Samen dienen in de wereld

Samen dienen in de wereld

De theologische onderbouwing voor vrouwen politiek actief -deel 2

 

Door drs. M.E. Harmsen1

 

In een eerder artikel[1] heb ik op verzoek van de voorloper van de werkgroep Inclusief een theologische onderbouwing proberen te geven voor het standpunt van de ChristenUnie, om de politieke opdracht van christenen ook aan vrouwen toe te kennen.

Mede om onze mannelijke en vrouwelijke politieke vertegenwoordigers in het land in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen te helpen bij het beantwoorden van vragen die ze wellicht hierover krijgen, wil ik in dit artikel mijn eerdere gedachtelijnen wat verder uitdiepen. Dat doe ik door in te gaan op drie discussiepunten die zijn blijven liggen: bestuurlijk actief zijn in de politiek en het regeerambt in de christelijke gemeente; positie huwelijk en taakverdeling; egalitarisme en een christelijke visie op mannen en vrouwen.

 

Bestuurlijk actief zijn in de politiek en het regeerambt in de christelijke gemeente

 

De bijbelse basis voor de actieve deelname van christenen in de politiek is in meerdere ChristenUnie-publicaties omschreven, zoals in Dienstbare overheid en Dienstbare samenleving van Roel Kuiper[2]. In deze publicaties komt niet de vraag aan de orde of vrouwen ook politiek actief mogen zijn, maar wordt wel in het algemeen gesproken over de actieve participatie van de mens in politiek, samenleving en overheidsdienst[3]. Basis voor deze politieke participatie is kort samengevat te herleiden tot de opdracht om deze aarde te beheren (Gen 1:28[4]), de roeping actief onrecht in deze samenleving te bestrijden en publieke gerechtigheid na te streven (Rom 13:4) en de verantwoordelijkheid om dienend en rechtvaardig te regeren indien men daartoe geroepen wordt (o.a. Rom 13, Jes 32:1).

 

In mijn vorige artikel heb ik betoogd dat deze politieke opdracht voor zowel mannen als vrouwen geldt. De vraag die bij discussies over politieke participatie van vrouwen regelmatig valt te beluisteren is of het bekleden van een bestuurlijke positie door vrouwen in de samenleving zich wel verdraagt met de eigen taak en rol voor vrouwen in de kerk.

Of, nader toegespitst: als een christelijke partij wil promoten dat  vrouwen mogen leiden in de politiek, of in een plaatselijke partij,  komt die partij dan niet in het vaarwater van de christelijke kerk, die vaak een eigen taak en rol toebedeeld voor vrouwen in de kerk? En maakt de ChristenUnie zo niet de weg vrij voor andere gedachten over de rol van vrouwen in de kerk, als ‘christinnen’ wel capabel worden geacht en geroepen worden tot een ‘regeerambt’ in de politiek(e partij)?

 

Twee dingen moeten hierover gezegd worden. In de eerste plaats heeft de ChristenUnie als politieke partij niet de taak om uitspraken te doen of discussies te voeren over de interne inrichting van de gemeente of kerk(en). Het platform van discussie daarover hoort thuis in de kerkelijke, niet in de politieke vergadering. Ook hier moeten we duidelijk vasthouden aan een onderscheiding tussen Kerk(inrichting) en Staat(sinrichting). De werkgroep Inclusief van de ChristenUnie zal zich bewust moeten zijn van het gevaar om vereenzelvigd te worden met allerlei andere, kerkelijke emancipatiedoelen, en daar bewust afstand van moeten houden. De ChristenUnie en haar leden zijn gericht op de politiek en de maatschappij, en ook op de waarborging van de grenzen van de kerk, maar niet op de inrichting van de kerk(en).

In de tweede plaats is het, denk ik, de verantwoordelijkheid van ieder partijlid van de ChristenUnie om zijn of haar ideeën over de positie of roeping van de vrouw in zijn of haar gemeente niet uit te dragen alsof de politieke vergadering en het politieke toneel één en hetzelfde zijn als de christelijke gemeente. Ik heb in mijn eerdere artikel al geschreven dat de zwijgteksten van Paulus expliciet verbonden zijn aan al zijn andere liturgische aanwijzingen en vermaningen aan de christelijke gemeente, en daarom niet gekopieerd mogen worden naar de politieke kring en de samenleving. Anders maken we dezelfde structurele denkfouten op dit gebied als in de politieke kringen waarin de taken van Kerk en Staat onvoldoende onderscheiden worden.

