En Plein Publique

Govert Buijs en Tymen van der Ploeg (red.)

En plein publique. De samenleving van morgen en de kerk van nu

Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer, 2005, EUR 11,90, 166p.

ISBN 90 239 1065 6 NUR 740

 

Hans Freije

 

Aanleiding

In november 2005 verscheen het boek ‘En plein publique’, een uitgave van het ICS. Het ICS, een forum dat zich toelegt op bezinning van de verhouding christelijk geloof, (vak)wetenschap en samenleving, vierde in oktober 2005 zijn 35-jarig bestaan en wijdde ter gelegenheid daarvan een symposium aan het thema ‘samenleving en kerk’.

 

Waarom dit onderwerp? Tymen van der Ploeg: “het leek ons goed in deze enigszins verwarrende tijden de vraag naar de plaats van de kerken in de toekomst aan de orde te stellen”. De toekomst ligt in het heden en de redactie heeft vanuit verschillende disciplines vertegenwoordigers de gelegenheid gegeven om over dit onderwerp hun visie te geven. Zo komen theologie (Bas Plaisier, Arnold van Heusden), filosofie (Gabriël Van den Brink), economie (Bob Goudzwaard, Johan Graafland) en sociologie (Joep De Hart, Paul Dekker) over dit onderwerp aan bod. De relatie tussen kerk en een tweetal toepassingsgebieden, namelijk de zorg en het onderwijs, wordt ook besproken.

De probleemschets wordt in grote lijnen gedeeld: “het gesprek tussen kerk en samenleving hapert; de kerk lijkt haar ogen in de samenleving kwijt te zijn”. En: “de kerk heeft zich als het ware teruggetrokken tot de kern van kerkzijn”. Of: “de kerken zijn vaak verstrikt in een web van zelfgenoegzaamheid en tradities”. De vervolgvraag is of de kerk werkelijk wat te zoeken heeft in het maatschappelijk veld.

 

Welke ontwikkelingen in de samenleving?

De ontwikkelingen in de samenleving worden als somber ervaren. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) heeft geconstateerd dat het vertrouwen in politieke en maatschappelijke instituties na 1999 daalt. Verder is er een sterke tendens tot individualisering; “het probleem van deze tijd is dat in de samenleving de horizontale banden verdwijnen”. Onderzoeken van het SCP geven aan dat religie vooral een betekenis heeft in de privé-sfeer en daarnaast bij collectieve gebeurtenissen en vragen rond moraliteit. 

 

Anderzijds stelt het SCP vast dat veel mensen een samenleving wensen met gevoel voor gemeenschapszin, dus tegen globalisering en doelmatigheid. De bevolking, zowel kerkelijk als onkerkelijk is zeer gehecht aan bescherming en geborgenheid. Van de maatschappijbeelden is de prestatiemaatschappij het minst populair.

Gabriël van den Brink constateert een fundamentele spanning tussen de morele of spirituele traditie van het christendom en de wijze waarop het moderne leven vorm krijgt. Het moderne leven staat voor weinig samenhang of eenheid, en “het goddelijke” saneert de verdeeldheid. Volgens Van den Brink verkeert de West-Europese samenleving in een crisis: veel nationalisme en matige omgangsvormen. Maar ook op individueel niveau is er een spanning: de vraagstukken van dood en leven hebben weinig aandacht, ons geloof in het zelfstandig handelen schiet dan zeer te kort. Van den Brink pleit voor een opwaardering van het burgerschap, maar zonder een gemeenschap met dezelfde idealen. Wel moet er een besef zijn van gedragingen die normaal zijn. Voor hem betekent dat onder andere een vermindering van de verharding van het publieke leven. Maar dit is een grote opgave wanneer “autonoom de regie voeren over je leven zozeer de standaard is geworden”.

Goudzwaard gaat in op de negatieve economische ontwikkelingen voor ontwikkelingslanden bij een voortgaande globalisering. Geconstateerd wordt dat arme landen steeds armer worden en rijke landen steeds rijker. Elders stelt hij dat “in toenemende mate het grote geld de heersende macht is in de moderne samenleving; de commercie heeft op steeds meer cultuuruitingen invloed”. 

Van de zorg beschrijft Annelies van Heijst enkele ernstige tekortkomingen. Zij stelt dat de zorg “kapot wordt georganiseerd” en vraagt zich af de huidige zorg nog “menswaardig en menslievend” is. Van Heijst: “In de afgelopen decennia zijn neoliberale waarden, economische beginselen en de erbij horende managementlogica in de gezondheidszorg en hulpverlening de boventoon gaan voeren; nadruk is gelegd op autonomie, keuze en recht; een ontoereikend waardepatroon; professionals hebben het idee dat ze de verwachte zorgzaamheid niet meer kunnen bieden”.

