'De ChristenUnie is onze bondgenoot'

“De ChistenUnie is onze bondgenoot”

Interview met Gerard Beukema, directeur van het IPO

 

Door Koos van der Kolk en Geert Jan Spijker

 

Weer, wind en wisselstoringen konden niet voorkomen dat we stipt op tijd arriveerden op het adres van het Interprovinciaal Overleg (IPO), vlakbij Den Haag CS. We spraken daar de directeur van het IPO, Gerard Beukema. Na een carrière in onder meer de Groningse provinciepolitiek bevindt hij zich sinds 2000 in het centrum van de politieke macht in Nederland. Onder zijn leiding probeert het IPO de neuzen van de provincies als en waar nodig dezelfde kant op te krijgen.

 

Het IPO is vrij onbekend buiten de provinciewereld. Wat doet het eigenlijk?

Het heeft feitelijk twee functies. Allereerst de belangenbehartiging voor het provinciaal bestuur. Daarbij zijn we actief op drie fronten: de ministeries, het parlement en Europa. Het zwaartepunt van deze belangenbehartiging ligt overigens bij de ministeries. We hebben dan ook een stevig netwerk binnen de departementen. Natuurlijk zijn er ook zijn intensieve contacten met Kamerleden. We helpen hen ook wel, bijvoorbeeld bij het voorbereiden van amendementen.

Onze tweede taak is het organiseren van een platform van overleg tussen provincies.

Omdat we een relatief kleine organisatie zijn - 60 mensen - zijn we erg afhankelijk van provinciemedewerkers. We hebben een structuur van ambtelijke adviesgroepen. Ook zorgen we voor een platform van overleg tussen gedeputeerden. Zo kunnen ervaringen en ideeën uitgewisseld worden. Dat is erg nuttig. Limburg kan zo leren van Groningen, Drente van Zeeland, et cetera. Daarnaast proberen we door studies een bijdrage te leveren aan de vernieuwing van het provinciale bestuur.

 

Het IPO probeert de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Maar er is natuurlijk ook sprake van concurrentie tussen provincies.  

Er vindt natuurlijk een gevecht plaats tussen de provincies, bijvoorbeeld om geld. Provincies hebben zelf ook belangenbehartigers in Den Haag rondlopen. Als het bijvoorbeeld gaat om het algemene budget bij verkeer en vervoer, dus hoeveel geld steken we in nieuwe wegen in Nederland, dan spelen wij een belangrijke rol. Maar of die wegen vervolgens in Overijssel dan wel in Utrecht aangelegd worden, laten we graag aan de provincies over. Dan blijven wij bescheiden in de coulissen staan.

 

Valt de  provincie vaak niet een beetje tussen de wal (gemeenten) en het schip (het Rijk)?

De provincie is een noodzakelijke overheidslaag. Zelfs in centralistisch georganiseerde landen, waar een bestuur van twee lagen was, wordt steeds vaker een extra laag gebracht. De regio wint dus aan belang. Ontwikkeling van de netwerkeconomie vindt bijvoorbeeld op regionaal niveau plaats. Bedrijven kijken steeds meer naar factoren als het sociale en culture klimaat en de infrastructuur. Dit zijn zaken die steeds meer op regionaal niveau vorm krijgen. Het is niet voor niets dat de positie van de provincie enorm versterkt is. Kijk naar de wetten voor Ruimtelijke Ordening, de Wet Inrichting Landelijk Gebied, ontwikkelingen op het terrein van waterbeheer, mobiliteit en jeugdzorg. Op al die terreinen heeft de provincie nu meer voor het zeggen. Kortom, als er geen provincie in Nederland zou zijn, zou die worden uitgevonden.

 

De provincie is dus belangrijk. Toch is de opkomst bij de provinciale verkiezingen standaard een stuk lager dan bij de gemeentelijke en landelijke verkiezingen.

Ik zou dat toch willen relativeren. De president van Amerika wordt ook altijd gekozen met minder dan vijftig procent van het aantal mogelijke stemmen. En in grote steden is de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen ook laag. Je moet ook realistisch zijn: de directe betrokkenheid van de burger bij de provincie is betrekkelijk. De taken van de provincie zijn lastig te communiceren naar de burger. Het zijn vaak zaken waar de burger geen direct belang bij heeft. Toch gaat het ook bij de Statenverkiezingen om politieke keuzen. Wel zie je dat provinciale statenverkiezingen een graadmeter vormen voor de landelijke politiek.

 

Wat zijn volgens u de belangrijkste taken van de provincie?

