Waar blijft de gemeente?

Waar blijft de gemeente?

 

Door Jan Post, hoofdredacteur

 

De wereld is een dorp geworden. Er moet dan ook grootschalig gedacht worden. Over de gemeente-, provincie- en landsgrenzen heen. Het kan ook niet anders. Echte problemen (honger, oorlog en onderdrukking en milieu) kunnen uiteindelijk alleen op mondiaal niveau goed aangepakt worden. En aan andere, ook echte problemen (infrastructuur, woningverdeling, gezondheidszorg) kan alleen op bovengemeentelijk niveau het hoofd worden geboden.

 

Als natuurlijke tegenreactie gaan de inwoners van dat wereldse dorp juist kleinschaliger denken. De wijk (hun ‘backyard’), hun huis, tuin en keuken … daar gaat het om. Cocoonen en chillen als ultieme vervulling van ons menselijk bestaan.

 

Zonder oog voor deze twee tegenstrijdige processen kunnen we de discussies over de lastige positie van de gemeente niet goed begrijpen. Decentralisatie – centralisatie als twee polen waartussen de pendel van het openbaar bestuur zich beweegt.

 

Eerst decentraliseren we. Dan komt er commentaar omdat teveel lokale verschillen in ons land (blijkbaar!) niet kunnen. Of omdat bepaalde problemen de wijk en het dorp nu eenmaal overstijgen en dan zorgt decentralisatie voor teveel overleg en discussie op bovengemeentelijk niveau.

Dus centraliseren we. Meestal zeer tegen de zin van lokale overheden, die daarmee hun slagkracht om lokale problemen effectief te lijf te gaan zien afnemen.

 

Een bijkomend probleem is dat met deze pendelbeweging niet alleen beleid maar ook middelen (harde euro’s) gemoeid zijn. Bij decentralisatie komen er te weinig middelen mee, bij centralisatie vloeien te veel middelen weg.

 

Nog een complicatie is dat effecten van decentralisatie en centralisatie moeilijk te voorspellen zijn en dus voer vormen voor discussie. De een zegt dat decentralisatie een ramp wordt, de ander beweert het tegenovergestelde.

 

Wat het allemaal nog ingewikkelder maakt, is dat het debat in de publieke arena wordt gevoerd. Met camera’s in het zicht wordt het debat niet zelden ontdaan van redelijke argumentatie en wordt veelvuldig gebruik gemaakt van enige overdrijving, wat de discussie weer vertroebelt.

 

Overzien we de thema’s waarop het fenomeen decentralisatie – centralisatie zich heeft voorgedaan dan zijn van een afstand die bewegingen goed te begrijpen. Er is zowel voor het een als voor het ander veel te zeggen. Tegelijkertijd moet ik zeggen dat mijn sympathie overhelt naar de gemeenten. Want het enerzijds steeds hogere eisen stellen aan gemeenten en anderzijds deze bestuurslaag alle vrijheid ontnemen om middelen te verwerven (OZB) maakt duidelijk dat het Rijk is gaan vinden dat we echt met lagere overheden te maken hebben. En dat is in ons land een historische omslag.

 

Gemeenten verworden zo tot niet meer dan een doorgeefluik, is een veelgehoorde klacht. Maar je kunt het ook omdraaien. Juist het vormen van een doorgeefluik geeft de gemeente enorme mogelijkheden, zelfs om het initiatief te nemen in plaats van te reageren op maatregelen van Rijkswege.

 

Geen enkele bestuurslaag vormt een beter contactpunt tussen burger en overheid dan het gemeentelijke niveau. Al jaren zijn gemeenten (de één voortvarender dan de ander) bezig om hun eigen dienstverlening te verbeteren, bijvoorbeeld door het inrichten van een Centrale Balie en/of een digitaal loket, waar alle gemeentelijke producten leverbaar zijn. Maar het duurt allemaal wel heel erg lang. En zelden zien we dat de stap ‘voorbij de gemeentegrenzen’ wordt gezet: de gemeente als hét loket (of doorgeefluik) van de hele publieke sector. Behalve de dienstverlening van de gemeente zelf, kan gedacht worden aan de dienstverlening van de Kamers van Koophandel of de Centra voor Werk en Inkomen. Zelfs kan gekeken worden buiten de directe overheidssfeer. Waarom niet aan het loket van de gemeente ook diensten van woningbouwcorporaties, thuiszorginstellingen, RIAGG etc. Modellen en technieken zijn beschikbaar, maar gemeenten moeten wel de regie pakken. En daar mogen ze wel wat vaart mee maken. Want in het kader van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) komt er al een zekere verplichting voor gemeenten om een integrale informatie- en adviesfunctie in te richten.

 

Dat ene publieke loket is niet alleen handig voor de burger (bedrijf of instelling), maar biedt de gemeente een enorme kennisvoorsprong. Want het loket hoeft geen eenrichtingsverkeer te blijven maar vormt, mits goed ingericht, een rijke bron van informatie over alle beleidsterreinen. Hier kan de gemeente een voorsprong opbouwen. Want informatie is kennis en kennis is macht.

 

Gemeenten zouden hier de maat kunnen slaan in plaats van wachten op de initiatieven van de Rijksoverheid, waartegen zij vervolgens weer in het geweer schieten. Zo bezien is het vormen van een doorgeefluik nog niet zo’n slechte optie.