Radicalisme binnen de islam

Radicalisme binnen de islam

Een nieuw fenomeen met oude papieren

 

 

Door Bram Robbertsen, student theologie aan de Universiteit Utrecht met als specialisatie Islam en Interreligieuze dialoog.

 

 

In dit artikel geef ik in vogelvlucht een overzicht van radicaal islamitisch denken in de geschiedenis van de islam. Een beschrijving volgt van enkele belangrijke bewegingen en personen die tot op de dag van vandaag een inspiratiebron zijn voor fundamentalistische moslims. Kennis van de geschiedenis van dit gedachtegoed is nodig om het huidige radicalisme te kunnen verstaan.

 

 

1.Dodelijke doeltreffendheid

 

Over enkele minuten zie ik hem in levende lijve, de moordenaar van Theo van Gogh! Het is donderdag 2 februari 2005 en ik bezoek het zwaarbeveiligde gerechtsgebouw ‘De Bunker’ in Amsterdam-Osdorp om het pleidooi bij te wonen van Mohammed B..

Na enkele controles door de beveiliging mag ik plaatsnemen op de publieke tribune in afwachting van het proces dat komen gaat. Vanaf de publieke tribune heb ik goed zicht op de rechtszaal. Met spanning wacht ik zijn binnenkomst af. Ik ben immers één van de weinige Nederlanders die hem te zien krijgt. Na enkele minuten wachten komt Mohammed B. vergezeld van bewakers de rechtszaal binnenlopen. Voordat hij plaatsneemt draait hij zich om richting de publieke tribune. Hij kijkt ons triomfantelijk aan en ik denk zelfs even dat er een kleine glimlach op zijn gezicht verschijnt. Vervolgens gaat hij zitten en wordt het proces in gang gezet.

            “Is dit nu die jongeman die op koelbloedige wijze Theo van Gogh vermoordde?” denk ik bij mijzelf. Mohammed B. heeft niet bepaald een indrukwekkend voorkomen, hij ziet er haast grappig uit. De opgeknoopte rode doek om zijn bebaarde hoofd in combinatie met zijn djellaba en sportschoenen maken hem tot een komische verschijning. Op hetzelfde moment besef ik dat deze jongeman alles behalve grappig is. Integendeel, hij is een levensgevaarlijk persoon die een bedreiging vormt voor onze open samenleving. Zijn geloof inspireert hem op gruwelijke wijze een einde te maken aan het leven van een van de meest omstreden cineasten in Nederland. De grappen en grollen, grove opmerkingen en spot van Theo van Gogh over de islam kan hij niet langer dulden. De enige begaanbare weg is voor Mohammed B. jihad.  Een jihad met een dodelijke doeltreffendheid.

            Na de moord op Theo van Gogh staat Nederland op zijn kop. De toenemende polarisatie tussen moslims en niet-moslims in de Nederlandse samenleving komt door deze gebeurtenis in een stroomversnelling. In de media buitelen de verschillende meningen over de islam over elkaar heen. Volgens de een is Mohammed B. geen moslim, omdat de islam een vredelievende religie is. Een ander benadrukt echter dat de islam een gewelddadige en oorlogszuchtige godsdienst is.

            Vervolgens verschijnen allerhande publicaties en artikelen over de islam die opvallend genoeg weinig aandacht besteden aan de ontwikkeling van het radicaal islamitische denken in de geschiedenis van de islam. De radicale islam zoals iedereen die kent sinds de aanslagen op 11 september 2001 staat immers niet op zichzelf. De geschiedenis van de islam laat zien dat de radicaal islamitische theologie teruggaat tot in de begintijd van de islam: de zevende eeuw van onze jaartelling. Sterker nog, de radicaal islamitische denkers van nu halen dikwijls hun inspiratie uit theologische werken van eeuwen geleden.

           

 

2. Vroege geschiedenis van een vlijmscherpe theologie

 

Takfir-theologie

Na de dood van de profeet Mohammed in het jaar 632 van onze jaartelling breekt de periode van de ‘rechtgeleide kaliefen’ aan. In het jaar 656 wordt Ali de vierde opvolger (kalief) van de profeet. Tijdens het kalifaat van Ali vindt de slag bij Siffin plaats. Na deze slag scheiden de kharidjieten zich af. De kharidjieten stammen af van de Arabische woestijnstammen die in de zevende eeuw tot de islam overgaan. In de verstedelijkte legerkampen raken zij ontworteld en vinden hun identiteit in een radicalisering van het geloof. Wie behoort tot hun gemeenschap deelt in het heil, wie zich niet bij hun groep aansluit is op weg naar de hel.

