Alleen de Bijbel als richtsnoer voor politiek handelen

Alleen de bijbel als richtsnoer voor het politiek handelen

 

Door Marcel Poorthuis

 

Inleiding

Nadat het er een tijd lang op leek dat de christelijke inspiratie in de politiek nog slechts marginale betekenis had, is ze weer helemaal terug van weggeweest. Dit hebben we met name te danken aan de islam die op allerlei wijzen ervoor gezorgd heeft dat de religie weer als factor in de politiek wordt erkend. Soms uit defensief oogmerk is naarstig gezocht naar de Nederlandse normen en waarden. Nu is die zoektocht qua resultaat nogal tegengevallen. Dat komt omdat er twee soorten waarden zijn, die overigens beide belangrijk zijn en die ik in het vervolg open en ingevulde waarden noem.

 

Twee soorten waarden

Open waarden zijn bijvoorbeeld tolerantie en vrijheid van meningsuiting. Ingevulde waarden zijn bijvoorbeeld opvattingen over huwelijkstrouw, het al of niet geoorloofd achten van andere relatievormen, sociaal aanvaardbaar gedrag, enzovoort. Het ingewikkelde van de Nederlandse situatie is dat de open waarden tot het maximale zijn opgerekt en daarmee toenemend voor dilemma’s zorgen: mag antisemitisme dan ook? Mag een cartoon van Mohammed dan wel? De dilemma’s worden nog groter als in naam van die open waarden zelfs het goed recht op bijzonder onderwijs, het recht om de religieuze overtuiging ook in kledij vorm te geven en überhaupt het recht om religie of cultuur ook in het openbaar zichtbaar te tonen, wordt betwijfeld. Bovendien hebben die open waarden, tot het uiterste opgerekt, de neiging om anderen het recht te ontzeggen namens hun ingevulde waarden zaken te beoordelen, politiek te bedrijven en onderwijs in te richten. De open waarde van tolerantie dreigt door de maximalisatie om te slaan in het tegendeel: pure intolerantie jegens anderen die vanuit religieuze, ingevulde waarden politiek willen bedrijven. De intolerantie van de tolerantie: dat is wat we in Nederland in toenemende mate zien. Zo kan het verklaard worden dat het liberalisme, vanouds gekant tegen inmenging van de overheid, verwordt tot verregaande betutteling van de burger door diezelfde overheid.

Het hebben van ingevulde waarden en daar pal voor staan wordt in Nederland snel vereenzelvigd met vooroordeel, onverdraagzaamheid en gebrek aan politieke cultuur. Tevens wordt de scheiding tussen kerk en staat (een groot goed) verward met de scheiding tussen religie en politiek, die in een democratie helemaal niet noodzakelijk is en zelfs niet heilzaam is. Integendeel, een sterke democratie slaagt erin de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke visies te mobiliseren in de politieke arena.

Dan de bovengenoemde ‘ingevulde waarden’. De Nederlandse visie op de zogeheten ingevulde waarden ontbreekt weliswaar niet, maar kenmerkend is dat het individualisme en het relativisme zo sterk zijn dat over geen enkele ingevulde waarde een consensus wordt bereikt. Gevolg is dat we wel over tal van incidenten praatgroepen en panels organiseren, maar dat er nooit een consensus of veroordeling op volgt.

 

Bijbel en politieke partij

De vraag nu of de bijbel uitgangspunt kan zijn van een politieke partij in Nederland dient in dit licht met een volmondig ‘Ja’ te worden beantwoord. Er is grote behoefte aan partijen die verder kunnen komen dan louter de open waarde oprekken totdat ze omslaan hun tegendeel.

Wel is er verschil tussen een kerkelijke grondslag en een politieke partij. De bijbel zelf als grondslag vraagt om uitleg en die uitleg is onvermijdelijk zelf pluriform. Het ‘Sola Scriptura’ (alleen de Schrift) mag niet zo worden uitgelegd dat er telkens maar één politieke richtlijn uit zou volgen, want dat komt neer op fundamentalisme. Fundamentalisme vereenzelvigt Gods woord met de eigen uitleg en is derhalve niet iets vrooms, maar feitelijk een volstrekte ontkenning van het transcendente (dat wil zeggen de mens overstijgende en niet in bezit te nemen) karakter van Gods openbaring.

Het betekent dat er geen directe lijn kan lopen tussen bijbel en politieke praktijk (de bijbel is geen ‘kookboek’ met recepten), maar dat het debat de plaats is waar de bijbel de overtuiging van de deelnemers beïnvloedt en hun politieke stellingnamen oriënteert. De daaruit geboren consensus is de partijlijn, bijbels geïnspireerd, maar telkens vatbaar voor nadere invulling en bijsturing.

In dat licht is het aanvullen van de bijbel met de drie Formulieren van Enigheid of met welke credo’s en belijdenisgeschriften ook, een onjuiste keuze. Theologisch gezien mag men stellen dat belijdenisgeschriften nimmer iets toevoegen aan hetgeen de bijbel biedt. Ze geven slechts nadere verheldering van de bijbelse boodschap in een bepaalde tijd en dragen daarmee noodzakelijk een sterk tijdgebonden karakter. Door de belijdenisgeschriften als uitgangspunt voor de partij te nemen  verwart men het kerkelijk belijden met de bijbelse grondslag en eist men het exclusieve recht op de bijbel door deze formulieren als de enige juiste interpretatie te willen lezen. Voeg daarbij dat enkele zinsneden uit die belijdenisgeschriften (“paapse mis als afgoderij”) in een kerk desnoods nog als tijdgebonden historisch getuigenis zonder directe actuele relevantie kunnen worden geduid. Een politieke partij is daarvoor echter niet de aangewezen locatie. De partij is ook niet de instantie die dient te beoordelen of de religieuze overtuiging van de leden wel voldoet: als mensen zichzelf kunnen vinden op de bijbel als richtsnoer, ook voor het politieke handelen, is die overtuiging voldoende uitgangspunt voor lidmaatschap. Het past dan ook evenmin in een politieke context om katholieken van deelname van de parij uit te sluiten als zij zelf lid wensen te worden.

 

Tot slot

Om de zaak nog verder te compliceren en mogelijk het betoog alsnog onaanvaardbaar te maken: al is het mij bekend dat in streng protestantse kringen de islam geen theologische ruimte krijgt (hetgeen ik betreur en op kerkhistorische gronden denk te kunnen weerleggen), dan nog zal de ChristenUnie sterk moeten overwegen om moslims die zich op de bijbel als richtsnoer voor politiek handelen  zouden willen beroepen (de kenner weet hoeveel daarvan met de koran overeenkomt), als lid toe te laten. Het gaat hierbij immers niet om een strikt religieuze bekentenis (die inderdaad voor een moslim onmogelijk zou zijn), maar om een erkenning dat bijbelse waarden in de politieke arena niet mogen ontbreken. Als testcase zou de ChristenUnie zichzelf de vraag kunnen stellen of ze joden, die in elk geval het Nieuwe Testament niet als uitgangspunt nemen, zou weren als lid.

 

 

 

Dr. Marcel Poorthuis, r.k. theoloog, Coordinator Relatie Jodendom Christendom

Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht