Islam en rechtsstaat

Islam en rechtsstaat

 

Door Geert Jan Spijker, eindredacteur

 

De islam leek geen verkiezingsissue te worden. Het politieke debat spitste zich vooral toe op sociaal-economische thema’s rondom de vergrijzing, kinderopvang en hypotheekrenteaftrek.  Totdat daar voormalig minister Donner met een minder gelukkige uitspraak over de sharia op de proppen kwam. Volgens hem zou de sharia toegestaan moeten worden als de meerderheid dat wil. Plotseling leek de stilte rondom islam en integratie bedrieglijk te zijn geweest. Het thema is nog lang niet uitbediscussieerd. 

 

Democratische rechtsstaat

Is de sharia een optie voor Nederland? Piet Hein Donner betoogde dat de essentie van een democratie is dat de meerderheid beslist. André Rouvoet bracht daar echter terecht tegenin dat dat de essentie is van een democratische besluitvormingsprocedure. De essentie van een democratie is dat ook minderheden worden beschermd. Er gaat een norm uit boven wat de willekeurige meerderheid op een bepaald moment vindt. Gelukkig maar. De meerderheid heeft het immers niet altijd bij het rechte eind. Daarom zijn in een democratische rechtsstaat waarborgen, checks and balances, ingebouwd om bescherming te bieden tegen de macht van de meerderheid.

Om enige helderheid in het debat aan te brengen zou onderscheid aangebracht kunnen worden tussen een formele en een materiële democratieopvatting. Donner had de eerste op het oog, Rouvoet de tweede. Democratie is niet louter het tellen van stemmen waarbij de helft (of tweederde) plus een gelijk heeft. Dat zou een formele opvatting zijn. In een reformatorische staatsvisie echter wordt uitgegaan van een materiële, normatieve definitie van democratie. J.P.A. Mekkes formuleerde het zo in zijn standaardwerk Ontwikkeling der humanistische rechtsstaattheorieën (p.36): “De materiële rechtsstaat naar christelijke opvatting is alleen de staat, die zijne innerlijke competentiegrenzen kent en in acht neemt (…).” Er is dus een vast criterium dat de democratie en de macht beperkt.  

 

Sharia en Nederland

In dit verband is de spannende vraag hoe de islam zich tot de democratische rechtsstaat verhoudt. In de islam staat de sharia centraal. Deze wet geldt voor zowel het religieuze als het seculiere leven. Is het daarmee wel te verenigen met het recht zoals dat in de westerse wereld is gegroeid?

Maurits Berger, een van de auteurs in dit nummer, onderscheidt drie vormen van sharia (Nederlands Dagblad 16-09-06). De eerste en meest voorkomende vorm is een slogan: ‘Wij willen sharia’ betekent eigenlijk ‘Wij willen rechtvaardigheid’. Een tweede variant van de sharia is het enorme corpus van commentaren en geschriften omtrent regels en interpretatiemogelijkheden zoals die in de islamitische rechtswetenschap zijn neergelegd. Deze commentaren laten weinig eenstemmigheid zien: ze gaan van vrijzinnig tot rechtzinnig. De derde vorm is de sharia zoals die in bepaalde landen momenteel concreet vorm heeft gekregen. Veel moslims vinden echter een staat als Iran – waar de sharia is ingevoerd - geen goed voorbeeld van een islamitische staat.   

Al met al is de werkelijkheid dus complexer dan ze lijkt.

 

Onwetendheid

Helaas is er in de westerse wereld veel onwetendheid en ongenuanceerdheid omtrent sharia en islam. Mede daardoor is de angst en paniek soms groot. Dit nummer van DenkWijzer beoogt mede enige kennis van de islam bij te brengen en zo de meningsvorming over dit gevoelige onderwerp te stimuleren en te verdiepen. Centraal staat de vraag of islam en democratische rechtsstaat zijn te verenigen. Volgens de een is de islam naar haar aard gewelddadig en vijandig ten opzichte van andersdenkenden. De ander is optimistischer en vermoedt dat een lang proces ervoor zal zorgen dat islam en rechtsstaat goed samen kunnen gaan. Heeft de westerse wereld niet ook een lang historisch proces moeten doormaken voordat minderheden konden worden geaccepteerd?