Het Urk van de wereld

Pluriformiteit als opdracht

 

Door Rien Rouw

 

Nederland is het Urk van de wereld. In een zee van religie vormt Nederland, en in mindere mate heel West-Europa, een eiland van seculariteit. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist in deze contreien de vrees en het onbegrip voor dat vreemde geloof hoog oplaait en soms de vorm van paniek aanneemt. Veel Nederlanders begrijpen maar weinig van geloof en de vreemde loyaliteit die dat met zich meebrengt. Bijna nergens is de afstand tussen de waarden en normen van brede lagen van de bevolking en die van de islamitische bevolkingsgroep zo groot als in Nederland, zoals de Amsterdamse socioloog Duyvendak signaleert.

Want in tegenstelling tot wat sommigen ons willen doen geloven, bestaat er volgens Duyvendak in ons land een ‘prudent progressieve moral majority (ppmm)’. Deze meerderheid is het eens over waarden als gelijkheid tussen man en vrouw, tussen hetero- en homoseksuelen, de zelfbeschikking etc. Wie enquêtegegevens over een langere periode vergelijkt, ziet deze consensus groeien door alle segmenten van de bevolking heen.

 

Nu wordt deze consensus echter bedreigd. De ppmm kon nog wel leven met wat kleine, in hun ogen obscure, groepen orthodoxe christenen, temeer omdat deze zich conformeerden aan de democratische spelregels. Maar bij de islam ligt dat anders, die wordt gevreesd omdat ze erop uit zou zijn het Westen te beheersen. Er wordt dan nog wel een onderscheid gemaakt tussen gematigde en radicale moslims, maar in de beeldvorming overheersen toch de radicalen. Tegen hen en hun radicale ideeën worden strenge maatregelen geëist. En van de zogeheten gematigden wordt voortdurend verwacht dat ze zich met woord en daad uitspreken voor en assimileren in de westerse samenleving. Ze moeten worden als wij.

 

Want dat is wat er schuilgaat achter de felle reacties op de islam, een diep verlangen naar eenheid. Nu er een kloof (of tweedeling) is geconstateerd, en ditmaal geen sociaal-economische maar vooral een sociaal-culturele kloof, wordt de oplossing gezocht in de constructie van het ene volk binnen de ene staat. Dat leidt tot een vergaande bemoeienis van de staat met zowel het gedrag als het gedachteleven van zijn burgers, zoals onder meer blijkt uit verschillende voorstellen ter bestrijding van terrorisme. Vooral het bekende ‘apologieverbod’, het verbod om terroristische daden te verheerlijken, is hier een voorbeeld van, net als de wens om radicale imams het land uit te zetten. Het zijn illustraties van wat ik noem ‘ideeënregulering’ of ‘beheersing van de wil’ (naar de sociologe Talja Blokland), waarmee de staat burgers wil disciplineren.

Daarnaast wordt, zoals zo vaak, een beroep gedaan op het onderwijs om bij te dragen aan de vorming van een gemeenschappelijke, nationale identiteit. In dat licht zijn ook de oproepen te verstaan om het bijzonder onderwijs af te schaffen, ten gunste van dat ene, nationale onderwijsbestel. Binnen het bijzonder onderwijs ontwikkelen kinderen immers identiteiten en loyaliteiten die vreemd zijn aan de Nederlandse eenheidsstaat.

 

Is deze eenheidsstaat nu het enige antwoord op de al of niet vermeende sociaal-culturele tweedeling? Ik denk het niet. Interessanter vind ik de richting die Kars Veling onlangs formuleerde, samengevat in de slogan ‘alle scholen bijzonder’. Veling pleit voor het behoud en de uitbreiding van de vrijheid van onderwijs voor alle scholen. Die vrijheid moet, in zijn woorden, geen uitzondering zijn maar regel. Scholen krijgen de gelegenheid om een eigen, unieke identiteit te formuleren. Ze hoeven zich niet langer te houden aan een landelijk erkende ‘richting’ om gefinancierd te worden.

 

Het aardige is dat Veling daarmee in feite kiest voor een ‘meerdeling’. Dat lijkt mij een goede weg om aan ‘de tweedeling’ te ontsnappen zonder in de valkuil van de eenheidsstaat te stappen. Pluriformiteit en variëteit bieden namelijk de beste bescherming tegen de risico’s en uitwassen van een eenheidsstaat. Pluriformiteit en de erkenning daarvan waarborgen gewetensvrijheid.

De organisatie van pluriformiteit of verschil zie ik als de grote opdracht voor de samenleving in de komende tijd. Dat is voor christelijke politici niet vanzelfsprekend. Integendeel, in de christelijke denktraditie staat juist eenheid veel meer centraal (denk aan de ene kerk, het ene geloof). Met gebruik van de metafoor van het begin van deze column: om pluriformiteit te omarmen, zullen ook christelijke politici zich moeten ontworstelen aan hun Urk.

 

Rien Rouw

Voorzitter GWG, Senior adviseur Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling