Economie van de eerbied

Economie van de eerbied

 

 

Boekgegevens:

R.L. Haan

Economie van de eerbied. Kanttekeningen bij het bijbelse spreken over geld en goed

Meinema, Zoetermeer 2005

192 p.

PRIJS € 14.50

ISBN 9021140691 

 

Door Jan Westert, directeur van het Menso Alting College en lid van het curatorium van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie

 

“Eerbied van de economie” zou een treffende titel kunnen zijn voor het sociaal- economisch program van de ChristenUnie. In het boek plaatst de schrijver Roelf Haan kanttekeningen bij het bijbelse spreken over geld en goed. Het boek bevat interessante opstellen van iemand die geen genoegen neemt met het gangbare economisch marktdenken. De opstellen in het boek vallen op door de aandacht voor geloofskeuzen en de vernieuwing van levenshouding. Zo valt het licht op de geestelijke betekenis van het economisch handelen.

 

Het vijfde gebod gaat over “eer uw vader en uw moeder”. Moeders wil is wet. De uitleg van het vijfde gebod in de protestantse traditie wordt daarin treffend samengevat. Je moet degenen die over je gesteld zijn eren. Gehoorzaamheid, gezag zijn termen die worden behandeld bij het vijfde gebod. Haan ontleent de titel van zijn boek aan het vijfde gebod. Ik had de lijn tussen het vijfde gebod en ons economisch handelen niet zo direct gelegd. Hoewel, ter wille van de economische vooruitgang is en wordt er in naam van gezag veel sociaal onrecht veroorzaakt en geleden.

 

Twee tafels

Haan kiest voor een andere benadering van het vijfde gebod. Het gebod ligt op de grens van de twee tafels, waarin de tien geboden verdeeld zijn. De eerste tafel leert ons hoe wij ons jegens God zullen gedragen; de andere geeft weer wat wij de naaste schuldig zijn. De eerste tafel heeft betrekking op het eerste grote gebod: God lief hebben met alles wat in ons is; het tweede gebod heeft betrekking op de liefde tot de naaste. Deze twee geboden zijn aan elkaar gelijk. Immers, wie niet lief heeft, kent God niet. (1 Joh 4:17)

Het vijfde gebod is de verbinding tussen de eerste en de tweede tafel. Haan schrijft, dat er daarom ook een groot geheim moet schuilen in het ‘eer uw vader en uw moeder’. Dat wordt duidelijk met een verwijzing naar Deut. 27:14-26. Daar wordt heel de wet samengevat in een verbod op de afgodendienst, en vervolgens van de liefde tot de kwetsbare naaste. De schakel in die perikoop is vers 16: ‘Vervloekt is hij die zijn vader of moeder veracht’. Het geheim van het vijfde gebod ligt in de eerste plaats hierin, dat het de ouders degenen zijn die de kinderen vertellen van de grote daden van God. Alle geboden beginnen met “Gij zult (niet)”. Het vijfde gebod is een uitzondering op deze regel en is positief gesteld. Als de liefde tot God bij mensen kenbaar wordt, dan vormen de ouders een bijzondere schakel. Zij zijn de eersten die wij zien en zijn dus als geen ander onze naaste.

Waarin ligt dan vervolgens de economische betekenis van het vijfde gebod? De vader of de moeder is de naaste die nadrukkelijk (en buiten onze wil) op onze weg wordt geplaatst, als ‘zegger’ (boodschapper) die gezag heeft.

 

Bij de woestijnvolken is het gebruik dat ouden van dagen, wanneer zij niet meer mee konden en voor de gemeenschap geen productieve diensten meer konden leveren, in de woestijn werden achtergelaten om te sterven. In Israël was het verboden: de zwakke en gebrekkige, wees en de weduwe, de oude niet te eren niet heel te laten in zijn waarde. Als Exodus 27:17 zegt: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, zal zeker ter dood gebracht worden”. Het gaat het om het woord ‘vervloekt’, dat beter vertaald kan worden met: in ellende laat. Daar wijst Jezus op in Matt. 15. De Farizeeën spelen de hulp aan God uit tegen de dienst aan de vader en de moeder, de hulpbehoevende, de steuntrekker. Het eerste en tweede gebod van Gods liefde worden uit elkaar getrokken en losgemaakt van elkaar. Dat verdragen deze geboden niet. Dan zou godsdienst tot een starre praktijk en traditie kunnen worden, met voorbijgaan aan de zichtbare vertegenwoordiger van God die wij in het dagelijks economisch leven (er is geen andere plaats) ontmoeten.

