze bevat twee punten. Onder het motto gebruiken voor onderzoek is beter dan weggooien, stelt de PvdA dat het afleiden van stamcellen uit restmateriaal (!) van IVF-behandelingen een veelbelovende methode is, waarvoor ruime mogelijkheden moeten zijn. (Het andere punt gaat over orgaantransplantatie en wordt hier nu buiten beschouwing gelaten.)

 

In het hoofdstuk ‘Zorgen’ van het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie staat de paragraaf ‘Bescherming van het leven’. De medisch-ethische thema’s die hier aan de orde komen, worden ingekaderd door de openingszinnen van dit stuk: “Leven, van het prilste begin tot het broze einde, is door God gegeven. De grenzen van het leven liggen in Zijn handen.” De ChristenUnie stelt de beschermwaardigheid van het leven centraal en ziet dit als taak van de overheid, zeker als het gaat om hen die nog geen stem hebben of geen stem meer hebben.

De ChristenUnie wil herstel van wettelijke bescherming van het leven. Abortus is slechts gerechtvaardigd als het leven van de moeder wordt bedreigd. Voorkomen moet worden dat mensen abortus als enige uitweg uit een noodsituatie zien. Er moet meer aandacht komen voor preventie van ongewenste zwangerschappen; de voorlichting moet vooral ook inspelen op seksuele moraal onder jongeren. De ChristenUnie vindt dat de overtijdbehandeling onder de abortuswet moet komen te vallen.

Op het gebied van euthanasie wil de ChristenUnie dat de zorgvuldigheidsregels strikt moeten worden nageleefd. Ook moet er meer aandacht voor palliatieve zorg komen, waardoor de vraag naar euthanasie zal gaan afnemen. Tenslotte vindt de ChristenUnie dat onderzoek op embryo’s slechts geoorloofd is als dit in het directe belang is van het embryo zelf. Het creëren van embryo’s voor onderzoeksdoeleinden is dus niet toegestaan. Onderzoek met niet-embryonale stamcellen moet worden gestimuleerd.

 

Wat gelijk opvalt bij een vergelijking met de medisch-ethische paragrafen van de verkiezingsprogramma’s van PVDA en CDA is dat het PvdA-programma heel beperkt is over medisch-ethische thema’s, en bijvoorbeeld niets zegt over abortus en euthanasie, terwijl de programma’s van CDA en ChristenUnie hier veel uitgebreider over zijn en bovendien opvallend veel overeenkomsten vertonen.

 

Coalitieakkoord

Het akkoord begint met de woorden “Wij willen samen werken aan groei, duurzaamheid, respect en solidariteit. Aan een samenleving waarin oog is voor elkaar en waarin recht wordt gedaan aan ieders mogelijkheden en talenten. Een samenleving ook, waarin de overheid duidelijke grenzen stelt aan wat wel en wat niet kan, waarin vooral de eigen kracht van de samenleving wordt benut en waarin creativiteit en eigen initiatief worden ondersteund.” De laatste van de zes pijlers die het kabinetsbeleid dragen, is de pijler ‘Overheid en dienstbare publieke sector’. Binnen deze pijler valt het beleid rond volksgezondheid en zorg. De paragraaf ‘Medische ethiek’ bevat de afspraken over abortus, euthanasie en embryo’s.

 

Wat betreft abortus is er afgesproken dat de overtijdbehandeling onder de Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ) komt te vallen. Een overtijdbehandeling is een vroege abortus (t/m 16 dagen overtijd) door curettage of abortuspil. Deze vroege abortussen vielen niet onder de wet; hiervoor kon men zonder verwijzing en zonder bedenktijd terecht in de klinieken. Met de huidige mogelijkheden om zwangerschap met zekerheid vast te stellen, is het onderscheid tussen overtijdbehandeling en abortus achterhaald. Hier komt onder dit nieuwe kabinet dus een einde aan. Verder komt er meer aandacht voor alternatieven voor abortus, waaronder adoptie. Ook komt er onderzoek naar “de aard van de noodsituatie en de (psychische) gevolgen van abortus”. Ten slotte ligt de nadruk op seksuele voorlichting thuis en op school (met name onder jongeren van allochtone afkomst).

