Een tegendraadse rol in het theater van de lokale politiek

Een tegendraadse rol in het theater van de lokale politiek

 

Door Nico Th. Schipper, wethouder te Nunspeet en voorheen voorlichter van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie

 

In de driehoeksverhouding tussen de politiek, de media en de burger wordt de rol van de media steeds belangrijker. Niet alleen landelijk, maar ook lokaal. De media bouwen het decor waarin politici hun rol spelen. De ruimte en de grenzen daarvan bepalen steeds meer de inhoud en de vorm van het publieke debat. Niemand kan zich daaraan onttrekken. Dat kan voor lokale bestuurders en  politici heel bedreigend zijn, want het omgaan met de media vraagt om specifieke deskundigheid en specifieke vaardigheden. Velen beschouwen de media als een potentiële vijand: “Ze hebben er in geknipt”. “Zo heb ik het niet bedoeld”. “Ik heb het wel gezegd, maar toen was het interview al afgelopen”.

 

 

Inleiding

De dorpsomroeper was in de negentiende en twintigste eeuw van groot belang voor de lokale samenleving. Hij was hét middel om kennis en informatie over te dragen aan de burger. Inmiddels is de dorpsomroeper uit het straatbeeld verdwenen. Hij zou het werk ook niet meer aan kunnen, want er is voor de burger veel meer kennis en informatie nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. De media hebben de taak van de dorpsomroeper overgenomen en zijn inmiddels onmisbaar geworden voor het functioneren van de lokale democratie. 

In het eerste deel van deze studie wil ik het lokale medialandschap – het decor waarin lokale bestuurders politici opereren – schetsen. En in het tweede deel wil ik praktische suggesties doen inzake het gebruik van de media.

 

De invloed van de media

De invloed van de media op het publieke domein neemt toe. Niet alleen landelijk, maar ook lokaal. Dat kunnen lokale bestuurders en politici niet negeren. Het publieke domein is de ruimte binnen de driehoek van de politiek, de media en de burger. Het is de ruimte die ze met elkaar delen, de ruimte waar ze elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek zijn. Het lijkt erop dat de media deze ruimte domineren. De media krijgen steeds meer invloed op het publieke debat, omdat individuele burgers en maatschappelijke organisaties de media steeds vaker inzetten. De media kunnen hun belangen immers bij een breed publiek onder de aandacht brengen. Dat hebben niet alleen internationale organisaties als Greenpeace, die gebruik maken van CNN, ontdekt. Maar dat beseft ook de plaatselijke buurtvereniging, die aanklopt bij de lokale media en soms zelfs bij ‘Hart van Nederland’ of ‘Editie NL’

 

Shoppen

De verschuivingen in de verhouding tussen de politiek, de media en de burger staan in verband met andere verschuivingen in de samenleving: de zuilen verdwenen. Dat kunnen lokale bestuurders en politici ook niet negeren. Het ontstaan van het CDA en de politieke samenwerking tussen de gezworen vijanden PvdA en VVD in de paarse coalitie illustreerde dat. Een markt van politiek en media kwam ervoor in de plaats. Burgers kiezen niet meer vanzelfsprekend voor de politieke partij en de omroep van hun kleur, maar shoppen en zappen. Burgers – lees: kiezers – zijn veranderlijk. Nederland moet alleen Italië voor zich dulden als het gaat om electorale instabiliteit. De burger heeft steeds meer behoefte aan informatie om een keuze te maken uit het grote aanbod. De media spelen daarop in met ‘snel’ en ‘pakkend’ nieuws. Ze vatten het in frames, die hen in staat stellen de ingewikkelde werkelijkheid te verpakken in hapklare nieuwsbrokken. De belangrijkste frames zijn het ‘conflict in leadership’, de ‘horse race’ en de ‘strategic game’. Frames belichten met name de conflicten in de politiek, de race naar de macht en de strijd om de macht. De verkiezingscampagne van 2006 illustreerde dat met de veronderstelde persoonlijke vete tussen Balkenende en Bos en hun onderlinge strijd om met hun partij de grootste te worden. Het politieke nieuws wordt steeds meer gepresenteerd als amusement en theater. Dat stelt eisen aan de presentatie van bestuurders en politici.

