Botsing der meningen

Gebots der meningen

 

Door Jan Post, hoofdredacteur

 

Een mooie voetbalwedstrijd is leuker dan een politiek debat. Vooral als de wedstrijd mooi gespeeld wordt. Snel, knap, maar vooral sportief. Zonder getrap, pseudo-slidings, shirtjes-trekkerij of dieptepunten als de regelrechte kopstoot van de fransman Zidane.

Gelukkig is er in het voetbal een scheidsrechter die ‘vuil spel’ bestraft, zodat het spel in de meeste gevallen een sportief spektakel is.

 

In politieke debatten is er geen scheidsrechter. Het publiek moet zelf maar uitmaken of er overtredingen worden gemaakt of niet. Maar ja, al dat gegoochel met cijfers en de vele demagogische uitspraken zijn alleen door deskundigen snel waar te nemen.

De gespreksleider is meestal een vooraanstaand journalist en we weten dat deze niet zelden een uitgesproken politieke voorkeur heeft. Bovendien is hij leider van het gesprek en geen scheidsrechter. Ook hij heeft alle cijfers niet paraat en kan dus die rol niet vervullen. Hij kan hooguit zorgen dat iedereen aan bod komt en dat de tegenstanders elkaar laten uitpraten, en dat is al moeilijk genoeg.

Ruw spel als liegen (trappen), omzeilen (bal niet afgeven) of goochelen met cijfers (shirtje trekken) wordt dus niet opgemerkt en benoemd. Ons oordeel over hoe goed een partij voor ons land zal gaan zorgen, wordt dan ook vooral bepaald door emotie. We letten vooral op hoe betrouwbaar iemand overkomt of hoe begrijpelijk iemand praat.

 

Niet voor niets wordt het politieke veld ook wel de ‘politieke arena’ genoemd, en de verkiezingsperiode een ‘verkiezingsstrijd’. Sommigen zijn van mening dat een strijd met het nodige getrap, getrek en gestoot daar nu eenmaal onderdeel van uitmaakt en dat de kiezer daar wel doorheen prikt. Juist ’uit de botsing der meningen ontspringt de waarheid’, luidt een gezegde. En zoals in een voetbalwedstrijd tegenstanders onvermijdelijk af en toe een duw krijgen of erger, is dat ook in het politieke debat aan de orde. Sterker, de kracht van het dualisme zou met name worden gevonden in het ruwere debat. Hoe meer debat, hoe meer gebots der meningen, hoe beter.

De praktijk leert dat dualisme populisme in de hand werkt. En een fiks debat is meestal meer dan een botsing der meningen. Liegen, bedriegen en demagogie maken er zo’n beetje vaste onderdelen van uit. Na het gebots der meningen heb ik ook nog nooit een politicus horen zeggen dat zijn tegenstander hem overtuigd heeft en dat hij het eerst zo hartstochtelijk verdedigde standpunt inruilt voor dat van zijn tegenstander. Overigens zou hij in dat geval direct als draaikont te boek worden gesteld en door gans Nederland als belachelijk worden tentoongesteld.

 

Ik ben een hartgrondige fan van ons westerse democratische model. Nog nooit eerder in de wereldgeschiedenis is er zo’n goed model geweest waarin de rechten van mensen zo goed mogelijk gewaarborgd zijn.

Maar als er ergens een rotte plek zit in ons systeem, dan is het wel in de wijze van politiek bedrijven. En die wijze wordt niet beter, eerder slechter.  Tot verdriet van de kiezer wiens vertrouwen in de politiek toch al niet zo groot is.

Het is dus geen klein probleem dat politici, die bij uitstek betrouwbaar moeten zijn, tijdens de verkiezingstrijd mogen liegen, bedriegen en het publiek op het verkeerde been mogen zetten. Voor mij is dat meer dan een bijverschijnsel van de ‘botsing der meningen’. Het is een groot democratisch probleem.

 

Een mooi politiek debat zou zoveel mooier kunnen zijn dan een voetbalwedstrijd wanneer we de scheidsrechtersfunctie zouden introduceren. Ik zie dat best voor me. Op het onderste deel van het televisiescherm verschijnen symbolen als een politicus demagogisch wordt, goochelt met cijfers of ronduit liegt. Tussentijds verschijnt een overzicht van de overtredingen.

Als we tijdens het debat juist onze mening aan het herzien waren op grond van een reeks indrukwekkende cijfers die de politicus in kwestie uit z’n mouw tovert en er verschijnt juist dan een rode paddenstoel in beeld (het symbool voor een leugen), dan weten wij hoe laat het is.