Een Kuyper-kabinet?

Een Kuyper-kabinet?

 

Door Jan Post, hoofdredacteur 

 

 

Na een stormachtige opkomst in het laatste kwart van de negentiende eeuw veroverderde Abraham Kuyper in 1901 het premierschap. Het doel was duidelijk: kerstening van de samenleving. Het vertrouwen groot: er was immers “geen vaster en geen hechter bolwerk dan het nog altoos onverwinlijk Calvinisme”, aldus Kuyper in 1899. Binnen een mum van tijd moest Kuyper echter constateren dat hij niet veel van zijn idealen tot stand kon brengen. Hij had in zijn kabinet te rekenen met de “Christelijk-Historischen” en de “Rooms-Katholieken”, met ambtenaren die “met leede ogen” zijn ministerschap aanzagen, met bestaande wetgeving die uit “een heel ander beginsel” was opgekomen, met de “traagheid waarmee onze parlementaire molen” maalde en met een “klein getal in eigen kring van speciale deskundigen”.[1] Voor ons ligt een nieuw regeerakkoord van wat wel het VU-kabinet genoemd wordt. De Vrije Universiteit, eens de stormram van Kuyper en de zijnen. Later, één van de motoren achter de ontzuiling van het gereformeerde volksdeel.

 

Binnen en buiten de ChristenUnie is veel gesproken over de participatie van deze partij in dit kabinet. Van buiten wordt af en toe een ware kruistocht gevoerd vanuit de angst dat ons land zou verworden tot een fundamentalistische staat met een calvinistisch vaandel. Niet onlogisch. Zo de waard is, vertrouwt-ie z’n gasten. Als rijksambtenaar maakte ik in 1994 van dichtbij mee hoe het paarse triomfantalisme hoogtij vierde. Ik mocht in de Ridderzaal het voorlezen van de troonrede meemaken en getuige zijn van het rondedansje van Kok en de zijnen als een soort uitdrukking van het ‘onverwinlijk liberalisme’. Paars was een nieuwe fase in de Nederlandse geschiedenis, zo werd gemeend. Maar waar Kuyper zich een eeuw vergiste in de kracht van het “onverwinlijk calvinisme” was het een eeuw later de beurt aan de liberalen (het ‘heel ander beginsel’) om te weinig rekening te houden met krachten en tegenkrachten.

 

Triomfantalisme?

Van triomfantalisme binnen de ChristenUnie is zeker geen sprake. Binnen de partij zijn er die de kabinetsdeelname zelfs een groot waagstuk vinden en het risico groot achten dat kabinetsdeelname de partij eerder schade zal berokken dan voordeel zal opleveren. En niet geheel zonder reden.

Ook op de gezichten van de voorstanders van de kabinetsdeelname zien we geen triomfantalisme. Wel realisme. Men zoekt naar de juiste strategie om er op z’n minst zo goed mogelijk uit te komen en de positie van de ChristenUnie naar de toekomst toe te versterken.

Het is duidelijk dat met het toetreden van de ChristenUnie geen nieuwe fase van onze vaderlandse geschiedenis is ingegaan. Wie meent dat met dit VU-kabinet ‘Kuypers idealen’ alsnog verwezenlijkt kunnen worden komt bedrogen uit. Dit (en elk) kabinet heeft met dezelfde factoren te rekenen als Kuyper. Maar inmiddels kunnen we er wel een paar bij bedenken. Het enorm toegenomen takenpakket van de overheid bijvoorbeeld, waarmee ook de organisatie van het publiek bestel in omvang ongeëvenaard is toegenomen en navenant weerbarstiger is geworden. En verder de invloed van de media, de bepaald minder inschikkelijk geworden burger, de internationale afhankelijkheid en zo zijn er nog wel meer te bedenken.

 

Koerwijziging

Het is interessant te bedenken dat het in de tijd van Kuyper ‘goed gebruik’ was om een omvattende visie op de samenleving te proclameren en deze vervolgens lijnrecht te plaatsten tegenover de visie van andersdenkenden en ervan uit te gaan dat wanneer men maar eenmaal ‘aan de macht’ zou zijn, de alomvattende visie in de praktijk zou kunnen worden gerealiseerd. Hoe groot kun je een teleurstelling maken? Het valt natuurlijk niet mee om het schip van staat in haar geheel van koers te doen veranderen.

De ChristenUnie moet tevreden zijn met een paar graden koerswijziging, waarbij het natuurlijk de vraag is of die paar graden de ChristenUnie voldoende politieke beloning op zal leveren. Dat hangt af van wát de ChristenUnie kan realiseren en/of (zo gaat dat in de politiek) op haar naam kan schrijven. Het hangt af van de situatie en de grote discussies ten tijde van de volgende verkiezingen. En vooral van het imago dat de voormannen en –vrouwen van de ChristenUnie in de samenleving krijgen. Op nogal wat van deze zaken heeft de ChristenUnie maar beperkt invloed en dus is de kabinetsdeelname inderdaad een waagstuk. Maar wel eentje die de moeite meer dan waard is.



[1] Wij Calvinisten …, openingswoord ter deputatenvergadering van 22 april 1909, door A. Kuyper, Kok, Kampen, (in 1990 opnieuw uitgegeven).