Is er nog plaats voor het middenbestuur? Een reactie op de commissie-Kok

Is er nog plaats voor het middenbestuur?

Een reactie op het Advies Commissie Versterking Randstad (Commissie-Kok)

 

Door Tymon de Weger, wethouder Verkeer, Milieu en Dienstverlening in de gemeente Utrecht voor de ChristenUnie.

 

 

Deze maand kwam oud-premier Wim Kok namens de Commissie Versterking Randstad met zijn advies over de vorming van een nieuw Randstadbestuur. Dat moet hèt antwoord zijn op de problematiek van het ‘middenbestuur’ in ons vaderlandse bestuurstelsel. Een daadkrachtig bestuur voor de hele Randstad moet een stevige impuls geven aan de randstedelijke economie. Het moet de problemen van de schaarse ruimte en van files en volle treinen gaan aanpakken. De schaal van dat nieuwe bestuur, dat zo’n beetje over half Nederland gaat, is een flinke steen in Neêrlands bestuurlijke vijver.

 

Wat is het probleem eigenlijk?

De ontwikkeling van Nederland heeft sinds de vorming van het ‘Huis van Thorbecke’ rond 1850 - met zijn drie verdiepingen: rijk, provincie en gemeente – bepaald niet stilgestaan. Thorbecke beoogde met zijn Provinciewet en Gemeentewet een zorgvuldig evenwicht tussen centrale en decentrale overheden te scheppen. Het territorium van de middenbesturen was afgeleid van de oude zeven Nederlandse gewesten, in de Franse tijd omgevormd tot provincies. Ons land telde toen nog maar 3 miljoen inwoners, tegen nu ruim 16 miljoen. Door de industrialisatie vormden zich grote stedelijke regio’s, waarbij de problemen meer en meer gemeente- en provinciegrenzen gingen overschrijden.

Vreemd genoeg groeide het middenbestuur niet mee met die steeds ingewikkelder maatschappij. Op allerlei manieren werd geprobeerd om het bestuur aan te passen aan de schaal waarop de regionale problemen zich voordoen. Naast gemeente en provincie ontstonden hulpbesturen als deelgemeenten en stadsregio’s. En vele vormen van bestuurlijk overleg. Dat leidde tot een ware wildgroei en een versnippering van taken, bevoegdheden en financiën tussen al die overheidslagen. De traditionele provincie is wat in de verdrukking gekomen.

Op al die bestuurslagen zitten “bestuurders, die allemaal wat (anders) willen”, constateert de commissie-Kok nuchter. Zij moeten – of ze nu willen of niet – wel met elkaar samenwerken. Dat gebeurt dan ook wel, maar de ingewikkelde verhoudingen leiden vaak tot afgezwakte compromissen, tot vertraging of helemaal geen besluitvorming. Door de veelheid van bestuurlijke overlegpartners ontstaat - wat genoemd wordt  ‘bestuurlijke drukte’. Besluitvorming verloopt uitermate stroperig. “De tegengestelde belangen groeien regelmatig uit tot ‘hindermachten’”, aldus de commissie Kok.

 

Het advies-Kok

De Commissie Versterking Randstad stelt één nieuw Randstadbestuur voor. Dat komt in de plaats van vier provincies en vier stadsregio’s. De provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland en de stadsgewesten Amsterdam, Haaglanden, Rijnmond en Utrecht verdwijnen. Het Randstadbestuur neemt taken op het gebied van ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer over van provincies en stadsregio’s en laat de jeugdzorg over aan centrumgemeenten. Dat alles moet leiden tot beduidend minder bestuurlijke drukte. Minder afstemming, maar directe besluitvaardigheid, politieke durf en leiderschap.

Opvallend is, dat Kok niet precies aangeeft wat tot de Randstad gerekend moet worden. Hij spreekt eenvoudigweg over de vier Randstadprovincies. Horen Amersfoort, Lelystad en Den Helder daar ook bij? Verder wijdt Kok weinig woorden aan hoe dat Randstadbestuur er moet komen. Terwijl bestuurlijke vernieuwing in Nederland telkens weer verzandt in allerlei discussies.

