Laat de regels maar komen

Laat de regels maar komen

 

Door Jan Post

 

 “Staatsecretaris Wijn verder met strijd tegen overbodige regels”, “Staatssecretaris van Economische Zaken Karien van Gennip (CDA) wil een reeks vergunningen schrappen....” en “Kabinet wil sneller af van regels”. De antiregeldrift van het huidige kabinet lijkt geen grenzen te kennen. Zomaar wat koppen uit de krant.

 

Maar elk incident roept om haar eigen regels: nieuw of aangescherpt. Ik weet bijna zeker dat er dagen zijn waarin kamerleden op één en dezelfde dag debatteren over het afschaffen van regels en, op basis van een incident, minstens even heftig het kabinet oproepen tot het stellen van meer en betere regels.

 

Die regels betreffen ook onze voeding. Sytsma geeft in een helder artikel aan dat onzorgvuldige voedselbereiding onze samenleving 328 miljoen euro per jaar kost. Nog los van het menselijke leed. Hij stelt dat consumenten de overheid en fabrikanten verantwoordelijk achten voor het op de markt brengen van veilige producten. De ontwikkeling van nieuwe technologieën met enorme kansen maar ook bedreigingen horen daarbij. Of de import en het eerlijk betrekken van voedsel en grondstoffen van producten ver weg en wat niet meer. En daar zijn nu eenmaal regels voor nodig. En controle.

 

Ik herinner mij nog goed een college bestuurskunde (bijna twintig jaar geleden) waarin de hoogleraar het onderwerp deregulering vergeleek met een kerstboom. We tuigen de kerstboom op. In januari zijn we hem spuugzat en zijn we blij dat-ie de deur uit kan. Maar in december tuigen we weer met net zoveel enthousiasme een nieuwe op. De overheid tuigt op en tuigt af. Zo is het in onze moderne samenleving altijd gegaan en zo zal het altijd blijven gaan. De opdracht aan de politiek is dan ook om niet alleen een megaproject Vermindering administratieve lasten in het leven te roepen (de zoveelste dus) maar een permanente campagne.

 

Een project is per definitie eindig. En de narigheid in de politiek is dat politici tegen het einde van een project altijd zenuwachtig worden. Het project móet succesvol zijn. Resultaten worden zo ingekleurd dat de verantwoordelijke bestuurders er zo goed mogelijk uitspringen. Wat natuurlijk nog niets zegt over het uiteindelijke effect van het project op onze samenleving. In een bestuurskundige en keurig engelse term: de outcome.

 

Regels komen en regels gaan. Daar kunnen we zeker van zijn. De regels die komen zijn niet zelden resultaten van compromissen en dus niet altijd even logisch. Ook blijken regels in de praktijk anders uit te pakken dan bedoeld. Regels strijden ook nogal eens met elkaar. Regels moeten dus ook gaan. En eventueel vervangen worden door nieuwe regels.

 

In een permanente campagne worden regels voortdurend tegen het licht gehouden. Dat moet ook nog op een slimme manier gebeuren. Niet vanuit de logica van de (eventueel onderling tegenstrijdige) regelgevers (departement, gemeente, provincie) maar vanuit de logica van de burger.

 

In een slimme permanente campagne wordt vanuit concrete situaties gekeken hoe regels uitpakken voor concrete burgers, bedrijven en instellingen. Vertrek vanuit de producent van snackproducten en bekijk vanuit die situatie of de geldende regels zinvol zijn of niet. Of dat bepaalde regels juist ontbreken en nieuwe gesteld moeten worden. Of ga praten met een tuinder en vertrek van deze concrete situatie op zoek naar overbodige, niet werkbare of ontbrekende regelgeving. Pak de bakker en de producten van pindakaas. De marktkoopman of het restaurant op de hoek. Alleen zo weten we zeker dat we niet over de hoofden heen aan het regelen en de-regelen zijn.

 

Persoonlijk lees ik nooit etiketten en verdiep ik me ook niet in de precieze herkomst van de producten die op tafel komen. Ik houd, evenals de meeste van mijn collega-consumenten, de overheid verantwoordelijk voor een goede ordening. Of dit nu de veiligheid van het voedsel betreft, eerlijke import of verpakking. Laat de regels maar komen.