            De kharidjieten ontwikkelen een zogeheten takfir-theologie.[1] Met behulp van deze theologie kan een moslim eenvoudig van ongeloof worden beschuldigd. Hij is dan een afvallige en daarvoor geldt de doodstraf in de islam. Deze stroming meent dat zij als enige de zuivere islam praktiseren. Ze trekken tegen andere moslims ten strijde en velen van hen worden beroofd en vermoord.[2]

 

Shaykh al-Islam

De theoloog Ibn Taymiyya (1263-1328), ook wel “Shaykh al-Islam genoemd, werkt eeuwen later elementen uit de takfir-theologie verder uit.[3] Hij stelt zijn kennis in dienst van de oorlog van de Mamlukken tegen de Mongolen. De Mongolenvorst Mahmud Ghazan bekeert zich in 1295 tot de islam, maar volgens Ibn Taymiyya is hij daar korte tijd later weer van afgevallen. Hij ontleent immers zijn gezag aan de afstamming van een heidens vorst en hij voert de shari’a niet in. Daarom moet Ghazan gedood worden. Ibn Taymiyya baseert dat op koranhoofdstuk (sura) 5:44 waar staat: “en wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden, dat zijn de ongelovigen.”[4]

 

Ibn ‘Abd al-Wahhab

Ruim vier eeuwen later wordt Mohammed ibn ‘Abd al-Wahhab (1703-1791) geboren op het Arabisch Schiereiland, het huidige Saudi-Arabië. Tijdens zijn studie maakt hij kennis met de takfir-theologie van Ibn Taymiyya en doet daaruit inspiratie op. Hij radicaliseert het denken van Ibn Taymiyya: het gaat hem niet alleen om het tot ongelovige bestempelen van de heerser, maar van alle mensen die niet als moslim leven. Voor hem zijn dat alle moslims die niet met zijn ideeën over de islam overeenstemmen.

Ibn ‘Abd al-Wahhab streeft naar een ‘zuivere’ islam. Hij beschouwt veel islamitische praktijken als verwerpelijke vernieuwingen. Hij legt een grote nadruk op Gods eenheid, de afwijzing van veel traditionele ‘polytheïstische’ moslimpraktijken en hij geeft bovendien bovengemiddeld veel aandacht aan het begrip jihad in zijn preken.[5]

In 1744 sluit hij een verbond met een plaatselijke heerser, Muhammad ibn Saud, een verre voorvader van de huidige Saudische koninklijke familie. Ze gaan samen op jihad  en veroveren grote delen van het Arabisch Schiereiland. Veel ‘afvalligen’ (sunnitische moslims!) worden gedood. [6] Ibn ‘Abd al-Wahhab sterft in 1791. Sinds zijn verbondssluiting met Saud in 1745, is de nauwe samenwerking tussen de wahhabieten en de Saudische dynastie gehandhaafd. De familie Saud rekent zich nog altijd tot de wahhabitische stroming van de islam. De verbinding tussen de Saudische dynastie en het wahhabisme realiseert het ideaal van een islamitische staat.

 

 

3. Vanaf 1800 tot heden: wahhabisme en salafisme

 

Het zwarte goud

Na de dood van Ibn Abd al-Wahhab verbreidt het naar hem genoemde wahhabisme zich snel. Van Aleppo tot aan de Perzische Golf en tot aan de Indische Oceaan laat het een spoor van vernieling na. Aan het begin van de negentiende eeuw lijden de wahhabieten enkele gevoelige nederlagen en dringt het Egyptische leger hen terug. In de tweede helft van de negentiende eeuw herstellen ze zich weer. In samenwerking met de Saudische dynastie worden Mekka en Medina (opnieuw) veroverd. In 1932 is het koninkrijk Saudi-Arabië een feit.[7]

Korte tijd na de oprichting van het koninkrijk vinden ze olie in de grond, een goudmijn voor het Saudische regime. Door de olie krijgen ze een grote invloed op de wereldeconomie. Amerika en andere Westerse landen worden afhankelijk van de olie en dat is gunstig voor Saudi-Arabië. Nog altijd geloven Saudische moslims dat het hun taak is de ‘zuivere’ islam over de gehele wereld te verspreiden, als dankbetuiging voor de goddelijke zegen in de vorm van olie. Mogelijk zou zonder olie en zonder Amerika al lange tijd niets meer zijn vernomen van het wahhabisme en het Saudische koningshuis.

