Journalistiek blijft onmisbaar voor de samenleving

Journalistiek blijft onmisbaar voor de samenleving

 

Door Piet van de Breevaart, docent Journalistiek en Politicologie aan de Opleidingen Journalistiek en Communicatie van de Christelijke Hogeschool Ede. 

 

Er is in de media in de afgelopen jaren ontzettend veel veranderd en de ontwikkelingen staan voorlopig nog niet stil. Tot voor kort waren media en journalistiek onafscheidelijk aan elkaar verbonden. Daarin lijkt een kentering gekomen. Maken de ontwikkelingen de journalistiek overbodig? Het lijkt er soms op. Maar wat er ook verandert in medialand, de journalistiek zal blijven bestaan. Journalistiek is onmisbaar voor de samenleving, voor de media en dus ook voor de moderne media. In de christelijke mediawereld wordt de noodzaak van samenwerking steeds duidelijker. Voor dat segment van de samenleving is christelijke journalistiek allernoodzakelijkst.

 

 

Actuele ontwikkelingen in medialand

De ontwikkelingen in medialand gaan pijlsnel. In de sfeer van de dagbladpers is er een verschuiving gaande van abonnementskranten naar gratis kranten. Het tabloidformaat moet de krant aantrekkelijk maken, maar de abonnementsdagbladen zullen het hiermee op termijn niet redden, omdat het de lezers geld kost. Op het gebied van de tijdschriften verdwijnt van lieverlee het opinietijdschrift en is het gespecialiseerde en op een specifieke doelgroep gerichte tijdschrift in opmars.

De publieke omroep (radio en televisie) verkeert in de nadagen van haar –  nog steeds verzuild - bestaan. Ledental en overheidssubsidie zijn en worden steeds minder bepalend voor het totale programma-aanbod. Tenslotte nemen de digitale vormen van communicatie, zoals themakanalen, webportalen en weblogs een steeds belangrijker plaats in de media in en worden ze ook soms zelfs tot de media gerekend, hoewel het veeleer communicatiemiddelen zijn.

Het is vrijwel ondoenlijk om in detail een overzicht te geven van wat er zoal sinds pakweg het jaar 2000 in het medialandschap is veranderd. Het is volstrekt ondenkbaar een voorspelling te doen over de ontwikkelingen in de komende zeven tot tien jaren. Ik beperk me in dit artikel dan ook tot het leveren van een grove schets.

 

1. Abonnementskranten

De abonnementskranten verkeren in hun nadagen. Steeds minder lezers zijn bereid zich te verplichten via een abonnement een dagblad te lezen. Zelfs kranten als het Reformatorisch Dagblad (RD), het Nederlands Dagblad (ND) en het Friesch Dagblad (FrD) met een relatief trouw lezerspubliek hebben te kampen met een daling in het abonnementenbestand. Het is niet te verwachten dat die trend nog in positieve zin zal worden omgebogen. De – vooral – jongeren uit hun doelgroepen halen evenals veel andere jongeren hun nieuws van internet, of krijgen over door hen geselecteerde nieuwsitems een sms op hun mobieltje. Dat dit op termijn afbreuk doet aan hun inzicht in de samenleving, is hen op dit moment geen zorg.

Trouwens, het mobieltje wordt steeds meer een zakcomputer, waarmee de gebruiker toevallig ook kan telefoneren en sms’en. Het is zelfs mogelijk met de mobiele telefoon te mailen, te internetten, radioprogramma’s te beluisteren, televisieprogramma’s te bekijken, foto’s te maken en wat al niet meer.

 

2. Gratis kranten

De gratis kranten zijn in opmars. Spits en Metro zijn al niet meer weg te denken uit medialand. De Pers is er recent bijgekomen en inmiddels denkt de PCM-groep ‘nieuwe stijl’ opnieuw na over het uitbrengen van een gratis dagblad. Deze gratis kranten geven alleen het nieuws door. Het weekblad Opinio (één euro per stuk) wil hierop een aanvulling bieden door artikelen te presenteren die getuigen van hoog niveau en goed en grondig onderzoek. Het blad wil een soort tussenpositie innemen tussen het opinietijdschrift en de krant.

Een apart fenomeen is Het Goede Leven, een wekelijkse uitgave van het Friesch Dagblad. Daarvoor kan een zelfstandig abonnement worden afgesloten. In dit blad krijgt de lezer een overzicht van de gebeurtenissen in de afgelopen week, voorzien van duiding door gastschrijvers of redactieleden. Soms worden toekomstige of nog te verwachten ontwikkelingen vanuit een christelijk perspectief onder de loep genomen.

