Duurzaam energiebeleid door nuchterheid en kwaliteit

Duurzaam Energiebeleid door nuchterheid en kwaliteit

 

Door prof. ir Jan Harmsen, hoogleraar Duurzame Chemische Technologie Rijks Universiteit Groningen

 

Duurzaamheid is een centraal thema voor de ChristenUnie. Het onderwerp heeft momenteel - gelukkig - het tij mee. Maar komt er van die duurzaamheid echt iets terecht in het coalitieakkoord? Vasthoudendheid en visie zijn hard nodig om verschil te kunnen maken. 

 

Van het ChristenUnie-verkiezingsprogramma Duurzaam voor elkaar zijn de streefcijfers voor broeikasgasemissie-reducties in het regeerakkoord terecht gekomen. In 2010 zou de emissie 94% van 1990 (Kyotoprotocol-eis) moeten zijn en in 2020 moet dit 70% zijn. De Minister van Milieu, mevrouw Jacqueline Cramer heeft al binnen de eerste 100 dagen allerlei plannen gelanceerd om deze streefcijfers te halen.

 

Cramer en Kyoto

Nu zijn plannen en voornemens prachtig, maar als we naar de politieke geschiedenis van broeikasgasreducties vanaf 1990 kijken dan heb ik grote zorgen. Alle Nederlandse regeringen vanaf 1990 hebben gezegd dat ze het Kyotoprotocol onderschrijven en daarmee gezegd dat ze beleid zullen maken en uitvoeren dat er voor zorgt dat in 2010 de broeikasgasemissies ten opzichte van 1990 met 6% zijn afgenomen. Echter, in al die jaren is het belangrijkste broeikasgas (koolstofdioxide) met 10% gestegen. Dit werd door de overheid gecamoufleerd door te praten over totale broeikasgasemissies, waaronder ook methaan, lachgas en fluorhoudende gassen vallen. Het totaal van alle broeikasgassen is in de periode 1990-2005 eerst toegenomen en vervolgens gaan dalen. In 2005 werd het niveau van 1990 weer bereikt. Ofwel: reductie van die overige gassen compenseerden de 10% toename van koolstofdioxide.

Die overige gassen spelen nu nog maar een kleine rol en nemen de laatste twee jaar nauwelijks verder af.

Kortom, in de periode 1990-2005 is er geen enkele reductie bereikt en is de uitstoot van het belangrijkste broeikasgas koolstofdioxide blijven stijgen. Als we verder bedenken dat a) grote Vinex-wijken zijn gebouwd zonder duurzaam bouwen als eis te stellen en dat b) de economische groei in die periode in Nederland lager was dan hij op dit moment is en dat daarmee gepaard gaande CO2-emissies bij ongewijzigd beleid sterker zullen toenemen, dan zal het duidelijk zijn dat van de nieuwe regering een geweldige inspanning gevergd wordt om het streefcijfer van 6% broeikasgasreductie in 2010 te halen.

 

Beoordeling maatregelen Kabinet

Deze reductie kan niet gehaald worden door te rekenen op nieuw te ontwikkelen technieken, zoals koolstofdioxide opslag, want introductie van nieuwe technologieën vergt veel tijd, bovendien altijd veel meer tijd dan gedacht, omdat uitvinders geboren optimisten zijn. Ik kan het weten, want ik werk te midden van hen en ben bovendien een van hen.

De reductie voor 2010 moet dus gehaald worden door snel te implementeren bewezen maatregelen en technieken. Het is zaak bij alle maatregelen van de regering te vragen: is dit een bewezen maatregel of techniek en is het in te zetten zonder dat er elders negatieve milieueffecten ontstaan die het totale effect negatief maken? Je moet natuurlijk altijd de hele levenscyclus in ogenschouw nemen. Laten we de voorstellen van minister Cramer met deze vragen even langslopen.


1. Biomassa voor elektriciteitsproductie

Dit gebeurt op momenteel al op grote schaal in Nederland. Een verdere vergroting is niet zo gemakkelijk, omdat afvalbiomassa uit Nederland al ingezet wordt en biomassa uit het buitenland vaak niet op een duurzame wijze verkregen wordt. Een voorbeeld is palmolie verkregen door eerst regenwoud te kappen om daarna palmplantages aan te leggen. Het kappen levert extra broeikasgasuitstoot op en het netto effect op wereldschaal is negatief.

Minister Cramer onderkent dit probleem en wil afspraken maken met bedrijven die biomassa willen inzetten om te zorgen dat de productie ook duurzaam gebeurt. Maar hoe dan ook, op korte termijn een extra broeikasgasreductie bereiken door extra biomassa in te zetten is niet waarschijnlijk.

 

2. Biobrandstoffen voor transport.

De huidige eerste generatie biobrandstoffen zijn ethanol uit koren en maïs en biodiesel uit palmolie en raapzaadolie. De benodigde kunstmest vergt veel fossiele brandstof. Het totale effect van deze eerste generatie biobrandstoffen op de broeikasgasuitstoot is dan ook heel gering.