 

Toenadering

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstaat het salafisme als een intellectuele beweging in Cairo, onder leiding van Jamal al-Din al-Afghani (1839-1897), Muhammad ‘Abdu (1849-1905) en Rashid Rida (1865-1935).[8] De naam van de beweging is afgeleid van het woord salaaf, dat ‘voorouders’ betekent.

De stroming kent een ‘klassieke’ en ‘moderne’ periode. In de klassieke periode uit de begintijd staat de beweging een terugkeer naar de vroege islam voor en probeert ze islam en moderniteit met elkaar te verzoenen. Hiermee denkt ze een oplossing te bieden voor de crisis in de islamitische wereld die geconfronteerd wordt met het kolonialisme.[9] Het gematigde klassieke salafisme ontwikkelt zich in de jaren zestig van de vorige eeuw echter tot het moderne salafisme zoals dat nu nog steeds bekend is. Door de politieke omstandigheden, de olie en de oprichting van de Muslim World League in 1962, groeien het wahhabisme en salafisme naar elkaar toe. Vooral de oprichting van zojuist genoemde organisatie speelt daarin een belangrijke rol, omdat dit orgaan zich ten doel stelt alle andere supranationale islamitische organisaties te overrulen. In dit orgaan participeren wahhabieten uit Saudi-Arabië en salafisten uit onder meer Egypte, waaronder al-Banna en de broer van Sayyid Qutb.[10] De Muslim World League richt over de gehele wereld afdelingen op, met het doel niet-islamitische ontwikkelingen te bestrijden.

Het wahhabisme gaat uiteindelijk grotendeels op in het internationale salafisme.[11] Nu is het ‘moderne’ salafisme een verzamelnaam voor diverse islamitische bewegingen die nadruk leggen op de absolute eenheid van God en vernieuwingen, het andere dingen gelijkstellen aan God en afbeeldingen verbieden.[12] Verder kenmerken ze zich door de rechtlijnige en compromisloze interpretatie van islamitische bronnen, de takfir-theologie waarin alle andere moslims afvalligen zijn en de bestrijding van nationale culturen en lokale islamitische uitingen. Bovendien identificeren ze zich niet met de gemeenschap van een  stam, volk, stroming, etnische groep of politieke partij. Actieve participatie in de samenleving is dus uitgesloten.

Tenslotte maken we nog een belangrijk onderscheid tussen salafisten die het gezag van het Saudische koningshuis erkennen en geweld afwijzen en anderen die niet het gezag van het Saudische koningshuis erkennen en tot jihad oproepen tegen Arabische regimes en het Westen.[13]  Beide streven echter naar islamisering van de samenleving en invoering van de shari’a. Men gelooft dat de oprichting van een islamitische staat het gevolg dient te zijn van de re-islamisering van de islamitische gemeenschap (umma).[14]

 

Wereldwijde invloed

Het salafisme oefent dankzij allerlei organisaties, waaronder charitatieve en humanitaire instellingen, een wereldwijde invloed uit. Landen die decennia lang geleden hebben onder oorlogen, etnische spanningen en het communisme zijn bijzonder gevoelig voor deze stroming. Ook de Taliban en Al Qaeda halen hun inspiratie bij hen vandaan.[15]

            De wereldwijde invloed van deze ideologie gaat ook Nederland niet voorbij. Het (Saudisch) salafisme probeert in Nederland haar geluid te versterken. Vooral onder moslimjongeren neemt hun  invloed toe. Het biedt ogenschijnlijk eenvoudige oplossingen voor de identiteitsproblematiek waar jonge moslims mee worstelen. Ook legt deze stroming sterke nadruk op de religieuze identiteit van jongeren, waardoor andere aspecten van hun bestaan naar de achtergrond verschuiven.[16]