Tenslotte zijn er de nieuwsbladen en de huis-aan-huisbladen, die zich steeds nadrukkelijker manifesteren en naast advertenties ook in toenemende mate aandacht aan het nieuws ‘om de hoek’, uit gemeente en regio melden. Het Wegener-concern is in de regio Barneveld begonnen met een proef om de huis-aan-huiskrant Barneveld Vandaag vier dagen per week uit te brengen. Als die proef een succes wordt, zal het voor de abonnementskranten in die regio nog moeilijker worden.

Ook in christelijk opzicht is er een voor de lezers kosteloos initiatief. De Evangelische Omroep (EO) brengt om de twee weken een gratis blad uit: Christenen in Contact (CC). De organisatie is bezig hiervoor een goed verspreidingsnet op te bouwen. Dit blad kan zich ontwikkelen tot een christelijk alternatief voor Spits, Metro of De Pers, maar dan moet de frequentie van verschijning opgeschroefd en de redactionele formule worden aangepast.

Volgens het bestaande redactiestatuut brengt deze krant alleen maar positief nieuws van en over kerken en christenen. Ten diepste is dat een vertekening van de werkelijkheid. De werkelijkheid is dat ook christenen en kerken leven in een wereld na het paradijs en dus na de zondeval, met alle gevolgen van dien. Bovendien is het de vraag of de lezers het blad wel serieus nemen als er alleen maar positief nieuws wordt gebracht. De lezers zien om zich heen of ervaren in elk geval dat de werkelijkheid geheel anders is, ook onder christenen en ook in en tussen de verschillende kerken en groepen.

 

3. Crossmedia

Een laatste ontwikkeling is die van de crossmedia. Net als alle andere ontwikkelingen in de  eenentwintigste eeuw gaat ook deze vrij snel. Bij crossmedia is, er volgens uitleg van deskundigen, sprake van een kruisbestuiving van verschillende media.  Onder ‘media’ wordt in dit verband ongeveer alles verstaan wat er aan nieuws, achtergrond, infotainment (een combinatie van informatie en verstrooiing) en entertainment wordt gebracht. De crossmediasector is volgens een gerenommeerde ontwikkelaar op dit gebied, iMMovator Cross Media Network, een sector ‘die producten en diensten levert op het gebied van beeld, geluid en data (informatie - PB) met gebruikmaking van theater, radio, televisie, internet, mobiel, print en events (bijeenkomsten, manifestaties en dergelijke - PvdB) in een crosssectoraal verband’.

Voorbeelden van het werken met crossmedia zijn kranten die extra artikelen of filmpjes op hun website plaatsen, of televisieprogramma’s waarvoor men de krant of het internet nodig heeft om volledig te kunnen meedoen. Er is sprake van crossmedia als aan de consument op een heel gemakkelijke manier televisie, radio, tijdschrift, internet, games, theater en live evenementen – eventueel zelfs met de mobiele telefoon -  via digitale platforms worden aangeboden.

De opkomst van crossmedia en de ontwikkelingen op het gebied van de dagbladsector zijn een geweldige uitdaging voor de christelijke media EO, RD, ND en FrD in combinatie met de internetproviders Solcon en Klicksafe. In het algemeen lopen de christelijke media niet voorop in de moderne ontwikkelingen. Er zijn op dit moment gesprekken over samenwerking tussen het RD en de digitale radiozender Reformatorische Omroep (RO) - veel meer is hierover nog niet bekend. Bij alle reserve ten opzichte van de ontwikkelingen is  het tegelijk ook zaak niet achter te blijven, want dan verdwijnen de consumenten naar andere aanbieders van nieuws en infotainment, voor zover ze al niet zijn verdwenen.

Dat laatste is pijnlijk gebleken bij de stormachtige opkomst van het internet aan het eind van de vorige eeuw. Terwijl de christelijke media met elkaar de concurrentieslag aangingen over een zo betrouwbaar mogelijk filter op internet of de aanbieding van een schoon internet, ging de christelijke consument gewoon door met het afsluiten van contracten met internetproviders die in het geheel geen filter hanteerden of niets wilden weten van een ‘schoon’ Internet. De christelijke media hebben die slag door die onderlinge concurrentie en door gebrek aan bereidheid om over de eigen grenzen heen te springen heel duidelijk verloren.