 

Positie huwelijk en taakverdeling

 

De ChristenUnie heeft als politieke partij wel nadrukkelijk een mening over het bijbelse huwelijk, en draagt die al jaren uit in brochures en beleidsstukken. En zo ontstaat er een tweede discussiepunt, dat samenhangt met de positie of rangorde van man en vrouw in het huwelijk. “Als een (getrouwde) vrouw in de politiek gaat, hoe kan haar man dan nog hoofd zijn?[5] En mag een getrouwde vrouw dan wel over haar, of een man regeren?” Deze laatste vraag werd gesteld tijdens de plenaire discussie van het afgelopen Inclusief-congres[6].

 

In de eerste plaats moet hier iets gezegd worden over het unieke karakter van het huwelijk zelf. Het (christelijk) huwelijk is een unieke en exclusieve samenlevingsvorm, die bedoeld is voor één man en één vrouw, die elkaar bij de aanvang van dat huwelijk publiekelijk beloftes doen, die gericht zijn aan elkaar. Een man belooft niet aan alle vrouwen als hoofd zich op te offeren zoals Christus zich voor zijn gemeente opofferde, en een vrouw belooft bij haar huwelijk niets aan andere mannen. Als één van tweeën vervolgens bestuurder wordt, blijft voor man en vrouw beiden de huwelijkse beloften gewoon staan, zodat een man thuis bijv. geen burgemeester kan zijn, of een vrouw bestuurder in de huiskamer. Daartoe is hij of zij ook nadrukkelijk niet geroepen, maar hij of zij is geroepen om de publieke zaak te dienen en te regeren.

 

In de tweede plaats roepen de hierboven geciteerde vragen op of de verschillende taken die man en vrouw (mogelijk) hebben binnen een huwelijk geen consequenties moeten hebben voor de taken erbuiten. De opdracht van God aan man en vrouw samen om de wereld te regeren is vaak zo opgevat dat de man dit moet doen (alleen) en dat de vrouw het mogelijk maakt dat hij dit kan doen, onder andere door hem en eventuele kinderen te verzorgen. Maar in deze opvatting worden de twee opdrachten van God aan de mens uit elkaar getrokken tot een opdracht van de man (gezag over de aarde) en een opdracht voor de vrouw (gezinsleven). Deze taakverdeling kan volgens mij niet uit deze bijbeltekst worden afgelezen, waar de mens, als man en vrouw samen deze twee opdrachten  krijgt. We zien dat mannen en vrouwen samen niet alleen de opdracht hebben om gezag over de aarde te voeren (…bevolk de aarde en breng haar onder je gezag, Gen 1:28 NBV), maar ook samen verantwoordelijk zijn voor de vorming van het gezinsleven (Wees vruchtbaar en word  talrijk, Gen1:28 NBV).[7]

Hoe dit in de dagelijkse praktijk van het gezin vorm gegeven wordt in de hedendaagse geïndustrialiseerde wereld waarin werk en gezinsleven door afstand vaak gescheiden zijn, is punt twee. Het kan daarin goed mogelijk zijn dat mannen en vrouwen gezamenlijk kiezen voor een (al dan niet tijdelijke) rolverdeling, waarin de moeder meer de zorg voor de kinderen op zich neemt en aan huis gebonden is en de vader meer buitenshuis werkt. Maar ook dan blijven beide opdrachten voor man en vrouw staan; de man kan zich niet onttrekken aan de verantwoordelijkheid van de opvoeding en het gezinsleven, en de vrouw niet aan de verantwoordelijkheid om actief in de samenleving te zijn, hoewel het wellicht niet mogelijk is daar altijd aan te voldoen. We zien een positief voorbeeld uit de Bijbel terug in het loflied op de sterke vrouw (Spreuken 31:10 e.v.), waarin een getrouwde vrouw naar voren komt die actief participeert in armenzorg (vers 20) en economische transacties (vers 14, 16), naast het huishoudelijke werk en gezinsleven[8]. Een ander voorbeeld is koningin Esther, die ondanks het feit dat de gehoorzaamheid van de vrouw aan de man zojuist bij koninklijk besluit was bekrachtigd, het als haar roeping zag om bij de koning ongevraagd op bezoek te komen om voor haar volk te pleiten.