Het vijfde gebod vormt de omvattende schakel tussen de eerste en de tweede tafel. God eren en de naaste in ellende laten past niet bij elkaar. Economie van de eerbied kan alleen eerbied tonen door zich te bekommeren om de gekwetste, oude, de wees en de weduwe. Mensen die zo doen, eren God met de lippen. Hun hart staat niet open. Het kan niet: de broeder gebrek zien lijden, zich voor hem toesluiten en toch vervult blijven van de liefde Gods. Want als wij in de wereld een bestaan hebben, als wij rond kunnen komen, dan horen wij voor die broeder ons leven in te zetten. (1 Joh 3:16-17)

 

Geestelijke betekenis

Ik heb uitvoerig stil gestaan bij de motivering van het ‘Economie van de eerbied’. De ChristenUnie is op zoek naar vernieuwing van de grondlijn voor het economisch denken in de partij. Zij wil daarbij ontkomen aan links-rechts-schema’s. Economie van de eerbied geeft daarvoor een mooie voorzet. Het verbindt christelijk en sociaal tot christelijk-sociaal in de diepe geestelijk betekenis van het woord. Christelijk denken over economie krijgt op deze manier een ander accent dan het liberale marktdenken, dat zozeer de richting van ons economisch denken bepaalt. In de economie blijkt of wij Gods eerste gebod hebben vergeestelijkt, of dat wij het hebben herkend als gelijk aan het tweede hoofgebod van dezelfde God: dat van liefde tot de naaste. In de traditie van de christelijke politiek en het economisch leven heeft het eren van God een grote plaats. Terecht, maar laat het niet zijn zonder verbinding met het eren van de naaste. Op die lijn mag christelijke economische politiek worden aangesproken. Het is een lijn met eigenheid. Vanuit deze gedachte kunnen burgers worden aangesproken op hun eigen en gezamenlijke verantwoordelijkheid. En op basis van die lijn kunnen er ook keuzen worden ontwikkeld voor het financieel en economisch beleid, voor ontwikkelingssamenwerking en vrije wereldhandel, waar arme landen van profiteren.

De bijdrage van Roelf Haan scherpte in ieder geval mijn denken. En ik beveel het boek van harte aan als basismateriaal voor hen die zich in de economie en politiek willen laten inspireren door de Bijbel.

Er zijn meer boeiende opstellen. Ik licht er hieronder enkele van de eenentwintig uit.

 

Nimrod en Rehabeam

Hoofdstuk drie beschrijft het economisch probleem: de stad van Kaïn. Het gaat ondermeer over de Nimrod, de veroveraar. Hij zet de economische ontwikkeling in. Hij is een ‘nation builder’. Hij kwam uit Babel en bouwde Ninevé, Kalah en Resen. Hij staat in de lijn van Kaïn. Dat is ook de lijn van de technologische vooruitgang (Tubal Kaïn). De namen van de steden uit het rijk van Nimrod komen in de geschiedenis telkens terug. Zij wijzen op de geestelijke houding van de stad als stad. Het zijn symbolen van overheersing van de natuur, van technische vooruitgang. Ze staan voor macht, militaire sterkte en beschaving.

Voor de verbinding van economie en politiek is het ook van belang kennis te nemen van de bijdrage over Rehabeam en de splitsing van zijn rijk (hfst 4.) Rehabeam koos bij de aanvaarding van zijn koningsschap er voor om de raad van de jonge mannen te volgen. Zo maakte hij het juk van de slaafse herendienst van het volk nog zwaarder. De liberaal De Korte (1982) hield de minister van financiën de machtspoliticus Macchiavelli voor: ‘Het is altijd beter gevreesd dan bemind te worden’. Zo verbindt het liberalisme ‘economie’ en ‘politiek’. Net als Rehabeam valt daarin weinig aandacht voor de wijze oude raadgevers te bespeuren: ‘Wees vriendelijk en zij zullen u dienen’. U kunt deze geschiedenis lezen in 2 Kronieken 10.

 

De les van de wonderboom

In hoofdstuk 9 wordt productiviteit en gerechtigdheid behandeld. Het hoofdstuk wordt getypeerd als één van de wegwijzers. Het is de reactie op de zelfredzame mens. “Als de Heer het huis niet bouwt, dan is het tevergeefs”, zegt Psalm 127. De start voor productiviteit ligt in het zoeken naar het koninkrijk en zijn gerechtigheid. Dat is een rustgevende gedachte in de moderne economie en arbeidsorganisaties, waar alles staat in de waan van de doelmatigheid. Als we de economie van de eerbied in praktijk brengen, dan zullen onze dagen verlengd worden.