Zolang gemeenten taken gezamenlijk voor elkaar krijgen, is er geen enkele reden om de provincie daar in beeld te brengen. Taken moeten zo dicht mogelijk bij de burger worden uitgevoerd. Mijn uitgangspunt is: als het op gemeentelijk niveau kan, dan moet het daar plaatsvinden. Soms is het echter juist wel nodig de provincie erbij te betrekken. In Groningen was ik bijvoorbeeld medeverantwoordelijk voor het project Blauwestad, waarbij vijftienhonderd hectare landbouwgrond een hele andere bestemming krijgt. Dat stuk land lag in drie gemeenten. Daar was het essentieel dat de provincie de kar trok, mede vanwege de complexiteit. Nu het op de uitvoering aankomt, ligt de bal vooral weer bij de gemeente.

Bij iedere nieuwe overheidstaak moet je je dus afvragen bij welke overheid je dat onderbrengt. In Den Haag gebeurt dat helaas niet altijd zorgvuldig. De afgelopen tijd zijn er belangrijke taken verschoven van rijk naar gemeenten, zoals bij de WMO. Er zouden vaker zulke heldere keuzes gemaakt moeten worden. Een van de redenen van bestuurlijke drukte is dat wij in Nederland niet duidelijke keuzes durven te maken over de schaal die nodig is om de gemeente of de provincie te organiseren.

 

Hoe beoordeelt u de opstelling van de ChristenUnie hierin?

De ChristenUnie kiest wel een duidelijke positie in deze discussie. De partij gaat gemeentelijke schaalvergroting niet uit de weg als dat nodig is. Ze heeft in mijn ogen sowieso een heldere visie als het gaat om de inrichting van het binnenlands bestuur. Dat geeft meer houvast dan de visie van een aantal andere partijen. Wij zijn als IPO dan ook blij met een mogelijke deelname van de ChristenUnie aan het kabinet.

 

U noemt de ChristenUnie zelfs ergens een ‘bondgenoot’.

Waar het gaat om positie van de provincies en ook om het meedenken van politieke partijen over de toekomst van het provinciaal bestuur is de ChristenUnie zeker een meedenkende bondgenoot, kritisch waar nodig, maar ook erg realistisch.

Gelukkig is de ChristenUnie, evenals het CDA overigens, pertinent tegen het pleidooi van de VNG (Vereniging voor Nederlandse Gemeenten, red.) voor een gesloten huishouding van provincies. Dat zou provincies zeer belemmeren in het zijn van een goed regionaal openbaar bestuur. 

 

Momenteel wordt veel gediscussieerd over een mogelijke Randstadprovincie. Wat vindt u van een dergelijke provincie?

Persoonlijk ben ik voorstander van een structuuraanpassing in de Randstad. Ik laat in het midden of dat een of twee provincies moeten worden. Maar het probleem van bestuurlijke drukte bevindt zich vooral in de Randstad, dat is duidelijk. Tegelijk moeten we oppassen dat we de Randstad niet als de maat nemen voor het functioneren van de provincies elders. Te vaak wordt het functioneren van de provincies afgemeten aan de Randstad.

Maar in de Randstad moet zeker wat gebeuren. Mijn advies aan de Randstadprovincies is ook echt dat, als het niet tot structuurwijziging komt, de provincies dan zelf tot hechte bovenprovinciale samenwerking komen, bijvoorbeeld omtrent verkeer en vervoer. De provincies moeten bevoegdheden overdragen aan een interprovinciale autoriteit.

 

Wat zou u het nieuw te vormen kabinet graag willen meegeven?

Allereerst dat de provincies de ruimte moeten krijgen om hun taken goed te kunnen vervullen. De positie van de provincie is de afgelopen tijd enormversterkt, overigens vaak met de steun van de ChristenUnie. Provincies zijn daar nu volop mee aan de slag. Het nieuwe kabinet moet de ruimte geven dit verder te vervolmaken.

Ten tweede de jeugdzorg. Provincies zijn nu twee jaar aan de slag met de jeugdzorg en er zijn goede resultaten geboekt. De wachtlijsten zijn bijvoorbeeld verminderd. Onze inzet is: start geen nieuwe structuurdiscussie, maar geef provincies de kans om verder aan de slag te gaan om de jeugdzorg op orde te brengen. Over een tijdje kan dan eventueel een discussie over structuurwijziging volgen. Overigens is dit precies het standpunt van de ChristenUnie. Een minister van gezin- en jeugdzaken is in dit verband overigens een goed punt.   

Ten derde moet voorkomen worden dat er bezuinigd wordt op de provincie. Ik zou er niet blij mee zijn als de financiën van de provincies zouden moeten worden herzien. Provincies hebben voor de komende jaren een hele grote investeringsagenda en die heeft in belangrijke mate ook relevantie voor het rijksbeleid, zie bijvoorbeeld de jeugdzorg, waterbeheer, landelijk gebied, enzovoort. Als er wordt bezuinigd op de provincies dan snijdt het rijk zichzelf daarmee in de vingers.

 

Kortom, over het beleid van het afgelopen kabinet provincies zijn wij, om het met een Gronings understatement te zeggen, ‘niet ontevreden’. Wij zouden graag zien dat die lijn wordt doorgetrokken. Het is nu aan ons om die versterkte positie waar te maken.