'We hebben elkaar ontzettend hard nodig'

“We hebben elkaar ontzettend hard nodig”

Zorgen om de huishouding van Thorbecke

 

Door Erik van Dijk

 

De verhouding tussen de Rijksoverheid en de andere overheden is volgens Arie Slob in deze kabinetsperiode verslechterd. Dat is volgens het Tweede Kamerlid van de ChristenUnie iets waar Remkes zich als minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor mag voelen.

 

“Ik vind het volkomen terecht dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) behoorlijk kritisch heeft gereageerd in de richting van het kabinet als het bijvoorbeeld ging om de afschaffing van het gebruikersdeel van de OZB. Daar waren wij als ChristenUnie ook faliekant op tegen. Ik vind het nog steeds onbegrijpelijk dat er geen enkel zicht is op een alternatief voor gemeentes om iets te kunnen waarmaken van de beleidsvrijheid die zij naar mijn mening echt moeten hebben om hun eigen keuzes te kunnen maken. Je moet gemeentes niet degraderen tot een doorgeefluik van de Rijksoverheid.

Wij hebben nog geprobeerd een uitspraak van de Kamer over die alternatieven te krijgen, maar helaas heeft de PvdA dat niet gesteund. Zij zagen dat als een toegeven aan het schrappen van de OZB. Ze hadden heel wat ellende kunnen voorkomen, als ze dat toen gesteund hadden. Alternatieve plannen hadden er dan nu kunnen liggen.

Uiteindelijk heeft de PvdA zelfs nog het schrappen van de OZB geaccepteerd. Ze hebben vóór gestemd, zonder dat er een alternatief lag. Onbegrijpelijk.”

 

Op welke terreinen heb je in de afgelopen jaren verder zien gebeuren dat de gemeentelijke autonomie werd aangetast?

 

“Ook op het gebied van politie en de brandweer - in het kader van veiligheidsregio’s – en in het onderwijsbeleid zien we dit gebeuren. De Rijksoverheid heeft een eigen verantwoordelijkheid om waar zij het nodig acht gemeentelijke taken ter discussie te stellen en eventueel bij ze weg te halen, maar je moet dat wel in open harmonie en op een duidelijke wijze in de richting van gemeenten en provincies spelen. Het is te vaak eenrichtingsverkeer geweest in de afgelopen jaren. Het was zelfs op een bepaald moment zo dat er helemaal niet meer gesproken werd. Uiteindelijk is er toen wel een soort convenant afgesloten tussen de lagere overheden en de Rijksoverheid, maar die laatste trekt vervolgens deels niet eens de consequenties uit dat convenant. Dat vind ik heel erg slecht want we hebben elkaar wel ontzettend hard nodig. Tussen Rijksoverheid en gemeentelijke overheid is het in de afgelopen jaren echt faliekant de verkeerde kant op gegaan.”

 

Er zijn toch ook terreinen waarin de Rijksoverheid zelf zegt dat ze die gemeente nodig hebben? Ruimtelijke ordening en WMO bijvoorbeeld?

 

“Dat is het dubbele dus. Aan de ene kant wel op concrete onderwerpen de lagere overheden opzoeken om met mensen in gesprek te gaan en afspraken met ze te maken. Aan de andere kant heel eenzijdig besluiten nemen die het functioneren van de lagere overheden heel direct raken. De lagere overheden zijn zelfs voor een deel vleugellam gemaakt, als het gaat om de financiële ruimte die zij nodig hebben om eigen beleid te kunnen voeren. Daar moet je burgers toch een bepaalde belasting voor op kunnen leggen? Daar was de OZB een zeer geschikt en rechtvaardig instrument voor. Als je dat dan op deze wijze schrapt en met een compensatie komt, die ook nog eens aan alle kanten rammelt, kan ik mij heel goed voorstellen dat er een diepgeworteld wantrouwen bij lokale bestuurders is ontstaan richting de Rijksoverheid.”

