Winst en verantwoordelijkheid

 

 

Winst en verantwoordelijkheid

Analyses na de gemeenteraadsverkiezingen

 

Door Erik van Dijk, adviseur / onderzoeker lokaal bestuur

 

Op 7 maart j.l. deed de ChristenUnie in 197 van de 458 gemeenten in Nederland[1] mee aan de verkiezingen. De verrassing over de winst die we daarbij boekten was buiten de ChristenUnie misschien nog wel groter dan daarbinnen. Vervolgens deed de ChristenUnie het ook erg goed bij de college-onderhandelingen. Dat viel nóg meer op. Kranten en actualiteitenprogramma’s besteedden er aandacht aan. De toon was opvallend positief.

 

De ChristenUnie kon zich bij de gemeenteraadsverkiezingen verheugen in een groei van 12% in zetels.[2] Met deze groei in ChristenUnie-zetels zijn we qua lokale grootte GroenLinks voorbij gegaan. Van de partijen die ook in de Tweede Kamer zitten zijn we nu de vierde partij, achter CDA, PvdA en VVD.[3]

 

Colleges

In de weken na de verkiezingen werd het alleen nog maar mooier, want de lokale fracties wisten bij de college-onderhandelingen de zetelwinst ruimschoots te verzilveren. Aan het eind van de periode 2002-2006 had de ChristenUnie 58 wethouders. Op dit moment heeft de ChristenUnie 71 wethouders. Een groei van ruim 22%.[4]

Fantastisch om als ChristenUnie weer meer mensen in raden en colleges te hebben die kunnen laten zien dat de ChristenUnie betrokken en betrouwbaar is en bestuurlijke kwaliteit levert[5]. Meer mensen die in woord en daad kunnen laten zien dat de ChristenUnie het welzijn van de hele samenleving op het oog heeft en dat Gods Woord daarvoor ijzersterke uitgangspunten biedt. Onze lokale bestuurders zijn de meest zichtbare en herkenbare ambassadeurs van de ChristenUnie. Voor de ChristenUnie is dat extra belangrijk in de aanloop naar de verkiezingen voor de Provinciale Staten[6] en Tweede Kamer in maart respectievelijk mei 2007.

 

Het aantal colleges waar de ChristenUnie op één of andere manier aan meedoet is 86.[7] Dat betekent dat we in 42% van de gemeenten waar we deelnamen aan de verkiezingen nu ook meedoen aan het college (was in vorige periode ongeveer 33%).[8]

In 40 colleges zaten we tot voor kort niet en nu wel (ik zeg niet ‘voor het eerst’, want soms zaten we er in een eerdere periode wel in). Sommige van die gemeenten zijn heel opvallend: Leiden, Utrecht en Delfzijl. Maar er zijn ook minder opvallende gemeenten, waar het toch bijzonder of misschien wel een klein wonder is dat we nu in het college mogen zitten (eigenlijk geldt dit voor alle gemeenten, maar ik noem toch even Zeewolde en Barneveld).

Het grote aantal plaatsen waar we voor het eerst aan een college deelnemen plus het normale, natuurlijke verloop maken dat ongeveer de helft van onze wethouders nieuw is. Overigens is ook meer dan 40% van onze raadsleden nieuw. Zowel vanuit de lokale als de landelijke ChristenUnie zullen we in deze nieuwe bestuurders moeten investeren. Laten we ook voor ze bidden.[9]

 

Dat we in meer colleges zitting hebben schept al een grotere verantwoordelijkheid. Alleen al daardoor hebben we de verantwoordelijkheid over meer mensen. Echter, omdat we ook nog eens in meer grotere gemeenten meedoen, is het totale aantal inwoners waarvoor ChristenUnie-wethouders bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen voorbij de 3 miljoen gegaan (van 2,5 miljoen naar 3,3 miljoen).

 

Partners

In het overzicht van de college-deelnames op de website staat niet alleen waar we wethouders leveren en wie dat dan zijn, maar ook met welke partijen wij samen een coalitie vormen en welke portefeuilles de ChristenUnie toebedeeld heeft gekregen.

Terwijl GroenLinks en SP bijna alleen maar aan centrum-linkse en linkse colleges meedoen en VVD en SGP veel aan centrum-rechtse of rechtse colleges meedoen, is de ChristenUnie in heel veel verschillende college-samenstellingen te vinden. Net als PvdA en CDA zitten we wellicht meer in een middenpositie. Dat kan wel kloppen, want niet voor niets hanteert de ChristenUnie de leus ‘niet links, niet rechts, maar christelijk-sociaal’.

De meest voorkomende coalitie is PvdA-CDA-ChristenUnie (18 keer). Diezelfde centrum-linkse combinatie, maar dan aangevuld met één of meer andere partijen[10] komt zelfs 30 keer voor.

Een meer centrum-rechts college, dus zónder PvdA, maar mét VVD en CDA en eventueel andere partijen komt slechts 10 keer voor.