Het zal dan ook nu een hele toer zijn voor deze media om alsnog tot overeenstemming te komen op het gebied van de principiële randvoorwaarden, waaronder crossmediale producten kunnen worden aangeboden. Maar via het produceren van doelgroepproducten binnen het geheel van een protestants-christelijke crossmediale organisatie moet samenbundeling van krachten toch mogelijk zijn? Christelijke organisaties laden een gigantische verantwoordelijkheid op zich, als zij die noodzakelijke samenwerking bewust afhouden omdat de partners elkaars principes wegen en vervolgens te licht bevinden. 

 

Journalistiek overbodig?

Terug naar de probleemstelling, die ik in het begin van dit artikel heb geformuleerd. Maken de ontwikkelingen in het medialandschap de journalistiek overbodig? Kan de journalistiek als verbindende, intermediaire schakel tussen samenleving en media verdwijnen? Het antwoord hierop moet volmondig ‘neen’ zijn. Juist in deze tijd is journalistiek onmisbaar. Daarbij gaat het mij niet om de techniek, die aan de journalistieke producten ten grondslag ligt, maar om de inhoud.

In het kort geformuleerd is journalistiek uiteindelijk niet meer of minder dan

(1)   het MET de oren en de ogen van de consument selecteren van het aanbod van informatie (ook wel nieuws genoemd) op grond van een brede algemene kennis;  

(2)   het gieten van deze selectie in een journalistieke vorm of journalistiek product (al of niet crossmediaal verpakt);  

(3)   vervolgens ook het voorzien van de selectie van duiding in de breedste betekenis van het woord, dus het voorzien van opinie, commentaar en achtergrond.

De journalistiek zal als kern deze basisprincipes van het ambacht moeten blijven hanteren, maar dan wel in toepassing op moderne presentatievormen. Dat heeft tot gevolg dat er andere, wellicht hogere eisen aan de journalistiek zullen worden gesteld op het gebied van onderzoek en van duiding. Dat vergt enige aanpassing in de curricula van de vier Hbo-opleidingen Journalistiek in Ede, Tilburg, Utrecht en Zwolle. Elk van deze vier opleidingen heeft vrij recent een boek uitgebracht in verband met het één of andere jubileum. Uit alle bundels blijkt de worsteling over de plaatsbepaling van de journalistiek tussen samenleving en media. 

Naast deze vier opleidingen zijn er intussen ook andere opleidingen ontstaan, zoals universitaire masteropleidingen. Maar alle opleidingen hebben het probleem dat ze eigenlijk niet goed weten hoe het medialandschap van de toekomst er zal uitzien, terwijl zij toch juist vakmensen voor dat landschap opleiden. De vraag moet dan ook gesteld worden of de opleidingen wel alle trends op mediagebied direct in hun curriculum behoren te verwerken. Misschien is het beter zich te richten op de kern: het ambacht van de journalistiek.

 

Academici

Bij de media, waaronder de Volkskrant van het PCM-concern en de dagbladensector van het Wegener-concern bestaat de tendens om de afgestudeerden van HBO–opleidingen Journalistiek te negeren en alleen maar universitair geschoolden in dienst te nemen. Universitair geschoolden (academici) zouden beter in staat zijn journalistiek werk te verrichten omdat zij meer gespitst zijn op het verrichten van onderzoek. Deze academici hebben weliswaar een universitaire bachelor achter de rug in een bepaald vakgebied (bijvoorbeeld economie), maar daarmee zijn deze afgestudeerden nog geen journalisten.

Nogmaals, afgezien van veel andere argumenten lijkt het me dat deze media (PCM en Wegener) een vergissing maken. Inderdaad leren academici zich intenser in een bepaald – soms heel klein - vakgebied te verdiepen. Inderdaad leren academici wat onderzoek is. Maar Journalistiek is meer dan specialisatie. Journalistiek is vooral een beroep of ambacht, waarin naast taalvaardigheid en taalcreativiteit, een brede algemene ontwikkeling en het vermogen tot toegepast onderzoek, ook selectie en duiding onmisbare onderdelen zijn. In de journalistiek zijn naast brede algemene kennis ook ambachtelijke vaardigheden en een  betrokken attitude aller-noodzakelijkst om het ambacht goed te kunnen uitoefenen. Welnu, daarvoor zijn de HBO–opleidingen bij uitstek geschikt, mits zij de kwaliteit van hun curriculum op een hoog niveau houden.