 

Ontbrak het bij het kabinet nu aan visie? Welke partij heeft dan ook misschien teveel z’n stempel gedrukt? Of komt het juist door de combinatie van deze drie partijen?

 

“Ik heb me zeer verbaasd over het CDA die al dit soort dingen ‘gewoon’ steeds maar geaccepteerd heeft, ook die afschaffing van de OZB. Ze hadden zich toch nog wel een beetje druk kunnen maken over die alternatieven of op z’n minst die rammelende compensatie? Nu hebben ze met een paar slappe toezeggingen van Zalm vóór gestemd. Het CDA was van oorsprong een partij die heel erg diep geworteld was in de lokale overheid. Als je kijkt naar de discussies over een gekozen burgemeester (een D66-punt), over het schrappen van de OZB (een VVD-punt) en nog een paar zaken, dan heeft het CDA in deze coalitie veel voor lief genomen. Maar goed, als drie partijen zich vastleggen in een uitgebreid regeerakkoord met afspraken, die zo dwingend zijn dat er niet van afgeweken kan worden, dan vráág je misschien wel om dit soort moeilijkheden.”

 

Brandweer en politie

 

Je hebt een belangrijke motie ingediend als het gaat om de brandweer?

 

“In het kader van de veiligheidregio’s, waar wij op zich ook heel constructief over meedenken, is Remkes nu bezig om de brandweerkorpsen verder te regionaliseren. Helemaal regionaliseren zit er niet zo in, dus begint men maar met een gedeelte: het kader weghalen bij de lokale brandweerkorpsen, die regionaal neerzetten en dan eventueel weer detacheren bij de gemeente. Op zich zou dat in een bepaalde situatie wel kunnen, maar ik wil niet dat het dwingend worden opgelegd aan gemeentes. Met name voor de kleinere korpsen, waar zo’n enorme verwevenheid is tussen brandweercommandant, burgemeester en vrijwilligers - waar zo’n korps voor het grootste deel uit bestaat - kan dat zelfs heel ontwrichtend werken. Dus: laat ruimte voor gemotiveerd afwijken. Dat was mijn motie en die is door de Kamer aanvaard, maar minister Remkes dendert gewoon door. Het laatste woord is daar absoluut nog niet over gesproken.”

 

Hoe denk je nu dat het verder gaat met de politie?

 

“Dat wordt ook zo’n discussie ... Daar moeten mensen met een structuurwijziging aan de slag gaan, terwijl de vorige structuurwijziging zo lang zo veel los heeft gemaakt bij de politie en ervoor heeft gezorgd dat de relatie van de politie naar de burgers toe niet goed uit de verf kwam. Moet je nu al weer zoiets overhoop gaan halen?

Als ChristenUnie zien we daar de noodzaak niet van in. Maar de coalitie en Remkes voorop, met Donner in dit geval naast hem, zijn enorm aan het doordrammen om het er door te krijgen voordat er weer verkiezingen zijn.”

 

“Het zijn natuurlijk een beetje de slingers van een klok. Eerst werd heel veel ruimte gegeven aan de regio’s, de korpsen. In de loop van de jaren heeft de Rijksoverheid er zich al een beetje tussen gewrongen door korpsen af te rekenen op basis van prestaties. Daarmee zijn er dus nu ook al mogelijkheden om vanuit de Rijksoverheid meer sturing te geven. Waarom zou je die burgemeester er nu tussenuit trekken? Daar kan wel achter zitten dat men de weg wil vrijmaken voor de direct gekozen burgemeester, die er misschien in de toekomst toch gaat komen. Men wil misschien niet dat bepaalde populistische figuren de leiding over de politie krijgen. Spreek dat dan hardop uit! Ik houd niet van verborgen agenda’s.”