 

Hiermee is wellicht niet voor iedereen alles gezegd. In de Bijbel zijn vele beschrijvende teksten te vinden waarin mannen ‘in de poort zitten’, koning of volksleider zijn en vrouwen het huishouden draaien. Ook in het nieuwe Testament zien we vaak het patroon dat vrouwen zich concentreren op het huishouden, en daartoe ook opgeroepen worden door bijvoorbeeld de apostel Paulus (1 Tim 4:15).

Daartegen kan echter worden ingebracht dat het feit dat er een bepaald patroon op politiek en maatschappelijk terrein beschreven wordt, dit patroon daarmee nog niet wordt gelegitimeerd of als algemeen geldend voorschrift wordt gegeven. Denk bijvoorbeeld aan het gegeven dat mannen in het Oude Testament veelvuldig meerdere vrouwen namen. Deze praktijk beschouwen we ook bepaald niet als gelegitimeerd of als voorschrift. In de (bijbelse) geschiedenis lezen we dan ook de gevolgen van de vloek (Gen.3:16[9]) terug.

Hier is al veel over geschreven. Ik vond enkele behartenswaardige woorden bij Prof. J. Douma over deze kwestie in zijn boek "Seksualiteit en huwelijk" uit 1993: "Man en vrouw werden beiden naar het beeld van God geschapen, en kregen samen de opdracht om deze aarde te onderwerpen (Gen 1: 28). Als in de wereldgeschiedenis de mannen gedomineerd hebben, is dit nog geen bewijs dat het ook zo eenzijdig behoorde te gaan. Het is het beeld van een door de zondeval verscheurde wereld; maar daarom nog niet van de Schriften, waarin zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament vrouwen een bijzondere plaats kunnen innemen.”[10] . De opdracht aan man en vrouw blijft dus ondanks de zondeval en de bijbehorende vloek, gewoon staan. Het is daarom mijn mening dat de ChristenUnie zich als christelijke partij  geroepen mag weten om de politieke ontplooiing van vrouwen doelbewust na te streven; immers, er is een achterstand in de participatie van vrouwen in de (christelijke) politiek.  "We verzetten ons tegen pijn en ziekte, roeien dorens en distels uit, maken gebruik van machines, zodat we ons niet meer in het zweet hoeven te werken, en we juichen het toe dat ook vrouwen zich optimaal kunnen ontplooien”.[11]

 

Egalitarisme en een christelijke visie op mannen en vrouwen

 

Is er dan helemaal geen verschil tussen mannen en vrouwen in de christelijke politiek, nu de positie binnen het huwelijk, of de positie in de kerk geen directe betekenis heeft in het politieke en maatschappelijke leven? Kan het bijbelse patroon van het complementaire ‘hoofd’- en ‘hulp’ - zijn van man en vrouw, als essentie van man en vrouw zijn,  geen uitgangspunt zijn om na te denken over een meer ‘dienende’ rol van de vrouw in de politiek, waarbij de mannen het ‘hoofd’ zijn in partij en het landsbestuur? En een volgende vraag is … willen we dan beweren dat mannen en vrouwen helemaal gelijk zijn? Dit gevaar wordt onder andere herkend door de Council for Biblical Manhood and Womanhood, een organisatie uit de Verenigde Staten die zich zorgen maakt over de wijdverbreide evangelicale emancipatiebeweging (o.a. van Christians for Biblical Equality) en daar tegen een fors boekwerk heeft geschreven, getiteld: Recovering Biblical Manhood and Womanhood. A response to Evangelical Feminism. In dit boek wijzen de auteurs erop dat er wel degelijk allerlei biologische en sociale verschillen zijn tussen mannen en vrouwen. Mannen en vrouwen hebben volgens hen in alle terreinen van het leven andere taken, die verder volledig complementair en gelijkwaardig zijn[12]. Het politieke en bestuurlijke terrein van de maatschappij zou daarbij voorbehouden moeten zijn aan mannen. Voor vrouwen geldt: “[But] she will affirm and receive and nurture the strength and leadership of men in some form in all her relationships with men.”[13].  Daarmee zetten de schrijvers zich af tegen de gedachte dat mannen en vrouwen in de maatschappij neutraal tegen over elkaar staan, zonder de sekseverschillen te honoreren. Wat in deze redenering naar voren komt, is dat de positie, plichten en rechten van mannen en vrouwen die door een huwelijk met elkaar verbonden zijn worden gezien als essentie van de verhouding tussen iedere man en vrouw, en uitgebreid tot rechten en plichten van mannen en vrouwen ook in de wereld.[14]  Daarmee komt iedere man dan in een gezagsrelatie tot iedere vrouw te staan.[15]