  

Welke rol voor de kerk?

De ICS-uitgave bevat behartenswaardige woorden over de rol van de kerk. Plaisier geeft aan dat wat hem betreft het gaat om “het vormgeven van een verbondenheid met die God die we ontmoeten in de Bijbel”. “In West-Europa is er een grotere openheid voor het godsdienstige, die overigens niet gelijkgesteld kan worden aan een grotere openheid voor de woorden van bevrijding en verzoening van Jezus Christus”, aldus Plaisier.

 

De kerk wordt in zijn algemeenheid als hulpverlenende instantie beschouwd. In het boek komt ter sprake dat ambtenaren van het Ministerie van VWS dachten dat de kerken een belangrijke rol zouden kunnen spelen bij de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning omdat kerken allerlei vrijwilligers herbergen. 

Van den Brink is het hiermee eens: “De kerken hebben niet zozeer een taak ten dienste van de samenleving als wel om mensen te helpen heel te maken wat gebroken is”. Of Ineke Bakker (Raad van Kerken): “Kerken kunnen aangeven dat verdraagzaamheid nodig is in een multiculturele samenleving. Verder kunnen ze ingaan op het menselijk tekort dat juist bij onveiligheid, rampen, etc. aan de orde is”.  Ze baseert dit mede op het feit dat de christelijke traditie ‘indrukwekkend’ is.

Volgens Ton Senf kan de kerk een outreach-rol vervullen, maar dat is niet te verwachten van elke kerk.

 

Anderen vinden dat de kerk een meer maatschappelijk georiënteerde rol moet vervullen: “In Nederland is vanwege een grotendeels verdwenen humuslaag van betrokkenheid het van belang dat er een sterkere relatie wordt ontwikkeld tussen kerken en christelijke organisaties, om zo ook het missionaire aspect van kerkzijn inhoud te geven”, aldus Plaisier. Concreet kan de kerk pleiten voor meer ruimte en waardering voor professionals in bijvoorbeeld de zorg, en wijzen op de noodzaak van een andere beroepsethiek (Van den Brink). Van Heijst geeft wel aan dat dit niet exclusief de taak is van kerken. Goudzwaard daarentegen ziet graag in sommige gevallen de kerk visionair bezig en het voortouw nemen.   

 

Rol overheid blijft belangrijk

Onmiskenbaar is dat de overheid een belangrijke rol heeft. In de scenario’s van René van de Kieft speelt de overheid een belangrijke rol. Goudzwaard maakt het concreet: “de staat leent zich instrumenteel in toenemende mate voor economische belangen; de invloed van de staat is niet zozeer teruggedrongen, maar omgebogen in de richting van een grotere dienstbaarheid aan de expansie van de ‘vrije’ markteconomie”.

 

Oproep

De bijdragen van de verschillende auteurs getuigen van zelfrealisme en zelfonderzoek op tal van maatschappelijke ontwikkelingen. Dat alleen al maakt dat dit boek het lezen en overdenken waard is. Er is geen sprake van een ‘koekoek-éénzang’. Zo onderscheiden de bijdragen zich door een meer of minder mensgericht-zijn, het benoemen van de relatie met God, en de kijk op de kerk van binnenuit of van enige afstand. Door alles heen klinkt een duidelijke oproep die vraagt om verdere doordenking. Hierover tenslotte nog twee auteurs.  

Plaisier onderstreept de directe verbondenheid aan de Bijbel: “De Bijbel is niet een verzameling waarheden die al dan niet onderschreven dienen te worden. De Bijbel gaat over God als levend persoon, die een relatie aangaat met mensen. Die relatie leidt uiteraard tot een bepaalde levensstijl en levert dus een patroon op van waarden en normen. De waarden en normen zijn een gevolg en niet de oorsprong”.  Volgens Plaisier is een verdiept geloof, volharding en concentratie op “het enenodige” van belang.   

De relatie tussen geloof en maatschappelijk handelen wordt in deze uitgave van beslissende waarde gevonden. Govert Buijs: “Indien geloofservaring en inhoud niet meer los van maatschappelijke betrokkenheid gezien wordt, zal deze aan ernstige bloedarmoede gaan lijden. Andersom als het verticale op zichzelf blijft staan en niet verder komt, dan is het gevaar groot dat men daar in verdrinkt”.  Buijs pleit voor een nieuw besef dat de kerk niet verbonden is aan een specifieke cultuur, maar mede handelt naar de mogelijkheden die de betreffende cultuur biedt.

De schrijvers leggen daarmee weer de bal bij de lezer: wat doet de kerk, wat doen wij met de kansen die worden geboden? Daarnaast vraagt de schets van onderwijs en zorg om een vervolg, waarbij ik hoop dat na het ICS anderen dit verder oppakken.