 

Vertrouwen

 

“Het lijkt wel of er bij deze coalitie een stuk sluimerend wantrouwen is naar gemeentes. Dat lijkt ook wel eens de reden dat zaken bij hen weggehaald worden. Maar dan is het ook weer heel dubbel dat er op andere terreinen juist weer verantwoordelijkheden bij hen neergelegd worden. Denk aan de Wet Werk en Bijstand, waarvan de gemeentes intussen aantonen dat ze zelfs met financiële kaders die niet erg sterk zijn behoorlijk goed werk kunnen verrichten. Denk aan de discussie over de WMO, waar de gemeenten ook een behoorlijke verantwoordelijkheid krijgen. De ChristenUnie zegt consequent: centraal wat moet, decentraal wat kan. Bij het kabinet is het de ene keer dit en de andere keer dat. Dan wordt het een heel warrig beleid richting gemeenten. Je merkt dat gemeenten niet meer weten waar ze met de Rijksoverheid aan toe zijn.”

 

Heb jij wat dat betreft wel een groter vertrouwen in de lokale overheden?

 

“Ja, ik heb een groot vertrouwen in de lokale overheden. Daar is alle reden voor, omdat ze over het algemeen hun bestuurlijke verantwoordelijkheid goed waar kunnen maken. Kijk ook naar de gemeenten waar de ChristenUnie bestuurskracht levert. Dat zijn mensen met kwaliteit.”

 

Jij denkt ook dat ze de WMO aan gaan kunnen?

 

“Wat ik uit het land hoor en niet alleen uit de ChristenUnie, is dat veel gemeenten het willen en kunnen. Zij vinden het heel goed dat ze daarin eigen keuzes mogen maken. Lokale bestuurders zitten natuurlijk dicht op hun gemeenschap en kunnen dat veel beter inschatten dan de Rijksoverheid.

De ChristenUnie heeft indertijd ook met de Wet Voorzieningen Gehandicapten, die nu opgaat in de WMO, ook al gezegd dat gemeentes de ruimte moeten krijgen om keuzes te maken. Dan moet de lokale democratie ook werken, als ze het niet goed doen. Maar als blijkt dat de financiële systematiek niet klopt en gemeenten onvoldoende geld krijgen en dat dáárdoor verschillen ontstaan, dan is de Rijksoverheid aan zet. Bij de WMO is het natuurlijk van belang dat we zorgen dat gemeentes voldoende toegerust zijn om het op te kunnen pakken. Het laatste wat mag gebeuren is dat de Rijksoverheid decentralisatie gebruikt om haar eigen straatje schoon te vegen en bezuinigingen door te voeren. Daar moeten we echt voor waken.”

 

Dualisering

 

Maak je je zorgen over wat er door de dualisering allemaal veranderd is? Is de lokale politiek niet instabieler geworden?

 

“Als ik het over vertrouwen in het lokaal bestuur heb, dan bedoel ik in de eerste instantie de mensen die dagelijkse verantwoordelijkheid dragen, dus de burgemeesters en de wethouders. Gelukkig hebben we bij de ChristenUnie in veel, ook grote plaatsen hele goede mensen, waar ik echt trots op ben. Ik hoop dat dat na 7 maart gecontinueerd en mogelijk uitgebouwd kan worden.

Als het gaat om gemeenteraden klopt het wel dat het in de afgelopen jaren in nogal wat gemeentes onrustig is geweest. De stabiliteit van de raad was niet altijd even groot.

Of je dat 1-op-1 kunt toeschrijven aan de dualisering is voor mij nog een vraag. Er zijn nogal wat mensen die de dualisering als iets totaal nieuws hebben neergezet. Ik vind dat nogal wat zaken die men beoogde met de dualisering daarvoor ook al konden (als volksvertegenwoordiger proberen dicht bij de mensen te staan, met initiatieven komen, kaders stellen, etc.). Natuurlijk is formeel in de wetgeving de verwevenheid van wethouders en fracties wel beëindigd, maar bij wijze van spreken kunnen ze nu nog steeds bij elkaar op schoot zitten.