 

Wat betreft euthanasie komen er geen wetswijzigingen en geen experimenten zoals bijvoorbeeld de pil van Drion. De pil van Drion staat voor de mogelijkheid tot een zelfgekozen einde zonder tussenkomst van een arts en zonder dat er sprake hoeft te zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. De huidige euthanasiewet laat geen ruimte voor deze vorm van zelfdoding. Dit blijft zo onder dit kabinet. Er zal meer worden geïnvesteerd in palliatieve zorg.

 

Wat betreft onderzoek met menselijke embryo’s blijft het verboden om embryo’s te creëren speciaal voor onderzoek en wordt onderzoek met niet-embryonale stamcellen sterk gestimuleerd.

 

Beschouwing

Er zijn veel punten in de medisch-ethische paragraaf van het regeerakkoord waar de ChristenUnie zich goed in kan herkennen en waarvoor ze blij en dankbaar mag zijn: aandacht voor alternatieven voor abortus en aandacht voor voorlichting en preventie van ongewenste zwangerschappen; geen verruiming van de euthanasiewet en investering in palliatieve zorg; geen opheffing van het verbod om embryo’s speciaal voor onderzoek te creëren en stimulering van onderzoek met volwassen stamcellen. Veel goeds dus, wat rechtstreeks uit het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie lijkt te komen.

 

Maar, er zijn ook kritische kanttekeningen te maken. Niet zozeer bij datgene wat er wel in staat, maar vooral over wat er niet in staat. Het coalitieakkoord zegt bijvoorbeeld niet dat elk geval van abortus of euthanasie er een teveel is en dat maatregelen genomen moeten worden om de aantallen terug te dringen. Er staat niet dat de abortusgrens terug moet naar –bijvoorbeeld– 12 weken. Er staat niet dat het niet de taak van een arts is om opzettelijk levens te beëindigen. Er staat niet dat het verboden wordt om stamcellen uit restembryo’s te halen en deze embryo’s zo te vernietigen.

 

Zijn dit gemiste kansen of moet de ChristenUnie blij zijn met wat er wel in staat? Was er op deze thema’s niet meer uit te slepen geweest? Wat te denken geeft, is dat het grootste deel van de medisch-ethische punten in het akkoord tussen CDA, PvdA, en ChristenUnie ook al in het coalitieakkoord tussen CDA, VVD, en D66 uit 2003 stond. In de paragraaf ‘Enkele aspecten van immateriële aard’ van dat akkoord stond ook dat er bijzondere aandacht voor de alternatieven van abortus (ook hier werd adoptie expliciet genoemd), en voor voorlichting om ongewenste zwangerschap te voorkomen, moest komen; dat er meer aandacht nodig is voor palliatieve zorg; en dat het verbod op tot stand brengen van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek en andere doeleinden van zwangerschap wordt gehandhaafd. Kan hieruit de conclusie getrokken worden dat wat de ChristenUnie op de medisch-ethische thema’s in de wacht heeft gesleept, ten opzichte van het akkoord waar D66 aan meedeed, eigenlijk heel mager is?

 

Reacties

Vanaf het moment dat het akkoord uitlekte, heeft de medisch-ethische paragraaf hevige en wisselende reacties los gemaakt. Verschillende kranten schreven dat de ChristenUnie abortus en euthanasie ongemoeid zou laten. Terwijl anderen, waaronder de oppositiepartijen, juist riepen dat verworven rechten worden teruggedraaid door dit kabinet. Deze uiteenlopende reacties geven de ambivalentie aan die in de paragraaf zit: er staan voor de ChristenUnie herkenbare voornemens in, maar worden abortus en euthanasie feitelijk inderdaad niet ongemoeid gelaten en gaat de ChristenUnie zo niet verantwoordelijkheid dragen voor wetgeving die voor de partij en haar achterban indruist tegen wat gezien wordt als één van de meest fundamentele waarden: beschermwaardigheid van het leven?

 

Wat verder opvalt is dat juist de onderwerpen waarvan je zou kunnen zeggen dat de ChristenUnie die heeft ‘binnengehaald’ enorm veel maatschappelijke discussie en onrust hebben veroorzaakt. De kranten hebben jarenlang niet zo bol gestaan met artikelen over abortus en euthanasie. De meeste van deze artikelen en opiniestukken betogen het tegenovergestelde van wat de ChristenUnie nastreeft en van wat in het akkoord staat: adoptie is ongeschikt als alternatief voor abortus, euthanasie zonder uitzichtloos lijden moet kunnen, en het belang van embryonaal onderzoek is enorm en dit moet niet tegengewerkt worden. Het lijkt erop dat de paragraaf de discussie en meningsvorming versneld heeft en mensen hierdoor juist stelling zijn gaan nemen tégen het voorgenomen beleid.