 

De machtsbalans

Thorbecke schiep een zorgvuldige machtsbalans tussen rijk, middenbestuur en gemeente. Het Randstadbestuur kan onbalans veroorzaken. Het komt dichter op het Rijk te zitten. En het wordt behoorlijk dominant ten opzichte van de rest van het land: de Randstad herbergt ruim 40% van de bevolking en is goed voor ruim de helft van de economische dynamiek.

Als je Nederland afzet tegen de Europese schaal, vraag je je af, of er eigenlijk nog wel behoefte bestaat aan dat middenbestuur. Op Europese schaal is Nederland eigenlijk maar een provincie. In die optiek kunnen we volstaan met landelijk en lokaal bestuur.

Een andere oplossing is het samenvoegen van de overgebleven provincies tot drie landsdeelbesturen: Noord, Oost en Zuid. Om het machtsevenwicht enigszins te herstellen kunnen de niet-randstedelijke stukken van Noord-Holland, Flevoland en Utrecht bij de andere landsdelen worden gevoegd.

 

Een charmante oplossing

De commissie-Kok heeft geen bevredigende oplossing voor de problemen die op de schaal van de stedelijke regio’s spelen. Kok noemt wel de mogelijkheid om randgemeenten bij de grote steden te voegen. Een mogelijkheid waarop ik in het Nederlands Dagblad eind oktober zinspeelde. Maar verder laat Kok het ‘regionale gat’ ongemoeid. Ik wil speciaal aandacht vragen juist voor die regionale schaal. Als we dat niet goed regelen, krijgen we daar opnieuw bestuurlijke drukte.

De provinciewet kent een hele charmante oplossing om dit ‘regionale gat’ te dichten. Laten we eens uitgaan van een Randstadbestuur, dat bestaat uit zo’n 75 democratisch gekozen Statenleden. Zij verdelen zich in een vijftal territoriale commissies van 10 tot 20 leden. Vier commissies voor de stadsregio’s van Amsterdam, Rijnmond, Haaglanden, Utrecht en één voor het Groene Hart. Politieke partijen selecteren regionale kandidaten voor die commissies en vergroten zo de binding met de regionale kiezer. Politieke besluitvorming over alle regionale zaken vindt dan dicht bij huis plaats. Een hele slimme vormgeving voor de democratische legitimatie van het middenbestuur.

 

Een open proces

De realiteit leert, dat zo’n ingrijpende bestuurlijke hervorming nooit zonder horten en stoten gaat. Weerstand komt vooral van zittende bestuurders. Eigenlijk heeft zo’n omslag alleen succes op draaipunten in de geschiedenis: bij revoluties, in oorlogsituaties of als een werkelijk groot staatsman opstaat. Er moet een goed geregisseerd, open proces komen. Met een duidelijke kaderstelling vooraf, maar wel met ruimte voor inbreng van onderaf om draagvlak te verwerven. En maak daarbij tempo. Gebruik 2007 voor de inbreng van alle niveaus. Plan besluitvorming in kabinet en parlement rond de jaarwisseling 2008. Werk toe naar verkiezingen in 2008. Dan kan het Randstadbestuur op 1 januari 2009 van start gaan.

 

Discussie binnen de partij?

Binnen de ChristenUnie trof ik weinig affiniteit aan met reorganisatie van het binnenlands bestuur. Wij hebben in dat opzicht een traditionele instelling. We beroepen ons graag op de historische ontwikkeling van ons landsbestuur en op de bestaande wetgeving. Het ‘Huis van Thorbecke’ stel je bij ons niet zomaar ter discussie. Je gaat echter dan wel voorbij aan de immense ontwikkeling van onze maatschappij sinds de negentiende eeuw. En is ontwikkelen van de maatschappij, ook van het openbaar bestuur, niet juist besloten in onze goddelijke scheppingsopdracht? Nu de ChristenUnie deelneemt aan de kabinetsformatie is bezinning juist op dit punt wenselijk. Want een kabinetsformatie kan zo’n historisch keerpunt zijn. En wij kunnen er nú invloed op uitoefenen.