Het feit dat mannen en vrouwen verschillen van elkaar, hoeft inderdaad niet verdoezeld of gebagatelliseerd te worden. In Genesis treffen wij juist aan dat de mens alleen mens is als man en vrouw samen, om  tweezaam[16] te leven. In die hoedanigheid, van man en vrouw samen voor God, geeft God de mens (m/v) opdracht om de wereld te regeren (Gen 1: 27,28)[17]. Mannen en vrouwen vullen elkaar aan, ze zijn niet voor niets anders geschapen. We hoeven geen generaliserende opmerkingen hier te maken hoe zij anders zijn, omdat dit uiteindelijk individueel verschilt[18] en ook niet bepalend is voor het verstaan van de taak en roeping van man en vrouw. Wie echter zoals de hierboven aangehaalde auteurs de verschillen tussen mannen en vrouwen in essentie terugvoert naar Hoofdschap en Hulpschap, is niet zozeer bezig zin en betekenis te geven aan de geschapen verschillen, maar veralgemeniseert rechten en plichten uit het huwelijk tot rechten, plichten en roeping voor mannen en vrouwen in de samenleving als geheel, wat ik in mijn vorige paragraaf al besproken heb. 

 

Politiek is dienen, voor mannen en vrouwen

 

Als laatste wil ik nog iets toevoegen over het christelijke karakter van politieke ambities van mannen én vrouwen. In deze hele discussie over politieke deelname van vrouwen moet ook naar voren komen dat een christen (m/v) die een bestuursambt of een politieke functie wil bekleden, dit bescheiden en dienend zal doen, niet om het heersen zelf, maar wetende dat hij/zij God moet dienen door zijn/haar regeren heen (Rom 13). Want christelijke politiek gaat niet over macht om de macht zelf, maar om zo God en de naaste te dienen. 

 

 

Voetnoot

1 Drs. M.E. Harmsen studeerde theologie aan de Theologische Universiteit Kampen (Broederweg). Haar afstudeeronderwerp was de politieke en maatschappelijke roeping van een plaatselijke christelijke gemeente. Momenteel is zij uitgezonden door de Verre Naasten en werkzaam als theologisch docent in Indonesië.

Eerder was zij voorzitter van de ChristenUnie Utrecht en actief in de voorloper van Perspectief, de GPJC.

 

 

Literatuur en Link:

 

J.Douma, Seksualiteit en Huwelijk Van den Berg, Kampen, 1993.

 

J.Douma, Politieke Verantwoordelijkheid Van den Berg, Kampen, 1987 (2e druk).

 

R. Kuiper, Dienstbare overheid Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 2003.

 

R. Kuiper, Dienstbare samenleving Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 2001.

 

Ed. J. Piper, W. Grudem, Recovering Biblical Manhood and Womanhood. A response to Evangelical Feminism Crosswaybooks, Wheaton Illinois, 1991.