Feit is wel dat er een ander type raadsleden is gekomen. Er wordt veel meer met scherp vanuit de heup wordt geschoten. Dat is natuurlijk wel een punt van zorg.

Het is de verantwoordelijkheid voor de lokale partijbesturen om te zorgen dat ze goede mensen op de lijst plaatsen. Ik zie juist voor de ChristenUnie heel veel kansen, omdat juist ónze bestuurders, raadsleden én wethouders, over het algemeen bekend staan om hun stabiliteit.

Het is te hopen dat het in de lokale gemeenschappen ook opvalt: dat zijn mensen die weten waar ze het over hebben, die de dossiers kennen, die niet vast zitten in de waan van de dag, maar vanuit hun principes vooruit kijken en hun gemeente die richting uitsturen waarvan ze denken dat het goed is, mensen die niet op de persoon spelen, maar de inhoud centraal stellen. Volgens mij zijn dát ook de bestuurders die het land nodig heeft. Dat biedt ons kansen om de steun van de bevolking te krijgen en plaatsen in colleges te verwerven.”

 

Onderwijs

 

We hebben het over politie, brandweer en WMO gehad. Welke terreinen zijn nog meer in beweging?

 

“Onderwijs natuurlijk. We hebben een beleidsontwikkeling gehad dat heel veel onderwijsbeleid richting gemeenten werd gedecentraliseerd. Nu zie je gebeuren dat er onder Balkenende nogal wat bij gemeentes wordt weggetrokken en bij de scholen zelf wordt neergelegd. Op zich ondersteunen wij die ‘door-decentralisering’ wel. De gemeentelijke overheid hoeft daar niet steeds tussen te zitten. Het is op dit moment wel heel erg zoeken naar een nieuwe balans in de verhouding tussen de Rijksoverheid, scholen, gemeentelijke overheden en welzijnsorganisaties. Lokale ChristenUnie-vertegenwoordigers kunnen daar ook een steentje aan bijdragen.”

 

“Lokaal onderwijsbeleid draait om de hele grote verantwoordelijkheid die scholen dragen, maar ook om de verantwoordelijkheid die gemeenten daarin hebben, bijvoorbeeld als het gaat om dreigende segregatie. Wat kunnen we daarbij wel of niet van de scholen vragen? Wat houdt het in als scholen ‘niet-vrijblijvend overleg’ moeten gaan voeren? Moet de gemeente bijvoorbeeld doorzettingsmacht krijgen in dat soort situaties? Daar ben ik op zich niet voor, maar ik snap ook wel dat het niet te vrijblijvend kan zijn. Waar kom je dan wel uit? Het mooie vind ik nu wel dat de VNG daar samen met de Rijksoverheid over na wil gaan denken. Zij hebben een paper opgesteld waarin de dilemma’s op een rij zijn gezet, waarmee ze het land gaan intrekken. Dat zijn discussies die voor ons ook van belang zijn.”

 

Is het ingewikkelder geworden nu er ook het hele kinderopvangverhaal bij is gekomen?

 

“Ja, daardoor is het zeker weer een stukje gecompliceerder geworden, zeker ook omdat het met de budgettaire kaders onmogelijk is om het met dit tijdschema op deze wijze te kunnen uitvoeren.”

 

De verantwoordelijkheid ligt bij scholen …

 

“Ja, maar de gemeentes hebben natuurlijk ook verantwoordelijkheden in de kinderopvang. Gelden voor de scholen andere regels dan voor de gemeente? Of als er wit-zwarte-scholen dreigt, hoe kunnen gemeenten daarin nog sturen? Gemeenten mogen niet te sterk in gaan grijpen in die scholen, want dan komen ze aan de autonomie van scholen en de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur.”

