Kansen voor onderwijs

Kansen voor onderwijs

 

Door John van Boven, Fractievoorzitter ChristenUnie Zwolle

 

“In de media staat de ChristenUnie er goed op. Ze wordt een paar keer zelfs ‘de stille winnaar’ van de onderhandelingen genoemd.” “De standpunten van de ChristenUnie lagen dan tussen die van het CDA en de PvdA in en ze werden daardoor voor de hand liggende compromissen.” Beide citaten zijn te vinden op pagina 129 van het boek van Sytze Faber, De wet van de koestal. Het is geen verkeerd begin van een artikeltje over de paragraaf over onderwijs. Laat nu al gezegd zijn, dat de grote mate van overeenstemming tussen het regeerakkoord en het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie op het punt van onderwijs opvallend is.

 

Belang

Die overeenstemming spreekt te meer als we letten op het grote belang van onderwijs in onze samenleving. We maken ons nu zelfs collectief druk over de kwaliteit van het onderwijs.

Goed onderwijs is in het belang van leerlingen en van de samenleving. Ontplooiing van talenten is waardevol voor de mensen zelf en voor de samenleving. Daarom mag niemand de school verlaten zonder een afgeronde opleiding.

Wat vindt u hiervan? Kunt u hier achter staan? Het zijn teksten uit het regeerakkoord.

De ChristenUnie formuleert het als volgt: Onderwijs is het middel om te worden gevormd als mens en om de van God gegeven talenten te ontwikkelen. Het is een bijdrage aan het welzijn van individuen en aan de opbouw van een evenwichtige samenleving. De ChristenUnie wil graag dat zoveel mogelijk kinderen op hen toegesneden onderwijs volgen.

Laten we het zo zeggen: met de tekst van het regeerakkoord kan de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie goed uit de voeten om haar eigen programma uitgevoerd te krijgen.

 

Thema’s

Om een beetje overzicht te krijgen bij het vergelijken van het CU-programma en het regeerakkoord is de inhoud gegroepeerd naar een aantal thema’s: algemeen, organisatie, zorg en hoger onderwijs.

 

Algemeen

De ChristenUnie benadrukt de mogelijkheid om ouders een vorm van onderwijs te laten kiezen die past bij hun levensvisie. Tegelijkertijd betekent dit, dat van ouders betrokkenheid mag worden gevraagd en verwacht. De vrijheid van onderwijs is een belangrijke verworvenheid. Dat wordt benadrukt door de toegenomen ruimte voor het voeren van een eigen beleid en het maken van eigen keuzes.

Het regeerakkoord laat weten, dat het geven van ruimte aan het onderwijs voor betere kwaliteit, vrijheid van keuze betekent voor ouders en voor studenten. Onderwijsinstellingen krijgen meer mogelijkheden om invulling te geven aan het onderwijs door vertrouwen te geven aan professionals in het onderwijs, minder regels en minder toezicht.

 

Organisatie

Zaken waarvoor de ChristenUnie onder dit thema aandacht vraagt, zijn de verantwoordelijkheid van de overheid voor de bekostiging, het kwaliteitsbeleid (betrekken van ouders, leerlingen en docenten bij de school), betalen van de boeken door de school, kleinere schooleenheden, meer geld voor speciaal onderwijs, aanpakken van de werkdruk, loopbaanperspectief, meer financiële middelen voor achterstallig onderhoud, bestrijden van schooluitval en een betere aansluiting tussen scholen voor VMBO en MBO.

Het regeerakkoord vraagt aandacht voor kleinschalig organiseren van onderwijs, gratis schoolboeken, voorkomen van voortijdig schoolverlaten, bevorderen van doorstroom van VMBO, MBO en HBO en voor het vormen van brede scholen.

 

Zorg

De ChristenUnie laat bij dit thema weten, dat het belangrijk is, dat elk kind de kans moet krijgen om uitgedaagd, gestimuleerd en gemotiveerd te blijven. Cruciaal is de samenwerking tussen het onderwijs en de jeugdzorg en belangrijk dat de prestaties van kinderen in achterstandswijken verbetert.

Het regeerakkoord zet hier in op het voortvarend ten uitvoer brengen van het onderwijsachterstandenbeleid om de segregatie in het onderwijs te bestrijden. De integratie van zorgleerlingen in het regulier onderwijs moet worden bevorderd en het speciaal onderwijs blijft een noodzakelijke aanvulling.