 

Het aanbod en bereik van de lokale media

De politiek en de media zijn tot elkaar veroordeeld. In hun verhouding tot de burger kunnen ze elkaar niet missen. Bestuurders en politici hebben de media nodig om hun beleid en hun programma aan de burger te ‘verkopen’. Niet alleen landelijk, maar ook lokaal. Om hun eigen doelen te bereiken moeten de politiek en de media daarom investeren in een goede onderlinge verstandhouding.

 

Strategie

De kranten, de radio en de televisie moeten terrein prijsgeven aan nieuwe media, zoals internet, maar overleven. Binnen het totale aanbod van media bieden ze blijkbaar ‘diensten’ die internet niet kan bieden. Intussen nemen de keuzemogelijkheden van de burger wel enorm toe. Daar moeten bestuurders en politici mee rekenen in hun communicatiestrategie. Naar welke informatie gaat de belangstelling van de burger uit en welke media gebruikt hij om zich daarover te laten informeren? Hoe laat de burger zich informeren over de lokale politiek? Welke media gebruikt hij daarvoor?

In 2004 publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) het onderzoek ‘Achter de schermen – Een kwart eeuw lezen, luisteren, kijken en internetten’. Dit onderzoek geeft inzicht in de diversiteit in mediagebruik. Het SCP onderzocht ook welke media de burger van 12 jaar en ouder gebruikt om zich te laten informeren over de lokale politiek. Daaruit bleek dat 34% van de burgers niet geïnteresseerd is in de lokale politiek en dat de anderen zich laten informeren via het regionale dagblad (37%), de huis-aan-huiskrant (26%), de kabelkrant  (11%), de televisie (10%), de radio (4%) en internet (1%). Het gebruik van internet als informatiebron zal sinds 2004 zijn toegenomen.

 

Regionale dagbladen & huis-aan-huiskranten

De burger laat zich vooral door het regionale dagblad en de huis-aan-huiskrant informeren over de lokale politiek. Het aanbod van regionale dagbladen is afgenomen. Er verschijnen nu minder dan 20 zelfstandige regionale dagbladen. In 1990 waren dat er nog 35. De oplage loopt ook terug, maar is nog altijd groter dan die van de landelijke dagbladen. Het aanbod van huis-aan-huiskranten is stabiel. Er verschijnen meer dan 500 verschillende titels.

Het bereik van de kranten krimpt, omdat er steeds minder gelezen wordt – ondanks het gestegen opleidingsniveau. Ongeveer evenveel vrouwen als mannen lezen de krant, maar de laatstgenoemden besteden er meer tijd aan. Jongeren zien de krant veel minder zitten dan ouderen. In de leeftijdsgroep 12-19 jaar laat 21% zich informeren via de krant en in de categorie 50-64 jaar 80%.  Het opleidingsniveau speelt ook een rol. Van de burgers met een lagere beroepsopleiding pakt 58% de krant en met een hogere of wetenschappelijke beroepsopleiding 75%.

 

Radio & televisie

De radio en televisie – in combinatie met de kabelkrant – spelen op het lokale niveau een minder prominente rol dan de kranten. Het aanbod is met de introductie van de commerciële zenders en 13 regionale en 287 lokale radiozenders en 13 regionale en 102 lokale televisiezenders groot. Regionale en lokale radiozenders blijken in een behoefte te voorzien. Het is niet uitgesloten dat het bereik verder toeneemt. In Duitsland en de Verenigde Staten is de radio bij uitstek een regionaal en lokaal medium.

Het bereik van radio en televisie is onder vrouwen en mannen, jongeren en ouderen, lager en hoger opgeleiden ongeveer even groot: 10-15%. Vrouwen besteden het meeste tijd aan het luisteren naar radioprogramma’s. De regionale en lokale radiozenders moeten het vooral hebben van de oudere luisteraars.

 

Internet

Internet is niet meer weg te denken. Het aanbod is enorm. Het aantal geregistreerde domeinnamen in Nederland steeg van 100.000 in 1999 tot meer dan 2.000.000 in 2007. Wie presenteert zich niet op internet? Zonder website tel je niet meer mee.