 

Bestaat christelijke journalistiek?

Inmiddels is het hopelijk duidelijk geworden waarom dit artikel de kop draagt: ‘Journalistiek blijft onmisbaar voor de samenleving’. Daarbij gaat het dus vooral over onderzoek, selectie en duiding en dat alles ten behoeve – en niet in opdracht – van de doelgroep, de consument. Tot nu toe lijkt het er in dit verhaal op alsof journalistiek een neutrale bezigheid is die kleur krijgt door de persoon, die zich daarmee bezig houdt. Journalistiek is dan een ambacht, een vak, zoals timmeren, metselen of boekhouden. Daarmee kunnen christenen en atheïsten zich bezig houden en die geven er dan enige kleur aan.

De gedachte van het neutrale vak is door Abraham Kuyper in de politiek geïntroduceerd en lijkt aantrekkelijk. Kuyper borduurde voort op de principes van zijn politiek-geestelijke voorman mr. G. Groen van Prinsterer. Groen karakteriseerde zichzelf niet als ‘staatsman’, maar hij ervoer zich als een ‘evangeliebelijder’, die ook nog aan politiek deed. Kuyper trok die lijn nog scherper door en kwam tot de conclusie dat er geen christelijke politiek bestaat. Volgens hem zijn er wel christenen, die politiek bedrijven. Kortom, niet het ambacht van politiek is christelijk, maar de christen geeft kleur en smaak aan de politiek door de manier waarop hij deze bedrijft.

Die visie gaf Kuyper de mogelijkheid om coalities aan te gaan met partijen die vanuit een andere ideologie handelden en met hen compromissen te sluiten die in hun aard en uitwerking niet of niet geheel pasten bij de normen en waarden die de christenpoliticus in zijn privédomein huldigde.

 

Dilemma: feiten en waarden

In dezelfde lijn wordt wel gezegd dat er geen christelijke journalistiek is, maar dat er wel christenen zijn die journalistiek bedrijven. Het hiermee geschetste dilemma houdt het team van de Opleiding Journalistiek in Ede al bezig vanaf de start van deze opleiding in 1979 (die toen Evangelische School voor Journalistiek heette en in Amersfoort was gevestigd).

Inderdaad, journalistiek is een ambacht, maar ze is meer. Juist omdat de journalist op basis van zijn brede algemene ontwikkeling op creatieve en vakkundige manier bezig is met onderzoek, selectie en duiding, is de inhoud van zijn werk meer dan alleen een ambacht. De journalist is per definitie normatief bezig. Dat betekent dat er waarden en normen zijn die direct verbonden zijn met het vak van journalist (professionele normen). Het zijn geen waarden en normen die voor hem als persoon gelden, ook niet als persoon in een bepaald ambacht. Het kan dus niet anders of er is zoiets als christelijke journalistiek.

Ik benader deze vraagstelling nu heel voorzichtig, juist vanwege de vele discussies en bezinningen die er op dit vlak zijn geweest en nog gaande zijn. Ik wil niet meer dan een aanzet geven tot een verdergaande bezinning. Die bezinning zou kunnen starten met de Decaloog (de Tien Geboden) als basis. De daarin vastgelegde waarden en normen zijn voor het gereformeerd protestantisme verder uitgewerkt in de Zondagen 34 tot en met 44 van de Heidelbergsche Catechismus. De inhoud daarvan moet en kan ook worden toegespitst op het ambacht van de journalistiek, dus op de manier waarop genormeerde journalistiek moet worden bedreven. Dat is nodig, juist in deze tijd van een veranderend medialandschap.

 

Tot slot

Als een mediabedrijf genormeerde journalistiek als stelregel en uitgangspunt hanteert, zoals hierboven als wenselijk is aangeduid, heeft dat tot gevolg dat de consument niet meer eerst  behoeft na te gaan welke journalist aan het werk is geweest om daarvan te laten afhangen welke waarde hij moet toekennen aan het onderzoek, de selectie en de duiding in het journalistieke werk. De consument moet erop kunnen vertrouwen dat informatie en infotainment, dat onderzoek, selectie en duiding in de journalistieke producten van een mediaconcern, gebaseerd zijn op de normen en waarden die deze aanbieder hanteert.

Dat vertrouwen is zeker geboden.

Al met al zal blijken dat bij alle veranderingen in het medialandschap de journalistiek voor de samenleving onmisbaar blijft.