De pijler van de weemoed

De pijler van de weemoed

 

Door Rien Rouw, beleidsadviseur bij de rijksoverheid

 

De afgelopen kabinetten kenmerkten zich door een neoliberale nadruk op het individu. Dit coalitieakkoord is duidelijk een product van de christelijk-sociale traditie waar de ChristenUnie in staat. Dat blijkt wel uit het accent op verbanden en gemeenschapszin. Toch zijn er extra uitdagingen te noemen met betrekking tot deze pijler van sociale samenhang.

 

De pijler van de weemoed

“Waar traditionele verbanden aan betekenis verliezen, zijn mensen op zoek naar nieuwe vormen van gemeenschapszin, geborgenheid en zekerheid. (…) In een wereld vol beweging geven gemeenschapszin en solidariteit mensen weerbaarheid en vertrouwen. Juist op kleine schaal liggen tal van kansen. De kracht van wijken, buurten en dorpen moet beter worden benut. Op dat schaalniveau voelen mensen zich vertrouwd en komen ze tot goede initiatieven.”

Zo luidt het mission statement voor de vierde pijler van het coalitie-akkoord, de pijler van sociale samenhang. Andere belangrijke elementen in deze pijler zijn “een stevige basis van gedeelde waarden en normen”, “meedoen naar vermogen” en “een goed functionerend publiek domein”. Je zou het ‘de pijler van de weemoed’ kunnen noemen, waarin wordt uitgedrukt de ervaring van het verlies van de “saamhorigheid en lotsverbondenheid van de wederopbouw”, van de solidariteit en het rijke verenigingsleven en van het “gedeeld waardenbesef in een relatief homogene samenleving”. Het is ook de meest uitgebreide pijler van het coalitieakkoord, als om aan te geven dat sociale samenhang in Nederland een verwaarloosd goed is de laatste jaren.

 

Participatie

Toch begint de uiteenzetting over sociale samenhang vrij traditioneel, namelijk met een paragraaf over participatie in de samenleving. Mensen die ver af staan van de arbeidsmarkt moeten worden gestimuleerd om (weer) te gaan werken. Het kabinet schuwt daarbij het middel van de gesubsidieerde banen niet. Die zullen in verschillende varianten worden aangeboden. Ook chronisch zieken en mensen met verstandelijke beperkingen moeten meer mogelijkheden krijgen om te werken. Onder meer door een veelbesproken bonus-malusregeling in de AOW in te bouwen, wil het kabinet stimuleren dat mensen doorwerken tot hun 65e. Belemmeringen in het arbeidsrecht en in de belastingen om daarna nog door te werken, worden weggenomen.

Sociale samenhang houdt volgens de coalitiepartners verder in dat ‘inkomens zich evenwichtig ontwikkelen’. De sterkste schouders zullen de zwaarste lasten dragen. Het beloningsbeleid voor topbestuurders moet bijvoorbeeld gematigd worden, in de private sfeer door zelfregulering en in de publieke sfeer door topbeloningen te normeren.

 

Handvest van burgerschap

Na participatie volgt integratie. Hier komen de gedeelde waarden om de hoek kijken. Want nieuwkomers moeten een “stevig inburgeringsprogramma” krijgen, afgesloten met een “verplichte toets”. Zodat we elkaar kunnen “verstaan, begrijpen en verdragen”. Verder komt er een “Handvest van verantwoordelijk burgerschap” om de plichten van het burgerschap nog eens vast te leggen.

Als we eerder aandacht hadden besteed aan gezinnen was zo’n Handvest misschien niet nodig geweest. Want in gezinnen worden essentiële waarden voorgeleefd en overgedragen, zo stellen de coalitiepartners. Vandaar dat maatregelen worden aangekondigd om ouders meer ruimte te geven voor het gezinsleven. In Centra voor Jeugd en Gezin wordt opvoedingsondersteuning geboden. Tegelijk moeten kinderen sneller onder toezicht worden gesteld als gezinnen niet die veilige havens blijken te zijn die ze zouden moeten zijn.

Behalve gezinnen zijn wijken cruciale sociale gemeenschappen volgens het kabinet. Daarom zal het kabinet wijken gaan aanpakken waarin een veelheid van problemen samenkomen. “Prachtwijken” zullen het worden, waar wordt gewerkt en waar het prettig wonen is. Bewoners krijgen ook de beschikking over buurt- en wijkbudgetten om zelf initiatieven te ondernemen.

 

Voor elkaar

De passages over sociale samenhang in het coalitieakkoord ademen sterk de sociaal-conservatieve sfeer van het verkiezingsprogramma van de CU. Vanaf de eerste pagina’s staan onderlinge verbondenheid en bescherming van kwetsbare mensen centraal in dat programma. “Schadelijke tendensen” als materialisme, individualisering, ‘vrijheid blijheid’, een gebrek aan zorg voor respectievelijk milieu, jeugd, migranten en armlastige ouderen moeten worden tegengegaan.

Daarom legt de CU veel nadruk op het leven in gemeenschappen als cement van de samenleving. Juist in de kleinere sociale verbanden nemen mensen verantwoordelijkheid voor elkaar. Dat begint bij het gezin; een stabiel gezinsleven heeft hoge prioriteit. Wat dat betreft heeft de CU ‘gescoord’ in het coalitieakkoord met de makkelijke toegang tot opvoedingsondersteuning, een kindgebonden budget, een minister van Jeugd en Gezin en de afschaffing van de sollicitatieplicht voor alleenstaande bijstandsgerechtigde ouders van jonge kinderen.