 

Link:

www.cbeinternational.org (de website van Christians for Biblical Equality)

www.cbmw.org/rbmw (de website van de Council for Biblical Manhood and Womanhood)



[1] De actieve deelname van vrouwen in de ChristenUnie – een  theologische onderbouwing, in Denkwijzer nr 5, 2003. Dit naar aanleiding van het eerste vrouwencongres in 2003.

[2] R. Kuiper, Dienstbare samenleving Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 2001. en R. Kuiper, Dienstbare overheid Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 2003.

[3] R.Kuipers in Dienstbare overheid: “Het doet wat gekunsteld aan in het eerste mensengezin het politieke gezag al onder te brengen. We zullen dat ook niet doen. Wel kan gezegd worden dat de eerste mens een opdracht meekreeg de aarde te beheren en te ontwikkelen en daarin God te eren.Daarin was ook al het element van macht, niet in de betekenis van geweld, maar als het vermogen  werk ten uitvoer te brengen.” (pag.24)

[4]En God zegende hen en zei tegen  hen: Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en breng haar onder je gezag, heers over de vissen van de zee en over de vogels van de hemel en over alle dieren, die op de aarde rondkruipen.”(NBV)

 

[5] Er zijn vele opvattingen, ook onder ChristenUnie leden, over de precieze invulling van het christelijk huwelijk. Niet bij iedereen leven deze vragen even sterk, maar ik haal nu een vraag aan die in het afgelopen Inclusief congres aan de orde kwam. De politiek is niet de plek waar discussie over  bijbelse huwelijksbegrippen als ‘rangorde’ en ‘gezag’ gevoerd moet worden, tenzij het gaat om de afbakening van basale rechten, plichten en vrijheden in het huwelijk, die door de overheid gewaarborgd dienen te worden.

[6] Inclusief congres September 2005.

[7] Indien er sprake is van een huwelijk.

[8] Wellicht zouden we haar nu een WAHM, een “Working At Home Mom” noemen….

[9]Tegen de vrouw zei hij: ‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last, zwoegen zul je als je baart. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen’.” NBV

[10] J.Douma, Seksualiteit en Huwelijk Van den Berg, Kampen, 1993, pag. 22. 

[11]SeH,  pag. 24

[12]Ed. J. Piper, W. Grudem, Recovering Biblical Manhood and Womanhood. A response to Evangelical Feminism Crosswaybooks, Wheaton Illinois, 1991.Pag 50 e.v.

[13] RBMW, pag.50. Dit wordt genoemd ‘the heart of mature femininity”.

[14] Immers, volgens deze redenering geven de woorden Hoofd en Hulp ook rechten en plichten aan. In Recovering Biblical Manhood and Womanhood wordt er daarom op een pagina een lijst gegeven met mogelijke diensten voor vrouwen, waarin publiek leiderschap of regeerambten niet in voorkomen (RBMW, pag 58).  In de ChristenUnie zou dit dan vertaald kunnen worden dat de mannen altijd de voorzitter en lijsttrekker zouden moeten zijn en de vrouwen een buitengewoon lidmaatschap zouden hebben.

[15] Nu is er niets mis met christelijk, dienend en beschermend gezag, en er zijn vele verbanden waarin wij als christen geroepen worden om te gehoorzamen. Maar het punt is of dat gezag of leiderschap hier bijbels gezien wel gepast is.

[16] SeH, pag 19

[17] Opvallend is dat in Genesis 1, waar toch gesproken wordt over de schepping van de mens als man(nelijk) en vrouw(elijk), de cultuuropdracht al gegeven wordt. Pas in Genesis 2, wanneer er gedetailleerder  in wordt gegaan op de schepping van man en vrouw apart, komt hun huwelijksrelatie naar voren (Gen 2:18, 20 en 24). 

[18] Hoe die verschillen er precies uit zien, is in de eeuwen door theologen telkens anders omschreven. Vaak waren deze omschrijvingen meer een spiegel van de tijd dan de werkelijkheid. Toch worden er ook in deze tijd pogingen gedaan om de verschillen de beschrijven, zoals in het boek “Mannen zijn van Mars, vrouwen van Venus”van John Gray. Het leren begrijpen van de verschillen tussen mannen en vrouwen kan ons allen helpen beter met elkaar samen te werken en rekening met elkaar te houden.