 

4. Voedingsbodem voor salafistische islam in Nederland

 

Een aantal ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving creëert bij moslimjongeren een goede voedingsbodem voor het salafisme. Allereerst ontmoeten moslimjongeren elkaar op het internet waar zij met elkaar over de islam discussiëren. Voor hen speelt iemands achtergrond nauwelijks een rol. Deze jongeren hechten vooral waarde aan hoe een moslim zijn geloof in praktijk brengt. Het geloof en het handelen van het individu staan centraal. Bovendien beheert het salafisme veel sites waar jongeren informatie vandaan halen en voor geloofszaken advies vragen.

            In de tweede plaats stimuleert de voortschrijdende globalisering en veramerikanisering van de wereld mede de ontwikkeling van een transnationale islam. Moslims voelen zich in hun voortbestaan bedreigd, omdat in hun ogen de alles beïnvloedende macht van Amerika zich steeds verder uitstrekt over de islamitische wereld. Een transnationale islam is daarop een reactie. Ze schept een umma waarin etnische- en culturele verschillen er niet meer toe doen. De islam is immers universeel en allesomvattend en niet gebonden aan een sociale context. Moslims vormen zo één massief blok.

            In de derde plaats schept het huidige wij-zij-denken in de Nederlandse samenleving de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van een salafistische islam. Dit wij-zij-denken richt zich vooral op de religieuze identiteit van moslims. Het gaat om maar twee groepen in de maatschappij: moslims en niet-moslims. Voor een niet-moslim is het nauwelijks relevant te weten tot welke islamitische stroming of organisatie een moslim behoort. In zijn ogen vormt die per definitie een potentiële bedreiging. Door deze nadruk op de religieuze identiteit, zijn moslims de onderlinge verschillen minder belangrijk gaan vinden. Zij voelen zich immers allemaal in hun vrijheid bedreigd.[17]

            Deze ontwikkelingen sluiten goed aan bij het gedachtegoed van het salafisme waarin individualisme, het verwerpen van culturele uitingen en de nadruk op de religieuze identiteit een belangrijke rol spelen. Wanneer geen verandering optreedt, zal de invloed van het salafisme onder Nederlandse moslimjongeren waarschijnlijk toenemen.

 

5. Uitdaging voor de ChristenUnie

 

De ChristenUnie zal naast terrorismebestrijding moeten pleiten voor meer onderzoek naar de ontwikkelingen onder moslimjongeren in Nederland. Een kleine, maar groeiende groep radicaliseert. Wat zijn daarvan de oorzaken? En belangrijker: hoe komt het dat een groot deel van de moslimjongeren niet radicaliseert? Niet alleen de AIVD moet zich primair richten op onderzoek naar (radicalisering onder) moslimjongeren, hoe waardevol en noodzakelijk dat ook is. Het moet breder worden opgepakt. Hoe veelkleuriger de benadering, des te objectiever zullen de onderzoeksresultaten zijn.

            Ook is het belangrijk dat de ChristenUnie beseft dat het huidige radicalisme onder sommige moslims in Nederland geen barbaars middeleeuws verschijnsel is. Alsof bij deze moslims de moderniteit nog niet is doorgedrongen. Integendeel, het islamitisch radicalisme is een vrucht van de moderne samenleving. We constateerden immers dat de nadruk op het gelovige individu, de ontwikkeling van een transnationale islam en het relativeren van iemands culturele achtergrond voortkomen uit en een reactie zijn op veranderingen in de moderne samenleving(en). We kunnen het moslimradicalisme alleen aanpakken, wanneer we beseffen dat het een uiterst modern fenomeen is. Eén Mohammed B. is immers meer dan genoeg.

            Tenslotte kan de ChristenUnie zich profileren in buitenlandpolitiek door zich meer te richten op de discriminatie van allerhande minderheden in moslimlanden waar het radicalisme domineert. De partij heeft onvoldoende oog voor niet-christelijke minderheden in deze landen. Wat te denken van homo’s, sjiieten en andere religieuze groeperingen in Saudi-Arabië? Deze mensen worden niet minder vervolgd dan christenen. Wat doen we met Arabische moslimminderheden in Iran die stelselmatig gediscrimineerd en vervolgd worden? En niet te vergeten: de hindoegemeenschap in Afghanistan. Juist een christelijke partij als de ChristenUnie heeft de opdracht op te komen voor alle mensen die onderdrukt worden, ongeacht ras, religie of identiteit. Het gaat God immers om de gehele schepping.