Het bereik is groot. In Nederland hebben 10 miljoen mensen thuis toegang tot internet. Toch is de aanschaf van een personal computer niet goedkoop en veronderstelt het gebruik de nodige kennis. Dat verklaart dat de hogere inkomensgroepen en de hoger opgeleiden voorop lopen in het gebruik van internet. Maar de achterblijvers komen terug. Daarom neemt het bereik van internet verder toe. De verschillen blijven echter bestaan. Vrouwen (65%) besteden minder tijd aan de computer en internet dan mannen (72%). In de leeftijdsgroep 18-64 jaar schommelt het gebruik tussen de 70 en 85%, terwijl het boven de 65 jaar terugloopt naar 24%.

 

Christenen in de media

De burger maakt volop gebruik van het aanbod van de media en moet een enorme hoeveelheid informatie verwerken. Hij ziet en hoort lang niet alles. Dat kan gewoonweg niet. Hij kijkt en luistert selectief. Hij kiest. Het is belangrijk voor een christen in bestuur en politiek om dat proces van kiezen te doorzien, want hij moet nogal wat ruis op de lijn overwinnen. De burger zit niet op hem te wachten. Hij wordt geassocieerd met ‘preken’ en met een ‘opgeheven vingertje’. Dat imago is niet de schuld van de burger, maar heeft onder andere te maken met gebrek aan aandacht van de bestuurder of politicus voor de verpakking van zijn boodschap. Hij móet rekenen met de ontvangstmogelijkheden van de burger en zijn boodschap daarop afstemmen.

 

Stijl

Hij moet daarin heel ver willen gaan. Het onderscheid tussen christenen en niet-christenen in bestuur en politiek blijkt natuurlijk uit de inhoud. Maar daarmee is niet alles gezegd. Christenen maken het verschil ook in de vorm en in de stijl van politiek bedrijven. De nieuwe media stellen christenen in staat om die onderscheidende stijl zichtbaar te maken voor een breed publiek. Niet bewust, maar door ‘gewoon’ jezelf te zijn. André Rouvoet: “De opdracht van christenen is om niet mee te gaan met de waan van de dag, maar als het erop aankomt juist tegendraads durven zijn”. Daarmee dwing je respect af. Misschien is Rouvoet daarvan zelf het meest aansprekende voorbeeld. In 2004 werd hij gekozen tot Politicus van het Jaar. Het bericht van het ANP: “De journalisten roemen Rouvoet als een “baken van rust en evenwichtigheid”, een “alleskunner, die wars is van Haagse spelletjes” en “nuchter en niet hijgerig, een rustpunt in deze duistere dagen”. “Rouvoet was niet bij de bekendmaking van zijn verkiezing aanwezig, omdat hij op zondag afstand neemt van zijn werk, naar de kerk gaat en tijd reserveert voor z’n gezin”.

 

Onberispelijk leven

Het klinkt misschien vreemd, maar toch is het waar: de oude Bijbel geeft veel praktische handreikingen voor het gebruik van de nieuwe media. De wijsheid van Salomo: “Een veelprater begaat al snel een misstap, wie zijn tong in toom houdt is verstandig” (Spreuken 10: 19). En: “Een zwijgende dwaas wordt beschouwd als verstandig, men denkt dat hij wijs is als hij zijn mond houdt”. Is de kunst van de communicatie dan het vermogen om te zwijgen? Salomo gaat een stap verder: “De uitspraken van een rechtvaardige zijn als zuiver zilver, de gedachten van een goddeloze zijn niets waard. De woorden van een rechtvaardige zijn voedsel voor velen, dwazen sterven door gebrek aan verstand” (Spreuken 10: 20 en 21). En: “Een rechtvaardige spreekt wijze woorden, de tong van leugenaars wordt uitgerukt”. “Wie rechtvaardig is, kiest het juiste woord, een goddeloze neemt slechts leugens in de mond” (Spreuken 10: 31 en 32). Het komt aan op de persoonlijkheid van de bestuurder en politicus. Wie is hij? Het komt aan op authenticiteit.Laat hij zichzelf kennen? Durft hij zijn diepste beweegredenen te laten zien?

