Over de 'papieren tijger' van de journalistiek

Over de papieren tijger van de journalistiek

 

Door Rob Nijhoff en Geert Jan Spijker, medewerkers van het WI

 

KADER: Wat is de Raad van de Journalistiek?

De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijke instantie, waar men terecht kan met klachten over journalistieke activiteiten. Ze is een orgaan van zelfregulering voor de media en heeft ook de mogelijkheid te bemiddelen tussen de klager en het medium of de betrokken journalist. Wie vindt dat zijn belangen zijn geschaad en in bemiddeling weinig heil ziet kan een klacht sturen aan het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek. Aan een procedure bij de Raad zijn geen kosten verbonden. De Raad geeft een oordeel over de vraag of met een bepaalde journalistieke gedraging grenzen van – kort gezegd – journalistieke ethiek zijn overschreden. Ze kan geen sancties, zoals schadevergoeding of rectificatie, opleggen. (bron: www.rvdj.nl)

 

KADER 2: Wat doet de Raad van de Journalistiek?

Artikel 3, lid 1 (Statuten): De (…) Raad heeft tot taak om in de bij hem aanhangig gemaakte zaken betreffende journalistieke gedragingen te beoordelen of de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (…)

 

 

 

In het regeerakkoord staat dat sociale samenhang niet tot stand komt “zonder een goed functionerend publiek domein en een gedeeld waardenbesef. Daar draagt iedereen verantwoordelijkheid voor.” Ook journalisten. Van hen mag “een hoge mate van integriteit gevraagd worden.” We spraken over deze thematiek met Hans Mentink (geb. 1934). Hij deed onderzoek naar het functioneren van de Raad voor de Journalistiek (RvdJ). Functioneert die Raad eigenlijk wel? Mentink is ronduit negatief. “De Raad is een papieren tijger.” Een gesprek over vrijheid van meningsuiting en journalistieke verantwoordelijkheid.

 

U bent – voorzichtig gezegd – sceptisch over de RvdJ. Hoe komt dat?

Die Raad is een merkwaardig verschijnsel. In de Raad zitten prominenten. De ‘Dresselhuysen’ onder de journalisten en de ‘Ed van Thijnen’ van de niet-journalisten.

De samenstelling is dus niet kinderachtig. Maar niemand trekt zich wat aan van die Raad. RTL nieuws, HP de Tijd en Elsevier boycotten de Raad gewoon. Andere media komen niet eens opdagen als er een zaak tegen hen is. Klagers komen helemaal uit Appelscha naar Amsterdam en ondergaan dan een spookproces. Dat is belachelijk natuurlijk. Het tekent hoe journalisten tegen de Raad aankijken. Bij een gewone rechter durft men dit niet, maar de Raad laat het over z’n kant gaan. Uitspraken publiceren doen ze ook niet, of in een hoekje waar niemand het ziet. Heel vreemd. Journalisten hebben kritiek op alles en iedereen, maar zelf kritiek verdragen – dat kunnen ze niet of nauwelijks.

Ik verdedigde destijds Bram Peper in de zaak rondom zijn declaratiegedrag. In Nieuwspoort vroegen journalisten: ‘Wat ga je doen?’ Allereerst ging ik KPMG aanpakken. Met succes, zoals later bleek. Men vroeg of ik ook de pers ging aanpakken. ‘Ik ga naar de Raad voor de Journalistiek’, zei ik in mijn argeloosheid. De zaal kwam niet meer bij van de lach. Zij wisten wat ik toen nog niet wist.

 

U kwam als advocaat op voor individuen. Maar moet de pers ook maatschappelijke belangen dienen?

Als advocaat trok ik me primair het lot van gekwetste burgers aan. Journalisten moeten soms ingeperkt worden. Tegelijk vind ik de vrijheid van meningsuiting, waaronder de persvrijheid, een erg belangrijk grondrecht. In zoveel landen wordt er met dat recht gesold, denk aan Turkije en Oostenrijk. In dat laatste land was het strafbaar om Haider Trotl (‘idioot’) te noemen. Dat is toch te gek voor woorden. We moeten beseffen dat de pers een hele belangrijke waakhondfunctie heeft, een signaalfunctie in de democratie.

Mijn kritiek op de Raad gaat dan ook twee kanten op: hoe ze met de bescherming van burgers omgaan, maar ook hoe ze met de bescherming van journalisten omgaan. Beide groepen worden vaak niet goed genoeg beschermd. Bijvoorbeeld de kritiek op minister Verdonk naar aanleiding van de cellenbrand op Schiphol. Sommige politici wilden daar een eind aan maken. Gelukkig weigert de rechter daarin mee te gaan. Als je in de politiek gaat, weet je dat je een dikke huid moet hebben.