 

 

Literatuur

 

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, ‘Saoedische invloeden in Nederland. Verbanden tussen Salafitische missie, radicaliseringsprocessen en islamitisch terrorisme’, Den Haag 2004 (internet)

 

Algar, H., Wahhabism: A Critical Essay, New York 2002 (Islamic Publications International)

 

Hassan, M. & Callewaert, C., ‘Saoedi-Arabië en het wahhabisme’, Marxistische Studies, nr. 61 januari-maart 2003 (IMAST)

 

Jansen, J.J.G., nieuwe inleiding tot de islam, Bussum 1998 (Coutinho b.v.)

 

Leemhuis, F., de koran, 9e druk, Houten 1998 (Fibula)

 

Robbertsen, A., ‘Milli Görüş. Een Turks-islamitische organisatie schrijft geschiedenis in Turkije en Nederland’, in: Begrip Moslims Christenen, 2006, jaargang 32 nr. 1, Utrecht (Bureaus voor ontmoeting met moslims)

 

Roy, O., Globalized Islam, The Search for a New Ummah, Londen 2004 (Hurst & Company)

 

Roy, O., ‘Euro-islam. De jihad van binnenuit?’, in:Justitiële verkenningen, jrg. 31, nr. 2, Den Haag 2005 (Boom Juridische uitgevers)

 

Trevor, S., ‘Understanding the Origins of Wahhabism and Salafism’, Washington DC 2005 (The Jamestown Foundation) (internet)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



[1] Takfir is afgeleid van het werkwoord kaffara en heeft in deze context de betekenis van ‘(iemand) voor heiden

   houden’.

[2] Jansen 1998: 113-117.

[3] Ibn Taymiyya distantieert zich in een aantal opzichten van de kharidjieten. Volgens hem is de beweging het 

   spoor bijster geraakt, omdat onder de eerste kharidjieten geen enkele metgezel van de profeet was.

[4] Leemhuis 1998: 82.

[5] Trevor 2005.

[6] Vanwege de afkeer en de strijd van het wahhabisme tegen onder meer sunnitische moslims kunnen we mijns

   inziens het wahhabisme niet tot de sunnitische islam rekenen. Zij sluit andere moslims uit en daarom kunnen 

   we beter spreken van een sektarische islamitische stroming.

[7]  Hassan & Callewaert 2003.

[8]  Trevor 2005.

[9]  Rida werd een belangrijke inspiratiebron voor de fundamentalistische Moslim Broederschap in Egypte in de

    twintigste eeuw.

[10] Sayyid Qutb is de belangrijkste ideoloog en inspiratiebron van het moderne islamitische fundamentalisme.

    Hasan al-Banna is de oprichter van de fundamentalistische Moslim Broederschap.

[11] Islamdeskundigen maken soms nog een duidelijk onderscheid tussen wahhabisme en salafisme.

    Anderen gebruiken een overkoepelend begrip als ‘neofundamentalisme’ (Roy) waaronder ze alle radicaal-

    islamitische bewegingen samenbrengen. Wat dat betreft bestaat er verwarring en onduidelijkheid over

    het gebruik van namen en begrippen voor het benoemen van radicaal-islamitische bewegingen.

[12] Roy 2005: 243-245.

[13] Trevor 2005; sommige salafisten vinden het Saudische regime vanwege de volgende redenen corrupt:

    het gedraagt zich niet in overeenstemming met de islamitische leer, voorziet Amerika van olie en geld, 

    verbergt CIA-agenten, staat bol van de corruptie en omkooppraktijken en het stelt halfhartige religieuze geleerden aan.

[14] De ruimte ontbreekt om in te gaan op het islamisme dat gelooft in een ‘maakbare’ islamitische samenleving en

    daarvoor het gebruik van seculiere middelen wel geoorloofd vindt (onder andere politieke partijen).

[15] Algar 2002: 54-59.

[16] AIVD-rapport 2004.

[17] Robbertsen 2006.