Ook met de aandacht voor de (arbeids)participatie van chronisch zieken, gehandicapten en ouderen wordt de CU beloond. Verschillende voorstellen van de CU komen terug in het coalitieakkoord zoals de uitbreiding van de werkingssfeer van de Wet Gelijke Behandeling Gehandicapten en Chronisch Zieken, investeringen in het begeleiden naar werk van deze twee groepen, en stimulerende maatregelen om ouderen langer aan het werk te houden.

Een ander belangrijk onderwerp voor de CU is dat van de gedeelde publieke waarden. Het Handvest verantwoordelijk burgerschap bijvoorbeeld is zo weggelopen uit het verkiezingsprogramma. Het staat voor de noodzaak om de grondwaarden van onze samenleving te onderhouden, een onderhoud waaraan alle burgers bijdragen. Zoals nieuwkomers ook de Nederlandse taal en de Nederlandse geschiedenis moeten kennen. Net als in het CU-verkiezingsprogramma zet het coalitieakkoord daartegenover dat aan immigranten en hun kinderen dan ook werkelijk kansen moeten worden geboden om mee te doen. Discriminatie onder meer op de arbeidsmarkt moet dan ook worden aangepakt.

 

Kansen voor de ChristenUnie

Is er dan niets meer te wensen op het punt van de sociale samenhang? Zijn er kansen voor de ChristenUnie om zich scherper te profileren? Ik zie er drie.

 

1. Een antirevolutionaire grondtrek

De eerste lijkt mij de meest fundamentele, en die noem ik de ‘antirevolutionaire grondtrek’ die duidelijk in het CU-programma zit, maar veel minder expliciet in het coalitie-akkoord voorkomt. Naast alle woorden die worden gewijd aan integratie van immigranten in de Nederlandse cultuur, legt de CU veel nadruk op het recht op een eigen culturele en godsdienstige identiteit van immigranten en dan met name van moslims. Zo stelt de partij dat religieuze kleding moet worden geaccepteerd, tenzij de veiligheid in het geding is. In zijn algemeenheid zegt het verkiezingsprogramma dat de CU “zonder terughoudendheid de rechten en vrijheden van deze relatief nieuwe minderheid (erkent)”. Waar nodig zal de partij bruggenbouwer zijn.

Zien we hier de aloude traditie van de bescherming van minderheden en de soevereiniteit in eigen kring niet naar voren komen? Zo ruimhartig geformuleerd als in het verkiezingsprogramma staat het in het coalitieakkoord niet. Deze rechten en vrijheden benadrukken is tegen de keer van het maatschappelijk klimaat op dit moment, maar het biedt wel de gelegenheid om een eigen profiel in de coalitie te behouden.

 

2. Zorg voor de kwetsbaren

De tweede kans voor zo’n profiel zit in de zorg voor kwetsbare mensen, en dan vooral voor wat wordt genoemd de ‘non-deserving poor’, zoals (veel) prostituees en verslaafden. Nu mag de CU niet klagen over de punten die ze daarover heeft binnengehaald in het coalitieakkoord, zoals de straffe aanpak van softdrugs en de nadruk op reïntegratie bij verslaafden. De CU kan zich echter in twee richtingen in de komende periode kritisch opstellen. Aan de ene kant in een pleidooi voor een strenge aanpak van onder meer coffeeshops en bordelen, of zoals het verkiezingsprogramma zegt, voor “een einde aan het gedogen”. Gegeven de gegroeide praktijken zal dat nog een zware opgave worden. De CU kan daarop blijven hameren. Vooral omdat er een ander motief achter zit dan dat van veiligheid of gezondheid alleen, namelijk het motief van de barmhartigheid. Het verkiezingsprogramma straalt uit dat de CU verslaafden en prostituees niet aan hun lot overlaat. Het coalitieakkoord is daarover veel zakelijker en dat biedt wederom ruimte voor een eigen gezicht van de partij.

 

3. Arbeid om niet

De derde kans doet zich voor op het punt van “werken ten dienste van de samenleving”. Werken in de collectieve sector moet worden aangemoedigd volgens de CU. En er moet meer overheidswaardering komen voor onbetaalde arbeid, mantelzorg en vrijwilligerswerk. Tezamen de kurk waarop sociale verbanden drijven, de motoren van sociale samenhang. Het coalitieakkoord is op deze punten summier, want daarin gaat het toch vooral om betaalde arbeid. Een mooie gelegenheid voor de CU om te benadrukken dat ‘arbeid om niet’ onze immateriële en materiële waardering ten volle geniet. Daar immers klopt het hart van de onderlinge betrokkenheid en gemeenschapszin.

 

 

 

SAMENVATTING

  1. Pijler 4 is ‘de pijler van de weemoed’, waarin wordt uitgedrukt de ervaring van het verlies van saamhorigheid en de teloorgang van een gedeeld waardenbesef.
  2. De passages over sociale samenhang in het coalitieakkoord ademen sterk de sfeer van het verkiezingsprogramma van de CU.
  3. Er zijn in ieder geval drie kansen voor de CU om zich op dit terrein scherper te profileren.