In het kader van overvloed na deling schrijft Haan ook enkele bijdragen, zoals die met de typerende titel De rijkdom is vriendschap en Ontstegen aan de macht van het geld. In dat hoofdstuk staat Haan stil bij de zeggingskracht van de Bijbel over de economie: als plaats van geloof tot ongeloof. De les van de wonderboom, die God Jona leert, is daarvan een voorbeeld. Jona bekommert zich om zijn eigen gemak en behoud – zijn eigen belang (Phil. 2:4). Die boom had hij er zo maar –gratis- aangetroffen. Jona beklaagt zich als de boom verdort. God wijst hem terecht: als jij je beklaagt over die boom – die toch niet je eigen verdienste is - zou Ik dan Ninevé niet sparen, de grote stad, waarin meer dan 120.000 mensen zijn, die het onderscheid niet kennen tussen hun linker en hun rechterhand … ?!(Jona 4:11). God spaart hen die onkundig zijn in tegenstelling tot de menselijke benadering, waarin het eigen belang zo’n dominante plaats in het leven inneemt.

 

Vooruitgang en genoeg

Haan sluit af met een aantal bijdragen over gerechtigheid en verwachting. Bij uitsluiting stelt hij de vraag: Is het u niet genoeg? Dit zinnetje geeft aan, dat zijn visie op de economische ontwikkeling sterk verwant is met die van Bob Goudzwaard over de economie van het genoeg. Nadat hij in enkele hoofdstukken vooral persoonlijke trouw en de persoonlijke attitude heeft besproken stelt hij in ‘Gerechtigheid verhoogt een volk’ de verantwoordelijkheid voor de inrichting van de samenleving aan de orde. Jes. 58: 3-12 zijn leidend in dit hoofdstuk. Je eigen mensen zullen weer opbouwen wat eeuwenlang al verwoest ligt. Dan zal men je noemen ‘hersteller van muren’, ‘herbouwer van straten’. De samenleving en de economie weer tot een plaats maken om te wonen. Gerechtigheid verhoogt een volk. Gelijktijdig, merk ik op, hoe nuttig het is om te beseffen, dat werken aan deze economische vooruitgang, gepaard moet gaan met begrenzing van het geloof in de menselijke kracht. De verzen 13 en 14 van Jesaja 58 bepalen de mens bij het gebod om het geloof in eigen kracht en belang niet de boventoon te laten voeren, maar afstand te bewaren tot economische slavernij.

In Maatschappij en gemeenschap trekt Haan de lijn van ‘geen aanzien des persoons’ doornaar de betekenis daarvan voor de kapitalistische wereldeconomie met mondiale markten en economische crises en oneerlijke wereldhandel.

 

Boeiend

Economie van de eerbied is een boeiend boek. Als je het leest is het goed om de Bijbel paraat te hebben vanwege de vele verwijzingen. Het boek is al eens eerder uitgegeven, in 1985. Het is een tweede bewerkte druk. De sporen daarvan zijn soms iets teveel terug te vinden in het boek. Ook omdat het tijdsbeeld van nu ten opzichte van 1985 al weer sterk veranderd is. De kracht van het boek is vooral de aandacht voor de geestelijke betekenis van de economie. Met dat vraagstuk worstelt de ChristenUnie. De partij zoekt naar een nieuwe lijn om het financieel- economische en het christelijk-sociale op eigen wijze te verbinden en beleid te kunnen toetsen aan de eigen uitgangspunten. Niet voor niks noemde ik daarom Economie van de eerbied aan het begin van deze bijdrage een treffende titel voor een sociaal-economisch beleidsplan van de ChristenUnie. Haan heeft zijn eerste druk in 1985 geschreven. Er was toen behoefte aan vernieuwing van denken. Het geloof in de kapitalistische economische vooruitgang stond ter discussie. Goudzwaard schreef zijn Kapitalisme en vooruitgang. In het achterland van de ChristenUnie verscheen Herfsttij der vooruitgang door Prof dr. Peter Nijkamp. Vervolgens kreeg de economische groei en vooral het geloof in de markt als weldoener ons in zijn greep. Nu is er opnieuw behoefte aan bezinning op de geestelijke betekenis van het economisch handelen. Recent verscheen ook het boek In hemelsnaam van Arjo Klamer (zie vorige nummer van DenkWijzer).

Het boek van Haan geeft sterke aanzetten. Het is een mooi initiatief van ondermeer de stichting Oikos om dit inspirerende boek opnieuw uit te doen geven.

 

KADER

Dr. R.L. Haan is voorzitter van Solidaridad. Eerder was hij verbonden aan de ministeries van Financiën en Buitenlandse Zaken en aan het Internationaal Monetair Fonds in Washington. Ook doceerde hij ontwikkelingseconomie en sociale vakken aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en ISEDET te Buenos Aires, Argentinië. In 1985 kwam hij als algemeen directeur bij de IKON, waar hij tot 1997 werkzaam was.