 

“Onderwijshuisvesting is hetzelfde verhaal. Daar hebben gemeenten wel iets in handen, maar mogen ze het middel van de huisvesting gebruiken om scholen een bepaalde richting uit te duwen (‘als je niet doet wat wij zeggen, krijg je geen huisvestingsgeld’)? Zo zou het niet moeten, maar die situatie zit er mogelijk wel aan te komen.”

 

“Als het gaat om lokaal onderwijsbeleid hadden we voor een bepaalde periode geld beschikbaar en waren er afspraken gemaakt. Daar heeft de Rijksoverheid eenzijdig op ingebroken door de afspraken te wijzigen voordat de periode was afgelopen en er andere eisen aan toe te voegen. Dan sta ik wel op de voorste rij om te zeggen dat dat onbehoorlijk bestuur is. De motie die ik daarover had ingediend heeft geen Kamermeerderheid gekregen. De coalitie en de SGP stemden tegen.

Echt, als het gaat over de verhouding tussen het Rijk en de lokale overheid in de afgelopen periode is er heel veel misgegaan en zijn er heel veel tegenstrijdigheden.”

 

Qua onderwijsbeleid, wat zou je aan onze raadsleden willen meegeven, waar ze op moeten letten?

 

“Ik denk dat ze heel actief mee moeten denken. Als het over onderwijs gaat zullen ze er voor moeten zorgdragen dat schoolbesturen hun verantwoordelijkheid voor het onderwijs waar kunnen maken. Ze zullen er ook voor moeten zorgdragen dat de samenwerking in hun gemeente tussen lokale overheid, scholen en welzijnsorganisaties optimaal is. Het is van ontzettend groot belang dat daarin geïnvesteerd wordt. Het is onzin om te denken – bij de PvdA hebben ze daar wel eens een handje van - dat je die rol alleen maar in kunt vullen als er met een zak geld wordt gezwaaid.”

 

Mobiliteit

 

Zijn er nog andere beleidsterreinen waar die decentralisering speelt?

 

“Onlangs is de Nota Mobiliteit vastgesteld. Daar hebben we als Christenunie actief aan meegedaan. Wij hebben daar een aantal aanscherpingen in kunnen krijgen, met name als het gaat om de positie van het openbaar vervoer. We hebben ook een aantal regio’s in die Nota weten te krijgen, bijvoorbeeld Zwolle en omgeving, de stedendriehoek bij Apeldoorn, een deel van het Noorden, die nu ook actief mee kunnen gaan dingen naar de vele miljoenen die straks beschikbaar komen voor infrastructuur. En nu is het dus aan de gemeentes, soms ook samen met de provincie om ervoor te zorgen dat er goede plannen liggen. Die moeten er wel komen. Als wij er in de Kamer voor geknokt hebben dat ze die kans krijgen, dan is dat prachtig. De deur staat voor ze open, maar ze komen pas echt binnen als ze goede plannen maken.”

 

“Als het om openbaar vervoer gaat weet ik bijvoorbeeld dat er best wel ruimte is gekomen voor de gemeentes, maar dat het Rijk ook behoorlijk bezuinigd heeft op streek- en stadsvervoer. Het is dan weer aan onze lokale bestuurders om scherp te zijn op ontwikkelingen die er op dat gebied zijn. Ik hoop echt dat ze de deur naar onze fractie in Den Haag weten te vinden op het moment dat het nodig is. Ik heb zelf de afgelopen jaren behoorlijk geïnvesteerd in contacten met de raadsfracties, statenfracties. Ik heb met heel veel mensen contact gehad. Iedere keer was mijn boodschap: als er iets is waar jullie tegenaan lopen, iets met een landelijk dimensie, geeft het dan door. En ook andersom. Zo is er best al heel wat uitwisseling tot stand gekomen. Dat is mooi, maar het moet nog verder uitgebouwd worden. Niet elkaars doorgeefluik zijn, maar wel elkaar versterken.”

 

Eigen gelijk

 

Het gaat niet echt over decentralisatie, maar kun je nog iets zeggen over het dossier bordeelverbod?