In 2003 kreeg Rouvoet de Thorbeckeprijs. Het commentaar: “Hij combineert de bereidheid om dwars tegen de politieke modes in, beschaving in woord en gebaar te laten prevaleren met een grote parlementaire effectiviteit en scherpte. De jury toont vooral respect voor de kracht van diepe overtuiging, die zichtbaar wordt in het optreden van de fractievoorzitter van de ChristenUnie”. Jakobus – in het spoor van Salomo – zegt: “Wie van u kan wijs en verstandig genoemd worden? Laat hij het daadwerkelijk bewijzen door een onberispelijk leven en door wijze zachtmoedigheid” (Jakobus 3: 13).

 

Hoe kom je in de media?

Het kom je over in de media? Dat is dus een belangrijke vraag voor een christen in de politiek. Er komt echter nog een vraag vóór: “Hoe kom je in de media?” Het is makkelijk om contact te leggen met de lokale media, maar het is veel moeilijker om die contacten te gebruiken om je doelen te realiseren. Het gebeurt maar al te vaak dat bestuurders en politici hun boodschap aan de media doorgeven, maar er geen flauw benul van hebben wèlke media ze moeten benaderen en in welke context hun boodschap bij de burger binnenkomt.

 

Ambacht

Hoe kom je in de media? Met nieuws. Maar wat is nieuws? Eerder hebben we geconstateerd dat de media vooral belangstelling hebben voor het conflict en voor de macht. Maar er is meer te zeggen. Evenals de regionale dagbladen en de huis-aan-huiskranten passen radio en televisie de ‘sandwichformule’toe. Dat betekent dat zware onderwerpen worden afgewisseld met lichte. De media zoeken de afwisseling, maar het nieuws moet altijd relevant zijn voor een belangrijk deel van de lokale samenleving. Er zijn dus volop kansen, maar die moeten wel benut worden. Daarvoor is nodig dat bestuurders en politici investeren in contacten met vertegenwoordigers van de media. Een inhoudelijk netwerk is niet genoeg. De contacten met de media zijn onmisbaar voor het realiseren van bestuurlijke en politieke doelen. Dat begint met een handdruk voorafgaand aan de raadsvergadering en een babbel bij de borrel na afloop. Dat is geen truc, maar voor een bestuurder of politicus onderdeel van het ambacht.

Het omgaan met de media vraagt om specifieke deskundigheid en specifieke vaardigheden. Dat blijkt als het misgaat. De publicatie van interviews of nieuwsberichten roept nogal eens boze reacties bij bestuurders op politici op. De schuld ligt echter meestal niet bij de media. Helaas zijn veel bestuurders en politici nonchalant en slordig in hun contacten. Ze bereiden zich niet goed voor en ze maken geen duidelijke afspraken. Het is daarom van groot belang om in besturen en fracties mensen te benoemen, die vanwege hun werk of hun studie affiniteit hebben met het communicatievak. Niet voor de vorm, maar met de intentie om goed naar hen te luisteren. Belast hen met de ontwikkeling van een media- of publiciteitsplan (1), de proactieve benadering van de media (2) en de coaching en begeleiding van bestuurders en politici in hun contacten met de media (3).

 

Taak voor Kaderschool

Het is helaas onmogelijk om op deze plaats nader in te gaan op de praktische uitvoering. Dat is jammer, want er is nog heel veel te zeggen. De meeste praktische informatie leent zich er echter niet voor om in de vorm van een artikel overgedragen te worden. Bestuurders en politici die zich willen verdiepen in theorie en praktijk van het omgaan met de media kan ik Het mediaboek – Hoe kom je in de media? aanbevelen. Het is geschreven door Jochum de Graaf en Stephan Steinmetz. Overigens ben ik van mening dat de nieuwe kaderschool van de ChristenUnie een praktische cursus en training op dit terrein moet aanbieden. Met name op lokaal niveau liggen er zóveel kansen voor free publicity. Die mogen we niet laten liggen. Het is de roeping van christenen om het verschil te maken en hun lamp niet onder de korenmaat te zetten.