 

Waar liggen de grenzen van het vrije journalistieke woord dan?

Je mag niet aanzetten tot haat of tot geweld. Je mag kritiek hebben op het beleid van politici, maar je moet niet op de persoon gaan spelen. Aanzetten tot geweld of haat is gewoon strafbaar. Dat staat in het in Wetboek van Strafrecht. Het betrekken van de RvdJ hierbij heeft weinig zin. Dat is een papieren tijger. Officieren van Justitie kunnen wel actiever zijn als het gaat om het vervolgen van aanzetten tot geweld en haat.

Ook kennen we in Nederland de algemene norm‘of iets maatschappelijk aanvaardbaar is, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid’. Maar daar kun je alle kanten mee op. De RvdJ gaat hier erg formalistisch mee om. Toen een journalist foto’s op een particuliere begraafplaats maakte van de begrafenis van een vermoord meisje, vond de RvdJ dat geen inbreuk op de privacy. Het hoefde de man volgens de Raad niet bekend te zijn dat het verboden was om die foto’s te maken. Hij lette er helemaal niet op of dit misschien onfatsoenlijk was of niet.

 

Hoe zou dit probleem aangepakt kunnen worden?

Wat mij betreft komt er een gedragscode voor journalisten. Wij zijn het enige land in de EU zonder zo’n gedragscode! Heel merkwaardig. In ieder land van de beschaafde wereld hebben journalisten een gedragscode, behalve in Nederland. De Vereniging van Journalisten zegt dan: we hebben de Code van Bordeaux. Maar dat zijn een aantal nietszeggende regels. In andere landen zijn geactualiseerde codes. Toen Diana werd doodgereden, ging de Press Complaints Commission nog eens precies uitleggen hoe ver je mag gaan als journalist in het volgen van iemand. Ze actualiseerden de code. Als klagende burger heb je dan een handvat.

Belangrijk is wel dat journalisten die beperking zichzelf opleggen. Ook moet de beroepsgroep zelf die regels handhaven. Overheidsbemoeienis lijkt me niet effectief en vanuit liberaal oogpunt onwenselijk. Kwaliteitsimpulsen – ook morele – moeten van de beroepsgroep zelf uitgaan. Het heeft dan meer draagvlak. Bovendien vind ik het heel belangrijk dat we artikel 7 van de Grondwet, dat de uitingsvrijheid beschermt, blijven omarmen. Daarin staat dat je preventief niks mag doen als het om de vrije meningsuiting gaat: geen normen vooraf opleggen. Pas als iemand over de schreef gaat mag je hem op de vingers tikken.

 

Heeft u hoop dat die zelfregulering (gedragscode) ervan komt?

Nee (lacht). Ik heb helemaal geen goede hoop op verbetering van de situatie. Ik heb ontzettend weinig fiducie in de bereidheid van de journalistieke wereld om zelf verandering te brengen in de situatie. Als overheid moet je zeggen: wij willen dat die beroepsgroep een code opstelt voor zichzelf en dat die beroepsgroep een behoorlijke procesgang mogelijk maakt voor een gekrenkte burger. De enige mogelijkheid lijkt me dat de overheid gaat dreigen met wetgeving. Dat kan gevolgen hebben. De politiek in Nederland heeft zich helaas te lang op sleeptouw laten nemen. Daardoor verandert er maar niets.

De RvdJ zou meer als een Ombudsman moeten worden. Geschillen tussen burger en media moet ze door bemiddeling gaan oplossen. Dat doet men in Vlaanderen ook: de Persombudsman aldaar heeft primair tot taak burgers te beschermen, ook door te bemiddelen. Meer dan de helft van de zaken in België wordt via die Ombudsman geregeld. Daar kunnen wij van leren.

 

Is het geen breder probleem? De mondige mens van tegenwoordig laat zich moeilijk begrenzen…  

Dat klopt. Het hangt ermee samen met we sinds de jaren ‘60 hier en daar behoorlijk zijn losgeslagen. Sinds Pim Fortuyn moet je alles maar kunnen zeggen wat je vindt en denkt. Zo komen de meest gore en rare, ook discriminerende, dingen dan naar voren. Ik vind dat verschrikkelijk. Dit heeft onze samenleving weinig goeds gebracht. Sommigen vinden Theo van Gogh een martelaar van het vrije woord. Maar ze vergeten dat hij mensen heeft beledigd tot op het bot. De vrijheid van meningsuiting is niet de vrijheid te beledigen.

Wellicht kan het nieuwe kabinet ervoor zorgen dat burgers beter beschermd worden tegen journalistieke misdragingen. Ik hoop dat de nieuwe minister zal nadenken over een systeem waar de burger terecht kan zonder dat hij alleen kan kiezen tussen een papieren tijger en een dure advocaat.