 

3. Meer openbaar vervoer

Minister Cramer wil het openbaar vervoer met 5% per jaar laten groeien door achterstallig onderhoud weg te werken en de treinfrequentie te verhogen. Als haar dit lukt en als tevens het autovervoer vermindert met 5% en het energieverbruik van de NS niet significant stijgt door de maatregel, dan en alleen dan zal de koolstofdioxide uitstoot dalen met ongeveer 1% ten opzichte van 2007. Ik stel voor dat ieder jaar het energieverbruik door autoverkeer en door de NS gemeten wordt om te zien of te maatregel voldoende effect sorteert.     

Verder wil staatssecretaris De Jager meer vergroening van het belastingstelsel door belasting te heffen op vliegen en door het belastingverschil tussen zuinige en minder zuinige auto’s te vergroten. Ik adviseer de Tweede Kamer om te vragen de voorgestelde maatregelen per jaar te meten op hun effecten en zonodig de maatregelen aan te passen als de effecten te klein zijn.

 

4. Industrie

De Jager wil ook verdere vergroening van het belastingstelsel door belasting te heffen op verpakkingen. Opnieuw: dit kan snel worden ingevoerd, maar de industrie zal enige tijd nodig hebben om zich aan te passen. Voor 2010 is hier weinig van te verwachten.

 

Behuizing

Over duurzaam bouwen is niets in het coalitieakkoord te vinden. Dit is een zeer trieste situatie. 46% van alle energie gaat naar behuizing. En vooral hier zijn enorme besparingen mogelijk, die bovendien de bewoner veel geld oplevert. De Tweede Kamer zou kunnen voorstellen om bij de stedelijke vernieuwing te eisen dat dit volgens de eisen van duurzaam bouwen gaat. Tenslotte steunt de landelijke overheid deze vernieuwbouw en kan ze dus eisen stellen. Ook voorlichting aan gemeenten over duurzaam bouwen kan helpen om voor de nieuwbouw duurzaam bouwen te eisen. Wellicht kan de ChristenUnie-fractie met een initiatiefvoorstel komen om duurzaam bouwen toch af te dwingen. 

 

Lange termijn

De regering wil de uitstoot van broeikasgasemissies in 2020 verminderen ten opzichte van 1990 met 30%. Ze wil dit onder andere bereiken door het aandeel duurzame energie te verhogen naar 20% en een energiebesparing van 2% per jaar. Ze wil dit doen in Europees verband met regelgeving om een eerlijk speelveld voor de bedrijven te scheppen.

 

Nederland moet aansluiting zoeken bij Duitsland en de Scandinavische landen om trekker te kunnen worden van dit beleid. Ze kan dit doen op de gebieden tweede generatie biobrandstoffen, organische zonnecellen en blauwe electriciteit door benutting van zoetwater-zoutwater gradiëntverschillen tussen rivierwater en zeewater. Deze technologieontwikkeling zou niet alleen besparingen in Nederland opleveren maar ook een marktpositie voor duurzame energietechnologie.

 

Goede voorbeeld regering

De regering wil bedrijven stimuleren duurzame producten te ontwikkelen. Ze wil zelf het goede voorbeeld te geven door duurzame producten te kopen. Er komt ook een innovatieprogramma om samen met het bedrijfsleven te kijken naar de marktintroductie van nieuwe duurzame technologie. Dit laatste is een interessant nieuw gezichtspunt. In het verleden werd vooral onderzoek gestimuleerd, maar de veel belangrijker stap van concept naar implementatie in de industrie werd niet of nauwelijks ondersteund. Omdat in Nederland de verhouding implementatie/onderzoek erg scheef is kan hier heel wat van verwacht worden.

Voor de langere termijn moeten nu initiatieven genomen worden om de technologische innovatie te starten en te continueren. Dit vergt een lange termijn beleid, waarvan het bovendien voor universiteiten, instituten en bedrijven zeker moet zijn dat dit beleid gehandhaafd wordt. Dit moeten dan wel wetten van Meden en Perzen worden en niet maatregelen van bestuur die van de ene op ander dag ingetrokken kunnen worden.

  

Epiloog

Bij een echt duurzame ontwikkeling heeft de volgende generatie dezelfde kansen als de huidige generatie. Bij de succesvolle uitvoering van de voorgenomen maatregelen zullen de broeikasgassen in de atmosfeer echter nog steeds verder toenemen, met in ieder geval de bekende effecten van grotere extremen in het weer, die op hun beurt weer negatieve effecten hebben op flora en fauna en ook op de economie.

Van een duurzame ontwikkeling is dus nog lang geen sprake. Daarvan is pas sprake als de huidige koolstofdioxide-emissie op de korte termijn met 50% en op de lange termijn met  75% afneemt. Het is zaak om deze echte streefcijfers in het oog te houden en niet, zoals de vorige regering bij een groter succes van een andere maatregel, de regel in te trekken. Een duurzaam beleid eist visie en vasthoudendheid. De ChristenUnie heeft een kans dit gedrag te initiëren en te stimuleren in de regering, in de Tweede Kamer, bij de industrie en bij de bevolking.

 

 

SAMENVATTING

  1. Er zijn goede voornemens, maar de politieke geschiedenis van broeikasgasreducties vanaf 1990 geeft reden tot grote zorg.
  2. De reductie voor 2010 moet gehaald worden door snel te implementeren bewezen maatregelen en technieken.
  3. Een duurzaam beleid eist visie en vasthoudendheid.