De PvdA is de meest voorkomende coalitiepartner. Combinaties met de PvdA komen 60 keer voor (was in vorige periode 39 keer). Afgezet tegen de groei van 68 naar 86 colleges is dat een sprong van 57% naar 70% van de colleges. Combinaties met het CDA komen nu 58 keer voor (was 59 keer). Dat lijkt weinig verschil, maar afgezet tegen de groei van het aantal colleges waaraan de ChristenUnie deelneemt, is dat relatief een daling 87% naar 67%[11]. In de vorige periode zaten we maar 8 keer zonder het CDA in een college, nu maar liefst 24 keer. Dit opvallende gegeven wordt deels veroorzaakt door het verlies dat het CDA bij de laatste verkiezingen in de meeste gemeenten leed, maar wellicht ook door het volwassener worden van de ChristenUnie. Ons eigen, zelfstandige, christelijk-sociale profiel wordt steeds duidelijker.

We hebben het hierboven over de PvdA en het CDA als college-partner gehad, maar het is ook nog interessant om te zien in hoeveel procent van de colleges de andere partijen coalitiepartner zijn:

SGP: 31% (was 35%)

VVD: 29 (was 43%)

GroenLinks: 17% (was 7%)

SP: 2% (was 0%)

Lokale partijen met het woord ‘belang’ in hun naam: 11% (was 19%)

Met D66 zaten we in de vorige periode nog 4 keer in een college. Nu nergens meer.

 

SGP

Richting de verkiezingen van 2002 en 2006 heeft de ChristenUnie de lijstverbinding met de SGP in veertien respectievelijk acht gemeenten verbroken.[12] Het is en blijft de verantwoordelijkheid van de lokale verenigingen om al dan niet met de SGP samen te gaan. Er bestaat aan de andere kant wel een landelijke richtlijn, die de besturen van ChristenUnie en SGP in goed overleg met elkaar vastgesteld hebben: zelfstandig waar dat kan, samenwerken waar nodig. De uitslagen van de recente verkiezingen laten grofweg zien dat de ChristenUnie vooral stemmen en zetels heeft gewonnen waar we zelfstandig de verkiezingen in gingen. Dat is een bevestiging van het landelijke advies, maar mag geen argument zijn om breuken te forceren.

Na allerlei uitspraken over het positieve effect van ‘breken met de SGP’ is het daarbij goed om even te laten zien dat een gezamenlijke fractie ook een positief effect kan hebben. In 41 gemeenten plus 5 Rotterdamse deelgemeenten deden ChristenUnie en SGP met een gezamenlijke lijst aan de verkiezingen mee. In 42 van die 46 gemeenten haalden we minstens één zetel. En nu komt het: in 20 van die 42 gemeenten doen we nu mee aan een college. Dat is een score van 48% en dat is hoger dan bij zelfstandige ChristenUnie-fracties.[13] Ook opvallend: in zowel de vorige als deze periode leverden de ChristenUnie-SGP-fracties die een wethouder mochten leveren in ongeveer drie-kwart van de gevallen iemand van SGP-huize en slechts in een kwart iemand van ChristenUnie-huize. Een verklaring kan zijn dit juist de fracties zijn waarin de SGP een groter aandeel heeft dan de ChristenUnie.

 

Vrouwen

Het aandeel vrouwelijke raadsleden is door de verkiezingsuitslag gestegen van 14% naar 18% (in zelfstandige ChristenUnie-fracties van 16% naar 19%, in samenwerkingsfracties van 2% naar 10%!). Deze ontwikkeling is te danken aan de verhoudingen binnen de groep nieuwe raadsleden; daarvan is 24% vrouw!

Het aandeel vrouwelijke wethouders is nauwelijks gestegen. De groei van 5 naar 7 vrouwelijke wethouders bij een groei van het totaal van 58 naar 71 is een procentuele stijging van 8,6 naar 9,9%.

 

Grote steden

Er zijn heel veel aanwijzingen dat de ChristenUnie steeds meer voet aan de grond krijgt in grotere steden:

- In plaatsen als Amstelveen, Alkmaar en Eindhoven lukte het om voor het eerst een zetel te bemachtigen;

- In Leeuwarden, Heerenveen, Utrecht, Leiden en enkele andere grote plaatsen groeiden we van 1 naar 2 zetels;

- Juist in grotere plaatsen als Utrecht, Ede, Amsterdam, Amersfoort en Arnhem haalden we grote stemmenwinst;

- In grotere plaatsen als Delfzijl, Utrecht, Leiden, Assen en Apeldoorn lukte het om voor het eerst in het college te komen;

- De gemiddelde gemeentegrootte waarvoor de ChristenUnie collegeverantwoordelijkheid draagt groeide van ruim 37.000 inwoners naar bijna 39.000 inwoners;

- Bij een analyse van de trends in de verkiezingsuitslagen 1998 -> 2002 -> 2006 zien we dat de groeicurve van het percentage stemmen op de ChristenUnie het sterkst stijgt in de gemeenten met een inwonersaantal tussen de 100.000 en 300.000.

