Kansen voor gemeenten?

Kansen voor gemeenten?

 

Door drs A.E.H. van der Kolk, fractievoorzitter van de Statenfractie Gelderland (lid commissie Ruimtelijke Ordening) en van de gemeenteraadsfractie Harderwijk

 

Hoe ziet onze gemeente er over tien jaar uit? Zijn er voldoende woningen en is er voldoende speelgelegenheid voor onze jeugd? Hoe lopen de verkeersstromen in onze gemeente? Zijn er voldoende fiets- en wandelpaden. Onderwerpen die dicht bij de burgers komen. Het gaat om hun leef- en woonomgeving. Elke gemeente staat voor de opdracht om samen met burgers, bedrijven en organisaties inkleuring te geven aan de eigen gemeente.

 

Vóór de nota Ruimte

Vóór de nota Ruimte was de insteek om zoveel mogelijk centraal te regelen. Vanuit Den Haag werd bepaald waar de uitbreidingslocaties voor woningbouw (de zgn. VINEX-locaties) gebouwd konden worden. Ook werd bepaald hoeveel woningen in welke gemeente gebouwd mochten worden en in welke periode. De ambtenaren van de hogere overheden toetsten de plannen en wanneer het ingediende plan niet paste binnen de regels werd aan het plan geen goedkeuring gegeven. Pas aan het eind van het traject werd het plan voorgelegd en dan klonk onverbiddelijk het nee! Grote teleurstelling voor de lagere overheid want zij hadden al een heel inspraak traject gelopen. En nu .. weer van voren af aan beginnen of het voorleggen aan de Raad van State?

 

Nota Ruimte

De nota Ruimte stelt ruimte voor ontwikkeling centraal en gaat uit van het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. De nota ondersteunt gebiedsgerichte, integrale ontwikkeling waarin alle betrokkenen participeren. Het accent verschuift van ‘toelatingsplanologie’ naar ‘ontwikkelingsplanologie’. Het Rijk stelt zich alleen verantwoordelijk voor de selectie van gebieden en beleidsthema’s die zijn getypeerd als ‘van nationaal belang’. Het Rijk wil ruimte geven voor het maken voor maatwerkoplossingen in lokale en regionale kwesties en wil de verantwoordelijkheid zo dicht mogelijk bij de burgers en betrokken partijen leggen.

 

Verantwoordelijkheid

Onze Schepper heeft de mens het beheer van de zorgvuldig toebereide wereld gegeven. Het is de specifieke taak van de mens in liefde en verantwoordelijkheid deze schepping tot verdere ontplooiing te brengen. Deze verantwoordelijkheid vraagt dat er keuzen gemaakt moeten worden. Beslissingen die nu gemaakt worden, maar die hun effecten in de toekomst hebben. Een woon- en leefomgeving waarin de mens uitvoering kan geven aan de opdracht als rentmeester de aarde op een verantwoorde wijze te ontwikkelen en beheren (= zorgvuldig omgaan met de hele schepping). Dit vraagt om een continue proces van keuzen maken waar een woonwijk moet komen, waar de ontwikkeling van een bedrijventerrein kan plaatsvinden, welke boer met zijn bedrijf kan uitbreiden en waar natuurontwikkeling moet plaatsvinden. De gemaakte keuzen moeten steeds worden verantwoord naar de burgers, organisaties en bedrijven.

 

Kansen voor provincies

De nota Ruimte biedt kansen voor provincies en gemeenten. In samenwerking tussen provincies en gemeenten kan er meer eigen beleid geformuleerd worden. Nu kan de provincie en de gemeente zich niet meer verschuilen achter de woningbouwcontingenten ( dat is het aantal woningen dat in een bepaalde periode gebouwd mag worden). Nu moeten er eigen keuzen gemaakt worden.

Om te komen tot het Streekplan heeft de provincie Gelderland de regio’s gevraagd een structuurvisie op te stellen. Vooraf zijn een aantal algemene uitgangspunten geformuleerd in de Agenda Nieuw Streekplan. De regio’s moesten in gezamenlijkheid een visie formuleren voor hun eigen gemeente en de regio in zijn geheel. Hoe betrokken waren burgers en gemeenteraadsleden bij dit proces? De klacht wordt gehoord dat de structuurvisie vooral een stuk is van burgemeesters en wethouders van de verschillende gemeenten en dat de tijd te kort was om gemeenteraden, burgers, organisaties en bedrijven mee te laten denken. Een gemiste kans.

De in de nota Ruimte geformuleerde filosofie is door de provincie Gelderland uitgewerkt in het Streekplan, dat op 29 juni 2005 door Provinciale Staten is vastgesteld. In de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur wordt onderscheid gemaakt in:

  • Het rode raamwerk (hoofdinfrastructuur en intensieve vormen van ruimtegebruik zoals stedelijke functies, intensieve vormen van recreatie (leisure) en intensieve agrarische teelten).
  • Het groenblauwe raamwerk (ecologische hoofdstructuur (EHS) en waardevolle open gebieden, en de gebieden waar meer ruimte voor water moet worden gecreëerd (zowel voor rivieren als voor regionale waterberging).

Het overig gebied in het streekplan wordt omschreven als multifunctioneel gebied (steden, dorpen en buurtschappen die vallen buiten de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur). Op dit multifunctioneel gebied wordt geen expliciete provinciale sturing gericht.