Bijvoorbeeld, als reactie op de nadruk op alternatieven voor abortus en het expliciet noemen van adoptie in het regeerakkoord, werd een onderzoek gedaan waaruit bleek dat driekwart van de huisartsen een zwangere vrouw die een abortus wil, niet wil wijzen op de mogelijkheid het kind af te staan. Zelfs als het kabinet dat wettelijk zou verplichten, zou een meerderheid dat nog niet doen. Opmerkelijk, want het is voor artsen nu ook al verplicht om te wijzen op alternatieven. Artikel 5.2 van de WAZ zegt onder andere “dat de vrouw die het voornemen heeft tot afbreking van zwangerschap en zich met een daartoe strekkend verzoek tot de arts heeft gewend, wordt bijgestaan, in het bijzonder door het verstrekken van verantwoorde voorlichting over andere oplossingen van haar noodsituatie dan het afbreken van de zwangerschap.” Is hier sprake van het boemerangeffect zoals we dat ook zien bij de kwestie van de weigerambtenaren?

 

Invulling

Zoals gezegd, de medisch-ethische paragraaf bevat veel goede voornemens. Maar als we inzoomen op de formuleringen, dan zien we veel constructies als “meer aandacht voor”, “onderzoek naar”, “sterk gestimuleerd”. Formuleringen die veel ruimte laten voor nadere invulling. Dit biedt de ChristenUnie kansen om hier echt inhoud aan te geven, maar tegelijkertijd zijn het bedreigingen omdat het bij deze mooie woorden kan blijven. Meer aandacht voor alternatieven van abortus, meer geld naar palliatieve zorg, stimulering van niet-embryonaal stamcelonderzoek: zonder echte maatregelen is het de vraag of hierdoor één ongeboren kind minder geaborteerd zal worden, één patiënt minder opzettelijk het leven beëindigd zal worden, en één embryo minder vernietigd zal worden voor onderzoek. Wat gebeurt er bijvoorbeeld na het onderzoek naar de aard van de noodsituatie? Zal er wat veranderen door zo’n onderzoek? “Ik ben er nog niet klaar voor”, “Ik heb geen kinderwens meer” zijn voor de ChristenUnie geen noodsituaties, maar het ligt niet in de verwachting dat zo’n onderzoek iets zal veranderen. Gaat er inderdaad meer aandacht voor alternatieven van abortus komen? De huisartsen zullen er niet aan meewerken. Met alleen aandacht en onderzoek zal er niet veel veranderen in beleid of praktijk.

 

De kansen binnen het regeerakkoord liggen dus in de nadere invulling van de beleidsvoornemens. De ChristenUnie zal daar nog een zware dobber aan krijgen, want de staatssecretaris die erover gaat, Jet Bussemaker van de PvdA, interpreteert dit deel van het regeerakkoord als volgt: “[Oppositie en maatschappelijke organisaties] gingen er vanuit dat het kabinet het recht op abortus sterk zou inperken, het vrijwillige levenseinde onder druk zou zetten en door het verbieden van het kweken van embryo’s voor onderzoek de wetenschap zou benadelen. Deze politieke en maatschappelijke onrust is onterecht. Wie het coalitieakkoord op deze punten goed leest, ziet dat er helemaal geen sprake is van het terugdraaien van de klok. Aan de mogelijkheid op abortus en euthanasie wordt niet getornd.”

Samen met het CDA moet de ChristenUnie zich er hard voor maken dat de voornemens op medisch-ethisch terrein concreet worden ingevuld en voortvarend worden opgepakt. Daar ligt voor de ChristenUnie een opgave en een verantwoordelijkheid.

 

 

SAMENVATTING

  1. Er zijn veel punten in de medisch-ethische paragraaf waar de CU zich goed in kan herkennen en waarvoor ze dankbaar mag zijn.
  2. De kritische kanttekeningen betreffen niet zozeer wat er wel in staat, maar vooral wat er niet in staat.
  3. De kansen liggen in de nadere invulling van de beleidsvoornemens. De CU krijgt daar echter nog een zware dobber aan.

 

 

Bron: DenkWijzer 2007, nummer 3

Copyright ChristenUnie 2007