 

“Volgens mij worden we dagelijks bevestigd in onze opstelling. Dat is aan de ene kant een plezierige gedachte, aan de andere kant zou het mooi zijn als er in de praktijk ook echt wat ging veranderen.”

 

“Langzaam maar zeker zie je dat mensen merken dat ze tegen grenzen aanlopen. Dat zijn vaak grenzen waar wij al op gewezen hadden en gevolgen die wij voorspeld hadden. Toen werden we als een stelletjes fatsoensrakkers in de hoek gezet. Nu begint zelfs de PvdA er over, kun je nagaan.

Vorige week een heel stuk in de krant over cannabisgebruik onder jongeren. Dat het zo’n probleem is en dat het THC-gehalte te hoog is … Ik heb nooit anders geroepen! Er lopen heel wat jonge mensen op stuk. Dat begint de samenleving steeds meer door te krijgen.”

 

“Ik denk dat wij niet in de val moeten stappen, dat we het eigen gelijk gaan prediken, maar dat we vanuit dat besef dat mensen nu krijgen er echt wat aan moet gaan doen. Wij moeten met nog meer kracht de oplossingen die we hebben naar voren schuiven en daarbij het belang van de samenleving dienen en niet ons eigen gelijk halen.

Dat zijn dus zaken waar we in het lokaal bestuur mee bezig kunnen zijn. Heel concreet in hun eigen stad of dorp richtingen aanwijzen die goed voor de samenleving zijn. Daar liggen kansen voor de campagne en voor de nieuwe periode.”

 

Platteland

 

“Richting plattelandsgemeente zou ik willen zeggen dat het van enorm belang is voor de leefbaarheid van het platteland en de positie van de landbouw dat men heel gebiedsgericht beleid gaat ontwikkelen. Het kan nooit als een blauwdruk van bovenaf bij de plattelandsgemeenten worden neergelegd hoe zij willen dat het er over 20 of 30 jaar uitziet, welke functies bevorderd moeten worden en welke ontwikkelingen afgeremd moeten worden, welke combinaties gemaakt moeten worden. Dat gaat heel wat vragen van de plattelandsgemeenten. Voor de nieuwe collegeperiode en raadsperiode zou dat hoog op de agenda moeten komen.

In heel wat gemeentes hebben structuurvisies een sluimerend bestaan gehad en geen hoge prioriteit gehad. Nu de ontwikkelingen in de landbouw zo hard gaan, moet je er als gemeente wel bij zijn om samen met de mensen die in die landbouwsector en aanpalende sectoren werken proberen greep te houden op die ontwikkelingen.”

 

Voor elkaar

 

Ben je blij met de spits die we nu gekozen hebben: ‘Voor elkaar’.

 

“De slogan vind ik echt heel mooi. Het geeft heel goed weer wat we willen. Wij zijn er niet voor onszelf maar we willen een bijdrage leveren aan de gemeenschap en aan het functioneren van mensen daarin. We hebben natuurlijk als ChristenUnie altijd al bijzondere aandacht gehad voor mensen in kwetsbare situaties. We zijn niet alleen rationele bestuurders die hoog en droog in het gemeentehuis hun werk doen, maar we staan naast de mensen en we doen het voor de mensen. Ik hoop dat mensen dat niet alleen herkennen aan de slogan en de verkiezingsprogramma’s, maar - belangrijker nog – aan het dagelijks handelen van onze bestuurders. Niet alleen dichtbij de verkiezingen, maar door de jaren heen.”

 

Wat zullen we in de komende jaren vooral moeten laten zien.

 

“We moeten vooral onze stabiliteit vasthouden en we zullen inhoudelijk verder moeten praktiseren wat we nu met hele mooie woorden in de programma’s hebben neergezet. ‘Geen woorden, maar daden’. Daarmee win je vertrouwen. Daarmee kun je de zo vaak geconstateerde kloof tussen de burger en de politiek uiteindelijk het beste dichten.”