Strategieën voor moslims

Bestaat een gematigde islam?

Jan Post

 

In mijn proefschrift onderzocht ik de ontwikkelingen van drie gereformeerde groeperingen (De Gereformeerde Kerken in Nederland, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Bond binnen de Nederlandse Hervormde Kerk). Ik gebruikte daarvoor een sociologisch kader dat in de jaren zeventig ontwikkeld is door dr. Thurlings om de (ontzuilende) ontwikkelingen binnen de Rooms-katholieke bevolkingsgroep te kunnen duiden.

 

Voor mij persoonlijk zijn er grote verschillen tussen een Islamitische groepering of een gereformeerde. Voor mij als bestuurskundige/socioloog vervagen die verschillen. Het zijn beide ´godsdienstige groeperingen´.

 

Hoe dit ook zij, het model van Thurlings biedt een aardig denkkader om ook de ontwikkelingen in de Islamitische wereld te kunnen schatten.

 

Een bevolkingsgroep of een (ideologische) groepering volgt een bepaalde strategie t.o.v. de omgeving. Er zijn, grofweg, vier ‘strategieën’ te bedenken:

 

  • Militant
  • Wereldmijdend
  • Open
  • Onverschillig

 

Welke strategie gevolgd gaat worden, is afhankelijk van twee zaken. De eerste is de vraag in hoeverre de groep een verschil met de omgeving ervaart, het verschil in identiteit of in cultuur. De tweede is de vraag of de groep zich bedreigd voelt of niet. Als we dit alles in een schema plaatsen ontstaat het volgende beeld:

 

 

 

Het kader ontzenuwt bijvoorbeeld de gedachte dat als het de moslimwereld economisch beter zal gaan, de Islamitische wereld als vanzelf openheid zal gaan vertonen en militantie tot het verleden gaat behoren. Gereformeerde Bonders doen het bijvoorbeeld sociaaleconomisch niet slechter dan christenen die hun wortels hebben in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Maar ´de bonders´ zijn over het algemeen meer gericht op wereldmijding. Voor veel ´bonders´ wordt de machtspositie niet bepaald door de sociaaleconomische positie maar door het gevoel van bedreiging voor de eigen identiteit.

 

Volgens Koppelaar is er nergens ter wereld onder moslimgeleerden zo´n belangstelling voor democratie aan de dag gelegd als in Indonesië. Takken voegt daar landen als Mali en Turkije aan toe. Geen wonder zegt het schema: 90% van de inwoners van deze landen is Moslim. Er is dus onderling geen groot identiteitsverschil en van een gevoel van bedreiging is (of was) blijkbaar geen sprake.

 

Hoe anders ligt het in het Midden Oosten. Berger geeft aan dat in de Arabische wereld het Westen als onderdrukker blijft zien en bedreiging ervaart omdat men meent dat het Westen de Arabische wereld poogt te heroveren (Israel als uitvalsbasis, beide Golfoorlogen, Darfur).

 

Lange tijd heeft het identiteitsverschil, volgens Berger, geen rol gespeeld en was het conflict ´hanteerbaar´. Velen in het Midden Oosten waren onverschillig omdat men niet bewust een groot cultureel verschil ervoer. En waar het culturele verschil wel ervaren werd, was de machtspositie onvoldoende daar iets aan te doen. In het schema zat men aan de onderkant met weinig gevaar voor het Westen.

 

Extremistische leiders hebben de bevolking weten op te zwepen door het culturele verschil met het ‘decadente’ Westen uit te vergroten. Om de bevolking te mobiliseren was het ook nodig het gevoel van bedreiging uit de weg te ruimen. Het succes van het islamitisch verzet in Afghanistan en Libanon bracht volgens Berger, “een euforisch gevoel .. van David  die Goliath kan verslaan”.  Succesvolle terroristische acties versterken uiteraard dit gevoel. Leiders in Arabische landen die een militante houding voorstaan doen er ook alles aan om zelfs een mislukte aanslag ferm neer te zetten als een overwinning op de bezetter. De beweging in het schema is naar linksboven.

 

The war on terror lijkt als doel te hebben (extremistische) moslims een gevoel van bedreiging te geven en ze naar de onderkant van het schema ‘te duwen’. Terroristische successen houden deze beweging tegen. Wat wel met de harde hand bereikt wordt, is dat moslims die wel in de dialoog geloven, een groter identiteitsverschil gaan ervaren. Een deel daarvan zal bevattelijk zijn voor de propaganda van extremisten en daarmee in de armen gedreven worden van militante moslims (zie ook: Takken en Robbertsen)

 

Het is evenzeer ‘gevaarlijk’ in alles maar toe te geven. Waar christenen met regelmaat moeten ervaren dat hun geloof wordt beschimpt lijkt het beschimpen van de Islam steevast te kunnen rekenen op (strategisch) meeleven van ‘politiek correct links´. Als De Deutsche Oper in Berlijn een voorstelling schrapt waarin Jezus, Boeddha en Mohammed symbolisch onthoofd worden (onder het motto: pas als de goden en profeten dood zijn, is de mens vrij) is dit natuurlijk een gewonnen slag voor extremistische groeperingen.

 

Beide ´strategieën´ bereiken dus het omgekeerde van wat men beoogt: een wereldwijd vreedzame samenleving. Wij zouden de moslimwereld graag rechtsboven in het schema zien: in een vreedzame relatie met de rest van de samenleving.

 

Wat in elk geval niet helpt is een gematigde moslim als een contradictio in terminis te benoemen. Evenmin helpt het de Islam op voorhand in de armen te sluiten, blind voor de grote dilemma’s waar moslims voor staan (zie het artikel van Takken). De verwevenheid tussen de Islam en geweld is ook voor moslims een enorm complex vraagstuk.

 

De twee enige oplossingsrichtingen zijn dan dat Moslims niet het gevoel mogen krijgen dat wij hen of hun identiteit bedreigen. Het is dom om culturele verschillen nodeloos op te blazen. Behalve dom en onhandig is nodeloos kwetsen ook gewoon onfatsoenlijk. Het schrappen van een voorstelling door De Deutsche Oper is ´strategisch onhandig´ maar het überhaupt maken van zo´n voorstelling is onfatsoenlijk. De Deutsche Oper is gewoon te laat in actie gekomen.

 

We zullen geduld moeten hebben en het werk zal vooral door de Moslim-wereld zelf gedaan moeten worden. Daarbij moeten we beseffen dat ook christenen de nodige moeite hebben met de moderne cultuur.

 

Daarbij zullen we moeten beseffen dat er nog zeer lange tijd orthodox-militante stromingen blijven. Zo goed als in ons land (kleine) gereformeerde groeperingen zich juist sterker terugtrekken op hun fundamentalistische identiteit zo zal dat ook met moslims het geval zijn.