Aan de provincie nu de taak om de sturing door ontwikkelingsplanologie echt toe te gaan passen. Dit vraagt binnen de provincie om een andere manier van denken en werken: samen met de gemeenten kijken wat de kansen zijn en vanaf het eerste begin actief meedenken èn meewerken om tot kwalitatieve ruimtelijke ontwikkeling te komen.

 

Kansen voor de gemeente

Ruimte voor de eigen gemeente? Is er voldoende ruimte voor de gemeente om invulling te geven aan haar eigen ruimtelijke ontwikkeling. Dichtbij de burgers? Wat mij betreft wel. Daarbij is het van belang om voor de gemeente een structuurvisie te formuleren en deze ook regelmatig weer tegen het licht te houden of de visie nog spoort met de ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Voordat een visie ontwikkeld wordt, zal er goed nagedacht moeten worden over het proces m.a.w. hoe betrekken we de burgers, organisaties en bedrijven bij de ontwikkeling van de structuurvisie. Ik pleit duidelijk niet voor het te snel heroverwegen van een structuurvisie. Maar een visie die geformuleerd wordt voor twintig jaar kan wat mij betreft na tien à vijftien jaar kritisch tegen het licht worden gehouden. De nota Ruimte en in Gelderland het nieuwe Streekplan geven andere c.q. nieuwe mogelijkheden voor de gemeenten. Pak dit op en ga aan de slag: binnen de eigen gemeenten maar ook in samenwerking met de gemeenten in de regio. Daarbij is het niet zo dat de regio als een eenheidsworst gezien moet worden. Ook binnen de regio heeft elke gemeente c.q. streek wat mij betreft haar eigen identiteit. Zorg ervoor dat in de bestemmingsplannen de structuurvisie verder wordt uitgewerkt.

 

Ontwikkeling van een wijk/buurt

Ga bij de start van een project eerst als raad goed na op welke wijze u de burgers, organisaties en bedrijven bij het ontwikkelproces wilt betrekken. Ruimtelijke ordening is bij uitstek een geschikt beleidsveld om burgers bij het beleidsproces te betrekken. Hier wordt actief burgerschap mogelijk gemaakt en het draagvlak voor het beleid vergroot. Bovendien wordt, door burgers te betrekken bij de invulling van hun leefomgeving, bereikt dat diezelfde burgers zich ook blijven inzetten voor het behoud van de kwaliteit van die omgeving. Stel daarom vast welke kaders u als raad bij het ontwikkelproces mee wilt geven bijv.

  • De verhouding sociale en duurdere koopwoningen (differentiatie woningtypen);
  • Aantal starters- en ouderenwoningen;
  • (Ontsluitings)wegen;
  • Voet –en fietspaden in de wijk;
  • Speelmogelijkheden voor kinderen (gerelateerd aan de leeftijdsopbouw);
  • Percentage openbaar groen ten opzichte van de bebouwing;
  • Etc.

Het meegeven van heldere kaders is van essentiële betekenis. Dit om teleurstellingen achteraf te voorkomen. Er is niets zo frustrerend voor de burgers om mee te praten en achteraf te horen dat een groot aantal zaken niet kan omdat … Dan gaat het vaak om zaken die vooraf ook al bekend waren.

Daarnaast is het van belang in het ontwikkeltraject uw rol als raad vooraf helder vast te stellen.

  • wilt u zelf in de eerste fase met de burgers in gesprek gaan?
  • wilt u een gesprek met de burgers wanneer de eerste contouren zijn getekend?

Wat mij betreft is de tijd voorbij dat de wethouder met een uitgewerkt plan komt voordat hierover vooraf overleg geweest is met de raad over het proces en de kaders. Daarbij moet de raad zichzelf ook de vraag stellen of zij niet op de stoel van de ambtenaren gaan zitten. Daarom vooraf formuleren van het ontwikkelproces waarin de verschillende rollen van raad, college en ambtenaren helder worden aangegeven.

 

Campagne

Elke gemeente heeft wel een stuk grond waar iets moet gebeuren. Neem in de campagne een concrete ontwikkeling en geef aan wat volgens u als ChristenUnie de kaders zijn die meegenomen moeten worden bij de verdere ontwikkeling van dit gebied. Geef daarbij ook de specifieke verantwoordelijkheid weer die u als ChristenUnie heeft (zie hierboven onder kopje Verantwoordelijkheid). Maak concreet hoe de ChristenUnie het traject ziet waarbij de burgers, organisatie en bedrijven mee kunnen praten over de ontwikkeling van hun leefomgeving. Schets daarbij ook wat volgens de ChristenUnie een heldere en reële tijdsplanning is.

Probeer in de campagne een concreet voorbeeld uit te werken.

 

Gebruikte literatuur

  • Geleende ruimte. Een christelijke visie op ruimtelijke ordening (wetenschappelijke instituten van GPV en RPF)
  • Agenda Nieuw Streekplan, Gelderland
  • Geordende mobiliteit
  • Nota Ruimte
  • Streekplan Gelderland, vastgesteld door Provinciale Staten op 29 juni 2005
  • Voorontwerp Structuurplan Harderwijk 2020