 

Grotere verantwoordelijkheid

Wat doet de landelijke organisatie eraan om de groei in raadszetels en wethouders tot een succes te maken?

Ik noem een paar dingen:

- opzet van een kaderschool met een evenwichtig aanbod van trainingen en cursussen op het gebied van hoofd (kennis), hart (motivatie) en handen (vaardigheden);

- meer regionale ontmoeting stimuleren en organiseren (hier is ook een belangrijke rol weggelegd voor de provinciale unies!);

- faciliteren van een netwerk van onderlinge ondersteuning tussen ervaren en onervaren raadsleden en wethouders;

- aanbieden van coaching in lastige persoonlijke of politieke situaties;

- meer informatie- en meninguitwisseling via de nieuwe website (wordt vóór het nieuwe seizoen gerealiseerd);

- gedragscode voor politici en lokale besturen.

 

Wat kunnen raadsleden en wethouders zelf doen?

- “niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God” (Micha 6:8). Vrij vertaald: gewoon biddend, in afhankelijkheid van God hun uiterste best doen;

- niet aarzelen om advies te vragen bij de landelijke organisatie of bij ervaren collega's in de eigen gemeente of regio;

- strategische keuzes maken om op zorgvuldig gekozen speerpunten te bouwen aan een duidelijk, christelijk profiel (zonder een one-issue-partij te worden);

- bouwen aan een goede samenwerking met bestuur en leden van de lokale ChristenUnie (zorgen voor een goed fractiereglement[14], bestuur en leden betrekken bij het fractiewerk, gezamenlijk één of meer modules van de training "Iedereen van de Partij" volgen[15] e.d.)

 

De groei in zetels en wethouders is een zegen, maar schept ook verwachtingen en verplichtingen. De ChristenUnie moet niet naast haar schoenen gaan lopen, maar de gekregen grotere verantwoordelijkheid waar gaan maken.

 



[1] Plus nog zes deelgemeenten in Rotterdam en Amsterdam

[2] 10% groei bij het gezamenlijke aantal zetels van alle zelfstandige en samenwerkingsfracties (met SGP), 11% groei in raadszetels die bezet worden door ChristenUnie-mensen in zowel zelfstandige ChristenUnie-fracties als in ChristenUnie-SGP-fracties (42 zetels netto winst) en 12% groei bij de zelfstandige ChristenUnie-fracties. Voor meer cijfers m.b.t. de gemeenteraadsverkiezingen, zie het aprilnummer van HandSchrift (ook te vinden op www.christenunie.nl -> Documenten -> Magazines).

[3] ChristenUnie en SGP bij elkaar opgeteld hebben nu 645 zetels. Voor zover ik kon nagaan hadden 'de drie kleine christelijke partijen' in 1990 de 500-grens doorbroken. Nu dus de 600-grens.

[4] Deze groei in wethouders is des te mooier, omdat we vier jaar geleden ook al spectaculair gegroeid waren: na de verkiezingen van 1998 hadden de fusiepartners van de ChristenUnie bij elkaar opgeteld 34 wethouders (22 van de RPF en 12 van het GPV). In 2002 was de groei dus in absolute aantallen 24 wethouders en procentueel 71%!

[5] Betrokken, betrouwbaar en bestuurlijke kwaliteit waren de drie termen die op het congres van ChristenUnie-bestuurders in 2003 werden uitgekozen als kenmerkend voor onze stijl.

[6] Daarmee indirect ook voor de Eerste Kamer.

[7] Voor een overzicht van de college-deelnames zie www.christenunie.nl

[8] Qua college-deelname blijft de ChristenUnie daarbij nog wel achter GroenLinks. GroenLinks heeft het bij de recente college-onderhandelingen ook erg goed gedaan. Zij zijn gestegen van 70 naar 93 wethouders.

[9] Laten we ook niet vergeten dat er een aantal gemeenten zijn met teleurstellende verkiezingsresultaten en/of onderhandelingsresultaten. Ook zij verdienen onze steun en ons gebed.

[10] Exclusief VVD en zelfstandige SGP, maar wel inclusief samenwerkingen van ChristenUnie met SGP.

[11] Lees: tegenwoordig zitten we in 67% van de colleges samen met het CDA.

[12] Ik zeg bewust ‘lijstverbinding verbreken’, omdat dat wat anders is als ‘samenwerking verbreken’. Zelfstandige fracties kunnen immers prima samenwerken.

[13] Volgens mijn gegevens deden we in de vorige periode in 15 van de 48 gemeenten waar we met een gezamenlijke lijst/fractie zaten mee aan een college. Dat is 31%.

[14] aan de hand van het landelijke model (http://www.christenunie.nl/page/7116 )