 

Hoger onderwijs

Over dit thema heeft de ChristenUnie het volgende te zeggen. Van invoering van het leerrechtensysteem moet worden afgezien, omdat het geen verbetering van de kwaliteit van het onderwijs vormt. Universiteiten moeten worden tegemoetgekomen voor de bekostiging van onderwijs aan studenten uit ontwikkelingslanden. Er moet geld zijn voor gedegen onderzoek. Ook wordt aandacht gevraagd voor waarden en normen voor wetenschap en samenleving.

Het regeerakkoord geeft aan dat er een nieuw geïntegreerd wetsvoorstel moet komen voor bekostiging en besturing van hoger onderwijs en onderzoek. Het voornemen is extra te investeren in het hoger onderwijs.

 

Wat valt op?

Het belangrijkste is, dat het regeerakkoord wat uitgangspunten voor het onderwijs betreft, een stimulans genoemd kan worden voor het uitvoeren van het programma van de ChristenUnie.

Het regeerakkoord geeft veel punten van herkenning. Regeringsverantwoordelijkheid mede voor het onderwijs betaalt zich uit in deze voornemens van de regering.

Er zijn ook verschillen waar te nemen. Al zijn die verschillen niet wezenlijk of belemmerend voor de ChristenUnie. Daar waar de ChristenUnie wijst op de grote verantwoordelijkheid van ouders voor het onderwijs – er wordt betrokkenheid gevraagd en verwacht – laat het regeerakkoord weten dat we vertrouwen moeten geven aan de professionals in het onderwijs, minder regels en minder toezicht. Vanuit het perspectief van de overheid kan hiermee worden ingestemd. Het kan wel een minder duidelijk signaal zijn voor de betrokkenheid van de ouders. De brede school wordt genoemd in het regeerakkoord. Dat is op zich niet verkeerd. Het vraagt wel een zekere alertheid als het gaat om de plek van de ouders in dat concept. Het is niet vanzelfsprekend dat ouders dezelfde ruimte krijgen voor het waarmaken van hun eigen verantwoordelijkheid.

 

Kansen

In het onderwijs is een omslag aan de gang. Dan doelen we op verantwoording. Die omslag houdt in dat de verticale verantwoording plaats maakt voor horizontale verantwoording (voor de liefhebbers: het WRR-rapport Bewijzen van goede dienstverlening). De school verantwoordde zich voorheen vooral richting de inspectie. Nu verantwoordt de school zich in toenemende mate naar haar natuurlijke partners. Dat zijn in de eerste plaats de ouders. Maar dat zijn ook de maatschappelijke partners: de omgeving, de plaatselijke overheid, de toeleverende scholen, het vervolgonderwijs. Scholen nemen zo hoe langer hoe meer hun eigen verantwoordelijkheid om te laten zien op welke manier ze bezig zijn met het leveren van kwaliteit. De school legt verantwoordelijkheid af omdat ze dat nodig vindt, niet omdat het moet van anderen.

Het programma van de ChristenUnie legt terecht een grote verantwoordelijkheid bij de ouders. Niet alleen voor de kwaliteit van het onderwijs, maar ook voor het borgen van de vrijheid van onderwijs. Voor het bestaansrecht van bijzondere scholen. Voor het gebruiken van de ruimte voor het voeren van een eigen beleid en het maken van eigen keuzes.

 

Tot slot

Het zo goed mogelijk gebruikmaken van die ruimte moet worden bevorderd. Het regeerakkoord geeft vertrouwen aan de professionals in het onderwijs door minder regels en minder toezicht. De ruimte die daardoor ontstaat kan (moet?) dan worden benut door de ouders en anderen die in en om de school staan. Dat gaat niet vanzelf. Dat moet worden gestimuleerd. Dat kan door de ouders stelselmatig te benaderen en van informatie te voorzien.

Dat kan ook door de school de mogelijkheid te geven op een verantwoorde manier haar beleidsruimte te laten invullen. Daarvoor is wel informatie nodig; er moeten kengetallen worden ontwikkeld en verzameld. Scholen moeten onderling kunnen vergelijken. Niet om ranglijstjes aan te leggen. Wel om te leren van best practices. De overheid moet bevorderen dat die informatie verzameld wordt en beschikbaar is, met aandacht voor de actualiteit van de informatie. Daar is nog een wereld te winnen.

 

 

 

 

SAMENVATTING

-         Met de onderwijstekst van het regeerakkoord kan de ChristenUnie goed uit de voeten.

-         Het is goed dat de school zich in toenemend mate naar haar natuurlijke partners: de ouders, maar ook de maatschappelijke partners.

-         Scholen moeten onderling kunnen vergelijken om te leren van best practices.